China zet in het nieuwe vijfjarenplan, dat komende week wordt aangenomen, vol in op technologische innovatie. De focus ligt op ‘fysieke AI’: robots met een AI-brein. In de robotschool in Hefei zetten die AI-robots hun eerste stapjes.
Door Julie Blussé
Fotografie Billy H.C. Kwok
Tergend langzaam rolt de robot tussen de supermarktschappen door. Hij strekt zijn grijphand uit naar een zak chips en knijpt ferm een punt vast. Dan rolt hij achterwaarts, schokt voorwaarts, en laat de zak in een winkelwagen vallen. Plof. Taak volbracht.
En dan begint het proces opnieuw.
Een vrouw vist de zak uit de winkelwagen en legt die terug in de schappen, terwijl robottrainer Huang Haoyu (20) op een afstandje even de armen losschudt, en zijn virtualrealitybril van het Amerikaanse bedrijf Meta rechtzet. Door die bril ziet Huang wat de robot ziet, en met de twee joysticks in zijn handen maakt hij de bewegingen die de robot imiteert.
Het is niet de fout van de robots als hun bewegingen traag of beperkt zijn. Dat komt simpelweg doordat ze nog niet genoeg data hebben
Huang Haoyu
Robottrainer
Af en toe raakt Huang zichtbaar gefrustreerd, als de robot – als een grijpmachine op de kermis – de zak bijna plagerig traag uit zijn grijpers laat glippen.
Maar Huang wordt nooit boos op de robots. ‘Het is niet hun fout als hun bewegingen traag of beperkt zijn. Dat komt simpelweg doordat ze nog niet genoeg data hebben.’
We zijn op een robotschool in Hefei, een miljoenenstad in Oost-China. Hier wordt gewerkt aan de verwezenlijking van China’s meest futuristische ambitie: fysieke AI. Dat is een vorm van kunstmatige intelligentie die niet alleen taal of plaatjes kan produceren, zoals ChatGPT of DeepSeek doen, maar die ook taken kan uitvoeren in de fysieke wereld. Simpel gezegd: robots met een AI-brein.
We zijn op een robotschool in Hefei, een Oost-Chinese miljoenenstad. Hier wordt gewerkt aan de verwezenlijking van China’s meest futuristische ambitie: fysieke AI. Dat is een vorm van kunstmatige intelligentie die niet alleen taal of plaatjes kan produceren, zoals ChatGPT of DeepSeek doen, maar die ook taken kan uitvoeren in de fysieke wereld. Simpel gezegd: robots met een AI-brein.
In China’s vijfjarenplan, dat de Chinese overheid de komende week goedkeurt, zal fysieke AI ‘prominent genoemd worden’, voorspelt Jeroen Groenewegen-Lau, die bij denktank Merics onderzoek doet naar technologie in China. Het vijfjarenplan geeft een inzicht in de strategische doelen die Beijing nastreeft, en AI is een van de allerbelangrijkste. ‘Daar direct onder valt fysieke AI, als een van de nuttigste toepassingen.’
Voor Beijing geldt dergelijke technologische innovatie als de sleutel voor het hoofddoel voor de komende vijf jaar: zo zelfvoorzienend mogelijk worden. Als China bijvoorbeeld niet meer afhankelijk is van Amerikaanse chips, dan is het ook minder kwetsbaar voor handelsbeperkingen uit Washington. Tegelijkertijd wil het de bestaande industrie efficiënter maken en producten ontwikkelen die andere landen niet of nauwelijks kunnen maken. Zo blijft de Chinese economie verder groeien en wordt de rest van de wereld juist afhankelijker van China.
Traditionele robots doen alleen dat waartoe ze geprogrammeerd zijn, in een gecontroleerde omgeving. De belofte van AI-robots is dat ze zelfstandig hun weg kunnen vinden in de wijdere wereld – op straat, in de fabriek, de winkel en thuis. Daarom kennen veel van deze apparaten een menselijke gedaante, zegt Li Weiwen (30), ingenieur bij robotbedrijf VSTC in Hefei. ‘Als we willen dat robots uiteenlopende menselijke taken verrichten, dan moeten ze ook op mensen lijken.’
Voor VSTC is het werken aan zulke humanoïde robots ook nieuw. Tot nu toe maakte het bedrijf vooral machines die voor een specifieke taak zijn ontworpen, zoals een massagerobot of een fruitplukrobot. Nu koestert het de droom om een veelzijdige robotbutler te ontwikkelen, die in het huishouden allerlei verschillende klussen aankan. Op de robotschool in Hefei traint VSTC een prototype.
Niet alleen China bekommert zich om fysieke AI. Op ’s werelds grootste techbeurs, CES in Las Vegas, was het eerder dit jaar het buzzword. Jensen Huang, de topman van chipbedrijf Nvidia, stelde daar in een speech dat ‘het ChatGPT-moment’ voor fysieke AI nabij is.
Ook de commerciële verwachtingen van fysieke AI zijn hoog, al hangt veel af van wanneer die technologische doorbraak plaatsvindt. Momenteel is de wereldmarkt voor humanoïde robots nog minuscuul: slechts een paar miljard euro. Maar in 2035 kan die groeien tot 170 miljard euro, stelt de Britse zakenbank Barclays.
Voor China, dat in een AI-race verwikkeld is met de Verenigde Staten, is het een prestigekwestie om in deze technologie dominant te worden. Beijing handelt daarom ‘ook vanuit ‘fomo’’, zegt Groenewegen-Lau: fear of missing out. ‘Zo van, verdorie, we kunnen de Amerikanen hier toch niet mee laten weglopen!’
Beijing hoopt dat fysieke AI ook een oplossing kan bieden voor de demografische problemen die zich de komende decennia aandienen: een snel krimpende en vergrijzende bevolking. China zou ervoor kunnen kiezen om sommige industrieën in de toekomst te verplaatsen naar andere landen of om zich open te stellen voor arbeidsmigranten. Groenewegen-Lau: ‘Maar dat wil China niet. En dan is automatisering de oplossing.’
Om fysieke AI van de grond te krijgen, moet China niettemin nog veel obstakels overwinnen, zegt Altynay Junusova, die Chinese robotica onderzoekt bij Merics. ‘Ten eerste betere chips’, zegt ze. Op dit moment draaien China’s beste robots nog op Amerikaanse Nvidia-chips. En ook op het gebied van geavanceerde hardware loopt China achter: zo is het voor cruciale kogelschroeven in robotgewrichten zelfs nog voor 90 procent afhankelijk van Japanse en Europese leveranciers.
Een fundamentelere uitdaging – zowel voor robotmakers in China als daarbuiten – is het ‘massale datatekort’, zegt onderzoeker Junusova. Net zoals taalmodellen als ChatGPT of DeepSeek enorme hoeveelheden taal te verstouwen kregen voordat ze zelf taal konden uitslaan, moeten AI-robots met enorme hoeveelheden data worden gevoed over de fysieke wereld voordat ze zich daarin kunnen bewegen.
Alleen ligt er over de fysieke wereld helaas geen dataset klaar die een robot bijvoorbeeld kan vertellen hoe zwaar een zakje chips is, en met hoeveel kracht je die dient op te pakken.
Robotmakers zijn volop op zoek naar de beste methode om robots van zulke data te voorzien. Sommigen laten robots eindeloos video’s bestuderen van menselijke handelingen. Bij het Chinese Youibot brengen robotmakers met lasers de ruimte in kaart waarin een robot moet werken. Vervolgens kan de robot in deze virtuele ruimte zijn taken eindeloos ‘dromen’. Wordt hij vervolgens in het echt aangezet, dan kan hij direct aan het werk.
Toch lijkt voor humanoïde robots een verrassend lowtechmethode de meest kansrijke: menselijke trainers doen bewegingen honderden keren voor, tot robots het zelf in de vingers krijgen. ‘We zeggen wel dat deze robots kunstmatige intelligentie kennen, maar hun begripsvermogen is niet zo sterk’, zegt ingenieur Li van VSTC. ‘Daarom moeten we ze stapje voor stapje trainen.’
De handen van de robot van het Chinese VSTC.
Ziehier het concept van de robotscholen, officieel dataverzamelcentra genoemd. China telt er inmiddels ruim vijftig; vóór 2025 bestonden ze nauwelijks. Verreweg de meeste ontvangen direct of indirect overheidssteun, aldus analist Marco Wang van Interact Analysis.
In de rest van de wereld bestaan zulke centra nog nauwelijks. In Japan opent er dit jaar ook eentje de deuren, zegt Wang, en Tesla traint zijn robots in Californië. In Europa zijn er geen: het Duitse Neura Robotics, Europa’s grootste humanoïdefabrikant, traint zijn robots in China.
De robotschool in Hefei is door de overheid opgezet. Acht bedrijven, waaronder VSTC, verzamelen hier gezamenlijk data. ‘Als we de data niet met elkaar delen, zouden bedrijven enorm veel energie kwijt zijn aan dubbel werk. Geen enkel bedrijf kan dit alleen’, zegt Zhu Ya, woordvoerder van VSTC.
Zonder data met elkaar te delen verspillen bedrijven enorm veel energie aan dubbel werk. Geen enkel bedrijf kan dit alleen
Zhu Ya
woordvoerder van VSTC
Toch zit de belangrijkste overheidssteun waarschijnlijk elders: in de aankoop van de duizenden robots die in deze centra staan. Analist Wang: ‘Voor bijna elk toonaangevend humanoïde-roboticabedrijf zijn die aankopen de grootste inkomstenbron.’
In Hefei zijn in de robotschool een aantal ‘scenario’s’ nagebouwd waarbinnen AI-robots aan het werk worden gezet. In de gesimuleerde supermarkt staan schappen met flesjes, zakken chips en dozen koekjes, maar ook – voor de gevorderde robotleerling – bakken met (plastic) groente en fruit. De rest van de ruimte oogt als een industriële loft waar iemand net is ingetrokken. Een bed, witte leren bank, wasmachine en een keukeneiland met een wok op de kookplaat.
Robotmakers trainen hun AI-robot ook om te wokken.
Huang is een van de twintig robottrainers die hier sinds de opening van het centrum in mei kwamen werken. In die tijd hebben de robots aanzienlijke vooruitgang geboekt, vindt hij. Hij wijst naar de VSTC-robot: ‘Daartegen kun je nu gewoon zeggen: ‘Plaats de doos op de andere tafel’, en hij doet het onmiddellijk. In het begin moest je echt elke handeling begeleiden.’
Een robot die een doos kan verplaatsen, dat klinkt voor een buitenstaander – zeker iemand die in China woont – niet bepaald indrukwekkend. Op de Chinese staatstelevisie, bijvoorbeeld bij het Nieuwjaarsgala, word je als kijker overladen met beelden van flikflakkende kungfu-robots. Ook de Duitse bondskanselier Friedrich Merz werd tijdens zijn bezoek aan China vorige week getrakteerd op zo’n robotshow.
Als die robots al bestaan, waarom moet VSTC hier in Hefei dan nog maanden trainen aan een robot die een doos kan verplaatsen? Zhu van VSTC moet lachen om die vraag. ‘De humanoïde robots die we in de media zien, die voeren demo’s uit, zodat mensen zich een beeld kunnen maken van het potentieel.’ Geen pure AI dus. Of zoals analist Wang het scherper typeert: ‘Op afstand bestuurbaar speelgoed.’ Volgens hem verschillen de trucs ook niet wezenlijk van bewegingen die robots van het Amerikaanse Boston Dynamics al enkele jaren geleden demonstreerden.
De robotmarathon die vorig jaar in de straten van Beijing plaatsvond, geeft een beter beeld over de staat van de humanoïde robotica, zegt Zhu: ‘De meeste robots konden die niet eens uitlopen. Waarom dat zo moeilijk is? Omdat de omgeving open en dynamisch is. We proberen de robot te leren omgaan met de fysieke wereld, maar vaak kunnen we die ervaring zelf niet eens omschrijven.’
Ook op veel kleinere schaal kan de robot al worstelen met wat robotmakers het ‘sim-to-real’ probleem noemen: de kloof tussen simulatie en werkelijkheid. ‘Neem onze tafeltennisrobot’, zegt Zhu. ‘Nadat we die naar een andere ruimte hadden verplaatst, zijn we een halve maand bezig geweest om hem weer aan de praat te krijgen. Dat kwam door een verandering in lichtinval.’
De ene na de andere kwaal van het dataverzamelproces lepelt Zhu op: zo zijn data verzameld voor de ene robot vaak niet uit te wisselen met een andere robot. ‘Een enorme uitdaging.’ En de ultieme nachtmerrie van iedere robotmaker is het fenomeen dat ‘catastrofaal vergeten’ wordt genoemd. ‘Een van de wrede moeilijkheden die zich voordoen bij het leerproces. Je traint de robot voor een nieuwe actie en plotseling kan hij de vorige taak niet meer.’
De problemen met data-verzamelen zijn zo groot, dat ingenieur Li van VSTC betwijfelt of de doorbraak van fysieke AI te bewerkstelligen is door de robots simpelweg meer data te voeren. Hij verwacht meer van ‘een effectiever algoritme dat de prestaties in één klap drastisch verbetert. Misschien wordt het dan zelfs mogelijk om te leren op basis van een heel kleine steekproef.’
Maar de robotmakers blijven optimistisch. En de plotselinge doorbraak van AI is een belangrijke inspiratie om nu bij de les te blijven, zegt Zhu. Voorlopig brandt er bij deze robotschool niet veel meer dan een klein waakvlammetje, zegt ze. En bijna poëtisch: ‘Maar in de toekomst, wanneer het vuur hevig zal woeden, zouden we nooit kunnen ontbranden als we die vonk niet nu al hadden.’
Robotscholen als deze in Hefei zijn er daarom voorlopig meer voor de robotmakers dan voor de robots, zegt ze. ‘Het doel is voorlopig niet om de robot een specifieke beweging perfect te laten uitvoeren. Het is veel belangrijker dat onze ingenieurs stappen blijven zetten.’
Vliegende auto’s en dronebezorging: China koestert hoge verwachtingen van de ‘lage-luchtruimte-economie’. Die kan ook als testterrein dienen voor militaire innovatie, denken experts.
Source: Volkskrant