Home

Diep verlangen naar echte ouderwetse feiten en goed geïnformeerde burgers

Democratie In vijftig tegen de actualiteit aangeschreven opstellen waarschuwt schrijver Ilja Leonard Pfeijffer voor het oprukkend autoritarisme. ,,Internet heeft gezorgd voor de emancipatie van de dommen.”

In maart 2025 werd op de Dam in Amsterdam gedemonstreerd tegen racisme en fascisme.

In 2023 publiceerde de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer de veelgeprezen roman Alkibiades. Dat was een omvangrijke gevalsstudie van het leven van de gelijknamige Atheense generaal, die leefde rond 450 tot 404 voor Christus. Als welbespraakte opportunist die niet stikte in zijn eerste of tweede poging om van kamp te wisselen en jammerlijk aan zijn eind kwam, deed de levensloop van deze mythische veldheer zeker in een Nederlandse omgeving onwillekeurig denken aan een kruising tussen de reeds overleden Pim Fortuyn en Willem van Oranje.

Ilja Leonard Pfeijffer: Absolute democratie. Kroniek van een aangekondigde afrekening. De Arbeiderspers, 320 blz. €23,99

Maar Pfeijffer zag zijn roman behalve als literatuur ook als een waarschuwing tegen hedendaagse populisten, wier kwaadaardigheid het program van Fortuyn doet verschieten tot Madurodamracisme. Van de Nederlandse Wilders tot de Hongaarse Orbán en van de Amerikaanse Trump tot de Russische Poetin is duidelijk dat populisten behalve niks van moslims ook niks van andere minderheden moeten hebben, ook niet van homo’s en al helemaal niet als die exuberant zijn.

Alleen al omdat het lezen van Alkibiades best een klus is – het zal me benieuwen wie van de honderdduizend kopers het tentamen zou halen – is het goed dat Pfeijffer zijn lezers nu bedient met Absolute democratie, een bundeling van de tweewekelijkse ‘kroniek’ die Pfeijffer de afgelopen twee jaar schreef voor de Belgische krant De Morgen. In die kroniek wilde hij na het verschijnen van Alkibiades „documenteren en analyseren op welke manier de democratie en de rechtsstaat in Europa en elders hun glans verliezen (…) en worden vervangen door in beginsel democratisch gelegitimeerde regimes met autocratische aspiraties, waarbij de machtsbalans steeds verder doorslaat ten gunste van fascistoïde ideologieën.” 

Athene en Sparta

Ter benadrukking van het exegetische karakter van Absolute democratie citeert Pfeijffer in een van zijn eerste essays uitgebreid zichzelf uit de net genoemde roman, ten einde de zorgelijke toestand van onze democratie te duiden. Om dan met zijn karakteristieke ongeremde pedanterie te vervolgen: „Deze woorden van Alkibiades lijken geschreven door een romancier die zich meer zorgen maakt over de huidige teloorgang van de democratie in Europa dan die van Athene tweeënhalfduizend jaar geleden. Ik had mijn bezorgdheid over de staat van ons bestel niet beter kunnen formuleren dan hij.” En hoewel hij nu dicht op de huid van de tijd schrijft, zet Pfeijffer allicht zijn voorbeelden uit de klassieke oudheid in het hele boek in. Met als kernachtige samenvatting: wij, de beschaafde mensen, zijn Athene en zij, de populisten, zijn Sparta – en Sparta verwoestte Athene („op de zestiende dag van de maand Mounychion in het jaar waarin Alexias archont was”.)

De titel Absolute democratie slaat op een gekozen leider die alle macht naar zich toe trekt: Meloni, Trump of Wilders die rechters, volksvertegenwoordigers, media en universiteiten aan de kant schuiven als zijnde elitair en daarmee corrupt. In vijftig tegen de actualiteit aangeschreven opstellen meandert Pfeijffer door het landschap van het oprukkend autoritarisme. Soms is hij enthousiast, over de mensen die zich weren tegen de populisten zoals de Italiaanse president Sergio Matarella, of over de Oostenrijkse Marlene Engelhorn die haar onverdiende miljoenenerfenis afstaat. Maar vaker is hij laaiend, zoals bijna doorlopend over de Italiaanse premier Meloni. Deze krijgt in Nederland langzamerhand het aura van een redelijke bestuurder, maar werkt – zo documenteert Pfeijffer nauwgezet – aan het thuisfront dag in dag uit aan het muilkorven van haar critici.

Elitair

Pfeijffer breekt in zijn verslag van de afgelopen twee jaar niet alleen de staf over politici. De classicus is onapologetisch elitair in zijn veroordeling van de Trump- en Wildersstemmers en de manier waarop ze zich uiten via sociale media. „Internet heeft gezorgd voor de emancipatie van de dommen.” Het inzicht dat niet alleen feiten ertoe doen, maar dat je ook je best moet doen om feiten te leren analyseren, wordt bewust ondergraven door de populisten, stelt Pfeijffer niet onterecht. Populisten teren immers op chaos en verwarring en daarbij lopen serieuze journalisten, wetenschappers en kritische stemmers in weg.

Zijn eigen, nostalgische, verlangen naar „echte ouderwetse feiten en geïnformeerde burgers” onderzoekt Pfeijffer amper. Maar  burgers voorhouden dat zelf nadenken eventjes niet nodig is, ging de afgelopen decennia ook goed zonder populisten. Denk aan hoe de regering de Covidcrisis te lijf ging. Of – wat langer geleden – hoe in de jaren van de verzuiling hoofdredacteuren, regering en volksvertegenwoordigers hun berichten aan de kiezers eerst fijnslepen, langs partijlijnen of op verzoek van de Oranjes.

Pfeijffer gaat dan ook niet echt op zoek naar zijn ongelijk. De schaarse keren dat hij op pad gaat, is vanwege een congres met medeschrijvers of omdat hij in het zog van zijn partner Stella een blik werpt op de Genuese lokale politiek. Dat levert wel boeiende stukken op, maar met de ontdekking dat de nieuwe Genuese burgemeester een linkse populiste is – wel dom, geen fascist – doet Pfeijffer weinig. Hij schakelt zonder veel omhaal door naar wat rond die tijd ook in het nieuws was, namelijk de motie die de Nederlandse Tweede Kamer aannam om het niet bestaande ‘antifa’  op de terreurlijst te plaatsen – een daad waarvan inderdaad te hopen is dat de huidige Tweede Kamer die snel herroept.

Paradigmawisseling

Als verklaring voor de populariteit van het populisme blijft Pfeijffer daardoor wat hangen bij de al genoemde karakterzwakte van de kiezers en het politieke falen van leiders aan de linkerkant, sinds men zich daar tot het neoliberalisme bekeerde. Soms verdedigt Pfeijffer daarbij als alternatief voor links een vulgair marxisme, waarin we via een „paradigmawisseling” op weg moeten naar „een samenleving die draait om gelijke verdeling van inkomsten in plaats van verdiensten”. Op andere plekken gaat het hem om een veel gematigder „garantie op individuele vrijheid die geboden wordt door respect voor de wetten en de instituties van de democratische rechtsstaat” om hierna weer te zeggen op een conservatieve vriendin van zijn schoonmoeder te willen stemmen.

Echt moeilijk maakt hij het zich kortom niet. Allicht is dat het voorrecht van de schrijver bij wie het gaat om de taal en om de woorden. De plicht te kiezen tussen Karl Marx, Frans Timmermans, Bernie Sanders of Noam Chomsky is meer iets voor stervelingen. Daardoor blijven wel wat vragen over. Is het niet eerder geniepig rechts (vermomd als „hardwerkend Nederland”) dan falend links, dat het populisme in het zadel houdt? Maakt Trump met zijn onvoorspelbaar egoïsme wellicht Europeanen van nationalistische populisten, worden Wilders en Meloni internationalisten tegen wil en dank? 

Deze kanttekeningen nemen niet weg dat – naast een „Alkibiades voor beginners” – Absolute democratie een verademing is in een tijd waarin politici in kikkersprong door het leven gaan, beurtelings gehurkt luisterend naar gasvorming in de maatschappelijke onderbuik en opspringend om kwakend te vertolken waar de gewone mensen zogenaamd behoefte aan hebben.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next