Home

Niet de monsters uit ‘Jurassic World’: gaat tv-serie ‘The Dinosaurs’ eindelijk wél een goed beeld geven van dino’s?

Wéér waagt Steven Spielberg (Jurassic Park) zich aan dino’s, nu met tv-serie The Dinosaurs die vanaf 6 maart is te zien. Wordt daar nu wél een reëel beeld geschetst van de giganten, waar dat in films nog al te vaak misgaat? ‘Ik loop elke keer huilend de bioscoopzaal uit.’

schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.

De stoelen van de vliegende tijdreismachine beginnen hevig te trillen. De vrolijke gids, te zien op een beeldscherm boven in de cabine, heeft zijn passagiers zojuist nog op het hart gedrukt dat er niets mis kan gaan, maar is nu zichtbaar in paniek. Het ruimtevaartuig is niet meer te besturen, een kleine meteoriet slaat een gat in de voorruit. Het is duidelijk: de capsule gaat neerstorten. In het territorium van een tyrannosaurus rex, nog wel.

Het dreigende onheil is voelbaar in de zogeheten Rexperience, een attractie in natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. Als de pakweg twintig bezoekers het neergestorte vaartuig via de nooduitgang verlaten, bevinden ze zich 66 miljoen jaar terug in de tijd. De reusachtige T. rex kan op elk moment opduiken. Kinderen knijpen in de handen van hun ouders.

De interactieve experience komt uit de koker van de wetenschappers van Naturalis. Anne Schulp, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en als vooraanstaand paleontoloog verbonden aan het museum, vertelt met trots over de attractie die in 2022 werd geopend. ‘Je wil het publiek het hele plaatje bieden’, zegt hij bij de ingang van de tijdmachine, die doet denken aan een decorstuk uit de Jurassic Park-films.

Paleokunst

In zijn vakgebied wordt gezocht naar antwoorden op grote vragen, zegt Schulp. ‘Waar komen we vandaan? Hoe komt het dat de aarde eruitziet zoals die er nu uitziet? Dat is een verhaal dat we als paleontologen inkleuren.’ In dat proces spelen zogenoemde paleokunstenaars een belangrijke rol, vertelt Schulp. Zij visualiseren de wetenschap, maken de vertaalslag naar beeld. Geregeld werkt hij met ze samen, onder meer voor de Rexperience.

De levensgrote, robotische tyrannosaurus rex die later zal verschijnen, is gebaseerd op het skelet dat Schulp en zijn collega’s in 2013 hebben opgegraven in de Amerikaanse staat Montana. Trix, zoals het dier tientallen miljoenen jaren na haar overlijden werd genoemd, is even verderop in het museum te bewonderen. Het is een van de meest complete skeletten van een T. rex die ooit werden gevonden; de botten zijn vrijwel onbeschadigd, hetgeen zelden voorkomt. Alleen de linkerachterpoot en nog wat kleinere delen moesten worden ingevuld met 3D-geprinte stukken.

‘Nothing beats the real thing’, zegt Schulp, terwijl hij omhoog kijkt naar het hem dierbare geraamte. ‘Laat dat duidelijk zijn.’ Toch weet ook hij dat een groot deel van de aantrekkingskracht van dino’s schuilt in de manier waarop ze door paleokunstenaars tot leven worden gewekt. Het bekendste voorbeeld is de film Jurassic Park uit 1993, de klassieker van regisseur Steven Spielberg die een ware dinogekte teweegbracht.

Jurassic Park-effect

Ook in de paleontologie is sprake van een tijdperk voor en na de film. In dino’s was de mens al langer geïnteresseerd. Schulp, bijvoorbeeld, was al op weg om paleontoloog te worden voordat de dinosauriërs van Spielberg de bioscoopzalen betraden. Maar hij zag ook hoe de film zijn vakgebied een flinke duw in de rug gaf. ‘Dat heeft zeker een verschil gemaakt.’

Het Jurassic Park-effect zorgde voor een toename in opgravingen en ontdekkingen van nieuwe soorten. Het bracht bovendien een generatie aan paleontologen voort. Door hun werk werd steeds duidelijker hoe de dino’s er daadwerkelijk uit hebben gezien. De angstaanjagende monsters uit Jurassic Park zijn inmiddels achterhaald.

Veilig griezelen

Veel van de kinderen die zich op deze donderdagochtend al voor openingstijd met hun ouders melden bij de ingang van Naturalis, zijn te jong om de film gezien te hebben. Toch kennen ze de namen van de beesten in het museum uit hun hoofd, hoe moeilijk die ook zijn uit te spreken: triceratops, tyrannosaurus, camarasaurus of de mosasaurus, de gigantische zeehagedis waarop Schulp promoveerde.

Ook de paleontoloog heeft zich geregeld over de vraag gebogen: waarom blijven dinosauriërs zo tot de verbeelding spreken bij een groot publiek, vooral kinderen? ‘Ze hebben dezelfde magie als die in mythen en sprookjes’, oppert hij. ‘Maar ze hebben echt bestaan. Ze zijn ook nog eens groot en eng, en dat is lekker griezelen. Maar omdat ze zijn uitgestorven, is het tegelijk veilig griezelen. Dat is prettig.’

Broodtrommels en rugtassen

Een poging van Michael Crichton, de schrijver van het boek Jurassic Park (1990) waarop Spielberg zijn film baseerde, om onze voorliefde voor dino’s te verklaren strandde in een woud van vraagtekens. Was het slechts een fascinatie van kinderen?, vroeg hij zich af. Nee, want hij zag dat volwassenen net zo geïnteresseerd waren. ‘Ik geloof dat kinderen voor hen slechts een excuus zijn om de dino’s te bezoeken’, schreef Crichton op zijn website.

Zat het in het feit dat ze uitgestorven waren? Ook dat kon het niet zijn, constateerde hij toen zijn jonge dochter vroeg of dinosauriërs in de dierentuin woonden. De grootte van de beesten dan? Sommige dino’s waren juist klein van stuk. Crichton besloot het op te geven. ‘Ik denk dat niemand het weet’, schreef hij. ‘Uiteindelijk is het een mysterie.’

Wie erop let, kan de blijvende populariteit van dinosauriërs moeilijk ontgaan. Overal zijn ze te zien, in verschillende soorten en maten. Op broodtrommels, rugtassen en T-shirts van kinderen, maar ook in films, televisieseries, kunstwerken en tentoonstellingen.

In Naturalis krijgen de kinderen en hun ouders de dinosaurussen in hun meest natuurgetrouwe vorm voorgeschoteld, hoewel in het winkeltje in de lobby van het gebouw ook knuffel- en legoversies van de dieren te vinden zijn.

In een projectie op een doek achter het skelet van de T. rex loopt een 3D-geanimeerde versie van het dier met grote stappen door een bos. Op panelen bij fossielen staat afgebeeld hoe de dino’s er op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten ongeveer uit moeten hebben gezien, want helemaal zeker weet niemand het.

Een velociraptor, de doodenge sluipmoordenaar uit Jurassic Park, had in werkelijkheid de grootte van een kalkoen in plaats van een volwassen struisvogel, zoals de versie uit de film. Het dier had geen gladde, hagedisachtige huid, maar veren. ‘Aanvankelijk waren die bedoeld voor isolatie of aandachttrekkerij’, verklaart Schulp, ‘maar gaandeweg kregen ze ook een andere functie: vliegen. Of in elk geval zweven of bijsturen, zodat je iets minder vaak te pletter valt.’

Boegeroep en hoongelach

De vertaling van de wetenschap naar beeld gaat, ook met de toegenomen hoeveelheid aan kennis, op veel plekken nog mis, zegt Schulp. In de bioscoopzaal hoef je voor waarheidsgetrouwe dinosauriërs niet te zijn, weet hij inmiddels. In de vele vervolgen die de originele Jurassic Park de laatste jaren kreeg, is de wetenschap ver te zoeken.

Als er weer een nieuwe film verschijnt in de reeks die inmiddels is omgedoopt tot Jurassic World, maken Schulp en zijn collega’s er een werkuitje van. ‘De laatste keren heb ik helaas zelf gemist, maar bij bepaalde scènes kun je dan rekenen op boegeroep of hoongelach.’ Hij zegt er meteen bij: ‘We zijn natuurlijk het vreselijkste publiek dat je je kunt voorstellen. Paleontologen die het allemaal beter weten.’

Over de films maakt hij zich niet al te druk. ‘Het is in zekere zin sciencefiction’, zegt Schulp. ‘Dan kun je je bepaalde vrijheden veroorloven.’ Hybride dino’s, bijvoorbeeld, zoals in de laatste drie films. Gefabriceerde monsters, samengesteld uit verschillende bestaande soorten, om het publiek nog meer angst aan te jagen.

Dedain van de filmmakers

Gijs Rademaker kan het niet meer aanzien. ‘Ik loop elke keer huilend de zaal uit’, zegt de bekende tv-presentator, opiniepeiler en groot dinofan. Al vóór Jurassic Park had hij als kind een voorliefde voor de uitgestorven dieren. De speelfiguurtjes die hij vroeger had, staan nu uitgestald in zijn werkkamer.

Tijdens de coronapandemie blies Rademaker zijn fascinatie voor dinosaurussen nieuw leven in. Als deelnemer aan De slimste mens werd hij er door presentator Philip Freriks op gewezen dat hij en jurylid Maarten van Rossem een hobby deelden: dino’s. Samen met de historicus maakte hij de afgelopen jaren een boek, een tv-reeks en een podcast over de nieuwste inzichten over dinosauriërs, waarvan binnenkort een nieuw seizoen verschijnt.

Als tiener zag Rademaker Jurassic Park met zijn moeder in de bioscoop. ‘Ik was diep onder de indruk’, zegt hij. Zijn dinokoorts bereikte een hoogtepunt, zoals een hele generatie verknocht raakte aan de prehistorische wezens. Maar de nieuwe films? Ze schieten hem stuk voor stuk in het verkeerde keelgat.

Ook het (voorlopig) laatste deel in de reeks, Jurassic World Rebirth (2025), was weer een teleurstelling. ‘Dat er hybride dino’s in voorkomen, is nog daar aan toe, maar ook de bestaande dino’s worden niet goed gemaakt, terwijl de kennis er nu wél is. Dat tekent voor mij het dedain van de filmmakers.’ Rademaker weet dat hij als purist waarschijnlijk in de minderheid is. ‘Rebirth’ haalde ruim 800 miljoen dollar binnen. Een nieuw vervolg is een kwestie van tijd.

Wetenschappers als helden

In zijn producties met Van Rossem dook Rademaker onder meer in de vertaalslag van de wetenschap naar beeld. Toen het bestaan van dinosauriërs zo’n tweehonderd jaar geleden werd ontdekt, had de schilderkunst een ‘gidsfunctie’, zoals de opiniepeiler het noemt.

In het schilderij Duria Antiquior van de Brit Henry De la Beche waren in 1830 voor het eerst dino’s te zien die op wetenschap gebaseerd waren. Het werk was gestoeld op de ontdekkingen van zijn landgenote Mary Anning, een van de grondleggers van de paleontologie. In het schilderij waren onder andere krokodilachtige wezens en vliegende pterosaurussen te zien.

Verschillende vormen van media liepen in de loop der jaren voorop in het communiceren van de wetenschap naar een groot publiek: boeken, illustraties, beelden, films. Volgens Rademaker is het nu de beurt aan tv-series. ‘Op Hollywood vertrouw ik niet meer’, zegt hij. Op een serie als Prehistoric Planet des te meer. ‘Daarin zijn de wetenschappers weer de helden.’

In de Fabrique des Lumières in Amsterdam zijn de dino’s uit de baanbrekende serie in grote projecties op de muren te zien. De reeks van Apple TV verscheen voor het eerst in 2022, sindsdien volgden nog twee nieuwe seizoenen (waarvan de laatste over de ijstijd gaat). Bij de immersieve vertoning in Amsterdam zijn fragmenten uit de serie aangevuld met wetenschappelijke weetjes over de dinosauriërs die te zien zijn.

In de donkere loods trekken de dino’s stapvoets langs de wanden. De vloer verandert in een virtuele zee van lava, en dan weer in water. Jonge kinderen kruipen door de ruimte en grommen als de dino’s die ze van televisie kennen. In een speciale ruimte kunnen ze leren over de daadwerkelijke grootte van de dieren. Een velociraptor blijkt bij een volwassen mens slechts tot aan de knieën te komen. (Een tegenvaller voor de liefhebber: de voice-over van David Attenborough uit het origineel is vervangen door een Nederlandse stem.)

Smullen, die serie

Voorgaande series, zoals het populaire Walking with Dinosaurs van de BBC (1999), verbleken bij de accuratesse waarmee de dieren in Prehistoric Planet voor de dag komen. De dino’s op het scherm zijn nauwelijks van echt te onderscheiden, en meer dan elders op basis van de nieuwste wetenschap op het scherm tot leven gewekt.

De makers hebben overduidelijk naar paleontologen geluisterd, denkt Schulp. ‘Smullen’, vond hij de serie. Vooral bij scènes met de mosasaurus kon hij de wetenschappelijke onderzoeken in gedachten afvinken. ‘Je zit te kijken en denkt: o, daar hebben ze die publicatie gebruikt, en zie daar, dat is gebaseerd op die ene vondst. Het was grotendeels een feest om naar te kijken.’

De snelheid van een Porsche?!

Een kleine kanttekening: een jagende mosasaurus kan onmogelijk met de snelheid van een peperdure Porsche hebben geaccelereerd, zoals in een aflevering te zien is. Schulp stond onlangs twee scholieren bij die onderzoek deden naar de scène. ‘Een beest van 5.000 kilo en 17 meter lang dat onder water wegschiet als een sportwagen bij een stoplicht? Dat is wel heel wonderlijk.’

Het succes van Prehistoric Planet lijkt ook anderen te hebben geïnspireerd. Aanstaande vrijdag verschijnt op streamingdienst Netflix een nieuwe reeks van producent Steven Spielberg, genaamd The Dinosaurs. Rademaker heeft gelezen dat een bekende paleontoloog, de Brit Mark Witton, bij de serie is betrokken. Het belooft veel goeds, denkt hij. ‘Alles wijst erop dat ze zijn adviezen goed hebben opgevolgd.’

In Naturalis werpt Schulp alvast een blik op de trailer van de serie. ‘Kijk, daar gaan ze weer headbutten’, becommentarieert hij en scène met twee vechtende dino’s. Bij enkele jonkies die uit een nest kruipen: ‘Pluisjes, heel goed.’ Een volgende scène: ‘Hier maken ze weer zoogdiergeluiden. Gnark, gnark. Dat zouden eigenlijk meer vogelachtige geluiden moeten zijn.’ Toch kijkt hij uit naar de serie. Hij laat zich graag verrassen.

Bovendien is alles voor hem een verbetering ten opzichte van de dino’s die de bekende AI-bots tegenwoordig uitspuwen. In tegenstelling tot de gemankeerde dieren in de films zijn die hem wél een doorn in het oog. Waar sommige series het goede voorbeeld geven, doet de ‘troep uit de AI-plagiaatmachine’, zoals hij het noemt, het tegenovergestelde. ‘Je moet met een grote boog om generatieve AI heenlopen’, waarschuwt Schulp.

AI: veel tanden en klauwen

Door de opkomst van kunstmatige intelligentie worden afbeeldingen van dino’s over het geheel gezien niet beter, maar juist slechter, ziet de paleontoloog. ‘Als je serieus aan de slag wil, moet je dit overlaten aan bonafide paleokunstenaars die gevoed zijn door kennis van zaken.’ De dino’s die uit de bots naar voren komen, gebruiken vaak gedateerde wetenschap en informatie uit films of videogames, waardoor een ouderwets en foutief beeld ontstaat. Veel tanden en klauwen, dino’s als monsters met wijd opengesperde bekken.

Gijs Rademaker nam de proef op de som en vroeg Grok, de AI-bot van Elon Musks X, om tien populaire dino’s af te beelden. ‘Het was rampzalig’, zegt hij. ‘Zelfs de bekendste dino’s waren bijna onherkenbaar. Ze hebben extra horens of extra klauwen, en ook planteneters hadden ineens scherpe tanden. Al die vervuiling, de beelden uit films die het internet domineren, zijn nu de basis voor die AI-modellen. Het is een opeenstapeling van de fouten die in de loop der jaren zijn gemaakt.’

Andere blik op Trix

In Naturalis staan de gestrande tijdreizigers inmiddels oog in oog met een jonge tyrannosaurus rex. Moeder Trix kan niet meer ver weg zijn. Ja, daar komt ze langzaam vanuit de bossen de ruimte in gestapt. Een jongetje verstopt zich achter zijn moeder als de reusachtige kop naar de indringers draait.

Net als Trix haar tanden ontbloot, heeft de gids een uitweg gevonden. Een druk op een noodknop en een deur naar de uitgang gaat open. Iedereen kan ongedeerd zijn weg door het museum hervatten. De kinderen, maar ook hun ouders, zullen voortaan mogelijk met een andere blik naar het skelet van Trix kijken.

Hoe de dieren ook worden afgebeeld, van dinosauriërs zal het publiek niet snel genoeg krijgen, verwacht Anne Schulp. De films en series zullen gemaakt blijven worden, met wisselend succes, de T-shirts en knuffels zullen over de toonbanken blijven vliegen. ‘Dat is het mooie’, zegt Schulp. ‘Dino’s zijn uitgestorven, maar de magie die om ze heen hangt, is onuitroeibaar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next