Met behulp van een spiegel is veel te leren over de psyche van dieren. Hoe zit dat bij de poetslipvis?
De gewone poetslipvis (Labroides dimidiatus).
De spiegelproef: al decennialang is het een door biologen graag gebruikte methode om bij dieren onderzoek te doen naar zelfherkenning en, wellicht, zelfbewustzijn. De Amerikaanse psycholoog Gordon Gallup bedacht de proef al in 1970. Daarbij krijgen dieren een markering op hun gezicht en worden ze voor een spiegel gezet. Denkt een dier een soortgenoot voor zich te zien, dan zal het proberen om dáár het merkteken te verwijderen. Dat is bijvoorbeeld bij reuzenpanda’s het geval.
Sommige dieren beseffen daarentegen dat het om een reflectie gaat en grijpen dus naar hun eigen hoofd. De chimpansee was – na de mens – de eerste diersoort waarvan werd aangetoond dat die zichzelf in de spiegel herkende. Later volgden onder meer dolfijnen, Aziatische olifanten, eksters en zelfs sommige vissen: in 2023 ontdekten Japanse biologen dat de poetslipvis Labroides dimidiatus slaagde voor de spiegelproef. Vissen die de markering zagen proberen die er bij zichzelf af te schrapen.
Maar in een huidige vervolgproef, beschreven in Scientific Reports, gebeurde er iets onverwachts. De vissen lieten met opzet stukjes garnaal voor de spiegel vallen om te zien hoe de beweging daarvan samenviel met de reflectie – ze onderzochten, volgens de interpretaties van de biologen, de spiegel zelf. Soortgelijk gedrag was eerder ook al waargenomen bij roggen en dolfijnen die luchtbellen volgden in een spiegel.
De nieuwe bevindingen maken het volgens de biologen aannemelijk dat de vissen écht over zelfbewustzijn beschikken, en dat het eerdere gedrag niet op toevalligheid berustte. Overigens verwijst het ‘poetsen’ in de soortnaam naar datgene waar de vissen goed in zijn, het wegsnoepen van parasieten bij grotere vissen.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin