De Russische meesterpianist Arcadi Volodos, steevast met sterren bestrooid, adoreert Chopin. Maar diens muziek speelde hij zelden. Tot nu, met uit het niets heuse Chopin-recitals in de Lage Landen.
schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera.
‘Chopin is misschien een beetje beduimeld’, zegt Arcadi Volodos. De vermaarde pianist zit in een vergaderzaal van zijn hotel, daags na een optreden in Groningen. Chopin, beduimeld, hoezo? ‘Vergelijk het met de schilderijen van Van Gogh’, zegt Volodos. ‘Als iedereen ze maar aanraakt, raken ze smoezelig. Daarom heb ik me jaren niet met Chopin bemoeid. Maar nu ik 54 word, en je nooit weet hoeveel tijd je nog rest, moet het er een keer van komen.’
Primeur voor de Lage Landen: vanaf 4 maart poetst Volodos Chopin op in Den Haag, Eindhoven en Antwerpen. Eindelijk, verzuchten zijn fans, die weten dat het ooit met Chopin begon. Volodos was 16 en zat op een koorschool in Leningrad. ‘Ik raakte verslingerd aan de mazurka’s en ballades, preludes en nocturnes. Ik werd pianist uit hartstocht voor Chopin.’
Volodos leek dan ook de geknipte gids voor een tour door leven en werk van de Poolse componist. Wat maakt Frédéric Chopin (1810-1849) nu al twee eeuwen populair? Hoe kan het dat hij in zo’n kort leven zoveel fraais schreef? Vertel, meneer Volodos, waar zit de ziel van Chopin?
In Groningen schiet de pianist in de lach. ‘U vraagt me nu al drie keer hetzelfde. Maar het spijt me, muziek is muziek, je kunt het niet met woorden verklaren.’
Klinkt zo de echo van een muzikale training in de Sovjet-Unie? Volodos’ ouders zongen in de opera, Arcadi Arcadjevitsj leerde pianospelen, zingen en dirigeren. Ondanks de plotse hartstocht voor Chopin kwam zijn klaviercarrière maar moeizaam op gang.
Volodos had niet het niveau, kreeg hij te horen. Te mollige vingers ook. Maar hij zette door en klom op naar het conservatorium van Moskou. Het zelfvertrouwen groeide toen een docent vertelde dat hij heus geschikt was voor het solistenvak.
In zijn Moskouse klasje kreeg Volodos les van leerlingen van pianolegenden als Maria Joedina en Vladimir Sofronitski. Russische klavierschool, zegt de liefhebber dan. Technisch feilloos, achteloos virtuoos, toefje pathetiek.
Maar dat van die school wil Volodos niet horen. ‘Alsof techniek ertoe doet. De belangrijkste les die ik uit Moskou heb onthouden luidt: kunstenaar zijn is een offer, één maat muziek is belangrijker dan je leven.’
Hij nam de mentaliteit op zijn 18de mee naar Parijs. Zijn vader, gescheiden en hertrouwd, woonde er al een tijd. Volodos stroomde door naar het conservatorium en deed zijn voordeel met de lichtvingerige Franse traditie. In Madrid zette hij de puntjes op de i. In 1997 brak hij door.
Recensenten raakten niet uitgejubeld over dit pianistische wonder. De knul van 25 debuteerde met een album vol zelfgemaakte arrangementen: het mooiste uit de opera Carmen, een zinderende Flight of the Bumblebee, een parelend stukje Schubert. Hij werd algauw gedoopt tot ‘De tweede Horowitz’, naar de befaamde Oekraïens-Amerikaanse klavierleeuw.
Zijn spel werd er sindsdien niet minder op. Als pianist belichaamt Volodos rust en reflectie. Tussenstemmen wrijft hij gloeiend op, melodieën laat hij neuriën. Schotel hem muziek voor van Schubert, Rachmaninov of Brahms, en je hoort een mijmeraar die gevoelige noten van binnenuit bevoelt.
Ideaal, zou je zeggen, voor een fascinerende Chopin. Al helemaal als je weet dat Volodos bedevaartplaatsen bezocht als Valldemossa, het bergdorpje op Mallorca waar Chopin een amoureuze winter beleefde met de schrijfster George Sand. Of Nohant, het dorp in Midden-Frankrijk waar de componist bij haar introk.
In Sands landhuis kreeg Chopin een werkkamer met geluiddempende deuren. ’s Avonds bij het diner ontmoette hij de culturele fine fleur van Europa, zoals de schilder Eugène Delacroix, de zangeres Pauline Viardot, de schrijvers Gustave Flaubert en Ivan Toergenjev.
Volodos dook ook in de brieven van Chopin en verdiepte zich in zijn pianistiek, de vingerzettingen, de akkoorden. En het resultaat? ‘Als uitvoerend musicus bracht het me geen steek verder. Ter inspiratie had ik net zo goed een roman van Tolstoj kunnen lezen. Alles wat u noemt is buitenkant. In muziek telt alleen de ziel.’
Dat resolute loopt als een rode draad door zijn loopbaan. Vraag naar Volodos’ vliegende start in 1997 en hij zegt: ‘Dat ging volstrekt à contrecœur. Ik was jong en als iemand zei: je gaat naar New York, debuteert in Carnegie Hall en speelt dit of dat stuk, dan deed ik wat er van mij werd verlangd. Maar ik kwam al snel achter een pijnlijke waarheid: musicus zijn is prachtig, maar het leven van concertpianist is een ramp.’
Reizen, hotels, ongemak. Heb je hoofd- of buikpijn? Jammer, straks om acht uur moet je op. Dat bleek niet het offer dat Volodos aan de muziek wilde brengen. Hij zette dan ook driest het mes in zijn concertschema. ‘Ik beperk het aantal landen waar ik optreed en ben gestopt als solist bij orkesten. Ooit gaf ik 150 concerten per jaar, tegenwoordig hooguit 40.’
Lucky Volodos. Eigen baas, Frans paspoort, woont met vrouw en 12-jarige dochter in Madrid. ‘Ik wandel in de natuur en speel thuis graag piano. Optreden doe ik om mijn talent te delen met het publiek. Maria Joedina zei ooit: verschillende wegen leiden naar God, muziek is een van de snelste. Ik ben niet religieus, maar dat onderschrijf ik. Ik wil de luisteraar optillen, zodat hij de zaal met een verlichte ziel verlaat.’
Het maakt des te nieuwsgieriger naar de Chopin die Den Haag, Eindhoven en Antwerpen gaat opvoeren. Het ontnuchterende antwoord: Volodos heeft nog geen flauw idee. ‘Ik vind het altijd lastig praten over muziek die ik nieuw op het repertoire neem. Natuurlijk speel ik Chopin thuis, maar dat telt niet. Voor mij begint het echte werk pas met een serie concerten. Als het goed is gaan stukken groeien. Ik ben benieuwd naar die evolutie.’
Hij hoopt maar dat hij zichzelf niet tegenvalt. In elk geval hecht hij niet aan het applaus na afloop. ‘Het gaat mij om wat er gebeurt tijdens het concert. De stilte, de elektriciteit. Dat ik in een trance raak, me één voel met het publiek. Een geslaagd optreden heeft altijd iets metafysisch.’
Triest, vindt hij. Hoe ouder hij wordt, hoe kritischer. ‘Op mezelf, op de maatschappij. Voor de mensheid zie ik het somber in, er is zoveel haat en geweld. Maar ik signaleer ook cultureel verval. We hebben de jeugd geofferd aan sociale media als TikTok. Hoe kan iemand met een concentratiespanne van tien seconden ooit nog luisteren naar een pianosonate van Chopin?’
Op tournee speelt hij de Tweede, die met de beroemde Marche funèbre. Smartelijk stuk, met de suggestie van een doodsklok, en dan dat plechtige ritme, alsof je meeschuifelt achter een lijkbaar. Vooruit, nog één poging. De ziel van Chopin, horen we hem hier?
Arcadi Volodos veert op. ‘Chopin’, doceert hij, ‘had een slechte gezondheid en wist dat hij vroeg kon overlijden. Hij zweefde op de grens tussen het aardse en het hiernamaals, hij hoorde er muziek die een gewone sterveling niet hoort.’
Componisten, vervolgt hij, zijn als vissers. ‘Ze hengelen naar klanken die los door het universum zweven. Daar maken ze meesterwerken van en dat is zware geestelijke arbeid. Houdt die creativiteit even op, dan voelen ze een immense leegte. Niet voor niets was Chopin een melancholieke man. Hij offerde zijn leven op voor de muziek.’
Muziek van Chopin en Schubert, door Arcadi Volodos (piano). 4/3 Den Haag, Amare; 6/3 Eindhoven, Muziekgebouw; 11/3 Antwerpen, de Singel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant