Home

De geschiedenis zal hard oordelen als het kabinet z’n geheugen aan de coronajaren niet snel terugvindt

Er ging van alles mis in de coronajaren, maar de bereidheid daarvan te leren was even aanwezig. Dat blijkt buiten de waan van de dag gerekend.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het personele verloop in de Tweede Kamer is tegenwoordig bijzonder hoog, maar er zijn nog volksvertegenwoordigers over die zich moeten kunnen herinneren hoeveel hoogoplopende debatten er in de coronatijd werden gevoerd over de gebrekkige voorbereiding van Nederland op een pandemie.

Alle landen werden verrast, er was een tekort aan vrijwel alles, maar hier was het extra pijnlijk dat de ‘pandemische paraatheid’ ook in de jaren na de uitbraak bleef rammelen.

De zomerse adempauzes van 2020 en 2021 werden onvoldoende benut om klaar te staan voor de volgende oplevingen. Uiteindelijk kreeg Nederland als een van de weinige Europese landen een derde, harde lockdown voor z’n kiezen, met alle schade voor de samenleving van dien.

Zo mocht het nooit meer gaan, was destijds de breed gedeelde politieke overtuiging. En het kabinet-Rutte IV liet het er ook niet bij zitten. Er kwam structureel 300 miljoen euro op tafel voor het ‘Programma pandemische paraatheid’: een investering in het versterken van de regionale gezondheidsdiensten die tijdens de coronacrisis zo’n belangrijke rol speelden.

Ook kwam er budget om medisch personeel op te leiden voor crisissituaties, voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen, vaccins en beschermingsmiddelen. En voor onderzoek naar de herinrichting van de intensivecare-afdelingen, opdat ze in de toekomst sneller kunnen opschalen in geval van nationale nood.

Ook het grote probleem van de Nederlandse crisiszorg, de totaal versnipperde aansturing, zou worden opgelost met een ‘Landelijke functionaliteit infectieziekten’, die voortaan de regie zou gaan nemen.

Gezien de wetenschappelijke voorspellingen dat de wereldwijde bevolkingsdichtheid en de omgang met de intensieve veehouderij de kans op zoönosen in deze eeuw aanmerkelijk vergroten, was dat allemaal geen overbodige luxe.

Maar dat blijkt buiten de politieke waan van de dag gerekend. Het kabinet-Schoof, dat verder toch grote moeite had om ergens op te bezuinigen, begon met het schrappen van het grootste deel van het budget. Dat leidde toen nog tot bezorgde Kamervragen van D66, maar daar heeft de amnesie nu ook toegeslagen.

Het kabinet-Jetten doet niets aan herstel. De ‘landelijke functionaliteit’ was nog in opbouw, maar kan alweer stoppen. De extra capaciteit bij de GGD’s? Geschrapt. Zelfs het budget voor de rioolwaterchecks, belangrijk om te zien hoe en waar infectieziekten zich ontwikkelen, moet sneuvelen. 185 mensen verliezen hun baan.

Kortzichtiger kan politiek niet worden. Er bestaat natuurlijk een kans dat het kabinet daarmee wegkomt, maar alleen als het de mazzel heeft dat er binnen afzienbare tijd niet weer ergens een besmettelijk virus overslaat van dier op mens.

Als het die mazzel niet heeft, zal een parlementaire enquêtecommissie ooit hard oordelen over de weg die in de winter van 2026 is ingeslagen. Tenzij de Tweede Kamer haar geheugen terugvindt en nu alsnog snel aan het stuur trekt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next