De Raad van State zet forse kanttekeningen bij het wetvoorstel om bij alle vormen van geweld tegen hulpverleners geen taakstraf meer toe te staan en meteen een celstraf op te leggen. Die regeling geldt nu alleen voor zwaar geweld.
Het kabinet-Schoof stelde voor om opnieuw te kijken naar een mogelijke uitbreiding van het taakstrafverbod. De (overwegend rechtse) meerderheid in de Tweede Kamer dringt daar al enige tijd op aan. Dat verbod houdt in dat rechters bij bepaalde ernstige vormen van geweld tegen hulpverleners en handhavers altijd een celstraf op moeten leggen, en niet enkel een taakstraf. Als het verbod wordt uitgebreid, zou het opleggen van een celstraf ook verplicht worden bij de lichtste vormen van mishandeling.
De Raad van State, de belangrijkste adviseur van het kabinet als het aankomt op nieuwe wetgeving, voorziet forse juridische problemen. Hoewel geweld tegen hulpverleners ‘in alle gevallen onacceptabel’ is en ‘hard moet worden aangepakt’, zo oordeelt de Raad in haar advies, wordt met het wetsvoorstel de beoordelingsvrijheid van rechters en officieren van justitie verder inperkt. De Raad adviseert daarom om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet in te dienen bij de Tweede Kamer, tenzij het op cruciale punten wordt aangepast.
Zo moet het kabinet volgens de Raad afzien van het automatisch opleggen van een celstraf bij lichte mishandeling en moet het taakstrafverbod alleen worden toegepast wanneer het noodzakelijk en proportioneel is. Daarnaast zou de rechter in alle gevallen centraal moeten staan bij de beoordeling van strafbare feiten.
De Raad wijst er in haar advies op dat de voorgestelde uitbreiding mogelijk zou leiden tot een disproportionele en minder effectieve aanpak. Omdat de rechter te weinig ruimte krijgt om naar ieder specifiek geval te oordelen, blijft er weinig ruimte over voor maatwerk. De rechter kan dan de persoonlijke situatie van de veroordeelde niet meewegen. Ook aan het doel van de straf, zoals het voorkomen van nieuwe strafbare feiten, wordt in dat geval geen aandacht meer besteed.
Verder benadrukt de Raad dat taakstraffen bewezen effectief zijn en dat onderzoek laat zien dat korte gevangenisstraffen recidive – het opnieuw plegen van een strafbaar feit na een eerdere beoordeling – niet verminderen en soms zelfs vergroten.
In oktober vorig jaar uitte de Raad voor de Rechtspraak, het overkoepelende bestuur van de rechtbanken, zich al zeer kritisch over de plannen. Ook zij waarschuwde dat de vrijheid en onafhankelijkheid van de rechter worden aangetast door het wetsvoorstel.
Daarnaast waarschuwde de Raad voor de Rechtspraak dat al snel over mishandeling kan worden gesproken, terwijl het in de praktijk kan gaan om een relatief licht vergrijp. De Raad geeft als voorbeeld ‘iemand die in blinde paniek een agent duwt, om zichzelf in veiligheid te brengen’, of iemand die in ‘absolute verwarring een klap uitdeelt’. In dergelijke gevallen is het aan de rechter om de situatie te beoordelen en te beslissen welke strafoplegging het meest rechtvaardig is.
Toch zette het demissionaire kabinet-Schoof de uitbreiding destijds door. Volgens oud-minister Foort van Oosten van Justitie en Veiligheid, was de aanpassing nodig om een duidelijk normerend signaal af te geven en mensen die hulpverleners aanvallen harder te kunnen straffen.
Een eerdere poging om het taakstrafverbod uit te breiden strandde vlak voor de finish. Een vergelijkbaar voorstel werd in 2022 in de Eerste Kamer verworpen: een meerderheid vond dat het te veel beperkingen oplegde aan de rechterlijke macht.
Wat het net aangetreden kabinet-Jetten nu met de uitbreiding gaat doen, is nog niet bekend. D66, de grootste regeringspartij, behoorde tot de partijen die het destijds in de Eerste Kamer blokkeerden. De coalitiepartners VVD en CDA zijn wel voor. In het regeerakkoord zijn er geen afspraken over gemaakt. Minister Van Weel van Justitie (VVD) zal waarschijnlijk later dit voorjaar reageren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant