Het vrouwelijk lichaam is al dertig jaar een terugkerend thema in het werk van fotograaf Wendelien Daan (60). En zelfs als ze voor glossy modebladen werkt, is ze altijd op zoek naar het volmaakt onvolmaakte plaatje.
is schrijver en kunstjournalist
Aan het einde van de jaren negentig fotografeerde Wendelien Daan de Zuid-Soedanese Alek Wek, die met haar donkere huidskleur, gemillimeterd haar en androgyne uitstraling de catwalk bestormde, maar destijds nog zeker niet door iedereen werd geboekt. Wel door Daan, die óók fan was van een Italiaans model dat nogal loenste. Hop, voor de camera!
Het vrouwelijke lichaam is al dertig jaar een terugkerend thema in haar oeuvre, zowel in haar opdrachtenwerk voor een keur aan (internationale) modetijdschriften (Citizen K, Vogue, Harper’s Bazaar) als in haar autonome fotografie. Niet het gladgestreken (en saaie), rimpelloze (en saaie) en door het grootste deel van de modewereld als perfect beschouwde (en saaie) vrouwelijke lichaam – nee: de esthetische imperfectie ervan, inclusief de hobbeltjes en de bobbeltjes.
‘Het moet niet te bedacht zijn, niet te rond’, zegt Daan. ‘Het moet rafelen aan de randjes.’ Meestal weet ze precies waar ze heen wil en regisseert ze haar modellen totdat ze passen in het onvolmaakte volmaakte plaatje in haar hoofd.
En soms laat ze zich verrassen. Zoals die keer in 2005, toen ze bezig was met haar serie All Dressed Up, but Nowhere to Go en het model buiten de shoot om even als een lappenpop tegen een boom was gaan liggen. Ogen dicht, jurk omhoog gekropen, onderbroek schemerend tussen de benen: sensueel en aandoenlijk tegelijk. Daan is nog steeds ‘zo blij’ met die toevalsfoto.
Haar nieuwe boek Almost Human, strak vormgegeven door Sybren Kuiper, biedt in tweehonderd foto’s een mooi overzicht van die dertig jaar. Bíjna menselijk? Moet dat niet júíst menselijk zijn?
Nee, zegt Daan, de titel verwijst naar de vervreemding in haar werk, naar het surrealisme dat ze aantreft wanneer ze een foto van een ingespannen vrouwenrug een kwartslag kantelt, of van bovenbenen bekneld in strakke pantykousen. Het vrouwelijke lichaam teruggebracht tot vorm, maar dan zó, dat je blijft twijfelen. Is dat een mens of is het schuimrubber?
Overal ziet ze verwijzingen naar het lichaam: in een ingepakte boom langs de weg, in een wulpse bloem, een paar strak ingepakte cadeaus of een verlaten kledingstuk dat over een vuilniscontainer hangt. Loopt ze over straat en komt ze zoiets tegen, ‘dan moet ik echt stoppen’ – ook als ze op die momenten alleen haar telefoon bij zich heeft om mee te fotograferen in plaats van haar digitale Hasselblad.
‘Daar was ik altijd streng op, maar dat heb ik losgelaten.’ Ook die snelle telefoonfoto’s zijn haar nu dierbaar, zegt de fotograaf die op enig moment in haar carrière zelfs fotografeerde met een grootformaat Linhof, een technische camera waar vlakfilmcassettes in moesten.
‘Dan werk je heel langzaam: je kijkt door de zoeker voor het juiste kader, je duwt, je trekt, je regisseert. Ik heb er beter van leren kijken. Nog steeds hoef ik mijn beelden achteraf nauwelijks te croppen. Tijdens het fotograferen weet ik al hoe de foto eruitziet.’
Wendelien Daan: Almost Human, Uitgeverij Lecturis; 300 pagina’s; € 90.
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant