Home

Hoe we met onze kleding een wolk van microplastics verspreiden

Wie kunststof kleding draagt – en dat doet bijna iedereen – verspreidt een wolk van microplastics. Wetenschappers zijn bezorgd over de gevolgen van deze deeltjes voor mens en milieu. De Volkskrant kocht een kledingoutfit en ging ermee naar het lab. Hoe erg is het?

Door Niels Waarlo en Fleur de Weerd

Fotografie en video Jiri Büller

Hij is babyblauw met wit, lekker warm en pluizig, en volledig van plastic. Een fleecetrui zoals zovele, want plastic is alomtegenwoordig in kleding. Je vindt ze op het etiket onder noemers als nylon, elastaan en, in verreweg de meeste gevallen, polyester.

Daarmee is deze trui ook een bron van minuscule stukjes plastic die in het water, de grond, de lucht en het menselijk lichaam terechtkomen. Textiel is na autobanden, verpakkingen en landbouwplastic de grootste bron van zulke microplastics in Nederland. Wetenschappers maken zich zorgen over de schadelijke gevolgen van deze deeltjes, die nauwelijks vergaan, op de gezondheid van mens en dier.

Wat vertelt zo’n fleecetrui over het spoor van kleine plasticdeeltjes dat we achter ons laten, en hoe zien zulke microplastics er eigenlijk uit? Wat moet je als consument met die informatie – zo’n trui maar in de kast laten hangen en een katoenen exemplaar kopen?

Om zelf microplastics te meten en bekijken, kocht de Volkskrant bij Mango, Only, Dilling, Hema en Zeeman een kleurrijke kledingset bij elkaar en ging ermee langs bij onderzoeksinstituut TNO, in Utrecht. Naast de fleecetrui gaat het om een paar fluffy paarse sokken, een gifgroene onderbroek en een rode beha, alle (grotendeels) van kunststof. Om een vergelijking te kunnen maken met textiel dat niet van plastic is, maken een beige spijkerbroek van katoen en een donkerblauw hemdje van wol de outfit af.

Fleecetrui

100% polyester

Sokken

98% nylon 2% elastaan

Broek

100% katoen

Hemd

100% wol

Onderbroek

87% polyester, 13% elastaan / slipvoering: 100% katoen

Beha

88% nylon, 12% elastaan / voering: 95% nylon, 5% elastaan / vulling: 100% polyester

Weinig mensen weten meer over de microplastics die vrijkomen uit kleding dan Elena Höppener (30) en Alexandra Leighton (36). En zelfs zij beginnen de wereld van microplastics net een beetje te ontdekken, zo leggen de TNO-onderzoekers uit in een kantoortje in hun laboratorium.

TNO-onderzoekers Alexandra Leighton en Elena Höppener

De term microplastics brak pas door na een studie in vakblad Science uit 2004, getiteld: Lost at Sea: Where Is All the Plastic? Tot die tijd ging de aandacht vooral uit naar de boodschappentassen, visnetten en andere grote kunststof objecten die in zee dreven, schreven de Britse onderzoekers. Zij wezen op de ontelbare, almaar in kleinere stukjes uiteenvallende brokjes die ervan afslijten. En op de vele vragen die dit oproept voor de gezondheid van ecosystemen, en van mensen.

Twintig jaar later is er veel duidelijk geworden over waar microplastics vandaan komen en hoe ze zich over de wereld verspreiden. Omdat ook textiel zo’n grote bron blijkt te zijn, vragen zowel wetenschappers als kledingbedrijven zich af of daar wat aan te doen is. Daar komen Höppener en Leighton met hun onderzoek om de hoek kijken.

Elena Höppener voert metingen uit met een apparaat dat kunststofdeeltjes van 0,01 millimeter en kleiner kan registreren.

De situatie is in vergelijking met twintig jaar geleden alleen maar prangender geworden, zegt Leighton. ‘Je ziet dat de productie van plastic enorm is toegenomen: meer dan de helft is na het jaar 2000 gemaakt. Naar verwachting verdubbelt de productie nog eens in de komende decennia.’

Was het aandeel van polyester als kledingmateriaal in de jaren zeventig bijvoorbeeld nog marginaal, nu bestaat meer dan de helft van het textiel uit kunststoffen, volgens schattingen van Textile Exchange. Een ontwikkeling die door de opkomst van fast fashion nog eens is versneld, omdat plastic zo goedkoop en veelzijdig is.

Om meer te weten te komen, voeren Höppener en Leighton metingen uit. Zoals ze, op verzoek, nu ook met onze kledingset gaan doen. En dus is het labjassen aan en door de gangen met felgroene vloeren naar de meetruimte.

Wie kleding draagt – erin vergadert op kantoor, danst in de club of wandelt in het park – verspreidt een wolk van kleine stofdeeltjes. In geval van kunststof kleding gaat het om microplastics. Het is een proces dat zich normaal gesproken aan het menselijk oog onttrekt, maar een grijs-wit kastje met een beeldscherm maakt het vrijkomen van dit stof, waaronder microplastics, toch zichtbaar.

Een voor een houdt Höppener de kledingstukken erboven, om er een halve minuut mee te wrijven en te wapperen. Een breed gehanteerde definitie van microplastics is dat het kunststofdeeltjes kleiner dan 5 millimeter zijn, dit apparaatje richt zich op nog kleiner grut: deeltjes van 0,01 millimeter en kleiner. Alle kleding is van tevoren gewassen, maar toch zal er nog ander stof op zijn beland dat ook in het apparaatje kan terechtkomen, waarschuwt Höppener. Niettemin geeft het een indicatie van wat er van de stof afslijt.

En inderdaad, bij alle kledingstukken schiet het aantal gemeten deeltjes in de lucht omhoog op het moment dat de onderzoeker begint te wrijven. Er komen duizenden deeltjes vrij: de onzichtbare stofwolk gevangen in getallen.

* Aantallen per diameter bij benadering vanwege afronding. Bron: TNO

Wil je gedegen vergelijkingen maken tussen soorten stoffen, dan zijn veel meer metingen nodig, benadrukt Höppener. Gelukkig zijn er op dat vlak al onderzoeken gedaan. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat hoe fijner een stof geweven is, hoe minder stof er vrijkomt, aldus een literatuurstudie door The Microfibre Consortium, een non-profitorganisatie die onderzoek doet naar microplastics en andere kleine stofdeeltjes voor aangesloten kledingbedrijven. Een andere conclusie is dat specifiek fleece relatief veel microplastics afgeeft: als gevolg van het ‘borstelen’ van de vezels tijdens het productieproces, laten ze makkelijker los dan onbehandelde stoffen.

In de eigen metingen springt vooral de katoenen broek eruit, een van de kledingstukken die juist geen plastic bevat. Bij de broek zijn geen duizenden, maar meer dan honderdduizend deeltjes gemeten. Ook dat sluit aan bij eerder onderzoek. Katoen is ‘hariger’ dan polyester, beschrijven de onderzoekers van The Microfibre Consortium. Een loslatend vezeltje scheurt gemakkelijk uiteen in vele kleine stukjes. Dat blijkt wel: een groot deel van de gemeten deeltjes uit de broek vallen onder de allerkleinste deeltjes die het apparaatje kan meten, nog kleiner dan 0,001 millimeter.

De verwachting is dat microplastics een beduidend groter probleem zijn dan stukjes katoen, aldus Höppener. Waar katoen doorgaans snel vergaat, kan plastic eeuwenlang op aarde ronddolen, mogelijk zelfs langer. Wel kunnen kleurstoffen of beschermende laagjes ervoor zorgen dat katoen of andere natuurlijke vezels moeizamer afbreken. Deze stofdeeltjes hebben daarom ook de aandacht van wetenschappers, al staat dit onderzoek zo mogelijk nog meer in de kinderschoenen dan het onderzoek naar microplastics.

Fleecetrui

Sokken

Broek

Hemd

Onderbroek

Beha

Bewijzen voor de schadelijke gevolgen beginnen zich op te stapelen, zo blijkt uit een in 2024 gepubliceerde overzichtsstudie in vakblad Science, over wat er is geleerd in de twintig jaar sinds de baanbrekende studie over microplastics in de oceaan het licht zag. Zo blijken de deeltjes zich op te stapelen in voedselketens, waar ze de spijsvertering van kleine diertjes kunnen blokkeren.

Bovendien worden tijdens het productieproces allerlei andere stoffen aan plastic toegevoegd, zoals weekmakers of vlamvertragers, waarvan in sommige gevallen bekend is dat ze giftig zijn of hormoonverstorend werken. Uit labstudies blijkt dat de aanwezigheid van microplastics de reproductie en groei van dieren kan hinderen.

Ook in het menselijk lichaam hangen ze rond, hoewel het moeilijk blijft om aan te tonen om welke hoeveelheden het gaat en wat voor effect ze hebben. Om te illustreren hoe ingewikkeld dit is: onlangs nog klonk er felle wetenschappelijke kritiek op eerdere studies ernaar. Onderzochte organen zouden achteraf vervuild kunnen zijn geraakt met plastic, bij sommige metingen is het moeilijk om lichaamsvet en plastic uit elkaar te halen.

De onderzoekers gebruiken bij elk kledingstuk een stukje plakband om vezels los te trekken

De consensus blijft niettemin dat microplastics zijn doorgedrongen tot in het menselijk lichaam, bijvoorbeeld in het bloed. Labstudies met cellen en weefsels in petrischaaltjes duiden erop dat ze onder meer ontstekingen kunnen veroorzaken. Wat dat concreet betekent voor cellen in een lichaam die er op lange termijn aan worden blootgesteld, is nog onduidelijk.

‘Ik hoor weleens mensen zeggen: het zal meevallen, ik ben al 60 en ik loop nog rond’, zegt Leighton. ‘En ja, dat klopt. Ik pleit ook niet voor paniek, maar er is wel reden tot zorg. Zeker omdat de hoeveelheid microplastics maar blijft toenemen en het te verwachten is dat daarmee hetzelfde geldt voor de potentieel schadelijke effecten.’

Wel duidelijk is dat ze niet alleen vrijkomen bij het dragen van kleding, maar ook tijdens het wassen. Om dat in beeld te brengen, gaat de hele kledingset bij TNO de wasmachine in, samen met waspoeder. 40 minuten, op 30 graden, zonder wasverzachter.

Deze wasmachine bevat geen deeltjesmeter. Om toch een beeld te krijgen van de vrijgekomen vezeltjes, vangen de onderzoekers al het waswater op in jerrycans. Van deze 30 liter water haalt Höppener één druppeltje door een filter.

Wat hierop is blijven hangen, legt ze op een klein zwart schaaltje onder de elektronenmicroscoop: een lange, hoge machine van ruim 1 meter hoog. In plaats van te ‘kijken’ met licht tast dit apparaat het oppervlak af door er elektronen op af te schieten. Het merkt dat er een stukje vezel ligt aan de terugkaatsende elektronen. Zo kan het nog veel verder inzoomen dan een gewone microscoop.

En jawel: dat ene druppeltje bevat al enkele tientallen vezeltjes, een mengsel van wol, katoen en plastic.

Is hier nou niks tegen te doen? Er zijn immer filters op de markt voor wasmachines. Drogers, waarin ook vezeltjes loslaten, bevatten pluizenfilters. ‘Het ligt voor de hand dat in die filters wat blijft hangen’, zegt Höppener. ‘Maar over de effectiviteit daarvan, en welke dan het beste zijn, is nog heel weinig bekend.’

De meeste microplastics komen volgens studies vrij bij de eerste paar wasbeurten. Om die reden opperde het Europees Milieuagentschap dat kledingbedrijven hun kleding eerst op grote schaal zouden kunnen wassen om een groot deel van de microplastics af te vangen.

Maar welk deeltje is nu plastic? Daarvoor pakt Leighton de microscoop erbij. Ze zoomt in, en van dichtbij beginnen de kunststofvezels een onmiskenbare plasticglans te tonen.

Om nog dichterbij te komen, gebruiken de onderzoekers bij elk kledingstuk een plakkertje om vezels los te trekken en leggen ze het resultaat onder de elektronenmicroscoop.

De kunststofvezels openbaren zich als spekglad, vergeleken met de geschubde wolvezels en het rafelige katoen. Dit is de vorm waarin verreweg de meeste microplastics uit kleding spoelen en waaien. Een vorm die ze in het wild, onder druk van uv-licht, bodemzuren, wrijving en tal van andere slijtageslagen, steeds verder zullen verliezen, terwijl ze verbrokkelen en scheuren tot steeds kleinere plasticdeeltjes.

Fleecetrui

Sokken

Broek

Hemd

Onderbroek

Beha

Eindelijk oog in oog met de boosdoeners. Maar wat kun je hier als consument nou mee, als er ook nog veel onduidelijk is?

Om te beginnen: nee, gooi die polyester fleecetrui vooral niet weg. Gaat het om de duurzaamheid van kleding, dan zijn ook de CO2-uitstoot en het waterverbruik van de productie belangrijk. En dus is de stelregel van de TNO-onderzoekers: zo lang mogelijk dragen wat je al hebt, is vrijwel altijd beter dan iets nieuws kopen.

Het is ook te kort door de bocht om te stellen dat kunststof kleding altijd slecht is, zegt Leighton. Dat geldt weliswaar voor goedkope plastic troep die na een paar wasbeurten al van ellende uit elkaar valt. Maar als kunststof ertoe leidt dat kleding langer meegaat, kan dat vanuit duurzaamheidsoogpunt juist goed zijn. ‘Het is beter om een sportbroek van polyester tien jaar intensief te gebruiken dan ieder jaar een nieuwe van katoen te kopen als die snel uitlubbert.’

Door de opkomst van webwinkels hebben consumenten minder gevoel gekregen voor de kwaliteit van stoffen, zegt ze, en dat is jammer. ‘Ga naar een fysieke kledingwinkel, omdat je daar zelf kunt voelen of een stof van goede kwaliteit is, of bijvoorbeeld snel pluist.’

Was de kleding vervolgens niet te vaak. Spoel pluizenfilters uit de droger niet uit onder de kraan, dan gaan alle afgevangen vezeltjes alsnog het riool in. En hang kleding niet in de volle zon te drogen, omdat uv-straling plastic afbreekt. En het klinkt zo logisch, maar: volg de wasvoorschriften. Höppener: ‘Wij merken dat sommige mensen die labels nauwelijks lezen. Zonde, want alleen al door op de juiste temperatuur te wassen zorg je dat je kledingstuk minder slijt.’

Kleding en duurzaamheid

In een serie verhalen onderzoekt de Volkskrant hoe de verduurzaming van de kledingindustrie dreigt te stranden door het gebruik van goedkope, synthetische stoffen, en wat de mogelijke oplossingen zijn.

Kip Jong-un legt pfas-eieren. En nu, vraagt journalist en hobbyboer Tjerk zich af

Volkskrant-redacteur Tjerk Gualthérie van Weezel schrok zich rot toen het RIVM in april het advies uitbracht om voortaan geen eieren meer te eten van hobbykippen, vanwege de hoge pfas-gehalten. In drie hoofdstukken zoekt hij uit of hij de eitjes uit zijn ren nog kan eten.

Opnieuw geen plasticverdrag, VN-top mislukt door verzet van landen met grote fossiele industrie

Ook de tweede poging om een wereldwijd verdrag te sluiten over de aanpak van plasticvervuiling, is gestrand door het verzet van landen met een sterke fossiele industrie. Onduidelijk is of de onderhandelingen op een latere datum worden hervat.

De milieubeweging kan wel wat meer humor gebruiken, vindt de Plastic Soup Surfer

De succesvolle milieuactivist Merijn Tinga surft Europa door om aandacht te vragen voor zwerfafval en statiegeld. Hij schreef een boek, met als vraag: hoe wapen je je tegen cynisme, nu de aandacht voor duurzaamheid verslapt? ‘Ik merk dat mensen om me heen het opgeven.’

Source: Volkskrant

Previous

Next