Home

In ‘De Reichenbachs’ wordt onze troosteloze tijd smakelijk opgediend

Met De Reichenbachs schreef Berend Sommer een satirische, scherpe kroniek van de afgelopen twee decennia in Nederland, vanuit het perspectief van een Haags ‘modelgezin’.

Amper vier bladzijden ver in De Reichenbachs passeerden al de revue: bewust leven, open relaties, feesten in Kreuzberg, tijdelijk in New York wonen – als een havermelkelitebingo.

Net als in Gouden dagen fileert Berend Sommer in zijn nieuwe roman met flair zijn eigen generatie. Maar hij doet meer: niet alleen zijn leeftijdsgenoten haalt hij door de mangel, ook de politiek, de vierde macht, en eigenlijk heel Nederland.

Ook zichzelf houdt de in Parijs wonende journalist en auteur niet buiten schot: ‘Je moet niet gaan doen alsof je het licht hebt gezien nu je niet meer in Nederland woont’, klinkt het.

Na zijn debuut (Duchamp: een detective), een sleutelroman over Thierry Baudet (De onweerstaanbare val van Henri Furet) en de zedenschets van zijn generatie Gouden dagen, schreef Sommer met De Reichenbachs een roman die dat allemaal tegelijk is. Een kroniek van de afgelopen twee decennia in Nederland, vanuit het perspectief van de Reichenbachs, een Haags modelgezin.

Of, als je toch van grote afstand kijkt: ‘Decorum is het laatste bindmiddel van het moderne gezin. Buitenstaanders zien alleen gezellige schaduwen tegen het gordijn.’

Het gezin Reichenbach

Trek je dat gordijn weg, dan zie je iets anders. Serge is een succesvolle kunstenaar die in vier jaar tijd twee foto’s maakte. Eigenlijk doet hij niets, behalve nadenken over zijn derde beeld, dat moet gaan over ‘de moderne man’ die alles heeft, maar op het punt staat dat allemaal te verliezen.

Het perfecte model vindt hij in Frank, die een Exceltabel bijhoudt van zijn bedpartners – namen op de y-as (voor zover hij die nog weet), en op de x-as een kolom voor het aantal keren, een voor leeftijd, kleur haar, kleur ogen, en een kolom voor de kwaliteit van de seks.

‘Richtingloze mannelijkheid, de eenzaamheid van de eenentwintigste eeuw, main character energy. Onttrokken aan ieder sociaal verband, toch zoekend.’

Serges zus Juliette is een oorlogsverslaggever (te knap voor de krant, dus werkt ze voor tv) die voor de tweede keer naar Oekraïne reist, ook al spreekt ze Russisch noch Oekraïens. Ze trekt naar het front zonder enige voorbereiding, ze gelooft meer in geluk. En dat heeft ze, altijd.

Hun vader Jaap is een niksige man die na jaren uit de schaduw van zijn vrouw treedt in de hoop als topambtenaar ook iets te betekenen op het politieke toneel, maar daar – uiteraard – niet in slaagt. Erger nog: hij moet voor een parlementaire onderzoekscommissie verschijnen.

Grote afwezige: de moeder, Willemijn Koning, mevrouw de minister – ‘als ze geen fouten maakte, kon ze premier worden’. ‘Er werd gespard met een campagnebureau om het merk Koning te laden. Alle seinen stonden op groen.’ Tot de drankrel.

Na haar politieke val wordt ze opgenomen in een psychiatrische kliniek. Als enige gezinslid krijgt zij in dit boek geen eigen stem. Al wordt voorzichtig gesuggereerd dat zij het ‘duistere hart’ is dat het gezin Reichenbach doet kloppen.

Cynisme

In drie delen – vanuit de perspectieven van Serge, Jaap en Juliette – pent Sommer een panoramische roman neer over Nederland, met uitstapjes naar enkele andere stukken van de wereld. (Er is een mise-en-abymeverhaal over het festival AfrikaBurn, waar je vrouwen tegenkomt die Eden of Faith heten, waar een houten standbeeld wordt aangestoken waaromheen de festivalgangers dansen ‘als een primitief volk met een hypotheek, een abonnement op de sportschool en een droom van een andere wereld’.)

Sommers beeld van Nederland, en bij uitbreiding de wereld, is niet rooskleurig. In de politiek wil niemand aansprakelijk zijn, dus neemt niemand echte beslissingen. ‘Toen hij eenmaal verantwoordelijkheid had, waren Jaap de schellen van de ogen gevallen: het land werd helemaal niet meer bestuurd.’

De journalistiek is niet veel beter: meer dan een item van een paar minuten dat de kijker onmiddellijk weer vergeet, is de oorlog in Oekraïne niet. ‘Alles was content.’

Verloren generatie

Om zich te midden van al dat cynisme staande te houden, construeren de personages voor zichzelf een eenvoudig wereldbeeld waaraan ze zich krampachtig trachten vast te klampen. Voor Frank draait het leven om twee dingen: seks en geweld. Serge ‘geloofde in twee dingen: talent en geluk’, en heeft verder nooit ‘geloofd dat de buitenwereld de moeite waard is’.

Juliette trekt die buitenwereld wel in, maar waar ze dan in gelooft is niet helemaal duidelijk. In haar eigen onfeilbaarheid en onsterfelijkheid vooral. ‘Uiteindelijk zijn we voer voor wormen’, zegt Serge, waarop Juliette antwoordt: ‘In het licht van de eeuwigheid zijn we allemaal wormen (…) Maar ik denk dat ik een glimworm ben.’

Jaap en Willemijn zien in hun kinderen en hun leeftijdgenoten een verloren generatie, maar ook hun eigen overspannen idealen blijken hol te zijn. Toen Willemijn minister werd, groeide haar ontzag voor haar mobieltje, dat ‘ieder moment een nieuw probleem kon inluiden, de paniek van een bijna lege batterij, de gewichtige manier van opnemen: ‘Met Willemijn Koning…’ Het was zingeving, en zingeving zonder ceremonieel is leeg’.

Lamlendig gedrogeerd rondhangen in Den Haag, zeevruchten eten, een hedonistisch festival in Zuid-Afrika, een parlementaire onderzoekscommissie vol ambtelijk jargon, veel te vet betaalde, onbetrouwbare whizzkids, een spannende zoektocht naar een krijgsgevangen Russische generaal in Oekraïne: in De Reichenbachs valt veel te beleven. Veel te grimlachen ook – wat schrijft Sommer smakelijk over onze troosteloze tijd. Handig brengt hij verschillende verhaallijnen samen tot een trieste apotheose.

Wat Taffy Brodesser-Akner in Het compromis van Long Island deed voor de absurd rijke Joods-Amerikaanse familie Fletcher, doet Sommer voor het Haagse gezin Reichenbach. Maar opvallend genoeg stelt hij iets tegenover het morele failliet van de Nederlandse middenklasse. Ondanks zijn messcherpe observaties is er volgens Sommer nog iets dat ertoe doet: kunst. In het Stedelijk Museum, oog in oog met een kunstwerk, delen Serge en Juliette heel even écht iets.

Berend Sommer: De Reichenbachs. Prometheus, 384 pagina’s, € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next