Ik ben 23 jaar, student, en zoals veel leeftijdsgenoten probeer ik een toekomst op te bouwen in een economie die mij steeds minder ruimte geeft, stelt Wouter van Tongeren.
Dat de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt, hoef ik je waarschijnlijk niet te vertellen. Maar wat als deze kloof de reden is dat mijn generatie, en de generatie na mij, steeds minder perspectief heeft? Geen betaalbaar huis, stijgende rekeningen en een zorgsysteem dat onbetaalbaar dreigt te worden. Dit is geen opeenstapeling van pech en toevalligheden, maar het directe gevolg van de economische regels die structureel in het voordeel werken van de allerrijksten.
Sinds de financiële crisis van 2008 zien we een opvallende ontwikkeling. Het publieke vermogen, het geld van de overheid voor onder andere zorg, infrastructuur en onderwijs, is sterk uitgehold. Overheden zijn gaan bezuinigen, publieke schulden namen toe en voorzieningen zijn afgebouwd. Tegelijkertijd blijft de welvaartspositie van grote delen van de bevolking achter: vermogens groeien nauwelijks, terwijl het leven steeds duurder wordt. Sparen wordt moeilijker, schulden nemen toe en financiële zekerheid verdwijnt.
Maar geld verdwijnt niet zomaar. En als de overheid én de meeste mensen rijkdom verliezen, moet iemand anders daarvan profiteren. Waar gaat dit geld dan naartoe?
Over de auteur
Wouter van Tongeren volgt de studie International Development Management, aan de Hogeschool Van Hall Larenstein.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het antwoord is simpel: naar de rijken en de ultra-rijken. Door lage rentes, belastingvoordelen op vermogen en stijgende prijzen van aandelen en vastgoed zijn vooral mensen met veel bezit steeds rijker geworden. Uit onderzoek van Oxfam Novib blijkt dat miljardairs gemiddeld veel minder belasting betalen dan werkende Nederlanders. Mede hierdoor is het vermogen van de rijkste 500 Nederlanders in tien jaar tijd verdrievoudigd tot honderden miljarden euro’s.
Tegelijkertijd raken overheden steeds afhankelijker van leningen. Om tekorten in de begroting te dekken, lenen zij geld op de financiële markten en betalen daar rente over. Die rente, betaald met onze belastingen, belandt bij banken, investeerders en vermogende beleggers. Zo stroomt publiek geld structureel naar de rijken, terwijl publieke voorzieningen worden afgebouwd, en de gewone mens de rekening krijgt.
Dit is de harde realiteit van vandaag. Zolang het vermogen van de rijken sneller groeit dan het publieke vermogen en dat van de meeste mensen, krijgen zij steeds meer in handen: huizen, bedrijven, voorzieningen en politieke invloed. Het gevolg? Woningen worden onbetaalbaar, lonen blijven achter bij de prijzen en beleid wordt steeds vaker gemaakt in het belang van bezitters in plaats van voor de meeste mensen. Daardoor kunnen we nauwelijks risico’s nemen, geen bedrijven starten en geen gezinnen opbouwen zonder financiële stress. Onze groeiende armoede en hun groeiende rijkdom zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Deze ongelijkheid wordt actief versterkt door het huidige beleid, zoals blijkt uit de doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau: de belasting op vermogen wordt verlaagd, terwijl werk en inkomen juist zwaarder worden belast. Gewone mensen gaan honderden euro’s per jaar meer betalen, terwijl van de allerrijksten nauwelijks extra bijdragen worden gevraagd.
Tegelijkertijd zal het aantal mensen in armoede de komende jaren toenemen. Dit gaat dus niet over afgunst of jaloezie. Het gaat ook niet over rijkdom die wordt opgebouwd over de rug van mens en planeet. Het gaat over de maatschappelijke onwenselijkheid van extreme vermogensconcentratie. Over een economie die steeds minder ruimte laat voor gewone mensen. Als rijkdom zich blijft opstapelen aan de top, komt die ergens vandaan; uit onze portemonnee, onze kansen en onze toekomst.
Daarom staan we voor een harde, maar simpele keuze: óf we pakken deze concentratie van rijkdom aan via eerlijke belastingen en herverdeling, óf we accepteren dat een hele generatie veroordeeld wordt tot permanente onzekerheid. Er is hierin geen middenweg.
Ik ben 23, student, en zoals veel leeftijdsgenoten probeer ik een toekomst op te bouwen in een economie die mij steeds minder ruimte geeft. De vraag is niet of wij hard genoeg werken, maar of het systeem ons überhaupt nog laat meedoen. Want dit is waar de economie werkelijk om gaat: niet om grafieken of beurskoersen, maar om de vraag of mijn generatie nog een waardig leven kan opbouwen. Of we straks eigenaar zijn van onze toekomst, of slechts huurders in een systeem dat nooit voor ons bedoeld was.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant