Op sterven na dood, zo trof Anniek de Ruijter het voor vrouwenrechten strijdende Bureau Clara Wichmann in 2010 aan. Ze wist een kentering teweeg te brengen. Als hoogleraar gezondheidsrecht strijdt ze voor de afhankelijke en kwetsbare medemens.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Het recht is een machtsinstrument van de machtigen, het is niet per definitie goed of rechtvaardig. Maar het kan ook de uitoefening van macht inbinden, ter bescherming van kwetsbare mensen en groepen.’
Welke benadering haar het meest past, is voor Anniek de Ruijter nooit een punt van twijfel geweest. De grote advocatenkantoren die haar na haar afstuderen in 2008 benaderden (‘ik had behoorlijk goede cijfers’), vingen bot: ‘Ik wilde niet een klant bijstaan met wie ik het niet eens ben. Dat mogen anderen doen. Ik wil zeggenschap over de inhoud van mijn werk houden.’
In plaats van de advocatuur koos ze voor een academische carrière. Opkomen voor vrouwenrechten wilde ze. Op beide vlakken legt ze zich toe op de beschermende rol van het recht: ‘Ik heb gekozen voor gezondheidsrecht en vrouwenrechten. De mens is het meest afhankelijk en kwetsbaar wanneer er met zijn gezondheid iets misgaat. En de rechtspositie van vrouwen is structureel kwetsbaar.’
Als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam onderzoekt De Ruijter (43) hoe het principe van solidariteit in de gezondheidszorg kan worden versterkt – Europees gezondheidsrecht is haar specialisatie. Daarnaast heeft ze zich over het Bureau Clara Wichmann ontfermd. Die stichting komt op voor de positie van de vrouw in Nederland en is vernoemd naar de Duits-Nederlandse feminist en jurist (1885-1922). Onder de naam Clara Wichmann Instituut maakte het vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw naam met rechtszaken. Maar toen De Ruijter er in 2010, als 28-jarige, aantrad, was het bureau, in haar woorden, ‘financieel op sterven na dood’.
Dankzij ‘strategische rechtszaken’ – waarover later meer –, het inroepen van pro-bonohulp van grote Zuidas-kantoren en de samenwerking met vrouwenorganisaties als Women Inc. en Women on Waves herrees onder De Ruijters leiding het Bureau Clara Wichman. Inmiddels telt het vijftien medewerkers en runt de stichting meerdere Vrouwenrechtswinkels.
In 2023 trad De Ruijter na dertien jaar af als directeur en werd ze bestuurder van de stichting. ‘Ik ben vooral trots op de rechtszaken die we hebben kunnen voeren. We hebben ze lang niet allemaal gewonnen, maar ik heb wel ervaren dat ons rechtssysteem ruimte biedt voor verandering ten goede.’ Die vooruitgang gaat stapsgewijs, maar is in historisch perspectief onmiskenbaar, zegt ze. ‘Als je naar de enorme verbetering in de positie van vrouwen in de voorbije 150 jaar kijkt, stemt me dat enorm optimistisch.’
De Ruijter stamt uit een idealistische ondernemersfamilie – haar ouders waren begin jaren tachtig de oprichter van de biologische slagerij De Groene Weg. Anniek was het derde en jongste kind. ‘Als kinderen werden we zeer betrokken bij de zaak. Niet alleen werkten we erin, maar we leerden ook het idealistische verhaal te vertellen, over een andere vorm van landbouw en een betere omgang met dieren. Idealisme heb ik met de paplepel ingegoten gekregen.’
Wat is in uw jeugd verder vormend geweest?
‘Als kinderen werden we door onze ouders sterk op ons verantwoordelijkheidsgevoel aangesproken. Wanneer ik thuiskwam met een verhaal over een klasgenoot die werd gepest, kreeg ik direct de vraag: ‘En wat deed jij? Heb je er iets van gezegd?’ Of wanneer er iets op straat lag en ik doorliep, was het: ‘Wacht even, zag je dat niet liggen? Wie denk je dat het moet opruimen, als jij dat niet doet?’ Het ging best wel ver.
‘Vormend was ook dat ik als derde en jongste kind het gevoel had dat ik steeds enorm mijn best moest doen om serieus genomen te worden. Ik heb dat aan mijn vrouw-zijn gekoppeld, wat gedeeltelijk reëel was. Later kwam dat terug in mijn aandrang het woord te willen voeren, bijvoorbeeld als eerste voorzitter van de politieke partij voor studenten, UvAsoc!aal, die ik met enkele anderen heb opgericht.’
U koos voor de theaterschool, maar na een jaar werd het rechten. Hoe kwam dat zo?
‘Als 19-jarige dacht ik met theater de wereld te kunnen verbeteren. Best wel naïef en arrogant. Al snel merkte ik dat de opleiding vooral ging over de kunstvorm, wat ik maar geneuzel vond. Ik hield me liever met politiek bezig. Politicologie lag voor de hand, maar rechten leek me een betere studiekeuze, omdat dan beroepen als rechter en advocaat in beeld kwamen. Ik voelde meteen een geweldige klik met rechten vanwege mijn liefde voor precies taalgebruik en voor het gepuzzel om feiten met rechtsregels te verbinden.’
Aan het slot van uw studie mocht u twee jaar naar Columbia University in New York. Wat leverde u dat op?
‘Die jaren hebben me op het spoor gezet van gender-issues, met name de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. In Nederland was dat tijdens mijn rechtenstudie vreemd genoeg in het geheel niet aan bod gekomen. Dat paste wel bij de tijdgeest van de jaren negentig, toen de overheersende gedachte was dat de emancipatie voltooid was; als vrouw kon je doen en worden wat je wilde, dachten wij, behorend tot de millennials. In mijn wereldje werd feminisme geassocieerd met boze vrouwen zonder make-up. Maar in New York kwam ik erachter dat er op het vlak van gelijkheid tussen de seksen nog een wereld te winnen viel.
‘In eerste instantie ging dat over carrièrekansen voor vrouwen. Ik was ambitieus en dacht: ‘Ik ben keihard aan het werk, maar straks blijkt dat door het glazen plafond geen enkel verschil te maken.’ Het gaf me het gevoel niet serieus te worden genomen. Later kwam daar de sociaal-economische achterstand van vrouwen bij. Terug in Nederland schreef ik een stuk waarin ik betoogde dat vrouwenrechten onderdeel van de rechtenstudie hoorden te worden. Toen werd ik benaderd door het bestuur van Bureau Clara Wichmann.’
U bent dat nieuw leven gaan inblazen met ‘strategische rechtszaken’. Wat zijn dat?
‘Zaken waarmee de positie van vrouwen structureel valt te verbeteren – een zielige kwestie van een enkel individu, hoe sympathiek ook, is niet genoeg. Bovendien moet een belangengroep van vrouwen zich met de zaak identificeren en moet er begrip in de samenleving voor bestaan. Dat stelt rechters in staat een vernieuwende uitspraak te doen. De maatschappelijke context is dus wezenlijk.
‘Een eerste test was altijd het advocatenkantoor dat ik benaderde. Zo leek mij de verplichte registratie van sekswerkers een uitstekend onderwerp. Die was oneerlijk voor deze vrouwen, want andere zelfstandigen hoefden dat niet. Bovendien vreesden zij terecht levenslang in publieke registers als sekswerkers te boek te staan. Het averechtse effect van registratie zou dus kunnen zijn dat deze vrouwen hun werk in de illegaliteit moesten gaan doen. Een belangrijke zaak vond ik, maar het bleek me al snel dat Zuidas-kantoren het niet zagen zitten hiermee in de NRC te staan. In andere gevallen hebben ze gelukkig wel van harte meegedaan. Zo heeft het kantoor Stibbe zich ingezet om de SGP te verplichten ook vrouwen verkiesbaar te stellen.’
Wat motiveert zo’n commercieel kantoor dit soort zaken pro bono, dus gratis, te doen?
‘Over juristen bij een groot kantoor denkt de buitenwereld vaak dat alleen geld en status voor hen tellen. Maar rechtvaardigheid kan voor hen zeker ook belangrijk zijn. Voor onze zaken bleken ze zeer gemotiveerd, er werd verschrikkelijk hard voor ons gewerkt. Ik denk dat het bijdraagt aan hun gevoel van zingeving. Voor de kantoren is het geen vorm van greenwashing, ze laten zich niet voorstaan op hun betrokkenheid. Het is vooral voor hun medewerkers bedoeld, die kunnen zich op moreel vlak met dit soort zaken opladen.’
Strategische rechtszaken, waarmee uw instituut al in de jaren tachtig begon, hebben in de voorbije tien jaar een grote vlucht genomen, vooral onder milieuorganisaties. Hoe beziet u dat?
‘Met gemengde gevoelens. Het heeft tot een toevloed aan procedures geleid waarbij de overheid telkens wordt veroordeeld, omdat zij als handhaver tekortschiet; denk bijvoorbeeld aan alle stikstofprocedures. Een milieuorganisatie kan beweren dat iedere uitspraak de overheid een duwtje in de rug geeft, maar als jurist vind ik het zorgelijk: het creëert een constitutioneel en maatschappelijk probleem, wanneer rechterlijke uitspraken keer op keer niet door de overheid worden nageleefd. Milieuorganisaties horen dat te laten meewegen, voordat ze weer de aanval inzetten. Al die veroordelingen van de overheid dreigen meer schade te berokkenen dan iets goeds te doen.
‘Dat milieuorganisaties ermee doorgaan, hangt samen met de financiële kant. Een veroordeling tot proceskosten is met de overheid als tegenpartij betaalbaar. Maar sta je tegenover een bedrijf met een leger aan advocaten, dan wordt het een stuk risicovoller. Toch hoor je dat wel aan te durven, als je meent dat het probleem van stikstof wordt veroorzaakt door de boeren, de bouwbedrijven, de fossiele industrie en de KLM. Blijf je je pijlen op de overheid richten, dan brengt dat de oplossing niet dichterbij en leidt het tot een constitutioneel probleem.’
Benadrukt u dat omdat de democratische rechtsstaat onder druk staat?
‘Zeker. Politiek en rechtspraak zijn te veel in elkaars vaarwater gekomen, terwijl zij juist enige afstand van elkaar horen te bewaren. Vroeger stelden politici zich terughoudend op tegenover rechterlijke uitspraken, omdat hun kritiek de legitimiteit van de rechterlijke macht zou kunnen ondermijnen. Omgekeerd wordt de rechter steeds vaker in politiek vaarwater getrokken door kwesties zoals stikstof voorgelegd te krijgen, die eigenlijk bij verkiezingen horen te worden beslecht.
‘Ik heb de indruk dat het bewustzijn ontbreekt hoe kwetsbaar onze rechtsstaat eigenlijk is. Het is mensenwerk, een sociale structuur die voortdurend in beweging is en ook kapot kan. We moeten voortdurend ons best ervoor blijven doen en het belang ervan inzien.’
Met de Verenigde Staten onder president Donald Trump als afschrikwekkend voorbeeld?
‘Inderdaad. Als de regels met een enkele vingerknip kunnen veranderen, is dat voor niemand in de samenleving prettig. Het recht biedt rechtszekerheid en bevat daarmee een conservatief element. Daar kun je op goede gronden kritisch over zijn, omdat het verbeteringen van het lot van kwetsbare groepen in de weg staat en het ook de status quo in stand houdt. Maar dat conservatieve is ook wat ons als samenleving tegen willekeur beschermt.’
Waar put u in deze tijd hoop uit?
‘Uit alle mensen om me heen die zich dagelijks inspannen om iets voor een ander te betekenen. En uit de nieuwe generatie studenten, die ik soms als kwetsbaar ervaar, maar ook als slim, vernieuwend en niet onder de indruk van macht.
‘Waar ik energie van krijg, is wanneer ik zelf iets voor anderen kan betekenen. Met een groep vrouwen voeren we een proces tegen een fabrikant van kankerverwekkende borstimplantaten. Bij die zaak ben ik al vanaf de eerste rechtszaak in 2012 betrokken, ik heb geregeld contact met een aantal van die vrouwen. Samen met hen aan hetzelfde doel werken vind ik geweldig waardevol. Als mens ben je denk ik uiteindelijk toch vooral een sociaal dier dat graag voor anderen van betekenis wil zijn.’
Boektip: Kinderen van moeder aarde van Thea Beckman
‘Dit kinderboek heeft me gevormd. Beckman beschrijft Groenland, zes eeuwen na de Derde Wereldoorlog – een land met een heerlijk klimaat en geregeerd door vrouwen. De bedreiging komt van expeditieschepen van het Badense Rijk. Beckman laat zien dat een samenleving door schade en schande wordt opgebouwd en dat ieders bijdrage telt.’
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Meer tekst
Boektip:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant