is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
In een vlaag van avontuurlijkheid bezocht ik de sneakpreview in een studentenbioscoop. Je krijgt een film te zien die elders nog niet draait, en welke, dat is een verrassing. Ik werd getrakteerd op een Franstalige, dik twee uur durende, in zwart-wit uitgevoerde, broeierige verfilming van de absurdistische romanklassieker De vreemdeling van Albert Camus. Wat wil een mens nog meer, voor een avondje ontspannen?
De minuten kropen extra langzaam voorbij omdat de regisseur gedurende de hele film dezelfde slepende cadans aanhoudt. Dat past bij hoofdpersoon Meursault, een Franse kantoorklerk in gekoloniseerd Algerije (het boek dateert van 1942), die zo is doordrongen van de krankzinnigheid van het leven dat hij onthecht is geraakt en op alles even vlak reageert. Of hij tegen een andere leuke vrouw ook ja had gezegd, vraagt zijn verloofde. ‘Natuurlijk.’
Op één moment ontploft hij. Meursault heeft dan al uit balorigheid een Algerijnse jongeman doodgeschoten. Een priester bezoekt hem in zijn cel en wil voor hem bidden. Dát pikt hij niet. Meursault laat zich niet opdringen dat het leven toch zin heeft. Woedend illustreert hij de absurditeit van het bestaan met het verloop van zijn rechtszaak: het kon niemand iets schelen dat hij ‘een Arabier’ had vermoord. Iedereen had alleen maar zitten zeuren over zijn lelijke karaktertrekken. Over symbolische futiliteiten.
Nu gaat het misschien ver om de verhoging van de AOW-leeftijd of toenemende armoede af te doen als symbolische futiliteiten. En toch heeft het politieke debat sinds de laatste verkiezingen wel degelijk iets absurds door de obsessie met in gevoelige decimalen gevatte koopkrachteffecten, tegen het decor van een verkruimelde wereldorde waarin we een strijd hebben te leveren voor ons voortbestaan.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wie oppervlakkig het nieuws meekrijgt, kan denken dat de AOW-leeftijd nu niet stijgt, maar dat is wel zo. Met acht maanden op elk jaar dat de levensverwachting omhooggaat. Volgens de kabinetsplannen worden dat de volle twaalf maanden vanaf, let op, 2033. In dat tempo duurt het tot 2055 voordat de AOW-leeftijd een jaar hoger ligt dan nu verwacht. Dat we het nog maar mogen meemaken!
Zoiets is nauwelijks een beleidswijziging. Meer een manier om de uitgaven aan defensie boekhoudkundig weg te strepen.
En de armoede? Onder dit kabinet stagneert de jarenlange daling. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau stijgt het aandeel mensen in armoede ‘met 0,2 procentpunt naar 2,7 procent’.
Je zal het maar zijn, hoor je dan meteen te zeggen. En inderdaad, je zal het maar zijn. Alleen zwerft er nog een half miljard rond om deze effecten te compenseren. De verontwaardiging gaat over een papieren werkelijkheid. Premier Jetten zei dat per ongeluk hardop toen hij aanpassing van de plannen toezegde ‘om tot een betere score op armoede te komen’.
‘Een betere score.’ Hier zit het echte probleem. In de illusie dat je een land regeert door met potjes te schuiven. Geld kun je tellen en biedt de schijn van kennis en controle. Het maakt geld ook een makkelijke taal om politiek conflict in uit te vechten. Maar met goed beleid heeft het niets te maken. Jetten moest erkennen dat een bezuiniging op de gehandicaptenzorg onverwacht uit de rapporten van financiële specialisten was komen rollen. Het kabinet ging nu eens kijken of de mensen op de werkvloer nog ideeën hadden. Daar schort, laten we zeggen, iets aan de volgorde.
De mist van koopkrachtwolken stijgt vaker op uit Den Haag, maar is nu vermoedelijk nog dikker door het openingsbod-denken van de minderheidscoalitie. D66, VVD en CDA weten dat ze ruilmiddelen nodig hebben om meerderheden te behalen. Veel onwenselijks zal bijgeschaafd worden, waardoor straks de ‘scores’ met net zulke minieme cijfers de andere kant op zullen vallen. En ik garandeer: ook dan zal géén van die getallen ooit precies werkelijkheid worden.
Is het daarmee onschuldig? Ook niet. Het is symboliek, maar domme symboliek. Niet omdat er direct zoveel mensen in diepe ellende worden gestort. De klacht dat lagere inkomensgroepen er meer op achteruitgaan dan hogere, blijkt te gaan om een tiende procent. Maar het is zó oneerlijk dat het mensen nodeloos uit elkaar drijft. Funest voor de sociale samenhang die je nodig hebt als je zegt een weerbaar land te willen zijn. En het was zo makkelijk geweest om het net anders te doen.
Verontrustend is dat het debat over de regeringsverklaring nu nauwelijks raakte aan de hele kwestie die aanleiding is tot al dat gekletter van loontabellen: de terreinwinst die een kongsi van autocraten, populisten en tech-oligarchen dagelijks boekt op ons krimpende gebiedje met democratieën.
Jetten is oorlogspremier. De ‘vrijheidsbijdrage’ is een defensiebelasting. En het was niet gek geweest als de hoofdmoot van het debat was geweest: wat hebben we nodig om weerbaar te zijn? Wat zijn de prioriteiten? Wat wordt er van Nederlanders verwacht en waar kunnen zij op rekenen?
Maar dat is te groot. Te griezelig. Te ongrijpbaar. Over echte gevaren spreken wij niet. Een dag na het debat zei voorzitter Chris van Dam van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zelf maar in de krant dat alle maatregelen die na corona in gang werden gezet om een nieuwe, ontwrichtende pandemie het hoofd te bieden, daadwerkelijk worden wegbezuinigd. Zal rampzalige gevolgen hebben. Heeft niemand het over.
De kunst is om de absurditeit van politieke prioriteiten te blijven zien, zonder te concluderen dat het leven zinloos is.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns