Van unheimische oersoep tot voortdurend spannende composities: dit zijn de beste albums van dit moment.
De muziek van het experimentele folkgezelschap Hen Ogledd is als die van een wandelend orkest, dat langs álle genres trekt en er steeds iets uitpikt. Het is opmerkelijk hoe moeilijke maatsoorten uit de progrock, driftig slagwerk, flarden van kinderliedjes, synths uit de pop en de dance plus harp- en blazersarrangementen steeds toch samenkomen in nummers die eigenlijk heel toegankelijk zijn en niet meer uit je hoofd gaan. In de bezwerende zangstukken, vaak in raadselachtig Welsh, voel je een randje ritueel heidendom, misschien als wapen om het kwaad van onze tijd mee te bestrijden. Want zo moet het hele, betoverend mooie album Discombobulated (★★★★★) toch worden gezien: als een aanklacht tegen alles wat de huidige wereld zo verrot maakt, van politiek tot big tech. Lees de recensie.
Het Chaos String Quartet, met de Nederlander Bas Jongen op cello, doet op Chaos (★★★★☆) zijn naam eer aan met werken die chaos verklanken. De unheimische oersoep waarmee Ligeti’s Tweede strijkkwartet begint, lijkt speciaal voor hen gecomponeerd, en het mechanische, hardnekkige derde deel helemaal. Het slotdeel zindert, transparant en broos. Lees de recensie.
Mitski’s achtste album Nothing’s About to Happen to Me (★★★★☆) hoort tot haar beste. Ze kruipt in de huid van een zonderlinge vrouw die alleen in de beslotenheid van haar huis zichzelf durft te zijn. Dat levert een zeer afwisselend album op, heen en weer schietend van fuzzy indierock naar groots drama en van georkestreerde kamerpop naar wiegende indiecountry met pedalsteelgitaar of viool. Lees de recensie.
Drieënhalf jaar geleden bracht het label Bru Zane een verrukkelijke opname met herontdekte orkestliederen van Jules Massenet uit. Deze tweede verzameling (★★★★☆) is opnieuw schitterend uitgevoerd – door andere musici en zangers – en het materiaal blijkt nog rijker en gevarieerder. Lees de recensie.
Bill Callahan is stijlvast, maar in 2019 vond hij het geluk als echtgenoot en vader en werd zijn muziek lichter, opgeruimder, openhartiger, vaak onderkoeld grappig. Zo ook nu, zélfs nu de dood, die hij zo vaak bezong, hem écht in het gezicht staart. Callahan zingt over zijn vader en zijn vaderschap, over de liefde en over zijn sterfelijkheid. Gekoppeld aan die nieuwe lichtheid is My Days of 58 (★★★★☆) toch weer een troostrijk en simpelweg prachtig album geworden, hoe herkenbaar zijn folk noir en die onvergelijkbare stem ook zijn. Lees de recensie.
Meteen na hun gezamelijke tournee zijn The Messthetics en James Brandon Lewis weer met z’n vieren de studio ingegaan voor een onstuimige plaat, Deface The Currency (★★★★☆). De combinatie van voortdurend schurende, bijna punkachtige gitaar, bas en drums met de intense sound die James Brandon Lewis uit zijn tenorsax weet te ontlokken, levert geen gemakkelijk behapbare muziek op. Wel zorgt het voor voortdurend spannende composities waarin de vier elkaar geen moment rust gunnen. Lees de recensie.
Er bestaat muziek die nog enigszins verteerbaar blijft bij een karige uitvoering. Dat geldt niet voor de werken op Bowed Spaces (★★★★★). Worden ze matig gespeeld, dan veranderen ze in een lachwekkende puinzooi. Gelukkig klopt alles aan dit album met schokkende muziek en absurde speeltechnieken. De solisten zijn subliem en onder leiding van Clemens Schuldt speelt het Münchener Kammerorchester zo strak als de leren broeken van Tommy Lee. Lees de recensie.
De sfeer op Gospel Music (★★★★☆) van de Amerikaanse vibrafonist Joel Ross is sereen. De eerste nummers behoren tot de mooiste die Ross ooit schreef en ze geven ook alle ruimte aan de dynamisch rijke vibrafoonsolo’s van Ross. Het samenspel van blazers en ritmesectie is vaak delicaat, en als halverwege dit bijna tachtig minuten durende album vocalisten de albumtitel kracht bijzetten, begrijp je waar Ross met de bijna sacrale muziek heen wil. Lees de recensie.
De band Converge stond aan de basis van de metalcore, een combinatie van metal en hardcorepunk, die momenteel de toon aangeeft in de hardste afspeellijsten. Maar luister je nu naar Converge en naar hun van woede trillende Love Is Not Enough (★★★★☆), een eerste album in bijna tien jaar, dan lijken ze in niets op de gelikte metalcore van de nieuwe generatie. Het is rauw en puur, zonder gepolijste studiotechnieken, en lijkt recht het opnameapparaat ingeramd. Lees de recensie.
Verbazing bij de zoons van Guirne Creith toen na haar dood haar Vioolconcert (1932) opdook, waarover ze had nooit meer had gesproken. Violist Geneviève Laurenceau laat op Guirne Creith Violin Concerto (★★★★☆) de woelige interbellum-romantiek ervan horen, met eindeloze vioollijnen, bloemige tederheid en orkestrale pit die je omverblaast. Lees de recensie.
Jill Scotts zesde album, To Whom This May Concern (★★★★☆), verschijnt ruim een kwarteeuw nadat ze met Who Is Jill Scott?: Words and Sounds Vol. 1 (2000) een van de grote ‘neo soul’-vrouwen werd. Het is een sterk comebackalbum dat wel mindere momenten kent, maar je vooral meevoert naar Scotts beste jaren. Ze zingt geweldig en heeft haar poëtische zeggingskracht hervonden. Lees de recensie.
Johanna Soller dirigeert in mei haar eerste concert als artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging. Nu komt ze met een opmerkelijke plaatprimeur (★★★★☆): achttien cantates van Johann Ludwig Bach, een verre achterneef van Johann Sebastian. Johann Ludwig, nauwelijks bekend, blijkt een meer dan knappe componist. Lees de recensie.
Cardinals uit Cork is een grote Ierse postpunkbelofte. Nu is debuutalbum Masquerade (★★★★☆) eindelijk uit. De band van de broers Euan en Finn Manning heeft er de tijd voor genomen en dat werpt vruchten af: de tien songs klinken over de hele linie rijp, donker en weloverwogen. Lees de recensie.
Het cv van de Amerikaans-Nederlandse pianist Shane van Neerden is kort maar glanzend. Won in 2024 de Dutch Classical Talent Award; studeerde aan het Amsterdamse conservatorium af met een 10. Voor zijn debuutalbum Each and All (★★★★☆) greep hij meteen maar naar uitdagend werk, zoals de Tweede pianosonate van de Amerikaanse componist Charles Ives. Lees de recensie.
Waar hiphop de basis was de voorganger van ‘punk rock messias’ Abel van Gijlswijk en rapper Sef, gaat IJsland 2 (★★★★☆) ook richting elektrodance van de industriële soort. IJsland serveert een dampende pot vol boze gestructureerde chaos. Geen hangijzer te heet of hij wordt op het aambeeld van IJsland bewerkt. Van oprukkend fascisme tot hyperconsumentisme. Lees de recensie.
Het is alsof Shackleton alles wat hij de afgelopen decennia heeft gemaakt aan complexe maar betoverend mooie muziek in één overtuigende plaat, Euphoria Bound (★★★★☆), wilde verpakken. En waarin hij, de titel zegt het al, opnieuw de euforie van de dance en de trance wilde vieren. Dubstep is het niet, en eigenlijk valt er geen genre te plakken op deze Shackleton. Een triptip. Lees de recensie.
Op het album Dream Archives (★★★★☆) speelt de Amerikaanse pianist Craig Taborn samen met Tomeka Reid (cello) en Ches Smith (drums en vibrafoon). Het samenspel is zo knap, de improvisaties van het trio zijn zo rijk en het spel van Taborn zo ingehouden en tegelijk uitdagend, dat je na beluistering van Dream Archives vooral hoopt het nog eens live te kunnen zien. Lees de recensie.
De ontworteling heerst. Alex Roeka, die zijn poëtische liedjes opschuurt met doorleefde melancholie, ziet dat de wereld ankerloos is. Van vluchtelingen op hun bootjes tot hen die hongeren naar macht, seks en geld. Het is een rode draad in het werk van één van de beste liedjesschrijvers van Nederland. Maar er is ook berusting in de rusteloosheid op Op Drift (★★★★☆). Lees de recensie.
Begon Richard Rijnvos in 2021 aan zijn magnum opus? Kosmoscópio wordt een negendelige cyclus, gebaseerd op Pythagoras’ theorie van de muziek der sferen. Enkel het tweede (Seléne) en vierde deel (Aphrodíte) zijn voltooid, die samen als één album (★★★★☆) zijn uitgebracht. In het ongrijpbare Aphrodíte ontvouwen harmonieën zich als openvallende waaiers. Selène ontwikkelt zich verrassend en opwindend. Lees de recensie.
Het debuutalbum van Tyler Ballgame (★★★★☆) is niet minder dan een staalkaart van een singer-songwriter die een Beatles-achtige melodische inventiviteit paart met het stemgeluid van Roy Orbison. Een die put uit traditionele sixties- en seventiespop en traploos schakelt tussen borst- en kopstem. Lees de recensie.
De Brits-Nederlandse Tessa Rose Jackson heeft na drie albums onder de naam Someone te hebben uitgebracht weer gekozen voor haar eigen naam. Gelukkig, want de zorgvuldig gecomponeerde, mooi gearrangeerde liedjes op haar vijfde album The Lighthouse (★★★★☆) zijn te persoonlijk om achter een pseudoniem te verstoppen. Lees de recensie.
De late orgelmuziek van componist Friedrich Cerha is verre van monumentaal, eerder fijn transparant. Melodiestemmen kolken niet door elkaar. Ze zijn overzichtelijk en lineair geordend. De toccata, preludes, inventies en postludes op Friedrich Cerha: complete works for organ (★★★★☆) zijn echte karakterstukken, gebaseerd op eenduidige ideeën. Dat we die ideeën zo goed begrijpen, is mede te danken aan Wolfgang Kogerts heldere, directe orgelspel. Lees de recensie.
Julianna Barwick en Mary Lattimore zijn voorlopers van een mooie Amerikaanse beweging van musici die vrijuit bewegen tussen klassiek, ambient en elektronische indie. Op Tragic Magic (★★★★☆) vullen de twee elkaar mooi aan: in The Four Sleeping Princesses krijgt de in laagjes gestapelde, etherische stem van zangeres Barwick een spookachtige lading naast de repetitieve harpakkooorden van de klassiek geschoolde Lattimore, gevolgd door dreigende bassen uit de synths. Lees de recensie.
Als een bloeiende klimplant slingeren de noten van de houtblazers van het Ensemble Ouranos je oren in, ondertussen zorgt de hoorn voor een warm fundament. Ze spelen Le tombeau de Couperin van Ravel op hun nieuwste album Constellations (★★★★☆). Een absolute aanrader, alleen al vanwege de gelaagde opnamekwaliteit. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant