Met de nieuwste generatie afslankmiddelen verliezen mensen gemiddeld 29 procent van hun lichaamsgewicht. In ruim een jaar. Is dat nog wel gezond? Experts over de voor- en nadelen van de krachtige nieuwe obesitasmedicijnen.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Geen spuit maar een pil. Niet slechts één maatje kleiner maar minstens vijf. Geen slappe spieren en hangbillen. Niet zo prijzig dat alleen mensen met geld ze kunnen betalen. Er is een golf aan obesitasmedicijnen onderweg die beloven de nadelen van de huidige vermageringsprikken te tackelen: ze zijn beter, krachtiger, goedkoper. Meer dan honderd medicijnen zitten in de pijplijn van de farmaceuten, die allemaal graag een graantje meepikken uit de lucratieve obesitas-ruif. Farmaceut Eli Lilly, een van de grootste producenten van die medicijnen, tikte eind vorig jaar, als eerste onderneming in de gezondheidszorg, een waarde aan van 1 biljoen (1.000 miljard) dollar.
Een op de acht Amerikanen heeft de afgelopen jaren afslankinjecties gebruikt. Ook in Nederland zit het gebruik flink in de lift, zo blijkt uit gegevens van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Vorig jaar haalden 262 duizend mensen een recept op bij een openbare apotheek, een stijging van 57 procent ten opzichte van een jaar eerder. Er is geen zicht op de groep die de middelen online koopt, zonder recept.
Van alle gebruikers stopt nu nog ongeveer de helft binnen een jaar, zo blijkt uit internationaal onderzoek. Omdat ze de medicijnen niet meer kunnen betalen, omdat de bijwerkingen te heftig zijn of omdat ze er simpelweg niet genoeg van afvallen. Als die grote groep afhakers binnenboord kan worden gehouden, geeft dat winstkansen, in geld maar zeker ook in gezondheidsvoordelen. Gebruikers van de afslankmedicijnen blijken minder risico te hebben op tal van ziekten, van hartkwalen tot leverproblemen en verslavingen.
Twee maanden geleden keurde de Amerikaanse gezondheidsdienst FDA een afslankpil goed met semaglutide, dezelfde werkzame stof als in Ozempic. Een tweede pil volgt naar verwachting dit voorjaar. Europa moet nog wachten, hier moet het Geneesmiddelenbureau dat medicijn nog beoordelen. Een dagelijkse tablet blijkt ongeveer evenveel gewichtsverlies op te leveren als een wekelijkse injectie en dat zal voor veel potentiële gebruikers goed nieuws zijn. Een pil is voor veel mensen waarschijnlijk fijner dan een prik. En goedkoper.
Ondertussen wordt er stevig geknutseld aan de injectievloeistof. De allereerste afslankmedicijnen waren chemische nabootsingen van één darmhormoon, GLP-1, dat het honger-en verzadigingsgevoel aanpakt. De medicijnen die daarna werden ontwikkeld combineerden twee hormonen: naast GLP-1 ook het darmhormoon GIP, dat de eetlust onderdrukt en aangrijpt op de vetcellen. En nu is de tijd rijp voor de zogeheten Triple-G, een medicijn dat daar een derde hormoon aan toevoegt: glucagon, dat de vetverbranding bevordert.
Er is nog een vierde hormoon dat in tal van potentiële medicijnen wordt getest: amyline, dat ook de eetlust remt. De eerste onderzoekresultaten laten zien dat toevoeging van dat hormoon een extra voordeel lijkt te hebben: het beperkt het verlies van spiermassa, iets wat bij gewichtsverlies altijd op de loer ligt.
Hoe meer (nagemaakte) hormonen in de spuit, hoe meer kilo’s verdwijnen, zo blijkt. Zijn gebruikers van Ozempic en Wegovy na ruim een jaar gemiddeld 14 procent van hun lichaamsgewicht kwijt, de eerste resultaten van de Triple G komen uit op 29 procent.
Dat kan goed nieuws zijn voor de mensen die nu nog weinig baat hebben bij de obesitasmedicatie. Dat zijn er veel, het is een groep die in de hosannaverhalen over de nieuwe medicijnen onderbelicht blijft: gemiddeld verliest een op de vijf gebruikers minder dan 5 procent van het lichaamsgewicht, zelfs na twee jaar van wekelijkse injecties.
Mariëtte Boon, arts en onderzoeker bij het Centrum Gezond Gewicht in het Erasmus MC, ziet die patiënten geregeld. ‘Ze denken vaak dat het hun eigen schuld is. Ik leg ze uit dat obesitas niet één ziekte is, dat de oorzaken kunnen verschillen en dat zij kennelijk niet erg reageren op de stof in het medicijn.’ De middelen die er nu aankomen, werken allemaal net weer anders, zegt ze, en dat geeft patiënten en hun artsen meer keuze.
De komst van al die nieuwe obesitasmedicijnen confronteert artsen opeens wel met veel nieuwe vragen, zegt hoogleraar interne geneeskunde Mireille Serlie, verbonden aan het Amsterdam UMC en de Amerikaanse Yale-universiteit. ‘Wie geven we welk middel? Welke dosis en hoelang?’
Drie medische vraagstukken over de turbo-afslankmiddelen.
‘Snelweg naar de gevarenzone’: zo noemde een Amerikaanse arts de komst van de nieuwste obesitasmedicijnen onlangs in een vakblad: de medicijnen zouden weleens té effectief kunnen zijn. Patiënten die meededen aan het onderzoek naar de Triple G-medicatie haakten soms af omdat ze te snel te veel gewicht kwijtraakten, schreef de farmaceut van het middel in een persbericht.
Dat zijn de zogeheten superresponders, merkt Boon op, patiënten die extreem goed reageren op het medicijn. In een wetenschappelijk onderzoek ligt het schema vast en kunnen deelnemers niet minderen, benadrukt ze. In het echte leven kan dat wel. ‘Als wij zien dat mensen nauwelijks eetlust meer hebben, verlagen we de dosis. Want anders krijgen ze mogelijk te weinig gevarieerde voeding binnen en dat kan de gezondheid schaden.’
Ook over spierverlies bestaan zorgen: wie veel afvalt, verliest ook veel spiermassa en dat zou, vooral voor ouderen, gevaarlijk kunnen zijn, omdat ze dan meer risico lopen op valpartijen. Maar mensen met obesitas hebben vaak meer spiermassa, omdat ze meer gewicht moeten dragen, zegt Serlie. ‘Wie afvalt, heeft minder spieren nodig. Bovendien gaat het uiteindelijk om de spierfunctie. Als je makkelijker kunt bewegen doordat je afvalt, is dat winst.’
Bij mensen met obesitas zitten in de spieren ook meer vet opgeslagen, zegt Boon, dus het kan ook nog zo zijn dat het verlies van spiermassa deels schijn is, dat vooral het vet daarin verdwijnt.
Al dat spier- en vetverlies heeft wel een cosmetisch nadeel: gebruikers klagen over hangende ‘Ozempic-billen’. Of de nieuwe medicijnen dat kunnen tegengaan, is alleen twijfelachtig: zoveel extra spiernassa wordt er niet mee behouden. De Amerikaanse vereniging van plastisch chirurgen heeft sinds een paar maanden een speciale pagina over het onderwerp, met mogelijke behandelingen.
Een man die kort nadat hij met een afslankmedicijn was begonnen zulke ernstige diarree kreeg dat hij uitdroogde en in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Een vrouw die last kreeg van braken, misselijkheid en diarree met bloedverlies, waarna op de spoedeisende hulp acuut nierfalen werd vastgesteld.
Het zijn twee voorbeelden uit een overzicht dat Bijwerkingencentrum Lareb opstelde over afslankmedicijnen. Tot en met januari dit jaar kreeg het Lareb 2.661 meldingen binnen over die medicatie. Daaronder waren 11 meldingen over de oogziekte naion, die tot gezichtsverlies kan leiden. Sinds vorig jaar wordt de ziekte in de bijsluiter vermeld, met de aantekening dat die zeer zeldzaam is.
Sinds 2023 loopt het aantal meldingen over bijwerkingen flink op. Wat dat betekent, is een lastige vraag, zegt directeur Agnes Kant: het aantal gebruikers groeit immers ook en bovendien gaat het bij meldingen van bijwerkingen altijd om vermoedens.
De helft van het aantal meldingen betrof maag-darmklachten, een bekende bijwerking die in de bijsluiter staat. Maar dat die klachten zo heftig kunnen uitpakken dat nieren het dreigen te begeven, is wel iets om in de gaten te houden, zegt Kant. Het Lareb kreeg 30 meldingen over uitdroging en nierfalen en in de meeste gevallen moesten patiënten in het ziekenhuis worden opgenomen.
Dat is geen totaalbeeld, beseft Kant, niet alle bijwerkingen worden doorgegeven. Met de toenemende populariteit van de afslankmedicijnen wordt een nationaal onderzoek steeds belangrijker, zegt ze. ‘We missen het zicht op wat er echt gebeurt. Hoeveel mensen hebben last van ernstige maag-darmklachten? Gaan die klachten over?’
Boon vermoedt dat heftige maagdarmproblemen en ziekenhuisopnames vooral voorkomen bij ‘zelfgebruikers’, die de medicatie online bestellen. ‘Met de juiste begeleiding zijn ze te voorkomen.’
De nieuwe krachtige middelen die eraan komen, kunnen gebruikers zo misselijk maken dat ze er zelfs te weinig door gaan drinken, zegt Serlie. ‘Ernstige bijwerkingen zijn tot nu toe zeldzaam gebleken, maar nu de medicijnen zoveel sterker worden, moeten we alert zijn en patiënten nog beter in de gaten houden.’
Heb je twee jaar lang elke week een injectie gezet, veel geld betaald en vervelende bijwerkingen getrotseerd. Dan stop je en zitten alle verloren kilo’s er zo weer aan. Vorige maand publiceerde vakblad The BMJ een analyse van cijfers uit 37 studies: ruim anderhalf jaar na de laatste prik is het verloren gewicht grotendeels terug en lijken de meeste gezondheidsvoordelen verdwenen.
Het is een waarschuwing die overal klinkt: wie aan de obesitasmedicatie begint, heeft levenslang. Boon is verbaasd over de ophef die dat veroorzaakt. Obesitas is immers een chronische ziekte. ‘De medicijnen grijpen in op het verzadigingsgevoel. Als je daar na een tijdje mee stopt, keert het hongergevoel vaak weer terug. Patiënten met een hoge bloeddruk kunnen ook niet met hun pillen stoppen als hun bloeddruk op peil is.’
Het is hard werken om na het afvallen op gewicht te blijven, weet Boon: je verbrandt minder in rust, hebt meer honger. Een gezonde leefstijl moet altijd de basis zijn, zegt ze. Als die na het stoppen met de medicijnen niet op orde is, kan het nóg lastiger worden om de kilo’s eraf te houden.
Toch heeft Boon twijfels over de veroordeling tot levenslang. Onderzoeksresultaten zijn altijd gemiddelden, verstopt in de cijferreeksen zitten ook mensen die na het stoppen toch redelijk op gewicht blijven. ‘Waarom lukt het die groep dan wel? Daar moeten we achter zien te komen.’
De nieuwste obesitasmedicijnen zijn bovendien nog niet zo lang op de markt, patiënten zijn hooguit een paar jaar gevolgd, benadrukt hoogleraar Serlie. Wat gebeurt er als iemand tien jaar lang die medicatie gebruikt en dan stopt? Of als iemand geleidelijk aan stopt, en niet, zoals in wetenschappelijke studies, plotsklaps?
Serlie: ‘Eetgedrag wordt gestuurd vanuit de hersenen. Misschien valt dat eetlustregulatiesysteem te resetten als mensen deze medicatie maar lang genoeg gebruiken. We weten nog zo veel niet.’
Obesitas is een ziekte, benadrukt Serlie nog maar een keer. ‘Misschien is die ziekte uiteindelijk wel te genezen met deze medicijnen?’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant