is hoogleraar Informatica.
Wat is AI? Is het nu een ramp waiting to happen of een bron van enorme rijkdom, vrede en gezondheid? Een deel van de verwarring is geen meningsverschil, maar een gebrek aan definities. Want AI is geen samenhangende technologie, maar een soort synoniem voor software. Als jij zegt dat je iets ‘met AI’ gaat doen, kan dat van alles inhouden: een taalmodel gebruiken, een plaatje of video genereren, maar ook beeldherkenning op longfoto’s of een potje schaak analyseren.
In de praktijk echter betekent AI voor de meeste mensen een bepaald programma: ChatGPT. ‘Hypers’ nemen dat sceptici kwalijk, omdat ze niet weten wat andere tools allemaal kunnen, terwijl sceptici het specifiek over de gevaren van ChatGPT hebben. Spraakverwarring alom.
Natuurlijk zijn sommige termen aan verschillende interpretaties onderhevig; wat is kunst, liefde, ondernemerschap of ongeduld, maar de term AI is juist bedacht vanwege zijn vaagheid. Meteen toen computers opkwamen, vroegen wetenschappers zich af waar ze nuttig voor konden zijn, onder verschillende noemers zoals cybernetics of operations research.
Maar in 1950 wilde een nieuwe groep haar eigen onderzoekslijn, en bedacht haar aanvoerder John McCarthy een term waar zijzelf de grondleggers van konden zijn: artificial intelligence.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En nu komt de clou – de AI die McCarthy voorstelde lijkt absoluut niet op ChatGPT. Het doel was programmeertalen een taak zo precies te laten beschrijven dat een computer die kan uitvoeren. Aanvankelijk had deze aanpak succes, maar echt goed lukte het niet, want alles wat mensen kunnen uitdrukken in regels bleek te complex. Alleen al een vraag als ‘Hoe is het?’ beantwoorden is van zoveel factoren afhankelijk: wie het vraagt (je baas of je lover?), waar iemand het vraagt (op kantoor of in het café?) en op welke toon iemand het vraagt.
Het mislukken van deze strategie leidde tot wat we nu de ‘AI-winter’ noemen, een periode van minder aandacht en financiering voor AI. Maar AI worstelde en kwam boven in een nieuwe vorm, die van statistiek. Een AI die het best wel vaak best wel oké doet, daarmee de problemen van McCarthy slim omzeilend.
Dat is wat we nu AI noemen, dichter misschien bij McCarthy’s doel: ‘Solve kinds of problems now reserved for humans.’ Mensen zijn ook niet altijd precies, consistent en juist. Dat hoor ik steeds weer als ik waarschuwingen voor hallucinaties hoor; mensen maken ook fouten hoor. Ja, klopt. En daarom hebben we systemen om ze heen opgetuigd. Geen piloot, chirurg of programmeur mag zomaar zijn intelligentie overal rondstrooien, ze volgen plannen en checklijsten en zijn aan regels gebonden.
Maakt een programmeur een fout met impact, dan moet die een ‘post mortem’ schrijven: een lijkschouwing van de bug ter voorkoming van herhaling. De sprongen van de mensheid komen niet door individuele slimheid, maar juist door het in systemen vangen van geniale ideeën. Het vergde niet één slimmerik die doorhad dat bacteriën ziektes veroorzaken, maar de cultuur van dokters die hun handen systematisch gingen wassen (hetgeen sommige van hen trouwens zagen als een aanval op hun vrijheid).
Onze lange blootstelling aan perfecte, precieze computers zit nog in ons brein; een computer kan immers 10.468 maal 7.753 in een tel uitrekenen en altijd de beste schaakzet verzinnen. Maar dat zijn fundamenteel andere technologieën, geen kansgebonden chatbots. Ons mentale model van die nieuwe, feilbare AI heeft nog geen upgrade gehad, en dus omkaderen we het niet. Nee, we laten het juist los als ‘agents’. We schamen ons voor ons eigen feilbare denken en vervangen dat door het feilbare denken van een machine, die we, omdat het een machine is, juist als minder feilbaar zien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns