Home

Maastricht ‘bloeit’, maar daar profiteert lang niet iedereen van mee

Het was in 2022 een van de speerpunten van het nieuwe college van Maastricht: het tegengaan van de tweedeling in de stad. Vier jaar later maakt de Volkskrant de balans op. Is het gelukt om de kloof tussen arm en rijk in verschillende wijken te dichten?

is verslaggever binnenland van de Volkskrant.

Prins Ralph d’n ierste geniet. Over een paar dagen staat hij weer gewoon op de kaasafdeling van de Hanos, nu zwaait de 42-jarige vanaf het dek van de ‘loveboat’ naar Maastrichtenaren die de regen hebben getrotseerd.

‘Een beetje een feestnummer’, moet je volgens voorzitter Harrie Schrieder (65) zijn om te heersen over het rijk van carnavalsvereniging de Mammoeters. ‘En verder moet je vooral jezelf blijven.’ Ook hij mocht het een keer ervaren. ‘Lang geleden.’

Iedereen heeft vandaag een taak. Gewapend met een loodzware ‘mammoetstaf’ haast een van de leden zich naar de voorkant van de stoet. Hij bepaalt vandaag het tempo. Net als elk jaar heeft hij vakantie opgenomen, het tankstation moet het deze week zonder hem doen.

Tijdens vastelaovend grijpt het volk de macht. Even is iedereen gelijk, of je nou notaris of stratenmaker bent. Maar als de maskers na drie dagen weer afgaan, laten de statistieken een ander beeld zien. Maastricht is een stad met twee gezichten. De verschillen in welvaart, gezondheid en voorzieningen zijn groot.

‘In de Maastrichtse samenleving dreigt met name de tweedeling een steeds hardnekkiger kenmerk te worden’, noteerde het nieuwe gemeentebestuur in 2022 in het coalitieakkoord. Een brede waaier van zeven partijen, van de Seniorenpartij tot Volt, beloofde een ‘tegenbeweging’. De geloofwaardigheid van bestuur zou op het spel staan. ‘Inwoners rekenen immers op een stadsbestuur dat beschermt wat waardevol en kwetsbaar is.’

Toch staat het thema ook bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart weer hoog op de agenda. Van uiterst links tot rechts signaleren partijen dat de stad verdeeld raakt in ‘luxe-enclaves’ en ‘vergeten wijken’. Maastricht ‘groeit, bruist en bloeit’, maar niet iedereen voelt zich ‘verbonden met het succes van de stad’. De ‘duidelijke kloof’ tussen academisch en praktisch geschoolden, verschillende buurten en inkomens moet worden gedicht.

Het rood van de werklui

Het rijk van de Mammoeters bevindt zich in zo’n ‘vergeten’ wijk. Toen de carnavalsvereniging in 1963 opgericht werd, was Pottenberg een bruisende nieuwbouwbuurt met een eigen winkelcentrum, zomerfeesten en een rijk verenigingsleven.

‘Een gezellige arbeiderswijk’, noemt Schrieder het. Van zijn vader (Mammoeter van het eerste uur) leerde hij al jong dat de kleur van zijn kostuum stamt uit die tijd. ‘Andere verenigingen droegen zwart, wij lieten met rood zien dat we werklui waren.’

Nu is het stil op straat. Winkels zijn verdwenen. De flats in het hart van de buurt gingen tegen de vlakte. Het aantal inwoners halveerde. Ook Schrieder verhuisde.

De veranderingen hebben hun weerslag op de carnavalsvereniging. Het vinden van een geschikte prins werd steeds lastiger. Niet omdat die rijk moet zijn, zoals vaak ten onrechte wordt gedacht. Schrieder: ‘Bij ons kan zelfs een werkloze worden gekozen. Maar omdat er steeds minder mensen wonen die iets met de traditie hebben.’

De loveboat van de Mammoeters trekt deze carnavalsmaandag daarom niet door de straten van Pottenberg, maar wijkt uit naar de chique buitenwijk Wolder. ‘We moeten wel. Er kwam amper nog iemand op af.’

Schuchtere nieuwkomers

Voor buurtcentrum de Romein staat een rij. Over een kwartiertje wordt hier brood weggegeven, van bakkers die aan het eind van de dag iets ‘over’ hebben. ‘Dan geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt’, zegt Edwin Godding (56). ‘Soms wachten er wel twintig man.’

De langdurig zieke Godding komt al jaren bij BroodNodig. Om verspilling tegen te gaan, maar vooral omdat het gratis is. Vandaag staat hij er voor het eerst als vrijwilliger, om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt. ‘Wil je een stukje vlaai dan ook brood pakken!!!’, dicteert een briefje op de deur.

Masoumah (60) stopt een halfje bruin en wat nonnevotten (een traditionele carnavals-lekkernij) in een Aldi-tas. ‘Voor een buurvrouw.’ Ze woont in een van de duplexwoningen om de hoek en geeft haar achternaam liever niet.

De vrouw komt hier vaker, zegt vrijwilliger Cindy Florax (51), die de meeste vaste ‘klanten’ inmiddels bij naam kent. Al ziet ze de laatste tijd veel nieuwe gezichten. ‘Dat merk je aan hoe ze binnenkomen, een beetje schuchter.’

Godding snapt dat wel. Ook hij moest een drempel over. ‘Je schaamt je toch.’

Afvoerputje

Pottenberg scoort hoog op alle ‘slechte’ lijstjes: armoede, schulden, eenzaamheid en overlast. Een echt welvarende wijk was het nooit, met een woningaanbod dat voor 85 procent bestaat uit sociale huur, maar de grote problemen ontstonden pas toen andere Maastrichtse buurten werden opgeknapt. Voor de goedkope huizen die werden gesloopt, kwamen duurdere terug. En mensen met een te laag inkomen moesten op zoek naar een nieuwe plek.

Zoals sommige bewoners het verwoorden: Pottenberg werd het afvoerputje van de stad.

Ze hebben een punt, erkent wethouder Jeroen Hoenderkamp van welzijn, sociale zaken en gezondheid. ‘Huizen in de ‘fijne’ wijken zijn gewild, daar schrijven mensen zich op in. Maar de goedkoopste woningen gaan vooral naar mensen met urgentie. Ze stromen door vanuit een asielzoekerscentrum, hebben schulden of andere problemen. Als je die allemaal in dezelfde buurt plaatst, wordt het er niet veel beter op.’

Dat gelijktijdig werk werd gemaakt van het ‘scheefwonen’ hielp niet. Voor veel vertrekkende ‘welvarende’ bewoners keerde een minder bedeeld iemand terug. Een goedbedoelde maatregel, met een ongewenst effect, noemt Hoenderkamp het.

De gemeente probeert de gesegregeerde woningmarkt aan te pakken. Zo bestaat de iconische Mammoetflat (waar de Mammoeters hun naam aan danken) nu niet meer uitsluitend uit lage-huurappartementen. Het gebouw werd twee jaar geleden afgebroken en werd geheel in de oude stijl herbouwd.

Alleen het Pottemenneke staat nog op zijn oude vertrouwde plek. De onthulling van het stenen beeldje werd feestelijk gevierd toen de wijk tien jaar bestond. Nu kijkt het vanaf een rotonde uit op de bouwput.

Cafetaria De Pollepel

Alle winkels waren al voor de sloop vertrokken. Cafetaria De Pollepel – ‘since 1963’ – overleefde het wel, al was het kantje boord. Eigenaar Olaf Maraite (57) voerde een hoogoplopende strijd met de woningcorporatie om het levenswerk van zijn ouders te kunnen voortzetten. ‘Het kostte me bijna mijn huwelijk’, vertelt hij in de houten keet waarin hij tijdelijk friet bakt.

Afgelopen najaar kwam het gemeentebestuur tot inkeer en besloot het dat iedere wijk weer een ‘kloppend hart’ verdient; met een winkel, buurthuis en een huisartsenpost. De ambitie volgde na een uitermate kritisch rapport van de Rekenkamer.

‘Maastricht, stad van verbondenheid’, luidde de titel van het collegeakkoord in 2022. Maar van de beloofde ‘veerkrachtige’ benadering was in 2025 weinig terechtgekomen. Concrete doelen ontbraken en of het armoedebeleid echt effect had, bleef onduidelijk, concludeerde de Rekenkamer. Het gevolg: er was juist een grotere afstand ontstaan tussen het stadhuis en de wijken.

Witte busjes

Een kilometer verderop rijden witte busjes af en aan. Hier wordt de opbrengst van bakkers verzameld en naar veertien verschillende uitgiftepunten in de stad gebracht. ‘Dit deden we eerst vanuit de Mammoetflat’, zegt Addie Redmeijer (55), de drijvende kracht achter BroodNodig. Toen die verdween moest hij op zoek naar een nieuw onderkomen. Dat lukte dankzij de hulp van een vermogensfonds. ‘Van de gemeente moesten we het niet hebben.’

Inmiddels is ook de vorig jaar door Redmeijer geïnitieerde Maastrichtse Voedselbank in het pand gevestigd. Een tiental vrijwilligers zetten flesjes tonic en ontbijtgranen in een supermarktschap. Een deur verder worden paprika's, verse kruiden en halalvlees uitgestald. ‘Hier krijg je geen voorverpakte doos, maar doe je zelf boodschappen.’

Het klantenbestand van de Voedselbank verdubbelde het afgelopen jaar. De hulporganisatie kwam er dankzij de gemeente Landgraaf, omdat de juiste subsidieregeling in Maastricht ontbrak. Daar wordt nu wel aan gewerkt, de gemeente verwacht in 2027 mee te kunnen gaan betalen.

Een verdieping lager kunnen Maastrichtenaren terecht voor een gratis fiets, kleding en babyvoeding. Stuk voor stuk initiatieven uit de koker van Redmeijer, die daarnaast ook nog een ‘echte’ baan heeft: bij een woningcorporatie buigt hij zich over klachten van huurders. ‘De maatschappij heeft mij geholpen toen mijn ouders niet meer voor mij konden zorgen. Misschien wil ik daarom iets terugdoen.’

Zijn zetel in de gemeenteraad gaf hij recentelijk op, omdat de samenwerking met zijn partij steeds stroever verliep. ‘De PvdA is enorm geregisseerd, sommige moties voor zwakkeren in de samenleving kreeg ik er niet doorheen.’ De relatief lage vijfde plek die ze hem gaven op de kandidatenlijst had er niets mee te maken, zegt hij.

Omdat iemand ‘normale mensen’ moet uitleggen waarom bepaalde keuzen worden gemaakt, stelde Redmeijer zich vier jaar geleden verkiesbaar. Zijn achterban stemt meestal niet, of op de PVV. Die partij behaalde in oktober 44 procent van de stemmen in Pottenberg. Zonde, vindt hij dat. ‘Ik laat zien dat Geert Wilders er niet voor zorgt dat je meer overhoudt in je portemonnee. Hij zegt wat je wilt horen, maar komt niet met oplossingen.’

Het gaat vaak over migratie. Redmeijer erkent dat er problemen zijn, maar stelt vast dat Nederland die zelf veroorzaakt. ‘Het is niet de schuld van migranten. Wij laten ze aan hun lot over.’ Sommige Pottenbergers maken zich druk om de goedlopende islamitische school in de wijk. Die veroorzaakt te veel verkeer en zou de oude christelijke school hebben verdrongen. ‘Maar ze vergeten dat die verdween omdat ze hun kinderen al veel langer naar scholen in andere buurten stuurden.’

In het verleden organiseerde Redmeijer een buitenspeeldag, om kinderen te verbinden. ‘Dan liet ik de leerlingen van de islamitische school ook komen. Dat was helemaal geen issue. Als je klein bent zie je geen verschillen, die worden je aangepraat door je omgeving.’

Studenten en toeristen

Maastricht is een van de meest gesegregeerde steden van Nederland. Arme en rijkere inwoners ontmoeten elkaar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau nauwelijks. Bewoners van wijken als Pottenberg ervaren een steeds grotere afstand tot de rest van de stad en hebben amper contact met mensen met een hogere opleiding. In het centrum komen ze niet meer, dat is te duur.

Diverse (lokale) politieke partijen spelen in op dat sentiment. Ze beloven dat ‘Maastricht weer voor de Maastrichtenaren wordt.’ Met maar liefst zestien partijen is de gemeenteraad (39 zetels) net zo versnipperd als de stad zelf.

Veel Pottenbergers denken met weemoed terug aan vroeger. Toen de elfde van de elfde nog op het Vrijthof mocht worden gevierd, en je koffie kon bestellen in het Mestreechs, in plaats van in het Engels. Het zijn gevoelens die wethouder Hoenderkamp begrijpt. Toch noemt hij terugverlangen naar die tijd ‘niet reëel’.

‘Toen de maakindustrie uit de regio verdween, moest de stad veranderen. Zonder het toerisme, de universiteit en de Brightland-campus zou Maastricht nog maar 80 duizend inwoners hebben’, zegt hij. ‘Dan zouden we een soort Sittard-Geleen zijn geworden.’

Dat de hardnekkige tweedeling bestrijden een zaak van lange adem zou worden, had het college voorzien. Er echt iets aan doen, met concrete plannen en acties, vereist een blik die verder reikt dan de bestuursperiode 2022-2026. Toch stemmen de cijfers Hoenderkamp een klein beetje hoopvol. De armoede daalt iets, het aantal mensen met een slechte gezondheid stabiliseert. En er wordt na jaren eindelijk weer geïnvesteerd in de wijken.

Dat de beleving vaak anders is, wijt de wethouder deels ‘aan ontwikkelingen in de maatschappij waarop wij als gemeente geen invloed hebben’, zoals de economie en het toegenomen individualisme. Daardoor voelt het soms ‘als vechten tegen de bierkaai’. Toch wil hij na de verkiezingen door. Hoenderkamp trad twee jaar geleden ‘partijloos’ aan, maar is inmiddels lid geworden van GroenLinks.

Ook Redmeijer, de stuwende kracht achter BroodNodig, hoopt terug te keren. Daarvoor zijn ongeveer 360 voorkeurstemmen nodig. Na zijn vertrek bij de PvdA sloot hij zich aan bij een nieuwe lokale partij, omdat de lijst al rond was belandde hij op plek 11. Zijn campagne is begonnen: alle broden krijgen de komende tijd een sticker met zijn foto. Of hij z’n positie zo niet misbruikt? ‘Nee, want ik betaal BroodNodig geheel uit eigen zak.’

In buurtcentrum de Romein blijkt dat zijn achterban er weinig oog voor heeft. Met de verkiezingen zijn ze sowieso niet bezig. ‘Stemmen, nee dat doe ik al jaren niet meer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next