Sinds Trump beseft Europa dat het onafhankelijk moet worden van Amerikaanse techbedrijven. Nederlandse notarissen zijn al een eind op weg.
Door Huib Modderkolk
Illustraties Michelle de Gruijl
Graphics Eleanor Mohren
Notaris Lars Boellaard weet ook wel dat hij en zijn vakgenoten niet tot de meest vooruitstrevende soort behoren. Ze hechten nu eenmaal sterk aan de programma’s van Microsoft, zoals Outlook en Word. Daarin maken hij en zijn collega’s van Westvaer, het grootste zelfstandige notariskantoor van Nederland, dagelijks de vele aktes op om de aankoop van een woning officieel vast te leggen.
Maar sinds vorig jaar, toen Donald Trump voor de tweede maal president van de Verenigde Staten werd en zich al snel roekeloos ging gedragen, is ook bij Boellaard het besef ingedaald dat het ‘essentieel’ is om na te denken over de software die hij dagelijks gebruikt. Boellaard, via Microsoft Teams: ‘We werken met zeer gevoelige informatie en hebben een ambtsgeheim. Dan moeten we niet via technologie een achterdeur openzetten.’
Nu het vertrouwen in de Verenigde Staten als bondgenoot en handelspartner daalt, moet de rest van het Westen op eigen benen staan. In de serie Zonder Amerika onderzoekt de Volkskrant wat dit betekent.
Dat Nederlandse bedrijven en overheden grotendeels afhankelijk zijn van de service van cloudaanbieders Google, Microsoft en Amazon, is bekend. Het marktaandeel van deze partijen loopt tegen de 80 procent. Microsoft heeft naar schatting 300 duizend zakelijke klanten in Nederland. Hoe ziet die afhankelijkheid er in de praktijk uit? Knip het aankoopproces van een huis op in vijf stappen en je ziet waar de Amerikaanse tentakels allemaal zitten. Maar ook dat er al verrassend veel gebeurt om daaruit los te komen.
Notaris Boellaard ontvangt de koopovereenkomst van de makelaar via Outlook.
Hij maakt een concept van de akte in Microsoft Office.
Deze conceptakte stuurt hij via Outlook naar zijn klant.
Boellaard – ruim twintig jaar notaris – is betrokken bij de eerste stap. Het aankoopproces begint voor hem gewoonlijk met een mail van een makelaar. Een gelukkige heeft een huis gekocht en de makelaar stuurt, via Outlook inderdaad, een koopovereenkomst. Daarna gaat Boellaard ter controle ‘heel veel registers’ bevragen: de Kamer van Koophandel, de gemeente, rechtbanken voor eventuele faillissementsverslagen, kredietorganisatie BKR. Zijn er geen obstakels, dan mailt hij vervolgens een conceptakte naar de klant. ‘We moeten hierover eerlijk zijn’, zegt hij. ‘Binnen het kantoor maar zeker ook bij de cliënt zijn Outlook, Word en Teams nog steeds de meestgebruikte software. Als deze programma’s vandaag zouden stoppen, valt ons werk ook stil.’
Boellaard gebruikt Microsoft Office om een dossier voor zijn klant aan te maken.
Dit dossier is geüpload op NextAssyst, van het Nederlandse NextLegal. Dat bedrijf stapte vorig jaar over van Amerikaanse naar Nederlandse cloudservers.
De klant kan zijn dossier nu in NextAssyst bekijken.
Dat ziet Boi Thomasse, commercieel verantwoordelijke bij NextLegal in Reeuwijk, ook. Hij komt bij de tweede stap kijken: zijn bedrijf levert software (NextAssyst) waarmee notaris Boellaard de dossiervorming, urenregistratie en financiële afrekening op één plek kan doen. Thomasse, bedachtzaam: ‘We merken dat de beroepsgroep de herkenbaarheid en het gemak van Outlook en Word niet zomaar overboord wil gooien.’
Maar NextLegal, dat ongeveer 40 procent van de notariskantoren in Nederland als klant heeft, nam vorig jaar wél het besluit om weg te bewegen van Amerikaanse cloudaanbieders en te kiezen voor een Nederlandse partij: Uniserver uit Alkmaar. Die kwam volgens Thomasse simpelweg als beste uit de test. ‘In eigen land en soeverein’, zegt hij met enige trots.
De koopakte die door Boellaard was opgesteld in Microsoft Word, gaat nu verder in Nederlandse software op Nederlandse computerservers. Vanuit NextAssyst kan de notaris een bericht aan een klant sturen, die zelf op het systeem kan inloggen. Een deel van de collega’s op het notariskantoor van Boellaard, degenen die affiniteit hebben met digitalisering, werken al zo. De klant bekijkt zijn documenten in NextAssyst en blijft op Nederlands grondgebied.
Dit is wat Simon Besteman, directeur public affairs van de Dutch Cloud Community, overal om zich heen ziet gebeuren. Ondanks de vaak pessimistische berichtgeving merkt hij dat er ‘ongelooflijk veel’ aan het veranderen is. Besteman: ‘We zijn echt uit de fase gekomen van handenwringen en zeggen dat het zo vreselijk is allemaal. Er is beweging.’
Belangrijk daarbij: het onderscheid tussen het werkproces (voor velen nog Microsoft Office) en de gevoelige data zoals aktes. Dat bedrijven en overheden niet direct afscheid nemen van Office, begrijpt Besteman goed. ‘Dat wekt weerstand op. Dus zie je verandering aan de achterkant. Bedrijven plaatsen hun data bij het Nederlandse Intermax en Uniserver.’ De Dutch Cloud Community ging afgelopen zomer over naar het Europese NextCloud. Daar bleef het niet bij: de mail ging naar het Nederlandse Soverin, voor evenementen en nieuwsbrieven werd het Belgische Odoo gekozen en videobellen doet DCC met Jitsi. Besteman: ‘NextCloud en Soverin maken kwartaal op kwartaal groei door. De markt vraagt hiernaar.’
Om de echtheid van identiteitsbewijzen te verifiëren, gebruiken notarissen PWdiensten. Dat bedrijf draaide tot vorig jaar op de Amerikaanse servers van Equinix.
Nu is alles overgezet naar servers van het Nederlandse Intermax.
Terug naar de aankoopakte. Ook bij de derde, cruciale stap in het proces wordt de Amerikaanse invloed minder. Machiel van Ginderen is directeur van PWdiensten, een zogeheten poortwachter. Zijn software verifieert de echtheid van identiteitsbewijzen zoals een paspoort. Een waarborg dat de koper van het huis zich niet voordoet als iemand anders. Meer dan 80 procent van de notariskantoren gebruikt PWdiensten.
Van Ginderen had zijn software tot voor kort draaien in een van de grote datacenters in Amsterdam, eigendom van het Amerikaanse Equinix. Een half jaar geleden besloot hij te vertrekken naar het Nederlandse Intermax. Half februari is alles overgezet. Van Ginderen: ‘Met het gedrag van Trump de laatste tijd is het wel mooi dat het nu allemaal bij elkaar komt. We willen onze data veilig in Nederland hebben staan.’
De beroepsorganisatie voor notarissen (KNB) gebruikt al meer dan tien jaar Nederlandse software. Dat moet van de wet.
In 2014 stapte de KNB daarom over naar servers van het Nederlandse Intermax.
Dat klinkt Robin Perik, operationeel directeur van beroepsorganisatie KNB, prettig in de oren. Jaarlijks verwerkt de KNB twee miljoen aktes vol met wat Perik op kantoor in Den Haag ‘hoog-sensitieve gegevens’ noemt. Notarissen zoals Boellaard zijn verantwoordelijk voor de dossiervorming, zegt hij, maar als de akte eenmaal is opgemaakt dan beweegt die, in de vierde stap, naar de systemen van de KNB. De beroepsorganisatie fungeert als postbode: via een centraal digitaal platform gaan de miljoenen aktes naar andere organisaties, zoals de Belastingdienst en het Kadaster.
Die aktes vallen onder de wet op het notarisambt en kennen het hoogste betrouwbaarheidsniveau. Onbevoegden mogen er niet bij. Te allen tijden moet dit systeem blijven functioneren. Daarom was de KNB er vroeg bij: het platform, zo legt Perik uit, draait al sinds 2014 bij het Nederlandse Intermax. In een datacenter op palen en boven zeeniveau, zodat ook bij een overstroming de data veilig zijn. De KNB dient zo als voorbeeld voor andere organisaties met vertrouwelijke gegevens die nog vasthangen aan Amerikaanse cloudaanbieders. Perik: ‘We redeneren simpel: het moet haalbaar en betaalbaar zijn.’ De directeur is van de pragmatische school. ‘Wij gaan de wereldvrede niet forceren.’
Kijk gewoon wat er praktisch nodig is, adviseert hij. Want er zijn soms wat obstakels te overwinnen. De keuze voor het Nederlandse Intermax en een eigen digitaal platform betekende bijvoorbeeld dat de KNB een softwarebouwer moest inhuren voor het maken van de koppelingen naar andere organisaties. Binnen Microsoft of Amazon is zoiets in één klap opgelost. Nu moest er maatwerk komen. Perik: ‘We zien dat Nederland steeds meer naar de cloud beweegt. Er is een wildgroei aan koppelingen tussen organisaties die elkaars data willen hebben.’ En de overheid had daarbij de neiging om haast standaard voor Amerikaanse partijen te kiezen, zelfs als Nederlandse alternatieven beter waren.
Dat is bijvoorbeeld terug te zien bij het Koppelnet Publieke Sector (KPS), een belangrijk stuk vitale infrastructuur. Via dit netwerk kunnen – steeds meer – overheidspartijen data met elkaar uitwisselen. In 2019 schreef het ministerie van Binnenlandse Zaken een aanbesteding uit. Vier partijen deden mee, waaronder de Amerikaanse gigant Equinix en de Nederlandse vereniging AMS-IX. Die laatste leverde volgens stukken die de Volkskrant inzag de beste kwaliteit (654 van de maximale 700 punten, tegenover 608 voor Equinix). Toch viel de keuze op de Amerikanen omdat die een lagere prijs boden (3,5 miljoen versus 4,9 miljoen euro voor vier jaar). Dat kon Equinix mede doen vanwege schaalgrootte: het bedrijf bezit al servers en stroom in datacentra, terwijl concurrenten die zouden moeten huren.
Maar belangrijker is dat daarmee een stuk vitale infrastructuur in handen viel van een Amerikaans bedrijf. En dat brengt ook aanmerkelijke risico’s met zich mee. ‘Voor inlichtingendiensten is zo’n koppelnet de perfecte plek om af te luisteren’, zegt technologie-expert Bert Hubert. En die mogelijke toegang tot gevoelige data is niet het enige. Mochten Amerikaanse bedrijven de opdracht krijgen om hun activiteiten in Nederland te staken, dan valt dit belangrijke koppelnet direct stil.
Het platform van de beroepsorganisatie stuurt geautomatiseerde meldingen aan overheidsdiensten, zoals de Belastingdienst en het Kadaster.
De Belastingdienst krijgt een melding over de akte. Zodra de dienst als gevolg daarvan wijzigingen aanbrengt, gebeurt dat in het eigen datacenter in Apeldoorn.
Ook het Kadaster gebruikt een Nederlands datacenter om de gemelde gegevens te verwerken, die van de KPN.
Wel wordt nog steeds gebruikgemaakt van het Amerikaanse Microsoft Azure om Kadastergegevens, zoals kaarten, in te zien (maar niet om die te wijzigen).
De aankoopakte heeft daar geen last van. Die bevindt zich veilig en droog op het digitale platform van de KNB in een Nederlands datacenter. In de laatste stap geeft dat systeem een melding aan de Belastingdienst en het Kadaster dat er een wijziging is. Het gaat hierbij om éénrichtingsverkeer, zegt een woordvoerder van de fiscus. ‘We krijgen een bericht en kunnen via een applicatie de aankoopakte raadplegen.’ Er gaan, benadrukt hij, ‘geen stukken over en weer.’ Hoe wild Trump het ook maakt: als de aktes eenmaal zijn opgemaakt en in de systemen van de KNB zitten, kan hij er niet meer bij.
Die applicatie van de Belastingdienst draait in een eigen, stevig beveiligd, datacenter in Apeldoorn. Die is voor het ‘primaire proces’ van de fiscus: ook de miljoenen jaarlijkse aangiftes gaan naar die locatie in het midden van het land. Dat de Belastingdienst ondertussen alle werkprocessen wil overzetten naar Microsoft Azure, heeft de toorn van de Tweede Kamer gewekt. De woordvoerder beweert dat het ‘primaire proces’ sowieso in het Nederlandse datacenter blijft.
Ook het Kadaster werkt voor het beheer en opslag van de data met een Nederlandse partij: KPN. Kaartmateriaal kan dan weer worden opgevraagd via een omgeving van Microsoft Azure. Maar via die weg kunnen gebruikers volgens het Kadaster geen wijzingen aanbrengen in de brondata.
Voor Simon Besteman van de Dutch Cloud Community zijn het opwindende tijden. ‘Er is consensus bij overheid en politiek dat er wat moet gebeuren. Er wordt aan een soevereine Rijkscloud gewerkt. Er is een digitaliseringsstrategie. Heel concreet allemaal.’ Hij ziet het toenemende belang van soevereiniteit terug in het parlement. Op een vrijdag in januari werd een discussie met experts over het thema opgezet voor de maandag daarop. Besteman: ‘Er waren acht Kamerleden! Dat maak je niet vaak mee. De wil is er echt.’
Niet dat het in één klap anders is. Het zal een proces van jaren zijn om uit de Amerikaanse tentakels los te komen. Maar kijk naar de aankoopakte en het is duidelijk dat er op allerlei plekken verandering is. Besteman: ‘Als je een jaar geleden had gezegd dat we dit punt konden bereiken, was dat het allerbeste scenario geweest. En dat hebben we allemaal te danken aan de heer Trump. Als ik hem ooit ontmoet, krijgt hij een biertje van me.’
Hoe kan Europa kan zich verweren tegen Rusland, dat een kleiner bbp heeft dan de Benelux? ‘Europa moet zich bevrijden van het gevaarlijke waanidee dat het zwak is’
Met zijn aansporing aan ‘middelgrote machten’ om te stoppen met het paaien van Trump, was de Canadese premier Mark Carney de ster van Davos. Maar zijn strategie is voor hemzelf en voor zijn land een aanzienlijk risico.
Zonder de VS als betrouwbare partner zoekt de rest van het Westen naar manieren om zich staande te houden tussen de geopolitieke grootmachten. Van de ervaring die het mondiale Zuiden daarmee heeft, kunnen deze ‘middelmachten’ veel leren.
Source: Volkskrant