Vrijdag bestaat Pokémon dertig jaar. Hoe is het mogelijk dat de Japanse ‘broekzakmonsters’ zo groot werden en bleven? Drie superfans delen hun fascinatie met het Pokémon-universum. ‘Mijn neef verzamelt bijzondere Bacardiflessen; ik moet elke zeldzame Pokémon hebben.’
Door Siem Buijsse
Illustraties Matteo Bal
Eind jaren negentig kreeg Mickey Mouse plotseling concurrentie van een Japanse soortgenoot: Pikachu, een gele muis met puntige oren en rode wangetjes waaruit hij bliksemstralen kan schieten.
Pikachu is de beroemdste van meer dan duizend Pokémon – een samentrekking van Poketto Monsutā, Japans voor ‘broekzakmonsters’. Samen vormen deze fantasiewezens – variërend van vuurspuwende salamanders tot paranormale katten – het lucratiefste mediamerk ter wereld, dat komende vrijdag zijn 30-jarig jubileum viert. Volgens Guinness World Records heeft Pokémon in die periode zo’n 147 miljard dollar (124 miljard euro) opgebracht, meer dan bijvoorbeeld Harry Potter en Star Wars.
Pikachu voor de Pokémon-stand tijdens een evenement.
Getty
Niet alleen de omvang van Pokémon is opvallend. Ook de alomtegenwoordigheid van het merk is ongeëvenaard: Pokémon zitten overal. Ze prijken op broodtrommels en prijzige Fendi-kettingen, verschijnen in succesvolle films en animatieseries, zijn te vangen in talloze videospellen en in de ‘echte wereld’ te verzamelen als ruilkaarten, waarvan sommige miljoenen euro’s waard zijn.
Een schap vol Pikachu-knuffels in een Pokémon-winkel in Tokio.
Getty
Ook deze maand doken Pokémon regelmatig op in de media. De Amerikaanse mediapersoonlijkheid Logan Paul verkocht een zeldzame verzamelkaart voor een recordbedrag van bijna 14 miljoen euro. En tijdens de Super Bowl toonde Pokémon een peperdure reclame, ter viering van het jubileum, waarin supersterren als Lamine Yamal en Lady Gaga te zien zijn naast hun favoriete Pokémon.
Hoe is het mogelijk dat Pokémon zo groot is geworden en gebleven? Drie superfans, elk bijzonder enthousiast over een ander deel van het Pokémon-universum – de videospellen, de animatieserie en de verzamelkaarten – vertellen waarom Pikachu en de rest ze al zo lang in hun greep hebben.
games
games
games
games
games
Toen de eerste Pokémon-game uitkwam in Nederland, zat Rotterdammer Rick van der Linden (39) net op de middelbare school. Tegenwoordig speelt hij op YouTube onder de naam Rickachu Pokémon-games voor zijn ruim 100 duizend abonnees.
Dat doet hij naast zijn werk op de afdeling communicatie en marketing van het Grafisch Lyceum Rotterdam. Van der Linden: ‘Daar roepen studenten weleens: ‘Wajo, bent u Rickachu? Ik keek vroeger uw video’s!’ Zij hebben inmiddels een leeftijd bereikt waarop Pokémon even minder cool is. Maar voor hen komen er altijd weer jonge fans in de plaats. En als ze ouder worden, keren ze misschien uit nostalgie weer terug naar hun oude hobby.’
Rick van der Linden
Lisa van den Berg
Inmiddels bestaat het YouTube-kanaal van Van der Linden elf jaar. ‘Daarvoor was ik betaald amateurvoetballer, maar door een ingrijpend medisch ongeval moest ik stoppen met sporten. Toen had ik ineens tijd over, die ik in mijn grootste hobby kon steken: Pokémon-games. En dat wilde ik graag met anderen delen.’
Het zaadje van die passie werd geplant door zijn ouders. ‘Van hen kreeg ik toen ik 13 was het mooiste cadeau: een kiwigroene Game Boy-spelcomputer met daarop het eerste Pokémon-videospel’, zegt hij. ‘Sindsdien vormt Pokémon een rode draad in mijn leven.’
Achter dat spel – en dus achter het hele Pokémon-universum – zat een wat nerderige Japanse jongeman met een bijzondere hobby. Satoshi Tajiri was een fervent insectenverzamelaar. Maar toen hij ouder werd, zag hij hoe de buitenwijk in Tokio, waar hij opgroeide, snel verstedelijkte. Waar ooit kevers kropen, lag nu beton en asfalt.
Tajiri, die daarnaast fanatiek gamer was, bedacht een videospel waarin spelers om de zoveel stappen op wezentjes met superkrachten stuiten, die ze kunnen vangen, trainen en laten strijden tegen anderen – een soort insectenverzamelen voor gevorderden. In een zeldzaam interview met Time uit 1999 vertelt Tajiri dat hij met Pokémon zijn jeugdliefde wilde doorgeven aan de volgende generaties. Gamegigant Nintendo zag heil in dat idee, en was bereid Tajiri’s bedrijfje Game Freak te financieren.
Dat bleek een goede inschatting. Na zes jaar was de eerste Pokémon-game klaar, en op 27 februari 1996 bracht Nintendo het uit op de Game Boy – een technisch bescheiden spelcomputer, ook naar de maatstaven van destijds. Toch werd het een enorm succes: eerst in Japan, enkele jaren later in de Verenigde Staten – waar kinderen er dusdanig van in de ban raakten dat er gesproken werd van een ‘Pokémania’ – en vanaf 1999 ook in Nederland.
Ook Van der Linden was direct verknocht aan het spel. De slogan van Pokémon – ‘Gotta catch ’em all’ – was aan hem wel besteed. ‘Mijn neef verzamelt bijzondere Bacardiflessen; ik moet elke zeldzame Pokémon hebben’, zegt Van der Linden. ‘Misschien is die verzameldrang gewoon iets menselijks.’
‘Wat cool en vernieuwend was aan Pokémon, was dat het mensen samenbracht’, vervolgt Van der Linden. Het spel verscheen in twee versies, Blue en Red, elk met enkele unieke Pokémon. Wie ze alle 151 wilde verzamelen, moest zijn Game Boy met een kabel verbinden aan die van iemand met de andere versie, om de ontbrekende monstertjes over te zetten. ‘Daar hebben mijn klasgenoten en ik samen uren aan besteed’, zegt Van der Linden.
Nog steeds komt elk jaar een nieuwe Pokémon-game uit op de meest recente Nintendo-spelcomputers. Van der Linden heeft ze allemaal trouw uitgespeeld – hoewel hij niet onverdeeld enthousiast is over elk spel. ‘Omdat de games op zo’n hoog tempo uitkomen, zien ze er bijvoorbeeld niet altijd even goed uit. Daar mopperen veel fans over. Maar ja: de spellen verkopen telkens toch wel goed.’
Van der Linden met een uitvergrootte versie van de gamecartridge.
Lisa van den Berg
Hoewel de videospellen – met hun simpele verhaallijnen en taalgebruik – duidelijk op een wat jongere doelgroep mikken, zijn die kopers zeker niet alleen kinderen. Ook veel twintigers en dertigers – zoals Van der Linden – blijven telkens terugkeren naar het Pokémon-universum.
Dat is niet gek, vindt de Finse onderzoeker Samuli Laato van de Universiteit van Turku. Hij coördineert een nieuw wetenschappelijk boek over Pokémon, dat later dit jaar verschijnt. Laato vermoedt dat Pokémon nostalgie oproept, omdat het mensen terugbrengt naar een plezierige levensfase: vlak voor de puberteit, toen achter elk bosje een avontuur schuilging en de wereld nog overzichtelijk was.
Anime
Anime
Anime
Anime
Anime
Volgens Laato is het daarom niet verrassend dat Ash Ketchum – hoofdrolspeler in de eveneens populaire Pokémon-animatieserie – in twintig jaar geen dag ouder dan 10 is geworden. Twaalfhonderd afleveringen achter elkaar was hij het menselijke gezicht van het Pokémon-universum, en Wenna Boulter (24) uit Leiden heeft ze allemaal gezien.
Naast haar werk als freelancefotograaf maakt Boulter nu korte filmpjes – meestal over Pokémon – voor haar bijna 100 duizend volgers op TikTok. De animatieserie, die ze keek op videobanden bij haar oma, was haar eerste kennismaking met het Pokémon-universum. ‘Toen ik op het internet kon, keek ik de afleveringen zelfs in het Japans, omdat ze daar eerder uitkwamen.’
Wenna Boulter
Lisa van den Berg
Terwijl de videospellen verhaaltechnisch wat te wensen overlieten, vulde de animatieserie – die in Japan twee jaar na het videospel uitkwam – dat gat. Het is dan ook geen toeval dat The Pokémon Company, een dochteronderneming van Nintendo en Game Freak, de serie in Noord-Amerika en Europa gelijktijdig met de games lanceerde: kinderen konden zo meeleven met een held, in wiens voetsporen ze konden treden in de videospellen.
Die held was dus Ash Ketchum – of Satoshi, zoals hij in het Japans heet, naar Pokémon-bedenker Tajiri. Hij gaat met zijn Pikachu op pad om de beste Pokémon-trainer ter wereld te worden. Daarvoor probeert hij de sterkste Pokémon te vangen, om daarmee tijdens een soort hanengevechten te strijden tegen anderen. Wel benadrukt de serie telkens dat Pokémon alleen vechten als ze dat voor hun baasje overhebben.
Pikachu en Ash in de tv-serie ‘Pokémon’.
Getty
In 2022 kwamen de avonturen van Ash tot een einde: hij en zijn Pokémon wonnen het wereldkampioenschap Pokémon-gevechten. Hij mocht met pensioen en werd opgevolgd door twee nieuwe jonge hoofdpersonen: Liko en Roy.
Voor veel fans betekende dat het einde van een tijdperk. Boulter kon haar tranen zelfs niet bedwingen. ‘Misschien komt dat doordat ik een emotioneel persoon ben, maar ik ben ook gewoon met Ash opgegroeid’, legt ze uit. ‘In al die jaren heb ik hem zo vaak zien falen en gevechten zien verliezen. Ik was oprecht trots toen hij kampioen werd.’
Als kind viel Boulter vooral voor de ‘schattigheid’ van sommige Pokémon, vertelt ze, al houdt ze inmiddels ook van de ‘stoerdere’ kanten. In de serie komt in veel Pokémon – Pikachu is een goed voorbeeld – een typisch Japanse schattige tekenstijl, ook wel bekend als kawaii, samen met het vermogen van de wezens om tegenstanders met grof geweld omver te blazen. Daardoor spreekt Pokémon een ongebruikelijk brede doelgroep aan.
Dat was in de jaren negentig nog uitzonderlijk, vertelt Joseph Tobin (75). De Amerikaan is gepensioneerd hoogleraar onderwijswetenschappen en samensteller van het boek Pikachu’s Global Adventure: The Rise and Fall of Pokémon uit 2004, dat uitkwam nadat de Pokémania was weggeëbd – vandaar de titel.
‘Amerikaanse speelgoedwinkels hadden in die tijd bijvoorbeeld alleen een roze afdeling voor meisjes en een blauwe voor jongens’, zegt hij via een videoverbinding. ‘Door Pokémon kwam daar ineens een derde bij, waar iedereen terechtkon. Dat bood niet alleen iets nieuws voor meisjes, maar ook voor jongens. In de animatieserie zie je namelijk dat je goed voor je Pokémon moet zorgen om ze sterker te maken. Dat maakte zorgzaamheid ineens onderdeel van iets stoers.’
Boulter zit inmiddels in een whatsappgroep met honderden vrouwelijke Nederlandse Pokémon-fans. ‘Toch heb je nog steeds mannen die vinden dat vrouwen geen echte Pokémon-fans kunnen zijn, omdat ze het alleen maar belangrijk zouden vinden hoe schattig een Pokémon is’, verzucht Boulter. ‘Dat is echt onzin, dus daar maak ik ook video’s over.’
Maar over het algemeen is de sfeer in de Nederlandse Pokémon-gemeenschap goed, vertelt ze. ‘Het heeft me samengebracht met veel leuke mensen’, zegt ze. ‘Mijn vriend is ook groot Pokémon-fan, onze eerste gesprekken gingen daarover. Nog steeds verzamelen we samen kaarten, spelen we de games en bezoeken we evenementen.’
Kaarten
Kaarten
Kaarten
Kaarten
Kaarten
Dat gemeenschapsgevoel is een belangrijke reden waarom econoom Steffen Eriksen (36), als onderzoeker werkzaam aan de Groningse Hanzehogeschool, al ruim twintig jaar fanatiek speler van het Pokémon-kaartspel is. Daarbij laat je je verzamelkaarten – waarop afbeeldingen van Pokémon staan, met daarbij enkele ‘acties’ die ze kunnen uitvoeren – ‘vechten’ met die van anderen.
‘Het is fantastisch om een hobby te delen met zoveel anderen’, zegt Eriksen. ‘Dat schept een band met mensen die je anders nooit zou spreken: ik heb gespeeld tegen buschauffeurs, maar ook tegen iemand die bij Nasa werkt.’
In zijn jeugd reisde Eriksen al met zijn ouders en broertjes – die zijn hobby deelden – met een camper door Europa, om internationale toernooien voor het kaartspel te bezoeken. Op zulke toernooien, die The Pokémon Company soms zelf organiseert, strijden spelers om eeuwige roem en soms een serieuze prijzenpot.
Steffen Eriksen
Lisa van den Berg
Na tien deelnamen aan het wereldkampioenschap vond hij het tijd voor iets nieuws: Eriksen werd scheidsrechter. Deze maand leidde hij wedstrijden in goede banen op het Europees kampioenschap in Londen, waarop zo’n vijfduizend bezoekers en spelers van het kaartspel afkwamen en 10 duizend euro op het spel stond.
Het Europees kampioenschap Pokémon Trading Card Game 2026 in Londen.
Getty
Toch gebruikt lang niet iedereen zijn kaarten om te spelen: voor veel fans draait het vooral om verzamelen, ruilen of jagen op zeldzame exemplaren. ‘Met de verzamelkaarten heeft Pokémon een geraffineerd meta-element aan de franchise toegevoegd’, zegt Tobin. ‘Fans krijgen daardoor ook in de echte wereld een mogelijkheid om zich Ash Ketchum te voelen, door zo veel mogelijk Pokémon te ‘vangen’.’
Dat kan al snel een dure hobby worden. The Pokémon Company verkoopt de kaarten in pakjes van een paar euro, maar welke daarin zitten weet de koper niet. In speciale winkels en op beurzen kunnen fans daarom direct zeldzame kaarten aanschaffen. De prijzen lopen daarbij zo hoog op – duizenden euro’s zijn niet uitzonderlijk – dat ook speculanten hier een slaatje uit proberen te slaan. Sommigen, zogeheten ‘scalpers’, kopen zelfs bij distributiecentra alle nieuwe kaarten op, om ze voor woekerprijzen door te verkopen.
Pokémon-kaarten worden verpakt verkocht, de koper weet niet welke kaarten erin zitten.
Getty
‘Dat is jammer, want daardoor zijn sommige kaarten niet betaalbaar voor echte liefhebbers’, zegt Eriksen. Toch vindt hij het niet gek dat de prijzen van kaarten hoog kunnen oplopen. ‘De Pokémon-fans van het eerste uur zijn inmiddels volwassen en hebben nu geld om te besteden aan hun hobby. Natuurlijk is het maar een stukje karton, maar de prijs wordt bepaald door hoeveel waarde mensen eraan hechten. Een prijzige Pokémon-kaart is in dat opzicht vergelijkbaar met een dure fles wijn.’
Eriksen erkent dat de Pokémon-wereld behoorlijk commercieel is, en dat The Pokémon Company bovenal winst probeert te maken. ‘Maar dat geldt natuurlijk voor elke speelgoedfabrikant’, zegt hij. ‘Daarom kijk ik er liever optimistischer naar: Pokémon motiveert mensen ook om zelf op avontuur te gaan en anderen te ontmoeten.’
Daarin onderscheidt de wereld van Pokémon zich van die van bijvoorbeeld Disney. Waar Mickey Mouse zich ophoudt in een sprookjeswereld in pretparken en films, leeft Pikachu – met een beetje fantasie – in het parkje naast je huis.
Een groot deel van het media-universum van The Pokémon Company speelt in op dat gevoel, maar niets slaagde daar zó goed in als Pokémon Go. De app, die in 2016 werd gelanceerd, groeide in korte tijd uit tot de meest gedownloade ter wereld. De populariteit van Pokémon bereikte een nieuwe piek; wereldwijd trokken volwassenen én kinderen er massaal op uit, op zoek naar digitale monstertjes die op bepaalde locaties tevoorschijn kwamen op hun telefoonschermen. Miljoenen waanden zich even Ash Ketchum – onder wie Van der Linden, Boulter en Eriksen.
In de Royal Library Garden in Kopenhagen spelen mensen Pokémon Go (2016).
Getty
‘In Finland wisten we niet wat ons overkwam’, zegt onderzoeker Elina Koskinen. Ze is aan de Universiteit van Tampere gepromoveerd op Pokémon Go en werkt samen met Laato aan hun aanstaande wetenschappelijke publicatie over Pokémon. ‘Finnen zijn over het algemeen introverte mensen, maar tijdens die periode kwam iedereen naar buiten en praatten onbekenden met elkaar over Pokémon. Ik heb van veel mensen gehoord dat ze dat als erg fijn hebben ervaren.’
Ook onderzoeker Tobin ziet die meerwaarde van Pokémon. ‘Het maakt de wereld voor veel mensen een beetje leuker’, zegt hij. ‘Natuurlijk was het mooi geweest als we nog steeds naar buiten zouden gaan om insecten te zoeken. Maar Pokémon is geen slecht alternatief.’
Sinds 1980 was Yuko Yamaguchi (71) verantwoordelijk voor het ontwerp van Hello Kitty, een van Japans grootste culturele exportproducten. Aan het eind van dit jaar doet ze een stap opzij, ‘om ruimte te maken voor de volgende generatie ontwerpers’.
Al wandelend virtuele beestjes vangen en ze laten vechten tegen andere spelers: het populaire Pokémon Go is uitgegroeid tot een heuse e-sport. Op één Hongkonger na kan niemand ter wereld dat beter dan Martijn Versteeg: hij won zilver op het WK in Hawaii.
Liefhebbers staan in de startblokken: vanaf vandaag is de felbegeerde Pokémonkaart ‘Pikachu met grijze vilthoed’ verkrijgbaar in Nederlandse speelgoedwinkels. Eerder was de kaart alleen in het Van Gogh Museum beschikbaar, maar de populariteit leidde tot zo’n grote toestroom dat onveilige situaties ontstonden.
Source: Volkskrant