Het olie-embargo dat Donald Trump Cuba heeft opgelegd duwt het socialistische eiland richting de afgrond. Aan alles is gebrek. Kijkt de wereld dit keer dan echt naar het einde van de Cubaanse revolutie? ‘We leven nu in een horrorfilm.’
Door Joost de Vries
Fotografie Felix Marquez
Wanneer je de tengere Rodolfo O'Farrill omhelst, omhels je Cuba. In zijn armen is het warm en hartelijk, jouw armen vouwen zich om knokige schouderbladen. ‘Wil je afvallen, kom dan bij mij wonen’, zegt de donkere zestiger met een grote lach. Aan zwarte humor in Cuba geen gebrek. Aan al het andere wel.
In zijn kleine woning in het oude hart van Havana heeft hij namelijk helemaal niks. Ja, hij kan je een slok sterke drank aanbieden, van het goedkoopste brouwsel. ‘In de ochtend drink ik water om mijn maag voor de gek te houden.’ De man in de gevlekte overall overleeft met af en toe een loodgietersklusje. Maar gezien ‘de situatie’ eet hij geregeld een dag niet.
Rodolfo O’Farrill beklimt een trap in zijn kleine woning tijdens een stroomstoring in Havana.
Stroomuitval in de hoofdstad Havana.
De situatie is als volgt. Nadat de Amerikaanse president Donald Trump begin januari met geweld Venezuela zijn wil heeft opgelegd, doet hij nu hetzelfde met Cuba. Militaire actie is in dit geval niet nodig, zei hij. ‘Cuba staat op omvallen.’ In plaats van bommen op Havana, snijdt hij het eiland volledig af van die ene behoefte waar alle andere basisbehoeften van afhangen: olie.
Naar schatting heeft Cuba 100 duizend vaten olie per dag nodig om de oude elektriciteitscentrales te laten draaien en gas en benzine te produceren. Het socialistische eiland pompt zelf een klein beetje olie op, maar was voor zijn brandstof grotendeels afhankelijk van de bevriende buren Venezuela en Mexico.
Nu Venezuela onder curatele staat en Trump de rest van de wereld op straffe van sancties verbiedt nog olie te leveren aan Cuba, stuurt ook Mexico voorlopig alleen voedsel en medicijnen. De Amerikaans-Cubaanse energie-expert Jorge Piñon voorspelt in internationale media dat Cuba nog grofweg een maand heeft tot ‘uur nul’.
Talloze keren probeerden de VS een einde te maken aan het socialistische regime op 150 kilometer ten zuiden van Florida. Maar al sinds de jaren zestig overleeft de eenpartijstaat ondanks een stevig Amerikaans handelsembargo. Dit keer gaat Trump veel verder. Hij duwt Cuba hardhandig over de rand.
Een vrouw aan het werk in Trinidad.
Een winkeltje met beautyproducten in Havana.
Een man verkoopt een pond rijst in een staatswinkel ('bodega') in Havana.
Toen loodgieter O’Farrill jong was – hij werd drie jaar na Fidel Castro’s revolutie van 1959 geboren – kon je als Cubaan nog trots zijn op de revolutie. De Sovjet-Unie zorgde voor Cuba en de staat zorgde voor de Cubanen. Er was gratis onderwijs, uitstekende zorg, voldoende eten voor iedereen. Maar dat is een half leven geleden.
Nu ziet hij hoe ‘de slechte dingen’ zich opstapelen. De bijna zeven decennia oude revolutie heeft haar volk nog amper iets te bieden. Ziekenhuizen moeten het doen zonder medicijnen. De schappen van de staatswinkels zijn op wat rijst na leeg. Tegelijkertijd maakt gierende inflatie het leven voor de meeste Cubanen onbetaalbaar.
Rodolfo O'Farrill ziet 'de slechte dingen' zich opstapelen. 'We hebben verandering nodig.'
Lege schappen in Havana.
Ook dit winkeltje in Havana is volledig uitgestorven.
Natuurlijk vindt O’Farrill dat de Amerikaanse president niet kan doen ‘alsof hij de baas van de wereld is’. Maar toch, ook hij zegt wat zoveel Cubanen zeggen: ‘We hebben verandering nodig.’ Misschien wel eentje afgedwongen door Trump.
In hoofdstad Havana ruikt de Amerikaanse olieblokkade naar pis, riolering, verbrand rubber en rottend afval. Op straathoeken hoopt het vuilnis zich op. Voorheen maakten de vuilniswagens meermaals per week hun ronden, nu nog eens in de paar weken. Terwijl de ene Cubaan zijn vuil op de hoop gooit, scharrelt de ander tussen de etensresten en verpakkingen.
Een man in Havana zoekt in het vuil naar bruikbare spullen.
De stad brokkelt ondertussen af, tussen de koloniale gevels gapen gaten vol puin. In een kleine medische post wijst verpleegkundige Lourdes naar de wasbak die uit elkaar valt. In een vitrinekast staan lege medicijnpotjes op hun kop. De kliniek komt aan alles tekort, zegt ze. Patiënten moeten op de zwarte markt hun eigen medicijnen kopen. ‘Veel mensen kunnen dat niet betalen.’
Verpleegkundige Lourdes heeft aan alles gebrek om nog normaal haar werk te kunnen doen.
In de avond wordt het elektricteitstekort zichtbaar wanneer de iconische koepel van het Capitolio oplicht boven een goeddeels donkere stad. In pikzwarte straten spelen mannen een dobbelspel bij het licht van een telefoon. Ook stinkend en gehavend is Havana wonderschoon.
Mannen dobbelen in een straat van Havana, ze gebruiken hun mobiele telefoons om nog wat te kunnen zien.
Kijkt de wereld dit keer dan echt naar het einde van de Cubaanse revolutie? Nadat de Sovjet-Unie uiteen was gevallen, ging Cuba door een immens dal, maar Castro regeerde simpelweg verder. Toen hij tien jaar geleden overleed, hoopten veel Cubanen dat met hem de revolutie zou uitdoven. Maar zijn broer Raúl nam het stokje over, tot hij vijf jaar geleden met pensioen ging. Velen dichten de nu 94-jarige Castro achter de schermen nog veel macht toe.
Diens opvolger Miguel Díaz-Canel (65) mist het krediet dat de Castro’s (tot op zekere hoogte) nog hadden onder de bevolking. Toch strompelt de revolutie voort, ook na extra sancties uit Trumps eerste termijn en de verlammende coronapandemie waarna het o zo cruciale toerisme amper terugveerde.
Bovendien verlieten sinds de pandemie zo’n twee miljoen jonge Cubanen het eiland. Volgens onofficiële schattingen zijn er nog circa 8,5 miljoen mensen over. De achterblijvers schreeuwen hun kritiek niet van de daken, nog niet. Iedereen heeft gezien hoe eerder deze maand twee kritische Instagrammers werden opgepakt. Honderden Cubanen zitten vast sinds juli 2021, de laatste keer dat duizenden mensen de straat opgingen.
Het enige wat verlicht is, is een beroemd citaat van Fidel Castro: 'Vaderland of de dood'.
Maar de onvrede ligt voor in de mond. Een 84-jarige dame in Havana slaakt een vermoeide zucht wanneer de buitenlandse gast opmerkt dat ze van de revolutionaire generatie is. Ze was bij het begin, nu hoopt ze dat het haar nog is gegeven om ook het einde mee te maken.
President Díaz-Canel kondigde begin deze maand aan dat hij bereid is tot onderhandelingen met de VS. De vraag is echter waarover. In tegenstelling tot Venezuela heeft Cuba geen olierijkdom. En Díaz-Canel heeft niet de statuur van zijn voorgangers noch van de door de Amerikanen ontvoerde Venezolaanse autocraat Nicolás Maduro.
In de stad Trinidad, op ruim 300 kilometer ten oosten van Havana, valt 's nachts vrijwel alle stroom uit.
Wat willen Trump en Rubio dan wel met Cuba? Rubio deed in een recent interview met persbureau Bloomberg een voorzet: ‘Cubanen moeten meer vrijheid krijgen, niet alleen politiek, maar ook economisch.’ Maar het regime is bang om de teugels te laten vieren, stelde hij. ‘Ze vrezen dat ze de controle verliezen wanneer Cubanen voor zichzelf kunnen zorgen.’
De 38-jarige Marta Deus kan daarover meepraten. Vanuit haar lichte kantoor in de stille wijk Playa in het westen van Havana runt ze een boekhoudbedrijf en een maaltijdbezorgdienst. Al dertien jaar laveert ze tussen de smalle marges die de staatsgeleide economie laat aan zelfstandig ondernemers. Dat proces was moeilijk en tegelijkertijd mooi, zegt ze. ‘Maar nu leven we in een horrorfilm.’
Marta Deus heeft een boekhoudbedrijf en een maaltijdbezorgdienst.
In recente jaren liet de staat beetje bij beetje meer kleine ondernemingen toe, om vervolgens telkens weer op de rem te trappen. Daar waren ook praktische redenen voor, zegt Deus. ‘De groeiende private sector heeft meer energie nodig dan de staat kan leveren. En de regering investeerde liever in hotels dan in energiecentrales.’
Ook al voordat Trump de olietoevoer afkneep, leefde Cuba vanwege zijn oude haperende elektriciteitscentrales op stroomrantsoen. Toch opende vorig jaar in de wijk Vedado een vijfsterrenhotel met 42 verdiepingen, in een klap het hoogste en lelijkste gebouw van Havana.
Was ondernemen op het eiland al moeilijk, nu is het bijna onmogelijk, zegt Deus. ‘Wij hebben hier zonnepanelen, maar hoe komt mijn personeel op kantoor? Onze vrachtwagens rijden op diesel, maar dat is er niet meer. Mijn bezorgers kunnen hun motor niet meer vullen met benzine of hun elektrische scooter niet meer opladen.’
De elektriciteitscentrale in Regla (Havana) is stilgelegd nu de aanvoer van olie stokt.
Deze vrachtwagen in Havana heeft nog wat benzine.
Cuba heeft een ‘economische opening’ nodig, zegt ze. ‘Naar Vietnamees voorbeeld’, in naam socialistisch, in de praktijk kapitalistisch. Maar terwijl het Witte Huis de druk opvoert, ziet ze een Cubaanse staat die zich verder ingraaft. ‘Ze lijken vastberaden zich te verzetten, met alle gevolgen die dat heeft voor het volk.’
Hoofdstad Havana geldt nu nog als bevoorrecht, de dagelijkse stroomstoringen zijn er korter dan in de rest van het land. Het benzinetekort maakt het binnenland bovendien steeds onbereikbaarder. Wie vanuit Havana de Autopista Nacional oostwaarts volgt, ziet met iedere kilometer minder verkeer op de weg.
De weg snijdt door rijst- en suikervelden, hier en daar bananen- en mangobomen. Toch produceert Cuba’s vruchtbare platteland veel te weinig om de staatsbodega’s te vullen. Op een rijstveld waden twee dagloners met zakken zaad door een waterbassin. Ze verdienen 1.000 peso voor een dag werk, 2 dollar. Nee, schudden ze, daarvan kun je niet leven. Langs de weg viert een bord de revolutie: ‘Met de kin omhoog en de handen in de aarde.’
Ter hoogte van kilometer 141 bedient tankstation Oro Negro één eenzame auto. De man heeft speciale toestemming van de staat, zegt een medewerker. De gewone Cubaan kan via een app een plekje in een wekenlange wachtrij verwerven voor 20 liter benzine. ‘Vandaag mochten hier vijftien auto’s tanken.’ Cuba gaat bijna kopje onder, zegt ze. ‘We ademen door onze neus.’
Aan de baai van de stad Cienfuegos, 230 kilometer van Havana, slijten vrienden Marlin (16) en Kadil (23) de lome middag op een bankje. ‘Neem plaats’, zeggen ze. ‘Over het leven in Cuba kunnen we je dagenlang vertellen.’ Aan de randen van de stad staan bladderende socialistische woontorens, het koloniale stadshart is Unesco-werelderfgoed. Nu slenteren alleen wat lokale bewoners over de boulevard.
Marlin en Kadil in Cienfuegos.
‘We leven in een oorlog zonder dat het oorlog is’, zegt Marlin. Haar school is gesloten. Thuis heeft ze een paar uur per dag stroom. Haar moeder kookt op kolen in plaats van gas. Aan de horizon staan de torens van de energiecentrale, er komt geen wolkje stoom uit.
De afgestudeerde biomedicus Kadil werkt in een restaurant waar hij 90 dollar per maand verdient, genoeg om af en toe vlees te eten. ‘Het salaris in het staatsziekenhuis is 4.500 peso (9 dollar, red.).’ Marlin overweegt om zoals zoveel generatiegenoten te vertrekken. ‘Wat voor toekomst hebben we hier?’
Wanneer de donkere nacht over Cienfuegos valt, verschijnen honderdduizend sterren boven de stad. Op een afgelegen terrein aan het water viert een groep Canadese toeristen een feestje. Een generator produceert een cocon van licht waarin witte mannen dansen met donkere Cubaanse vrouwen op de muziek van een rockband.
Canadese toeristen vieren een feestje in het door stroomstoringen geplaagde Cienfuegos
‘Fuck Trump’, zegt de beschonken Sam. Hij wil niet naar huis, maar Canada stuurt repatriëringsvluchten omdat vliegtuigen niet meer kunnen bijtanken in Havana. Zeventiger James Crow, petje boven een ringbaardje, laat de terugvlucht schieten. ‘Dit is geschiedenis’, zegt hij. ‘Ik verwacht dat het in de komende drie maanden gaat gebeuren. I’m excited.’ Een Cubaanse vrouw op de dansvloer klapt voor de band. ‘Cuba libre!’, roept ze.
80 kilometer oostwaarts is la lucha, de worsteling, in het stadje Trinidad zo mogelijk nog groter. Ooit werd het pittoreske Trinidad met zijn bruine dakpannen, koloniale kerkjes en kleurrijke gevels rijk met slavernij en suikerteelt, nu is toerisme de belangrijkste inkomstenbron. Mannen met hoeden hangen verveeld naast hun werkloze paarden. Lege koetsjes maken doelloos rondjes over de kasseien.
Onder het hoge houten dak van de San Francisco de Paula-kerk predikt padre José Conrado Rodríguez (74) op een vrijdagochtend voor twaalf kerkgangers. Hij houdt ze voor dat ze een ‘vrije geest’ moeten hebben. De activistische priester schreef dertig jaar geleden al een kritische brief aan Castro waarin hij de onvrijheid van de Cubanen hekelde.
Priester José Conrado Rodríguez.
Begin deze maand kreeg hij bezoek van Mike Hammer, de Amerikaanse ambassadeur die, terwijl zijn baas het eiland bij de strot heeft, een rondgang maakte door Cuba. ‘De zondag na zijn bezoek zat de kerk bomvol’, zegt de kleine priester met de witte sik na de dienst. Hammer bracht hoop.
Terwijl Conrado over de eenpartijstaat spreekt, worden zijn armgebaren steeds groter. ‘Ze hebben een onmééételijke hoeveelheid lijden veroorzaakt.’ Ook al adoreerde het volk aanvankelijk de charismatische leider. ‘Dit is een land van Fidelisten, niet van communisten.’
Priester José Conrado Rodríguez tijdens de dienst in zijn kerk in de stad Trinidat
Hij denkt dat de Cubaans-Amerikaanse Marco Rubio Cuba wil helpen. Maar geldt dat ook voor Trump? ‘Die wil zichzelf helpen’, zegt hij lachend. Hij vindt Trump ‘afschuwelijk’, toch hoopt hij dat de Amerikaanse president het Cubaanse regime het laatste zetje geeft. ‘Als het hem lukt, verdient Trump een standbeeld.’
Een paar lege straten vanaf Conrado’s kerk bevindt zich het busstation van Trinidad. Op de grote parkeerplaats staat nog één bus. Naast het hek leunt een vrouw tegen de muur. ‘Gesloten’, zegt ze. ‘Geen benzine.’ In de vertrekhal hangt een poster van Fidel Castro, zijn broer Raúl en diens opvolger Díaz-Canel. Hun blikken op de horizon, daaronder twee woorden: Somos continuidad. ‘Wij zijn continuïteit.’
Het sigarenfestival op Cuba gaat dit jaar niet door. De Cubanen kampen met een nijpend gebrek aan brandstof door een Amerikaanse olieblokkade.
Curaçao is van oudsher zowel toevluchtsoord als uitvalsbasis voor Venezolaanse revolutionairen. Lange tijd gold: hoe meer instabiliteit in Venezuela, hoe groter de winsten voor Curaçao en Nederland. Maar dat veranderde met de komst van Shell.
De Cubaanse regering heeft een pakket noodmaatregelen aangekondigd op het gebied van onderwijs, werk en transport om de energiecrisis in het land aan te pakken. De communistische regering wil met de maatregelen de essentiële diensten beschermen en brandstof rantsoeneren.
Source: Volkskrant