Vier jaar na de grote invasie is de stad Kramatorsk bijna volledig geïsoleerd geraakt van de rest van Oekraïne. De meeste inwoners zijn gevlucht. Volgens veel achterblijvers staat de stad op het punt om te worden weggevaagd. Op 15 kilometer van de Russen blijft één speciaal medisch team koste wat het kost uitrukken.
Door Tom Vennink
Fotografie Daniel Rosenthal
Read this article in English
Vier jaar na het begin van de grote Russische invasie van Oekraïne reisde de Volkskrant naar Kramatorsk, stad in de vuurlinie. Voor een speciaal verslag (leestijd rond de 45 minuten) verbleven verslaggever Tom Vennink, fotograaf Daniel Rosenthal, fixer Vitali Lysenko en chauffeur Oleksandr Kozub negen dagen in de stad, momenteel het belangrijkste doelwit van het Russische invasieleger.
Terwijl de sneeuw neerdaalt over de belangrijkste stad op het slagveld, zit een elite-eenheid van eerstehulpverleners opeengepakt op een krappe basis. De acht leden hebben hun camouflagepakken aan om elk moment te kunnen uitrukken. Maar om een of andere reden vinden de Russische bombardementen op Kramatorsk de laatste tijd vooral ’s avonds laat plaats, en niet verspreid over de hele dag, zoals eerder in de oorlog, of midden in de nacht. De zon gaat net onder en de doffe knallen buiten de basis komen uit de verte, dus richten de first responders zich vloekend op de taak waaraan ze minstens zoveel tijd kwijt zijn als aan het redden van gewonden: het afhandelen van papierwerk.
Ze mogen zich dan wel in de stad begeven die het voornaamste doelwit vormt van het Russische leger – de stad die vol in de vuurlinie ligt, die tot op 15 kilometer is genaderd door Russische militairen, en die volgens veel inwoners op het punt staat om te worden weggevaagd – maar ook in Kramatorsk worden ze niet met rust gelaten door de Oekraïense bureaucratie.
De leden van de Politie Paramediki vullen vragenlijsten in over hun geestelijke gezondheid.
Op hun bureaus liggen vragenlijsten die ze één keer per jaar moeten invullen. De lijsten zijn bedoeld om hun geestelijke gezondheid te peilen en, uiteindelijk, om het aantal zelfdodingen onder hulpverleners aan het front omlaag te brengen. Dit jaar telt de lijst een recordaantal van 141 vragen.
Oleksandr Tsjivenkov, de commandant van de Politie Paramediki van de regio Donetsk, zoals deze groep meest geharde first responders van de oorlog wordt genoemd, loopt de basis binnen. Zijn gezicht staat op onweer. Terwijl buiten de oorlog woedt, is hij de hele dag al in de weer geweest met administratie en nu moet hij nog meer dan honderd vragen beantwoorden over zijn gevoelens. ‘Hoe erg is het?’, vraagt Tsjivenkov aan zijn teamgenoten terwijl hij zich naar zijn bureau wurmt.
Commandant Oleksandr Tsjivenkov traint zijn spieren op de basis van de elite-eenheid.
De Politie Paramediki van de regio Donetsk is een eenheid zoals geen andere in Oekraïne. De groep is in februari 2022, de eerste maand van de grootschalige invasie, opgericht door de korpsleiding om onmiddellijk medische hulp te verlenen na luchtaanvallen. De nadruk ligt op onmiddellijk.
De reguliere hulpdiensten – de ambulance en de brandweer – zijn voorzichtiger geworden door ‘double taps’, waarbij Rusland meerdere keren dezelfde plek bombardeert om overlevenden, reddingswerkers en toegesnelde omwonenden te doden.
Medewerkers van de hulpdiensten zijn zo veel collega’s verloren dat ze nu veiligheidsprotocollen volgen die hen verplichten om na een luchtaanval vijf tot tien minuten te wachten om uit te rukken, waardoor ze soms te laat komen voor de gewonden. Als ze besluiten te gaan, blijft er iemand op de kazerne die het luchtruim monitort en wagens terugroept als er nieuwe Russische bommen onderweg zijn.
‘De ambulances zijn te langzaam geworden’, zegt Tsjivenkov. ‘Wij gaan onmiddellijk. Wij zijn pioniers in deze discipline.’
In het Paleis van Cultuur en Technologie zijn de ramen en deuren dichtgetimmerd.
Meestal komen hij en zijn team als eerste aan op een gebombardeerde plek. Dan zoeken ze zo snel mogelijk naar slachtoffers door te midden van het puin en de vlammen te roepen of er gewonden zijn. Vaak wijzen in paniek verkerende omstanders de weg. Dan is het een kwestie van de patiënten buiten levensgevaar brengen en ze zo snel mogelijk naar een ziekenhuis overbrengen, voordat een mogelijke volgende bom inslaat.
De basis van de eenheid is gevestigd in een verlaten appartement dat door de oorlog een nieuwe functie heeft gekregen, net als zoveel gebouwen in Kramatorsk. Aan de muren van het appartement hangt het gelige behang van de gevluchte bewoners. Er zitten zilveren bloemetjes in die gaan glimmen als er licht op valt. Maar veel licht is er niet in de kamer. Het enige daglicht valt door een smalle strook raam tegen het plafond. De rest van de ramen is afgeplakt met zilverkleurig folie dat moet voorkomen dat de hulpverleners worden doorkliefd met scherven als een schokgolf van een raket of drone de ruiten eruit blaast, zoals ze hebben zien gebeuren bij tal van inwoners van de stad.
Op de basis zijn ramen afgeplakt met folie die de hulpverleners moet beschermen tegen rondvliegende scherven.
Eigenlijk is het tweekamerappartement te klein om te fungeren als basis voor een eenheid van acht eerstehulpverleners. De woonkamer van 3 bij 6 meter is volgeplempt met zeven bureaus, twaalf stoelen en een boekenkast. Het resterende looppad wordt belemmerd door een rondslingerende halterstang met 50 kilogram aan gewichten en verlengsnoeren voor de printer, waar maar papieren uit blijven rollen die de groep moet invullen van collega’s op veiligere plekken buiten Kramatorsk. Tussen de papieren staan halveliters Battery, de blikken energiedrank waar de eenheid op leeft. Aan de muur hangen een Oekraïense vlag en een kalender. ‘DONBAS ONOVERWONNEN’, staat er op de kalender.
Kramatorsk is een van de laatste onbezette steden van de Donbas, de oostelijke regio van Oekraïne die Rusland voor 90 procent heeft bezet. Het naderende invasieleger is in de verte te horen. Nu de stad binnen het bereik is gekomen van vrijwel alle typen Russische drones, is de vernietiging van Oekraïnes belangrijkste militaire bastion in een stroomversnelling gekomen.
De stad raakt langzaam geïsoleerd van de rest van Oekraïne. De enige manier om de Oekraïense hoofdstad van de Donbas nog te bereiken, is over wegen onder visnetten. Die netten zijn door wegwerkers gespannen over de laatste 100 kilometer naar Kramatorsk en moeten een schild vormen tegen Russische drones. Maar ze helpen niet altijd, getuige de uitgebrande autowrakken in de berm.
Brandweerlieden staan te blussen bij een auto na een Russische aanval met een glijbom.
Kramatorsk zit vol gaten. De stad lijkt op Oekraïense steden die niet meer bestaan, vlak voordat ze werden verpletterd. Vensters van flatgebouwen zijn dichtgetimmerd met spaanplaten. Sommige Sovjet-flats zijn platgebombardeerd, net als enkele van de pastelkleurige huizenblokken die na de vorige oorlog werden gebouwd door Duitse krijgsgevangenen.
Maar de Oekraïense legerleiding is niet van plan om de stad te laten vallen. Kramatorsk is een beschermd bastion. Samen met de andere onbezette steden vormt Kramatorsk de sterkste en belangrijkste verdedigingslinie van Oekraïne. De heuvels buiten de stad zijn doorkliefd door lange verdedigingslinies. Ze bestaan uit metersdiepe geulen, gevolgd door betonnen drakentanden met rollen prikkeldraad, wallen van aarde, en dan nog meer geulen, drakentanden, prikkeldraad en wallen. Eromheen liggen mijnen. De linies worden voortdurend in de gaten gehouden door drones.
Drakentanden, prikkeldraad en anti-dronenetten.
Tegelijkertijd weet de legerleiding: Bachmoet, Avdiivka en Pokrovsk waren ook beschermde bastions in de Donbas, tot ze vanuit de lucht werden platgegooid en er geen muur meer overeind stond om achter te schuilen. Voor de zekerheid heeft het leger ten westen van Kramatorsk ook alvast linies gegraven. Die moeten voorkomen dat de Russen tot diep in Oekraïne doorstoten na het zwartste scenario: de val van Kramatorsk.
Tsjivenkov is zich ervan bewust dat zijn basis niet bestand is tegen een Russische raket. Dat is geen enkel gebouw in Kramatorsk. In de wijk rond de basis, in het centrum van de stad, zijn hele woontorens tot stof verpulverd. Om de hoek staan alleen de draagmuren nog overeind van Ria Pizza, waar Tsjivenkovs team twee 14-jarige tweelingzussen en elf anderen tevergeefs probeerde te redden nadat er een Russische ballistische raket was ingeslagen op de pizzeria. Een straat verderop liggen nog steeds de brokstukken van een wooncomplex waartussen het team twee lijken aantrof. Hun aanvankelijke basis, het politiebureau, is een zwartgeblakerde doos vol puin.
Voor de basis staat de ziekenwagen van de eenheid: een gepantserde witte bestelbus met op het dak vier groene uitsteeksels in de vorm van bolhoedjes. Het zijn antennes om drones te detecteren en verstoren. Ze zijn standaarduitrusting geworden voor militaire voertuigen. Ze zitten ook boven op ziekenwagens, want in deze oorlog was al snel duidelijk dat die ook tot de doelwitten behoren.
De wagen is uitgerust met de nieuwste generatie detectoren. Die onderscheppen het videosignaal van een drone en tonen op een scherm de beelden die de piloot van de drone ook ziet. De regel voor de inzittenden is: zie je je eigen auto op het scherm, spring er dan meteen uit en ren ieder een andere kant uit ter beperking van het dodental.
Voor noodgevallen ligt er naast de versnellingspook shotgunmunitie met opschrift ‘Zala-express’ – een Zala is een van de meestgebruikte Russische drones. Vlak bij het stuur is een patch met een rood kruis en het motto van de Oekraïense first responders langs het front. ‘Geen stap naar achteren’, staat erop. ‘Achter ons ligt het mortuarium.’
Die manier van werken heeft een keerzijde. In augustus 2023 was Tsjivenkov na een raketinslag een brandend hotel ingeklommen in Pokrovsk, een nabijgelegen stad die in het afgelopen jaar in de as is gelegd door Rusland. Tsjivenkov had op de overblijfselen van de vierde verdieping de stem van een man onder het puin opgevangen en net toen hij vroeg wat diens naam was, hoorde hij een fluitend geluid boven zich. Alles werd zwart.
Toen hij bij bewustzijn kwam, lag hij begraven onder het puin. Hij dacht dat hij doodging. Hij zag niets, maar hoorde een reddingswerker roepen en kroop door de brokstukken richting het geluid, net zoals hij zijn gewonden instrueert. Boven het puin zag Tsjivenkov een brandweerman met een gat in zijn wang, een politieagent zonder arm, een man met een holte ter grootte van een tennisbal in zijn borst, een volledig verbrande medewerker van de reddingsdienst, en een man die in zijn eigen bloed aan het stikken was. Tsjivenkov kwam ervan af met een hersenschudding en een permanent scheefstaande middelvinger. Mazzel, is zijn verklaring, en een goede helm.
Oleksandr Tsjivenkov nadat hij een raketinslag in Pokrovsk heeft overleefd.
Hij is niet de enige van de groep die gewond is geraakt. Maar wonderbaarlijk genoeg leeft iedereen nog.
Fysiek gezien is Tsjivenkov de afgelopen vier oorlogsjaren goed doorgekomen. Op zijn 35ste heeft hij zijn bolle wangen en pretogen nog, die hem trekken geven van een ondeugende schooljongen. Hij ging voor de oorlog bij de politie omdat zijn vader en grootvader, die beiden in de kolenmijnen van de Donbas werkten, hem hadden afgeraden om mijnen in te gaan. Daar was volgens hen ‘geen geld en gezondheid’ te vinden. In een streek die tot de oorlog gehuld was in kolengruis en kooksdampen uit staalfabrieken, bleef er weinig anders over dan de politie.
Hulpverlening na een aanval op een appartementengebouw in Kramatorsk in 2023.
Tsjivenkov klom op tot hoofd van een trainingscentrum dat agenten opleidt, onder meer op het gebied van eerstehulpverlening. Dat maakte zijn team volgens de korpsleiding uitermate geschikt om slachtoffers van Russische bombardementen te gaan redden.
Tsjivenkov zou liever tijd doorbrengen met zijn vrouw en dochter, die hij naar een veiligere plek buiten de stad heeft gebracht. Maar werk is werk, vindt hij. Hij klaagt wel over de bergen papierwerk, maar niet over de zwaarte van de reddingswerkzaamheden zelf. ‘In de fabriek werken of straten vegen is ook zwaar’, zegt hij. ‘Ik doe gewoon mijn werk.’
De hulpverleners op de basis zien hem als een van hen. In strijd met Oekraïense traditie spreken ze hun commandant aan als ‘Sanja’, een koosnaam voor Oleksandr. Ze weten dat Tsjivenkov een hekel heeft aan formaliteiten en gesalueer. Voor hem gaat het om presteren.
Statistieken vormen voor hem het bestaansrecht van zijn eenheid. Er zijn in de provincie Donetsk zes teams Politie Paramediki. In totaal rukten ze de afgelopen vier jaar 3.813 keer uit. Ze hielpen 1.636 gewonden.
De doden tellen ze niet.
‘Moet je horen’, roept een van de first responders op de krappe basis, en hij leest een stelling op uit de vragenlijst over geestelijke gezondheid aan het front. ‘Mijn grootste angst is om een verwonding op te lopen waardoor ik mijn partner niet meer kan bevredigen in bed.’
‘O, néé’, kreunt een ander. ‘Niet dat.’
De rest lacht.
Aanwezig tussen het bloemetjesbehang zijn Tsjivenkovs meest ervaren teamgenoten. De meesten zitten, net als hij, sinds het begin van de grootschalige invasie in de eenheid. Allemaal hebben ze een achtergrond bij de politie. Sommigen waren cipier of agent, anderen instructeur bij het trainingscentrum dat opging in de Politie Paramediki. Geen van hen had een medische achtergrond of ervaring met hulpverlening bij luchtaanvallen.
Vier oorlogsjaren hebben hen tot een hechte eenheid gesmeed. Een eenheid waarin mensen op elkaar vertrouwen. Hun gezinnen zijn ver weg, in veiliger gebied. Maar hier voelen ze zich niet alleen.
Net terug van een vakantie bij zijn gezin is de sfeermaker van de groep. Oleh Sizov (39), een zachtaardige reus met een aanstekelijke lach, was blij om zijn vrouw en kinderen in Odesa voor het eerst in een half jaar even te zien. Zijn zoon van 8 maanden bleek al pogingen te ondernemen om rechtop te staan. Zijn 4-jarige dochter had zich ontwikkeld tot een hele madam.
Sfeermaker Oleh Sizov.
Maar hij weet dat hij hier nodig is. Hij meldde zich meteen na de inval bij de eenheid aan. ‘Als wij dit werk niet doen, wie dan wel’, is zijn uitleg. Hij vindt het banaal klinken, maar hij haalt er voldoening uit om gewonde mensen in veiligheid te brengen. Hij is er trots op dat president Volodymyr Zelensky hem in 2023 in een van diens dagelijkse videoboodschappen aan de natie bedankte voor zijn werk na een aanval op een markt in Kostjantynivka, een stad iets ten zuiden van Kramatorsk. Sizov had er vier uur lang gewonden verpleegd tussen losliggende ledematen en mensen die voor zijn ogen waren verbrand. Die waren niet meer te redden, maar anderen wel.
Sizov houdt bij hoeveel mensen hij heeft geholpen. Na vier jaar staat zijn teller op 230.
Zijn commandant Tsjivenkov heeft net het papierwerk afgerond zodat Sizov weer een wapen mag dragen nu hij terug is van verlof. Vanaf nu is het weer naar gebombardeerde landgenoten racen met een shotgun tegen de drones, terugkomen in een huurflat in Kramatorsk, met bloed doordrenkte uniforms in de wasmachine stoppen, en dan dagenlang met chemicaliën de bloedgeur uit de machine proberen te spoelen.
Sizov rekent altijd op het beste scenario, maar zorgt dat hij klaar is voor het ergste. Om fit te blijven gaat hij drie keer per week naar de sportschool, die naar een kelder is verhuisd, net als de meeste overgebleven faciliteiten in Kramatorsk. Hij is een van de weinige mannen in uniform die niet zijn gaan roken in de Donbas. Hij rookt niet, hij ademt, zegt hij altijd als hem een sigaret wordt aangeboden. Roken doet hij slechts één keer per jaar, op zijn verjaardag. Dan rookt hij een dikke sigaar.
‘Ugh’, puft Sizov terwijl hij zich door de vragenlijst werkt. ‘We draaien nog een keer door van deze formulieren.’
Een van zijn collega’s: ‘Hé, ik hoorde laatst dat als je in een half jaar tijd drie lijken ziet, je recht hebt op drie maanden revalidatie.’
‘Dan hadden we alleen al na Eko-Market recht op een jaar revalidatie’, roept een ander, doelend op een Russisch bombardement van een supermarkt in 2024.
Iedereen lacht, en iemand zegt: ‘We kunnen meteen een abonnement voor vijf jaar nemen. Hé Dima, stel je voor, jij en ik vijf jaar in Boekovel’, doelend op een Oekraïens skiresort in het Karpatengebergte.
En dan vloeken ze weer over de volgens hen nutteloze vragen.
‘Wat áls ik zelfmoord wil plegen’, lispelt Tsjivenkov bij een vraag over gedachten aan zelfdoding. ‘Ik voel dat het eraan zit te komen.’
Na een kwartier hebben ze er genoeg van. Ze verdelen de vragen en schrijven de antwoorden van elkaar over.
Te veel lijken om te begraven
De twee jongste leden van de groep houden zich op de vlakte. Vlad Ljolja, 21 jaar, is een maand geleden aangesloten. Hij komt uit Marioepol. Toen die stad in 2022 werd verpletterd door wekenlange Russische bommenregens, groef hij er gaten in de grond voor de lichamen van zijn buren. Hij dronk er water uit een put waarin volgens andere schuilenden een lijk was gevallen, maar het was de laatst overgebleven plek om water te vinden. Hij liep er voor het eerst langs een kinderlijk zonder iets te doen, omdat hij toen al had begrepen dat er te veel lijken op straat lagen om te begraven.
Vlad Ljolja (21) is het jongste lid van de eenheid. Zijn thuisstad Marioepol werd in 2022 platgegooid door de Russen.
Hij was 17 jaar, en heeft nog lang gedroomd over zijn vlucht uit de stad. Vooral over het moment waarop hij zijn moeder en broertje even kwijt was, terwijl alles om hem heen in brand stond. Maar vergeleken met anderen in de Donbas vallen zijn problemen wel mee, vindt hij.
Nu zoekt hij zijn draai bij de Politie Paramediki. Hij vermoedt dat dit werk beter bij hem past dan dat bij de gewone politie, waar hij eerst zat.
Ook stil is Anna Myrosjnitsjenko, 23 jaar, en de enige vrouw op de basis nu haar collega Marjanna op vakantie is bij haar zoon. Aan haar bureau in de hoek vult ze de vragenlijst in met behulp van ChatGPT. Ze gelooft niet in het nut van de vragenlijst en heeft die niet nodig om erachter te komen dat ze mentale problemen heeft. Dat weet ze allang.
Ze ging bij het trainingscentrum om agenten op te leiden en dat werk te combineren met een sportcarrière als karateka. Dat was geen probleem, was haar voorgespiegeld door de politie. Maar kort daarna zat ze op gebombardeerde markten lichaamsdelen bijeen te rapen. Door de inslagen slaapt ze slecht. In 2024 won ze nog wel een bronzen medaille op het wereldkampioenschap karate in Tokio, maar ze kan zich steeds slechter concentreren op haar sport.
Anna Myrosjnitsjenko (23) won in 2024 nog een bronzen medaille op het wereldkampioenschap karate in Tokio.
‘Het is niet normaal om lichaamsdelen in zakken te stoppen’, zal ze later vertellen, tijdens een karatetraining in haar eentje op een uitgestorven en ondergesneeuwd voetbalveld in Kramatorsk. ‘Ik kan niet ontspannen, ik brand op.’ In mei loopt haar contract bij de politie af. Ze overweegt te vertrekken.
Op de basis leveren de andere teamleden de ingevulde vragenlijsten in, allemaal met dezelfde antwoorden. ‘Het wordt pas echt lachen als we straks naar een psychiatrische inrichting gaan’, roept iemand.
‘Als we naar een inrichting gaan, laten we dan met z’n allen gaan. Ze zullen ons Dimedrol geven’, zegt een ander, en met een smakkend geluid doet hij alsof hij de sederende medicatie inneemt. ‘Jammie-jammie.’
Commandant Tsjivenkov grijnst mee. Lachen, zo weet hij, is het overlevingsmechanisme van zijn eenheid. Zelf kan hij ook grinniken om de onverwachte zaken die hij tegenkomt op gebombardeerde plekken. Zo had hij niet kunnen bedenken dat hij een man zou tegenkomen die na een luchtaanval rondliep terwijl er een metalen stang in zijn hoofd stak. Zeker niet een die zou zeggen: ‘Ik ben in orde.’ De man met de bliksemafleider in zijn hoofd, noemt Tsjivenkov hem.
Hij is ervan overtuigd dat mensen in de Politie Paramediki zich niet kunnen permitteren om ernstig stil te staan bij wat ze meemaken. ‘Dan gaat het mis hierboven’, zegt Tsjivenkov, en hij tikt met zijn vingers tegen de zijkant van zijn schedel.
Er is nog iets waar de leden van de Politie Paramediki liever niet bij stilstaan: de stad waarin zij zich begeven, is het eerstvolgende doelwit van Rusland. Vorige doelwitten van Rusland in deze regio bestaan niet meer. Boven hun brokstukken wapperen Russische vlaggen.
Kramatorsk is met een vooroorlogs inwonertal van 165 duizend de grootste onbezette stad van de Donbas. Rusland probeert de Donbas, een gebied bestaande uit de provincies Loehansk en Donetsk en iets kleiner dan tweemaal Nederland, al twaalf jaar te veroveren. Eerst bewapende Rusland separatisten, stuurde die aan en versterkte ze met eigen militairen. In 2014 namen ze 10 kilometer ten noorden van Kramatorsk de stad Slovjansk in, de plek waar de oorlog begon. Sinds 2022 zijn de Russische strijdkrachten met meer dan een miljoen militairen bezig om de klus te klaren, als onderdeel van de poging om heel Oekraïne te bezetten.
© de Volkskrant - Eleanor Mohren. Bron: ACLED, ISW, Natural Earth
De invasie van het hele land is grotendeels vastgelopen, maar in de Donbas ploegen de Russen langzaam voort door Oekraïense dorpen en steden, waarbij ze alles op hun pad vernietigen. Ze zijn bereid om daarvoor de grootste opofferingen te doen sinds de Tweede Wereldoorlog. Van de naar schatting driehonderdduizend Russische militairen die al zijn gesneuveld tijdens de invasie, kwamen verreweg de meesten om in de Donbas. Hetzelfde geldt voor de negenhonderdduizend Russische gewonden; ook zij gingen hier neer.
De Russische president Vladimir Poetin zegt dat zijn leger ondanks de verliezen blijft doorvechten. ‘Het komt allemaal op het volgende neer’, zei Poetin in december: ‘Of we bevrijden deze gebieden met geweld, of de Oekraïense troepen verlaten deze gebieden en stoppen met vechten.’
De Donbas is waar de oorlog begon, en ook waar die kan eindigen, insinueert Poetin soms. Hij vertelde de Amerikaanse president Donald Trump het afgelopen jaar dat diens voorstellen om de oorlog te beëindigen misschien mogelijk zijn, mits Oekraïne zich terugtrekt uit de hele Donbas, en de internationale gemeenschap het gebied erkent als deel van Rusland.
Oekraïne is bereid tot concessies om de Russische oorlog te laten stoppen, zoals het voorlopig opgeven van bezette gebieden, die een vijfde van het land beslaan, en het inperken van het Oekraïense leger. President Zelensky speculeerde na Amerikaanse druk zelfs over een mogelijke terugtrekking van Oekraïense troepen uit de onbezette delen van de Donbas, waaronder Kramatorsk, maar dan wel in ruil voor een Russische terugtrekking aan de andere kant van het front. De onbezette Donbas zou dan veranderen in een gedemilitariseerde, ‘economische zone’, al begrijpt niemand in Kramatorsk wat dat betekent.
Voor Oekraïne moet de grondslag van elk akkoord zijn dat de oorlog daarmee stopt. En dat vooruitzicht weigert Rusland te bieden. Het stelt voorwaarden die Oekraïne na een wapenstilstand kwetsbaar achterlaten, zonder buitenlandse steun. Bovendien blijft Poetin herhalen dat de Russische doelen verder reiken dan de Donbas, net zoals dat al het geval was in 2022, toen Rusland er niet in slaagde om Kyiv en de rest van Oekraïne in te nemen.
Onlangs zei Poetin dat de oorlog pas kan eindigen als niet alleen de Donbas, maar het hele oosten en zuiden van Oekraïne, waaronder grote steden als Odesa en Charkiv, in Russische handen zijn.
En dus gaat de vernietiging door.
De achterblijvers
De standvastigen
Anatoli en Tetjana Kravtsjenko, een echtpaar van in de zeventig, hebben al twee bombardementen overleefd. Op 6 januari sloeg er een vliegtuigbom in naast hun flat. Een Kab-500, een extra zware. Die komt in zijn eentje, in plaats van in een set van vier. Tegen middernacht sloeg hij in op honderd meter van de Kravtsjenko’s, pal op het ketelhuis dat de buurt van warm water voorzag.
In Kramatorsk beginnen veel bombardementen met trillende telefoons. Kram Radar, een kanaal op berichtenapp Telegram, stuurt zijn veertigduizend volgers een melding als de luchtmacht een projectiel heeft gesignaleerd dat op weg is naar de vijftigduizend achterblijvers in de stad.
21 januari, de dag waarop de Politie Paramediki de vragenlijst invult, begon met een melding om 9.56 uur ’s ochtends: ‘Kabs onderweg naar Kramatorsk.’ Kabs zijn zogenoemde glijbommen die op ongeveer 100 kilometer afstand en op grote hoogte worden afgeworpen door Russische gevechtsjagers, waarna ze door de lucht naar hun doelwit glijden. Ze zijn niet precies, wel verwoestend. Meestal komen ze in sets van vier. Hun inslagen zijn op tientallen kilometers afstand te horen. Boem... stilte... boem... stilte... boem... stilte... boem.
Om 10.03 uur volgde een melding dat er een Zala-verkenningsdrone was gezien boven Kramatorsk. Dat is meestal een voorteken van een spoedig volgend bombardement. Zala’s vliegen vaak samen met Lancet-kamikazedrones, die na de detectie van een doelwit door de Zala meteen een duikvlucht inzetten en zich bij inslag opblazen met explosieven.
Повторно, КАБи курсом на Краматорськ
Opnieuw Kabs onderweg naar Kramatorsk
Om 12.13 uur en 14.24 uur werden er weer Kabs gemeld, maar die waarschuwingen werden ingetrokken. Daarna waren er meldingen van een Skat-verkenningsdrone om 14.48 uur en twee andere drones om 16.30 uur en 16.39 uur, waarbij niet duidelijk was of het om verkenningsdrones of kamikazedrones ging.
De totale schade die middag was niet helemaal duidelijk. In elk geval verwoestte een van de drones in het zuiden van de stad een huis met een garage, net als de twee eikenbomen voor de deur en een paar personenauto’s in de straat. De twee bewoners van het huis lagen in bed toen de drone zich in hun woning boorde. Ze konden zonder zware verwondingen naar buiten klimmen en stonden even later beteuterd te kijken naar de ruïne die was overgebleven van hun woning.
De Kabs richtten meer schade aan. Ze doodden een vrouw van 47 jaar en beschadigden 26 woningen en een kruidenierszaak. Maar de situatie was kennelijk niet dermate ernstig om de Politie Paramediki in te schakelen, want ze werden niet opgeroepen door de meldkamer.
Naast Kram Radar hebben de inwoners van Kramatorsk de stadssirenes die waarschuwen voor naderende raketten en Shahed-drones. In Kramatorsk is het eentonige geloei van de sirenes net zo’n alledaags stadsgeluid geworden als de voortdurende ontploffingen uit de verte.
De achterblijvers
De altruïsten
In een verlaten schoolgebouw zit muziekleraar Maksym Tovkajlo te glunderen. Hij kijkt op een opengeklapte laptop naar een van zijn leerlingen. De jongen bevindt zich in Odesa en speelt op zijn blokfluit Afscheid van het vaderland van de Poolse componist Michał Ogiński. ‘Bravo’, zegt Tovkajlo na het stuk. ‘Je hebt indruk op me gemaakt.’
Uit voorzorg zijn de ontmoetingsplaatsen van de stad – scholen, sportverenigingen, musea – allemaal gesloten. Het sportveld in de binnenstad, waar de politie en brandweer anderhalf jaar geleden nog samen voetbalden, is verlaten. Bij elkaar komen in groepen is verboden door het stadsbestuur, in een poging om nieuwe bloedbaden te voorkomen.
Het icoon van de stad staat op instorten. De loodsen en schoorstenen van de NKMZ, die wereldwijd bekendstond als ‘de machinefabriek der machinefabrieken’, brokkelen af. De fabriek, die machines voor de mijnbouw produceerde, was de motor van de stad, en verreweg de grootste werkgever.
Ook de enorme Oekraïense vlag, die boven Kramatorsk wappert aan een hoge mast in het stadspark, is aangevallen. Rusland vloog er met twintig drones op af, maar wist hem tot dusver niet neer te halen.
De achterblijvers
De nieuwkomers
Sasja, een 32-jarige militair, is naar Kramatorsk gekomen om zijn zoon te beschermen. Zijn zoon is 5 jaar en thuis bij Sasja’s vrouw in Kryvy Rih, een stad op 100 kilometer van het front. ‘Als we de klootzakken hier niet tegenhouden, dan komen ze naar Kryvy Rih’, zegt Sasja, die volgens veiligheidsprotocollen van het leger alleen zijn voornaam geeft. ‘Er is geen alternatief.’
De laatste treinen zijn vertrokken. Het achtergebleven donkerrode treinstation met mozaïeken in het plafond is het gebouw waarmee alles begon in Kramatorsk. In 1868 werd eerst het station voor goederentreinen gesticht, de stad kwam daarna. Het station is tevens de plek van het grootste bloedbad van Kramatorsk. In april 2022 sloeg een Russische raket in op een groep mensen die per trein de stad uit wilden vluchten. 63 van hen kwamen om.
Nog lang bleven de treinen rijden. Ze brachten vrouwen naar Kramatorsk die op bezoek gingen bij hun echtgenoten in het leger. De mannen stonden op het perron met bloemen te wachten. Het station werd het ‘station van de liefde’ genoemd. Maar na een recente reeks droneaanvallen op de treinen legden de Oekraïense Spoorwegen afgelopen november het treinverkeer naar Kramatorsk stil.
De kokkin van de stationsrestauratie overweegt vrij te nemen. Niemand komt meer voor haar zelfgemaakte borsjtsj.
Het stationspersoneel veegt de perrons nog sneeuwvrij, tegen beter weten in. Tussen de perrons takelen spoorwerkers waardevolle onderdelen van de rails al weg. Bij de laatste geopende balie zijn enkel nog buskaartjes te koop. De kaartjesverkoper denkt dat ze binnen een maand of twee zal vertrekken, want op de Russen wil ze niet wachten. Maar ze kan zich nog moeilijk voorstellen waar ze heen moet, na 35 jaar op het station. De kokkin van de stationsrestauratie denkt volgende maand maar vrij te nemen, want er komt niemand meer om haar zelfgemaakte borsjtsj op te eten.
Veel mensen zijn al weg. Van de 165 duizend inwoners zijn er tijdens de oorlog meer dan honderdduizend vertrokken.
Ze geloven dat dit de laatste winter wordt van Kramatorsk. Een vereniging van historici is vast begonnen om alle boeken over de stadsgeschiedenis samen te brengen in een bibliotheek in Kyiv, voordat het te laat is. Oleh Maksymenko, een 63-jarige historicus die zijn loopbaan wijdde aan de geschiedenis van Kramatorsk en omgeving, stuurt zijn veertien boeken op. ‘Dit kan het einde worden van de geschiedenis van Kramatorsk’, zegt hij.
Een vrouw verkoopt aardappelen en uien op de markt. Inwoners van Kramatorsk halen drinkwater bij een waterpunt.
De Russen komen niet alleen langzaam dichterbij vanuit het oosten, maar ook vanuit het zuiden. In Droezjkivka, een stadje 7 kilometer ten zuiden van Kramatorsk, wemelt het al van de Russische drones. Commandant Oleksandr Tsjivenkov en sfeermaker Oleh Sizov hoorden de mitrailleurs ratelen om de drones neer te halen, toen ze een paar uur voor het invullen van de vragenlijsten een beschoten agent evacueerden uit Droezjkivka.
De agent was lid van een antidroneteam dat rugdekking gaf aan een groep loodgieters en elektriciens. Hij moest Russische drones neerschieten om de monteurs een kans te geven gehavende elektriciteitskabels en verwarmingsleidingen te repareren in woonwijken. Maar de agent werd zelf aangevallen door twee drones. De eerste schoot hij uit de lucht met zijn shotgun. De tweede zag hij niet aankomen. Hij zat met een collega in de auto. Het onbemande vliegtuigje explodeerde op de voorruit.
Het lid van het anti-droneteam (midden) dat kon worden geëvacueerd uit Droezjkivka.
Het bleek een van de vele Russische glasvezeldrones. Die zijn niet via radiosignalen verbonden met hun piloot, maar via een kilometerslange glasvezelkabel die tijdens de vlucht ontrolt. Ze zijn niet met radars te detecteren of met stoorzenders van koers te brengen. Ze ontbreken daardoor in de meldingen van Kram Radar en lijken altijd uit het niets te komen.
De agent was ongedeerd, maar dat gold niet voor zijn collega op de bijrijdersstoel. Die zat achter het glas waar de drone insloeg en begon flink te bloeden. Terwijl de agenten op de Politie Paramediki wachtten, sloegen er om hen heen nog vier drones in. De gewonde agent werd afgeleverd bij de dichtstbijzijnde medische hulppost, de ongedeerde agent kon mee naar Kramatorsk, in een dollemansrit achterin bij Tsjivenkov en Sizov, die zoals gewoonlijk het gaspedaal vol intrapte om de drones voor te blijven.
Iets zuidelijker van Droezjkivka zijn de Russen bezig met de inname van de volgende stad op hun pad, Kostjantynivka. Het is Sizovs geboorteplaats. De stad waar hij opgroeide, verliefd werd, trouwde, een dochter kreeg. En waar hij later op de markt vier uur lang gewonden verpleegde tussen de lijken. Zijn huis is hij kwijt.
De achterblijvers
De wachtenden
Hoe groot de groep is, weet niemand precies. Maar iedereen weet dat ze er zijn, in de hele Donbas: mensen die wachten op Rusland. Militairen komen ze tegen in de laatste huizen aan de voorste linies op het slagveld. Oleh Maksymenko, de stadshistoricus van Kramatorsk, hoorde een van hen laatst zeggen: ‘Wat zou het toch fijn zijn om wakker te worden en de Russische vlag te zien.’ Politieagenten treffen ze als ze ouders met kinderen weghalen langs het front. Dan verzetten de ouders zich. Sommigen verbergen hun kinderen.
Veel steden die de Politie Paramediki goed kent, zijn al uitgewist. Pokrovsk, de stad waar Tsjivenkov gewond raakte, is weggevaagd. Marioepol, de stad van Vlad Ljolja, de nieuwkomer in de groep, is grotendeels verwoest. Een ander uit het team heeft al zo veel vernietigde steden in de Donbas achter zich gelaten, dat hij zichzelf omschrijft als ‘een mens in terugtrekking’.
‘Grote kans dat het hier ook moeilijk gaat worden’, zegt Tsjivenkov over Kramatorsk. Maar hij staat liever niet stil bij de frontbewegingen. Die kan hij toch niet veranderen. ‘Je moet je voorbereiden’, zegt hij. ‘Dat is het belangrijkste.’
Op de avond na de psychologische vragenlijst blijft het luchtruim boven de stad ongewoon leeg. Droezjkivka krijgt die avond de volle laag, zo is te horen in Kramatorsk. Boem... stilte... boem... stilte... boem... stilte... boem. Een dag later is het naastgelegen Slovjansk aan de beurt. Maar op de avond daarna beginnen de telefoons in Kramatorsk te trillen. Ineens volgen de meldingen van Kram Radar zich in hoog tempo op.
Краматорськ — БпЛА
Kramatorsk – drone
4 БпЛА курсом на Краматорськ
Vier drones onderweg naar Kramatorsk
Краматорськ (Ясногірка) — 2 БпЛА
Kramatorsk – twee drones
3 шахеда курсом на Краматорськ
Drie Shaheds richting Kramatorsk
Waar vliegen ze dit keer op af? Wie belandt er vanavond onder het puin? Het lijkt de Russen niet veel uit te maken. Net als bij andere steden is hun campagne vooral bedoeld om de bevolking te terroriseren en de stad onbewoonbaar te maken.
Maar hoeveel ton explosieven ze ook op Kramatorsk hebben gegooid, de stad is nog niet leeg. De ene markt is gebombardeerd, maar bij de andere zijn nog aardappelen en spijkerbroeken te koop. Hele flatgebouwen zijn weg, maar in de flats ernaast brandt nog licht. Ria Pizza is vernietigd, maar bij restaurant De Oven wordt nog getafeld.
Volgens de gemeente wonen er nog ongeveer vijftigduizend mensen in Kramatorsk, plus militairen. Kraanmachinisten hebben mobiele bunkers voor ze neergezet: betonnen kubussen waarin ze kunnen vluchten als een drone te dichtbij komt. Boven alle benzinepompen zijn visnetten gespannen na een reeks droneaanvallen daarop, waarbij eind vorig jaar twee lokaal bekende journalisten werden gedood.
Over de weg naar Kramatorsk zijn visnetten gespannen die een schild moeten vormen tegen Russische drones. Dat werkt niet altijd.
De blijvers hebben vier redenen om te blijven. Ten eerste zijn er de altruïsten. De mensen die, zoals de Politie Paramediki zelf, vinden dat ze het tegenover anderen niet kunnen maken om te vertrekken. De tweede groep zijn de standvastigen. Ze zijn te arm, zwak of koppig om te denken aan vertrekken. Waar zouden ze in vredesnaam naartoe moeten, zeggen ze als anderen polsen of het niet eens tijd wordt een veiligere plek op te zoeken. Ten derde zijn er de nieuwkomers: de militairen die de stad van de ondergang moeten redden.
En dan is er nog een groep die wordt verafschuwd in Oekraïne. Ze worden ‘de wachtenden’ genoemd. Ze wachten op Rusland. Want onder Moskou is het leven beter, geloven ze. De wachtenden zijn de vierde groep die onder het puin van de Russische luchtaanvallen belanden.
Het is 22.20 uur als de telefoon van het groentje van de Politie Paramediki gaat. Vlad Ljolja ligt al half te slapen in zijn huurflat op de zevende etage van een hoog Sovjet-blok. Het is zijn commandant, Oleksandr Tsjivenkov. Een Russische drone is ingeslagen in een buitenwijk aan de westkant van Kramatorsk. Er is medische hulp nodig.
22.30 uur. Ljolja zit in de bijrijdersstoel van de gepantserde ziekenwagen, helm op het hoofd, scherfvest om de borstkas. Naast hem drukt Oleh Sizov het gaspedaal vol in. De bus stuift door de pikdonkere en nu volledig verlaten straten van Kramatorsk, langs het dichtgespijkerde stadhuis, langs de ingestorte NKMZ, langs het lege treinstation, westwaarts. De machinegeweren van de luchtafweer ratelen, maar er klinken zware knallen. Ze komen niet meer uit de verte. Terwijl de sneeuw achter de bus van het asfalt opstuift, komen er nieuwe meldingen van Kram Radar binnen.
Краматорськ — 3 шахеда
Kramatorsk – 3 Shaheds
Краматорськ (Даманський) — шахед
Kramatorsk (wijk Damansky) – Shahed
Sizov weet waarom ze snel moeten zijn. Eerder deze oorlog werd hij naar het verkeerde adres gestuurd voor een gewonde. Het ging om een man met een prothesebeen, die een grasveld aan het maaien was toen er vlak bij hem een bom insloeg. Toen Sizov uiteindelijk bij het juiste adres aankwam, zag hij de man in het veld liggen. Zijn laatste been was door de bom van zijn romp gerukt. De man was doodgebloed naast zijn grasmaaier. Terwijl hij misschien gered had kunnen worden als Sizov er op tijd was geweest. De man met de grasmaaier is Sizovs geheugensteuntje dat elke seconde telt, en dat hij het zich niet kan permitteren om te wachten tot het gevaar van een double tap is geweken.
Ook Sizov heeft zijn helm opgezet. Over zijn gewassen uniform zit zijn scherfvest. Aan de onderkant van het vest heeft hij een beschermingsflap bevestigd, ter bescherming van zijn geslacht. Sizovs reusachtige voorkomen, met zijn sterke armen die al zo veel lichamen uit het puin hebben getild, geeft hem een onsterfelijke uitstraling. Hij gelooft in hetgeen hij altijd tegen zijn vrouw Olha zegt, als ze hem vertelt dat ze zich zorgen om hem maakt. Dan zegt hij dat alles goed komt. Een ander scenario bestaat er niet voor Sizov.
Maar de 21-jarige Ljolja weet wat er met onsterfelijke mensen kan gebeuren in deze oorlog. Toen hij met zijn moeder en broertje midden op het slagveld in Marioepol voor de bommen schuilde, bleef hij dicht bij Oleksi, een vriend die ouder was en zelfvertrouwen uitstraalde. Bij Oleksi voelde Ljolja zich veilig. Wekenlang zaten ze in kelders vlak bij Azovstal, de staalfabriek die naast Ljolja’s flatgebouw stond en die de locatie werd van een van de zwaarste Russische moordpartijen uit de hele oorlog.
Op een dag was er een zoveelste vlammenzee uitgebroken door de Russische bommen en was Oleksi gaan kijken wat er in brand stond. Op dat moment hoorde Ljolja vanuit zijn schuilplaats twee raketten inslaan, gevolgd door het geschreeuw van een man.
Later, in een pauze tussen de beschietingen, stond Ljolja buiten te kijken hoe de vlammen uit een flatgebouw van negen verdiepingen sloegen. Het is een herinnering die hem niet loslaat. Het flatgebouw, dat brandde als een fakkel. De hitte die zijn kant op kwam. En de lange, kronkelende draden die aan zijn voeten lagen, waarvan hij maar niet kon begrijpen wat ze voorstelden, tot hij blootliggende beenspieren begon te ontwaren, en aan het eind ervan een paar schoenen zag liggen. Het waren de blauwe sneakers van Oleksi.
Oleh Sizov en Vlad Ljolja rennen op de plek af waar net een Shahed-drone is ingeslagen.
Nu moet Ljolja zich op zijn taak richten. Hij heeft geen medische diploma’s. Hij heeft alles zelf geleerd en instructies opgezocht op internet. Tussen de bombardementen door maakt hij met een pen aantekeningen in een schrift dat hij altijd bij zich heeft. Zo meteen moet hij de checklist aflopen bij de gewonde, weet hij, te beginnen met de M voor massive bleeding, dan A voor airway, R voor respiration, C voor circulation of blood, H voor hypothermia. Naast de standaard EHBO-tas van de politie heeft hij een eigen tas samengesteld met instrumenten die van pas kunnen komen.
Dit zijn bepalende momenten voor Ljolja, weet Sizov. Het is niet makkelijk om deel te worden van de Politie Paramediki. Hij heeft nieuwkomers gezien die de theorie van voren naar achteren kenden, maar tussen de gewonden in paniek raakten. Zij zitten niet meer in het team.
КАБи курсом на Краматорськ
Kabs onderweg naar Kramatorsk
In het zicht van de wagen slaat er iets in. De horizon voor Sizov en Ljolja licht op. Even is alles diep oranje. Dan komt de knal.
Ze rijden er recht op af.
Het adres dat ze hebben doorgekregen, ligt helemaal aan de rand van de stad, in een wijk met oude woningen, houten schuren en bovengrondse gasleidingen. Het blijkt het juiste adres, dat is meteen duidelijk. De weg die net nog glad was van sneeuw ligt plots vol planken, stenen en scherven. Rechts van de weg staat iets in lichterlaaie. De brandweer en ambulance zijn nergens te bekennen.
Sizov en Ljolja springen uit de wagen. Ze zetten de lampen op hun helmen aan en rennen richting het vuur. Onder hun schoenen kraken stukken glas. De lucht is warm en zit vol met gruis. Op de hoek staat een huis met een groen geverfd tuinhek in brand. De naastgelegen schuur staat volledig in de hens. Een deel van het huis is al ingestort. De zolder is zo in te kijken, als een poppenhuis. Het vuur knispert en knalt, asbestplaten kletteren van het dak en breken uiteen.
‘Zijn er gewonden?’, roept Ljolja richting de vlammen.
Geen antwoord.
‘Waar zijn de gewonden?’, buldert nu ook Sizov. Nog eens: ‘Waar zijn de gewonden?’
Weer geen reactie.
Een ogenblik neemt Ljolja de situatie in zich op. Het huis brandt als een fakkel. De hitte komt zijn kant op. Aan zijn voeten liggen lange, kronkelende draden. Het zijn geknapte elektriciteitskabels. Ze bungelen aan palen langs de straat.
Sizov en Ljolja rennen de woning tegenover het brandende huis in. Er komt een man uit. ‘Daar’, roept hij, en wijst naar een ander huis. ‘In dat huis, in dat huis!’ Sizov en Ljolja snellen erheen, onder een neerslag van vonken en sneeuwvlokken. ‘Wie is er gewond hier?’, roept Sizov.
Een oudere man komt ze tegemoet. ‘Er is een vrouw gewond’, zegt hij. ‘Daar, in het tuinhuisje.’
In het tuinhuisje, tussen bloemetjesbehang en een bloemetjesgordijn, boven op een bloemetjeskleed, zit een vrouw ineengedoken in een bloemetjespyjama. Haar hele hoofd is in een grijs verband gewikkeld. Alleen haar bleke gezicht is nog te zien. Er zitten wondjes in en stukjes bloed op. Met een afgepeigerde blik kijkt ze in de lamp op Ljolja’s helm.
Zjanna Sjvolyna was thuis met haar man toen ineens alles explodeerde.
Het is Zjanna Sjvolyna. Ze is 68 jaar en ze was thuis met haar man toen ineens alles explodeerde. Een Russische Shahed, een van de zwaarste drones, die meestal 50 kilo aan springstof bij zich dragen, was op haar woning ingevlogen en had zich daarbij tot ontploffing gebracht. Nu brandt haar huis af en zit ze met stukjes metaal in haar schedel in het tuinhuisje van de buren.
Dit is werk voor een medisch specialist, weet Sizov. Hij vraagt de omstanders of er echt geen andere gewonden zijn. Ze zeggen van niet. De man van de gewonde vrouw, ook in pyjama, zegt dat hij in orde is en kijkt dan weer bezorgd naar zijn vrouw.
‘Oké, kom op, we gaan naar het ziekenhuis’, zegt Sizov tegen de gewonde vrouw. En dan tegen de mensen in de tuin: ‘Heeft iemand een jas voor haar? Of anders een deken?’ Daar komt de dochter van de vrouw al aan met een winterjas.
Zjanna Sjvolyna loopt gearmd tussen haar dochter (rechts) en Vlad Ljolja naar de wagen van de Politie Paramediki.
En daar gaat de vrouw, voorzichtig schuifelend over sneeuw en gruis, gearmd tussen haar dochter en de 21-jarige Vlad Ljolja, onder de vonken van haar woning, naar de wagen van de Politie Paramediki. Nog een laatste keer werpt ze een blik op haar huis.
Sizov heeft de wagen al gestart. ‘Vlad, jij gaat achterin bij haar. Praat met haar, kijk naar haar.’ En daar gaan ze weer, vol gas.
Повторно, КАБи курсом на Краматорськ
Opnieuw Kabs onderweg naar Kramatorsk
Buiten slaat er weer iets in, maar de ontploffing lijkt uit een ander deel van de stad te komen.
Повторно, КАБи курсом на Краматорськ
Opnieuw Kabs onderweg naar Kramatorsk
Achter in de bus zit Ljolja gehurkt voor de gewonde vrouw. Hij houdt haar handen vast en praat zachtjes tegen haar. ‘Doet uw hoofd pijn? Ja? Heeft u veel pijn?’ De vrouw hangt uitgeput in de armen van haar dochter, die is meegegaan in de ziekenwagen. ‘Houdt u het nog wel vol?’, vraagt Ljolja. ‘Tolt het in uw hoofd?’
Achter het stuur daalt bij Sizov in wat er is gebeurd. Misschien hoort de vrouw wel bij de altruïsten, en is ze voor anderen in Kramatorsk gebleven. Misschien is ze een van de standvastigen. Te oud, zwak of koppig om te vertrekken. Of misschien was ze wel aan het wachten.
Maar Sizov weet één ding zeker: ze is een van hen.
De vrouw is, net als hijzelf, haar vertrouwdste plek voorgoed kwijtgeraakt. Want ze woonde, net als hij, in een stad die de Russen van de aardbodem willen vegen.
Tom Vennink (35) reisde sinds de grootschalige invasie in 2022 dertien keer naar Oekraïne. Hij doet verslag vanuit dat land sinds 2016. Eerst als correspondent vanuit Moskou voor de Volkskrant, sinds 2021 als buitenlandredacteur.
Daniel Rosenthal (52) reisde sinds de grootschalige invasie twaalf keer naar Oekraïne om foto’s te maken bij reportages. De Volkskrant publiceert al ruim twintig jaar zijn fotografie.
Vitali Lysenko (30) is fixer en reisde sinds 2023 negen keer met Vennink en Rosenthal naar het front. Lysenko vertaalt naar en uit het Oekraïens en maakt met de Oekraïense strijdkrachten afspraken die de reportages mogelijk maken.
Oleksandr Kozub (38) is chauffeur en reisde sinds 2025 drie keer mee met het Volkskrant-team. Hij is in het bezit van een auto met dronedetector, waarmee tijdens het rijden naar en door Kramatorsk tijdig drones konden worden gesignaleerd. Kozub is al elf jaar vrijwilliger voor het leger en heeft daardoor ruime ervaring met oorlogssituaties.
Coördinatie: Carlijne Vos, Anne van Driel, Angela Wals, Corto Blommaert
Vormgeving: Koos Jeremiasse
Online vormgeving: Titus Knegtel
Cartografie: Eleanor Mohren, met medewerking van Serena Frijters en Martijn Eerens
Beeldredactie: Rowin Ubink
Eindredactie: Michael van Dorp, Wout van Gils, Frank Rensen, Hans Pieter van Stein Callenfels
Productie: Dylan Besseling
Het Oekraïense leger heeft vorige week zijn snelste terreinwinst geboekt sinds de zomer van 2023. Bij de tegenaanvallen maakt Oekraïne dankbaar gebruik van communicatieproblemen bij de Russen, nu zij geen toegang meer hebben tot Starlink-internet.
Terwijl de datum nadert waarop de grote Russische invasie van Oekraïne zijn vijfde jaar ingaat, lijkt er geen beweging te zitten in het vredesproces. ‘We weten niet of Rusland serieus is over het beëindigen van de oorlog’, erkende Trumps buitenlandminister Marco Rubio in München.
Onder druk van de VS heeft Oekraïne ingestemd met het houden van presidentsverkiezingen en een referendum over een vredesakkoord met Rusland, meldt de Financial Times. De verkiezingen zouden al in mei kunnen plaatsvinden. Experts maken zich zorgen over hun legitimiteit.
Source: Volkskrant