Home

Geopolitieke speelbal
aan het eind van de wereld

Het grillige beleid van Donald Trump dwingt buurland Canada tot economische en strategische actie. In het slaperige havenstadje Churchill in de Canadese provincie Manitoba probeert een eigenwijze burgemeester een nationale crisis om te buigen naar een lokale kans.

Door Sterre Lindhout

Fotografie Veerle Haan

‘Hier weten we al lang dat de haven van Churchill potentieel heeft, en nu zien we dat die visie eindelijk wordt gedeeld.’ Deze woorden van burgemeester Mike Spence (60) klinken een tikkeltje grootheidswaanzinnig, als je weet dat Churchill in het arctische noorden van Canada ligt en achthonderd inwoners heeft, door honderden kilometers boreaal naaldbos en toendra wordt gescheiden van de bewoonde wereld en slechts bereikbaar is per vliegtuig en tweemaal wekelijks per trein – als het spoor niet wordt geblokkeerd door hevige sneeuwval, omgevallen bomen of ’s zomers plaatselijk verdronken is in een plas ontdooiende permafrost. En dat de desbetreffende haven aan de Hudsonbaai dichtgevroren is van begin december tot halverwege juli.

Burgemeester Mike Spence gelooft in de toekomst van Churchill.

Maar het verhaal van Churchill in de provincie Manitoba is dan ook een verhaal over een eigenwijze burgemeester die een nationale crisis wil ombuigen in een lokale kans. Mike Spence zit op een vroege morgen eind vorig jaar te ontbijten in het Seaport Hotel, zijn eigen zaak. Het restaurant dient als officieuze gemeentekantine, waar het ruikt naar gebakken eieren en lang gekookte koffie. Spence zit aan het raam en oogt tevreden. Na dertig jaar burgemeesterschap en lobbyen voor de toekomst van ‘zijn haven’ lijkt het doel nu binnen handbereik.

In tegenstelling tot de oude graanopslag zijn de meeste panden in Churchill van hout.

Nu Donald Trump Canada dwingt tot economische en strategische heroriëntatie, blaast het geopolitieke gelijk Churchills kant op, zoals de wind de sneeuwvlokken over de onverharde dorpsstraat in de richting van de haven waait. Het silhouet van de oude graanopslag in de verte is het belangrijkste oriëntatiepunt in het lege, ruige landschap dat het stadje omringt.

Het was Mark Carney die het afgelegen havenstadje vorige zomer internationaal in de kijker speelde. Dat deed hij in Berlijn, waar de Canadese premier samen met zijn Duitse collega Friedrich Merz een transatlantisch duet zong over de wenselijkheid van nauwere Canadees-Europese samenwerking in de wereldwijde concurrentieslag om strategische grondstoffen, de schaarse metalen en mineralen die noodzakelijk zijn voor technologische ontwikkeling en energietransitie. Kort voor Carneys trip naar Duitsland had de EU dertien internationale ‘strategische projecten’ voor buitenlandse grondstofwinning gepresenteerd, die de afhankelijkheid van China op termijn moeten verminderen.

Dit Europese streven naar strategische autonomie en de wens van Canada economisch afstand te nemen van de VS vallen als puzzelstukken in elkaar. Bijna een jaar geleden won Mark Carney de verkiezingen met de belofte zijn land Trump-proof te maken – want bijna driekwart van de Canadese export gaat naar de zuiderburen. Bovenaan Carneys actielijst stonden twee dingen: de intensivering van de handelsbetrekkingen met Azië en Europa, en grote investeringen in nationale infrastructuur: havens, spoorverbindingen, pijpleidingen en mijnbouwfaciliteiten om de winning van Canada’s bodemschatten op te schroeven.

Toen een journalist Carney afgelopen zomer in Berlijn vroeg welke projecten de regering wilde subsidiëren, noemde hij onder meer de haven van Churchill. Tot verrassing van het thuisfront, want de meeste Canadezen associëren het arctische stadje vooral met ijsbeertoerisme en vergane glorie.

Maar de Hudsonbaai is, in elk geval op papier, wel een strategische plek voor een haven gericht op export naar Europa. Om dat te zien, moet je de aardbol vanuit arctisch perspectief bekijken, van bovenaf. De noordelijke route naar Europese havens is even lang als die vanuit Contrecoeur, de grote haven van Montreal aan de oostkust. Maar voor grondstoffen uit Centraal-Canada is de transportroute over land naar Churchill korter en dus goedkoper. De bodems van Manitoba en buurprovincie Saskatchewan zijn rijk. Er wordt nikkel, lithium en cesium gedolven, en veel zink. In de VS en Canada geldt dit laatste metaal als een strategische grondstof; in de EU niet, omdat Europa beschikt over aanzienlijke eigen zinkvoorraden.

‘Goedemorgen! Het gebruikelijke?’ Een serveerster met een bezweet voorhoofd komt Spence begroeten. ‘Ja, verbrande toast, vier sneetjes.’ Op de vragende blikken van de Volkskrant zegt hij: ‘Ja, schrijf maar op dat de burgemeester van Churchill elke morgen zijn verbrande toast eet.’ Over mediabelangstelling heeft hij de afgelopen maanden niet te klagen, zegt hij terwijl hij pikzwarte witte boterhammen krijgt geserveerd. ‘The New York Times was hier vorige week nog.’

Een paar maanden na Carneys uitspraken in Berlijn zijn de plannen voor Churchill concreter. Een voorstel met de titel ‘Port of Churchill Plus’ voorziet in extra financiering voor de spoorverbinding en geld voor een tweede terminal voor grondstoffenopslag, in totaal ruim 260 miljoen Canadese dollar. Ondertussen worden vervolgstappen onderzocht: de aanleg van een autoweg en de aanschaf van ijsbrekers om het vaarseizoen te verlengen.

De afgelegen ligging is niet de enige reden dat Churchill opvalt tussen andere projecten die de regering-Carney financiert. De haven en de spoorverbinding daarnaartoe worden geleid door een samenwerkingsverband van 29 First Nations en twaalf andere gemeenschappen uit het dunbevolkte noorden van Canada. Daarmee is de Arctic Gateway Group, zoals de samenwerking heet, een succesvol voorbeeld van inheemse bedrijfsvoering in een land met een lange traditie van inheems protest tegen (ongevraagde) industriële activiteiten in hun leefgebied.

Het bedrijf wordt geleid vanuit Winnipeg, door de jonge CEO Chris Avery. Maar het idee is afkomstig uit het hoofd van Spence – en geboren uit nood. ‘Churchill was ooit écht een belangrijke internationale graanhaven’, zegt hij trots. ‘Er gingen schepen naar Europa, Brazilië, Afrika…’ De gloriedagen begonnen bijna een eeuw geleden, in 1929, toen het afgelegen knooppunt voor bonthandel door een spoorweg werd verbonden met de bewoonde wereld. De Canadese overheid bouwde er een haven voor graan, waarop ze een handelsmonopolie had. In de Koude Oorlog kreeg Churchill daar een grote Canadees-Amerikaanse legerbasis bij – ook toen profiteerde het stadje van geopolitieke spanningen.

De neergang van de haven en de stad begon in de jaren negentig met het verdwijnen van die basis. Toen de overheid de graanmarkt in 2012 dereguleerde, kozen exporteurs voor grotere havens aan de west- en oostkust. De spoorverbinding was al jaren eerder verkocht aan de Amerikaanse projectontwikkelaar Omnitrax. Die liet de boel bij gebrek aan economische activiteit verloederen. Toen het spoor in 2017 onherstelbaar beschadigd raakte door overstromingen, zetten de Amerikanen de boel te koop. Zonder trein was de bevolking van Churchill zo goed als afgesloten van de wereld.

Mike Spence koelde zijn woede en die van zijn stadgenoten in een reeks ‘heel directe’ telefoongesprekken met de provinciale regering in Winnipeg. ‘Ik zei dat we hier klaar waren met bullshit en dat we zelf eigenaar wilden worden van het spoor en de haven.’ Met behulp van een groepje parlementariërs kreeg hij miljarden subsidie van de provinciale overheid voor het herstel van het spoor en de oprichting van de Arctic Gateway Group – Spence zit in de raad van bestuur.

Churchill is de enige diepwaterhaven aan de Hudsonbaai met een spoorverbinding naar de rest van het land.

Maar van de federale overheid kreeg Churchill pas serieuze aandacht, en geld, nadat Trump de Amerikaanse verkiezingen had gewonnen. En na Trumps Groenland-claims beloofde Carneys regering grote investeringen in de verdediging van het Canadese arctische gebied – dit keer niet met maar tégen de VS. En ook in de discussie over mogelijke nieuwe militaire bases valt de naam Churchill.

Een groepje werkmannen in fluorescerende pakken peurt met graafmachines vermolmde bielzen uit de kademuur. Het zijn de laatste loodjes van dit seizoen; het is een kwestie van dagen of weken voor het te hard vriest om verder te kunnen werken. Maar nu breekt plotseling de zon door de mist en kleurt het water van de baai goud en de toendra rood en roze. Churchill is niet alleen een speelbal van geopolitieke ontwikkelingen, maar ook van het weer. Het op het eerste gezicht lege, bruingrijze landschap is een gesloten gezicht dat bij nadere bestudering beschikt over een groot emotioneel register.

Havenmedewerkers in Churchill maken hun werkplek winterklaar.

Shane Hutchins (58), lokaal havenmanager, denkt dat die bielzen er al lagen ‘vanaf het begin’, dus al bijna een eeuw. ‘Zo’n beetje alles wat je hier ziet is honderd jaar oud’, zegt hij, wijzend op de deels leegstaande bakstenen kantoorgebouwen en uitgerangeerde goederentreinen. ‘Deze plek heeft veel liefde nodig.’

Maar Hutchins, wiens eerste indruk nors en de tweede ontwapenend is, gelooft in de toekomst. Hij was al op jonge leeftijd havenmanager, maar vertrok gedesillusioneerd na de overname door Omnitrax en werd taxichauffeur. Twee jaar geleden haalde burgemeester Spence hem over om terug te komen. Hutchins leidt rond door het enige nieuwe gebouw op het terrein: de opslag voor strategische mineralen, eigenlijk gewoon een grote witte tent.

In augustus 2024 verscheepte de Nederlandse rederij Wagenborg een lading van 10 duizend ton zinkconcentraat, afkomstig uit een mijn in het zuiden van Manitoba, van Churchill naar Antwerpen. Het eerste grondstoffenexport in meer dan twintig jaar. Afgelopen zomer legde een tweede schip dezelfde route af. Hutchins hoopt op meer schepen komende zomer. ‘Trump heeft ons gedwongen tot een kritische blik in de spiegel. En om economisch zelfstandiger te zijn moeten we meer grondstoffen uit de grond halen. De bodem zit vol, hier in Manitoba.’

Shane Hutchins

Canada is een sluimerende reus, wat strategische metalen en mineralen betreft. Het land beschikt over grote voorraden nikkel, kobalt, koper, zink, grafiet en lithium. En het exporteert ook behoorlijk wat. Als het de productie- en vooral verwerkingscapaciteit van zijn bodemschatten zou opschroeven, kan Canada wereldwijd een van de grootste spelers worden. Aan overheidsinvesteringen ontbreekt het niet. Maar de federale bestuursvorm, strenge natuur- en milieuwetgeving en speciale landrechten voor inheemse Canadezen zijn grote vertragende factoren voor de mijnbouw. En Canada is vergeleken met zijn bevolking van dertig miljoen mensen gewoon te groot. Om het Canadese potentieel te benutten zijn er meer buitenlandse investeerders nodig – bij voorkeur niet uit China.

Toen Zac McCullough (36) vorige zomer de opdracht kreeg de graanopslag schoon te maken, ontdekte hij zijn vaders naam, gekrast in de muur van het trappenhuis in 1989, zijn geboortejaar. Zijn vader en opa maakten als havenarbeiders de gouden jaren van Churchill mee, hijzelf slechts een staartje ervan. ‘Toen ik als jongen begon woonde ik een half jaar lang in de haven, we maakten werkdagen van meer dan zestien uur, verdienden goed geld. Nu is het veel te rustig, al jaren.’

Zac McCullough groeide op in de haven, net als zijn vader en opa voor hem.

De man met melancholische ogen staat halverwege de middag slaperig in de deuropening van zijn rijtjeshuis van grijs hout, waaruit het hele stadje is opgetrokken. ‘Sorry, ik was een dutje aan het doen, maar kom binnen.’ Zijn zwarte hoodie ruikt naar wiet. Zoals veel afgelegen arctische gemeenschappen kampt ook Churchill met een hoog drugsgebruik.

In een vorig leven was McCullough naast zijn havenwerk dealer, in de lange wintermaanden waarin de baai bevroren is en hij gesubsidieerd door de overheid thuiszit. ‘Maar ik ben opgehouden toen mijn eerste kind werd geboren.’ Hij vertelt over zijn broer Pete, die bleef wel dealen, de criminaliteit in rolde en belandde in de gevangenis, waar hij vorig jaar overleed aan een hartaanval. Zijn foto staat op het stoffige dressoir, omringd door plastic actiefiguren en bloemen van Lego.

Hij juicht de havenplannen toe, maar houdt de handrem op zijn enthousiasme. ‘Er is ons al zo vaak voorgehouden dat we hier een doorstart zouden maken, dat Churchill een grote toekomst heeft. ‘Ik wil het eerst zien.’

Veel van de houten huisjes van Churchill kijken uit op de haven, die meer dan de helft van het jaar onbruikbaar is door de vrieskou.

Vertrekken naar een regio met meer banen is voor hem geen optie. Hij hoort hier in de ruige natuur, zegt McCullough, zoals zijn voorouders van de Cree en Métis First Nation. Dat de overheid investeert in afgelegen plekken en de mensen die er thuis zijn, vindt hij niet meer dan logisch. ‘Als ik uit mijn dakraam kijk zie ik het fucking noorderlicht!’

‘Er zijn goede redenen te bedenken om te investeren in Churchill, maar die redenen zijn niet economisch van aard en evenmin strategisch.’ Ver van het houten huis van Zac McCullough en nog verder van zijn belevingswereld, is Heather Exner-Pirot de belangrijkste criticus van de uitbreidingsplannen van de haven én van de rol die de stad zou kunnen spelen in een toekomstige defensiestrategie van het arctisch gebied.

De leidinggevende analist bij het Macdonald-Laurier Instituut, een vooraanstaande en onafhankelijke Canadese denktank die als conservatief geldt, voelt zich daar bijna schuldig over, zegt ze aan de telefoon vanuit haar woonplaats Calgary. ‘Ik ben nota bene gespecialiseerd in economische perspectieven voor inheemse Canadezen. Daarom voelt het ongemakkelijk dat ik een van de weinigen ben die in de media kanttekeningen plaatst.’

Maar ze doet het toch, omdat ze zich ergert aan de roze bril waardoor de toekomst van Churchill wordt afgeschilderd. ‘Als je kijkt naar de meer dan honderdjarige geschiedenis van de haven, was die alleen winstgevend in de periode dat de Canadese overheid een monopolie had op de graanhandel’, zegt Exner-Pirot. Het korte ijsvrije seizoen maakt de haven volgens haar sowieso niet bruikbaar voor het transport van producten waarvan de opslag kostbaar is, zoals olie of lng.

Churchill is wel geschikt voor het transport van strategische grondstoffen, die wel gemakkelijk en goedkoop kunnen worden opgeslagen. Daarin is Exner-Pirot het met de Canadese regering eens. Met daarbij de kanttekening dat zeldzame aardmetalen in Canada nog maar mondjesmaat worden gedolven en de wereldmarktprijs van in de regio gewonnen mineralen als zink, nikkel en kobalt momenteel zeer laag is.

Het enige nieuwe gebouw op het haventerrein is de opslag voor strategische mineralen – eigenlijk gewoon een grote witte tent.

De reden dat Carney Churchill nationaal en internationaal op het schild hijst, zijn volgens Exner-Pirot dan ook vooral politiek. ‘Het past perfect in het sentiment van afkeer van de VS en Trump. Het streven naar economische diversificatie en de inheemse eigenaars gelden ook als plus. Maar om een rol te spelen in de verdediging van het arctische gebied ligt Churchill volgens Exner-Pirot ligt te zuidelijk, 900 kilometer van de poolcirkel, en dan is de militaire infrastructuur uit de Koude Oorlog ook nog eens hopeloos verouderd.

Is deze poging om mee te gaan in de vaart der volkeren voor de bevolking van Churchill gedoemd te mislukken? ‘Dat niet per se’, zegt ze. ‘Ook als het niet lukt om een aantrekkelijke handelshaven te worden, is de infrastructuur voor de bevoorrading van de stad door de subsidies sterk verbeterd.

Op een andere ochtend, in hetzelfde Seaport Hotel, zit dezelfde burgemeester aan zijn zwartgeblakerde ontbijt. Aan de scepsis van experts laat Mike Spence zich weinig gelegen liggen, maar hij begrijpt wel waarom sommige inwoners van Churchill de nieuwe haven eerst willen zien voor ze erin geloven. ‘Heb ik verteld wat er direct na de overstromingen gebeurde met het spoor? Er kwamen beloftes, maar er gebeurde helemaal niets.’

Dan breekt het chagrijn door op zijn gezicht. Hij wijst naar ijsbeertoeristengidsen in blauwe jassen die op straat hun bus volladen. ‘Ze vragen meer dan alle lokale gidsen en betalen belasting in Boulder, Colorado – ze halen hier dus alleen maar geld weg.’ En in dezelfde woedende ademtocht neemt Spence de supermarkt op de korrel – de enige winkel in Churchill die levensmiddelen verkoopt – omdat de eigenaar geen local is en hij elders inkomstenbelasting betaalt.

De ongewenste concurrenten wier toerisme-inkomsten wegvloeien naar de VS, in plaats van terug naar de gemeenschap van Churchill.

‘Dit is precies waarom we hier in 2017 allemaal pissig waren’, zegt Spence. ‘En waarom we het heft in eigen handen hebben genomen, als noordelijke, grotendeels inheemse bevolking. En dat is gelukt. We zijn klein, maar we hebben altijd al een bigger town mentality gehad.’

Churchill heeft volgens Spence geen ondernemers nodig die per direct van zijn stad of de ligging ervan willen profiteren, maar overheden en bedrijven die bereid zijn ‘een stuk met ons mee te wandelen’, door subsidies of langetermijninvesteringen. Op tafel zoemt zijn telefoon. De burgemeester heeft een afspraak. Dus veegt hij een lok haar uit zijn gezicht, gebaart iets naar de bediening, trekt zijn zwarte The North Face-jas van zijn stoel en voorspelt, op weg naar de uitgang: ‘De haven van Churchill zal zijn rol spelen op het wereldtoneel, let maar eens op!’

In Zambia loopt een race naar de bodemschatten, kan het Westen China nog inhalen?

In de Copperbelt van Zambia is de invloed van China alomtegenwoordig, mede dankzij de aanleg van de Tazara-spoorlijn. Uit strategische overwegingen waagt ook de EU zich op de aardmetalenmarkt. En aan zijn eigen Afrikaanse spoorproject: de Lobito-corridor. Is China nog in te halen? En wat heeft Zambia daaraan?

Namibië droomt van toekomst door groene waterstof, maar Europa trekt zich langzaam terug

Europa heeft groene waterstof nodig, maar geen ruimte om het zelf te produceren. Dat moet in Namibië gaan gebeuren: een megaproject, dat duizenden banen zou opleveren voor de bevolking. Maar terwijl jonge Namibiërs dromen van werk in groene waterstof, haakt Europa langzaam af.

In de zucht naar lithium gedraagt de EU zich in Servië ‘neokoloniaal’: ‘De EU jaagt, wij zijn de prooi’

De Europese Unie heeft haar zinnen gezet op lithium uit Servië. Maar de bouw van een mijn in de Jadarvallei ontwricht de lokale gemeenschap: bewoners zijn uitgekocht en verhuisd, het landschap is vergiftigd. ‘Op deze manier vervreemdt de EU de Servische bevolking van zich.’

De hele wereld jaagt op lithium en kobalt – onmisbaar voor batterijen. Kan Europa bijblijven?

Europa heeft een achterstand in de jacht op kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie zoals lithium en kobalt. Hoe denkt Europa deze achterstand in te lopen?

Source: Volkskrant

Previous

Next