Een ongeluk zit voor fietsers in Nederland steeds vaker in een klein hoekje. De laatste jaren liep het aantal gewonden in rap tempo op. Wat maakt het verkeer zo onveilig? Een aantal lessen uit een van de gevaarlijkste fietssteden van het land.
Door Pepijn de Lange en Jade Paus
Fotografie Arie Kievit
Graphics Eleanor Mohren
Als het stoplicht op groen springt, komt iedereen in beweging. Voorafgegaan door een brommer beginnen een stuk of tien fietsers aan de oversteek van een drukke autoweg. Halverwege wurmt de stoet zich langs twee tegemoetkomende fatbikes. Aan de overkant, terwijl een andere brommer van rechts voorlangs komt, gaan her en der armen de lucht in om nog snel richting aan te geven.
In de vroege avondspits, donderdagmiddag half vijf, is het dringen op het Veluweplein in Den Haag. Op het verkeersplein, dat aan weerszijden van het Laakkanaal ligt, komen zeven autowegen samen. In theorie kunnen fietsers het plein van negen kanten benaderen, maar in de praktijk vinden ze ook wegen over stoepjes of tegen het verkeer in. In alle richtingen haasten mensen zich naar huis.
Veluweplein
Wie een uurtje het verkeer gadeslaat, kan zich voorstellen dat het hier van tijd tot tijd misgaat. Een vader manoeuvreert al append zijn bakfiets door een groep fietsers. Een oudere man op een fiets van rechts krijgt nauwelijks voorrang. Een jongen op een fatbike snijdt een andere fietser af. Twee fietsers rijden door rood. En een fietser gebruikt de autoweg om een stuk van zijn route af te snijden.
Overal in Nederland staat de verkeersveiligheid van fietsers onder druk. In 2024 bereikte het aantal ongevallen waarbij fietsers gewond raakten met 11.500 een nieuw record, blijkt uit een analyse van de Volkskrant op basis van data van Rijkswaterstaat. In 2019, het laatste jaar voor de coronacrisis, lag dat aantal op ongeveer 7.800.
Eén stad in Nederland springt er qua veiligheid voor fietsers negatief uit. Sinds 2020 is Den Haag de gemeente met het hoogste aantal fietsongevallen met gewonden. Ook gecorrigeerd voor inwonertal scoort Den Haag hoog. Dat is opmerkelijk, aangezien in bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam wel meer verkeersongevallen met auto’s of andere verkeersdeelnemers plaatsvonden.
Waarom is het verkeer voor fietsers de afgelopen jaren gevaarlijker geworden? En wat valt er te leren van de situatie in Den Haag? Om dat te onderzoeken fietste de Volkskrant langs vijf grote kruispunten in de stad die uit de data-analyse als de gevaarlijkste naar voren kwamen. Op verzoek fietste verkeersdeskundige Teun Uijtdewilligen, verbonden aan het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), mee om zijn inzichten te delen.
Verkeersdeskundige Teun Uijtdewilligen
Overdag is goed zichtbaar waarom het Veluweplein in de avondspits zo chaotisch is. Zo komen op een klein stuk rood asfalt voor de ingang van het Zuiderpark fietsers van vijf kanten samen. Allemaal kunnen zij linksaf, rechtsaf of rechtdoor. Strepen en pijlen moeten hun de weg wijzen, terwijl haaientanden aangeven wie op wie voorrang heeft. Aan twee kanten staan verkeerslichten.
Deze gebrekkige infrastructuur blijkt een recept voor ongelukken. Tussen 2021 en 2024 moest de politie vijftien keer naar het Veluweplein uitrukken vanwege een ongeluk waarbij een fietser letsel opliep, blijkt uit de analyse. De locaties van ongelukken worden niet exact vastgelegd, maar op ‘wegvakniveau’, een indeling waarbij kruispunten worden opgedeeld in verschillende vlakken.
Locaties van de fietsongelukken (2021-2024)
* Locaties bij benadering | Bron: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, Rijkswaterstaat
Over het algemeen geldt: hoe drukker het op het fietspad wordt, hoe sneller ongelukken ontstaan, legt verkeersdeskundige Uijtdewilligen uit. De toegenomen populariteit van de fiets is volgens hem dan ook een van de belangrijkste oorzaken voor de stijging in het aantal ongevallen de laatste jaren. Met name in steden wordt – al dan niet elektrisch – steeds meer gefietst.
‘Het is belangrijk dat alle verkeersdeelnemers weten hoe ze moeten rijden’, zegt Uijtdewilligen, die op de veiligheid van fietsers promoveerde. ‘Als je continu moet kijken waar je precies heen moet, ben je minder met het echte fietsen bezig. Gelukkig zijn de stoepranden hier ‘vergevingsgezind’: ze zijn heel laag, waardoor fietsers indien nodig nog kunnen uitwijken.’
Botsingen waarbij de politie werd opgeroepen, doen zich voornamelijk op kruispunten voor. Bijna de helft van de ongevallen in het Bestand Geregistreerde Ongevallen in Nederland (BRON), zoals de database van Rijkswaterstaat officieel heet, vond plaats op plekken waar drie of vier wegen samenkomen. Vooral wegen waar auto’s 50 kilometer per uur mogen rijden, blijken gevaarlijk. Eenzijdige fietsongevallen kwamen juist vooral voor op rechte wegen.
Om de toenemende drukte in het stadsverkeer in goede banen te leiden nam de gemeente Den Haag eind januari een nieuw pakket aan plannen aan. Veel verkeerspleinen in de stad zijn ooit ontworpen voor flink lagere aantallen auto’s en fietsers. De komende jaren moeten fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen.
Het Hildebrandplein, ruim een kilometer naar het oosten, is zo mogelijk een nog grotere wirwar van straten. De laatste jaren ging het op dit verkeersplein zeker achttien keer mis, blijkt uit de analyse van de BRON-database. In elf van die gevallen ging het om een botsing tussen fietsers en auto’s. De klap die dat geeft, is voor fietsers vaak hard: bij botsingen tussen fietsers en gemotoriseerde vierwielers vallen relatief vaak slachtoffers.
Locaties van de fietsongelukken (2021-2024)
* Locaties bij benadering | Bron: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, Rijkswaterstaat
Verkeersdeskundige Uijtdewilligen kan zo een lijst opnoemen van risicofactoren bij dit verkeersplein. De tramlijn, veel autoverkeer met hoge snelheid, een fietspad met tweerichtingsverkeer, slechte oversteekvoorzieningen, geparkeerde auto’s, winkels en nog een straatje uit een woonwijk dat midden op het kruispunt uitkomt.
‘Dat eilandje helpt wel’, zegt Uijtdewilligen, wijzend op het stukje asfalt halverwege de fietsersoversteek op de Hildebrandstraat. ‘Maar het is vrij krap. Als er veel fietsers zijn, is er mogelijk niet genoeg plek om te stoppen en moeten fietsers op de autorijbaan staan.’
De BRON-database die de Volkskrant onderzocht, bevat alle verkeersongelukken die door de politie zijn geregistreerd. Volgens deze data raken fietsers het vaakst gewond bij botsingen met auto’s. Tussen 2022 en 2024 steeg het aantal slachtoffers bij dit soort ongelukken met 31 procent, tot bijna 4.500.
De gegevens uit de BRON-database schetsen een beeld van de verkeersveiligheid voor fietsers, al liggen de werkelijke aantallen ongevallen en slachtoffers hoger. Zo komen valpartijen waar alleen een ambulance op af komt in deze gegevens niet voor. Bij dit soort ongevallen gaat het vaak om fietsers die op een andere fietser botsen of zelf ten val komen.
Maar weinig van de geanalyseerde fietsongevallen met letsel kenden een fatale afloop. De laatste jaren gold dit voor nog geen 2 procent van de ongevallen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam in 2022 een recordaantal van 290 fietsers om in het verkeer, ruwweg een derde van alle verkeersdoden.
De gemeente Den Haag heeft het Hildebrandplein in het vizier, maar het traject om de verkeersdoorstroom en -veiligheid te verbeteren is er een van de lange adem. In 2029 moet het doorgaande autoverkeer in een tunnel verdwijnen, terwijl bovengronds fietsers en voetgangers voorrang krijgen. ‘Omdat het plein een belangrijke verkeersader is, is dat geen simpele klus’, zegt de gemeentewoordvoerder.
Op de kruising tussen het Spui, de Grote Marktstraat en de Kalvermarkt is te zien wat er gebeurt wanneer je alle verkeersregels loslaat. Hier geen rijbanen, fietspaden, trottoirs of verkeerslichten. Winkelend publiek steekt kriskras over, fietsers zoeken zelf hun weg, terwijl vrachtwagens piepend achteruit rijden. Zelfs de tram, het enige vervoermiddel dat hier aan een vast traject gebonden is, weet voorbijgangers te verrassen.
Voor fietsers zijn de uurtjes aan het eind van de middag de gevaarlijkste op dit plein, blijkt uit de BRON-database. De laatste jaren raakte hier minstens zestien keer een fietser gewond. In negen gevallen vond het ongeval plaats tussen 16.00 en 19.00 uur.
Locaties van de fietsongelukken (2021-2024)
* Locaties bij benadering | Bron: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, Rijkswaterstaat
Over heel Nederland gezien ligt de piek zelfs nog zo’n twee uur eerder: na schooltijd gebeuren iedere dag ruim vier fietsongevallen per uur. Met name doordeweeks zijn deze tijdstippen gevaarlijk, in het weekeinde zijn er minder ongevallen.
Ook is te zien dat fietsers vaker de weg op gaan in de warme maanden, jaarlijks tellen beide juni en september gemiddeld ongeveer 990 fietsongelukken die verwondingen veroorzaken. In de zomervakantie is een lichte daling te zien, en de koude wintermaanden januari en februari hebben met een maandelijkse circa 500 ongevallen de laagste cijfers.
Op het Spui, legt Uijtdewilligen uit, nemen voetgangers, fietsers, busjes en andere weggebruikers allemaal met een andere reden aan het verkeer deel. ‘Voor fietsers heeft de weg hier een ‘doorgaande functie’, voor voetgangers een ‘verblijfsfunctie’’, zegt hij. ‘Dat matcht niet.’
Het helpt daarbij niet dat volkomen onduidelijk is wie waar voorrang heeft. Weg, fietspad en trottoir zijn niet door hoogte- of kleurverschillen te onderscheiden. Nergens op de straatstenen zijn markeringen aangebracht. ‘Bij SWOV zijn wij geen voorstander van dit soort shared spaces’, zegt Uijtdewilligen. ‘Het werkt alleen als alle weggebruikers gelijkwaardig zijn. Als bijvoorbeeld de auto de overhand heeft, krijgen andere weggebruikers vaak geen voorrang meer.’
De gemeente Den Haag wil vooral het aantal fietsers op dit kruispunt terugdringen. In de toekomstplannen voor de stad komt om het centrum heen een ‘fietsring’ te liggen. Daardoor krijgen voetgangers meer ruimte in de binnenstad, terwijl fietsers via andere routes hun bestemming kunnen bereiken.
In de Nederlandse verkeersonderzoekwereld staan rotondes te boek als de veiligste manier om een kruispunt in te richten. Als een gemeente een kruispunt vervangt door zo’n cirkelvormige voorrangsweg daalt het aantal fietsslachtoffers met meer dan de helft, blijkt uit onderzoek van SWOV. Als fietsers ook nog eens een eigen fietspad krijgen, zijn de resultaten nog beter.
In theorie zouden fietsers op het Soestdijkseplein, aan het noordelijkste puntje van het Zuiderpark, daarom goed af zijn. Aan de stadskant van het Laakkanaal is dit plein immers een rotonde. Maar aan de opzet van de rotonde schort toch het een en ander, zegt Uijtdewilligen. Bovendien ligt aan de andere kant van het water direct een druk kruispunt met verkeerslichten.
Locaties van de fietsongelukken (2021-2024)
* Locaties bij benadering | Bron: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, Rijkswaterstaat
Op het gehele plein raakte volgens de BRON-database de laatste jaren zeker vijftien keer een fietser bij een ongeval gewond. In de zomer van 2020 gaf de gemeente Den Haag fietsers op het plein vrijliggende fietspaden én voorrang, maar het Soestdijkseplein blijft een van de gevaarlijkste verkeerspleinen in de stad. Het merendeel van die incidenten vond plaats op en rondom de rotonde. De gemeente heeft momenteel geen concrete plannen voor dit specifieke plein.
Dat automobilisten hier snel een fietser over het hoofd zien, heeft verschillende oorzaken. Twee kruispunten dicht op elkaar – Uijtdewilligen spreekt van ‘een hoge kruispuntdichtheid’ – is altijd gevaarlijker. Zo dwalen de ogen van een automobilist mogelijk op de rotonde al af naar de verkeerslichten verderop. ‘Waarschijnlijk zijn mensen in hun hoofd al bezig met voorsorteren’, zegt Uijtdewilligen.
Bij het verlaten van de rotonde zelf passeren auto’s een fietspad waarop van twee kanten fietsers kunnen komen. Omdat dit fietspad relatief dicht bij de rotonde ligt, moeten automobilisten ver over hun schouder kijken om te zien of er een fietser uit hun dode hoek tevoorschijn komt. ‘De vrachtwagen die net op ons af reed, kon ook pas op het laatste moment stoppen’, zegt Uijtdewilligen. ‘Het is een ingewikkelde hoek.’
Den Haag is niet de enige Zuid-Hollandse stad met relatief veel fietsongevallen. Ook in Leiden, Delft, Westland en Zoetermeer raakten de laatste jaren veel fietsers gewond, blijkt uit de analyse van de BRON-database. Zuid-Holland is al jaren de provincie met de meeste verkeersongelukken, in absolute getallen maar ook gecorrigeerd voor inwonertal.
Op het Stationsplein voor station Hollands Spoor liggen de fietsstroken er schamel bij. Om de stationshal in en uit te komen passeren dagelijks bijna 30 duizend reizigers het plein, terwijl ook auto’s en trams passeren. Ondertussen moeten fietsers hun rijwiel navigeren voorbij scherpe richels in het asfalt, ingezakte waterputten en verraderlijke gleuven langs de trambaan.
De laatste jaren vonden op dit plein relatief veel eenzijdige fietsongevallen plaats, blijkt uit de analyse van de BRON-database. Bij een derde van de achttien fietsongevallen met letsel hier was geen auto, bromfiets of andere verkeersdeelnemer betrokken. Dat is meer dan gemiddeld over heel Nederland, waarvoor dat ongeveer een kwart is. De gemeente wil het plein herinrichten, maar de plannen daarvoor zijn nog in voorbereiding.
Locaties van de fietsongelukken (2021-2024)
* Locaties bij benadering | Bron: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, Rijkswaterstaat
Met name voor fietsers op leeftijd is slecht wegdek een gevaar. Bij bijna 33 procent van de eenzijdige fietsongevallen in de BRON-database was het slachtoffer 65 jaar of ouder. Bij overige botsingen is het aandeel van deze leeftijdsgroep maar 23 procent. Bovendien zijn de gevolgen van een val voor ouderen groter: volgens het CBS was in 2024 bijna de helft van de omgekomen fietsers 70 jaar of ouder.
Ondertussen is het verkeer in Nederland de laatste jaren ook voor minderjarigen op de fiets gevaarlijker geworden. In 2024 raakten bijna twee keer zoveel kinderen en jongeren gewond bij een fietsongeval als drie jaar eerder, blijkt uit de BRON-data. Die toename is volgens kenniscentrum VeiligheidNL vooral het gevolg van de opkomst van fatbikes en andere elektrische fietsen.
Hoewel Uijtdewilligen een groot pleitbezorger is voor investeringen in de fietsinfrastructuur, benadrukt hij dat de perfecte oplossing bij bestaande, gevaarlijke kruispunten niet bestaat. Het helpt om aparte fietspaden aan te leggen, los van het gemotoriseerde verkeer, met voldoende ruimte voor de toenemende hoeveelheid fietsers. ‘Maar wegbeheerders moeten ook andere afwegingen maken, bijvoorbeeld over de doorstroming van het verkeer’, zegt Uijtdewilligen. ‘Er is altijd iemand die het onderspit delft.’
Voor de veiligheid hanteren verkeersdeskundigen hetzelfde credo als artsen: voorkomen is beter dan genezen. ‘In oudere steden zijn dit soort verkeerssituaties in de loop der tijd gewoon ontstaan’, zegt Uijtdewilligen. ‘Maar in nieuwbouwwijken kom je ze niet tegen.’
Steeds meer gemeenten voeren 30 kilometerzones in om de verkeersveiligheid te verbeteren. Maar alleen het bordje met 50 vervangen door een met 30 blijkt niet genoeg. De automobilist moet worden heropgevoed.
De kwetsbaarste weggebruikers in Nederland zijn de laatste jaren steeds vaker betrokken bij ongelukken. In 2024 hadden 4 procent meer fietsers en voetgangers een ongeval dan het jaar ervoor. Het totaal aantal ongelukken nam met bijna 6 procent af.
Het zou logisch zijn de helm voor alle leeftijden te verplichten. Juist onder oudere e-bikers vallen de meeste slachtoffers.
Source: Volkskrant