Home

In Bangladesh krijgt
de revolutie van de jeugd
geen vervolg

In Bangladesh zijn vandaag de eerste parlementsverkiezingen, nadat een studentenopstand een einde maakte aan het autoritaire regime.

In de hoofdstad Dhaka is de verkiezingsstrijd voelbaar. Tegelijkertijd houdt een deel van het land zijn hart vast.

Zullen de islamisten van de onvrede profiteren? 

‘Onze generatie is goed in dingen afbreken, niet in dingen opbouwen’

Door Iva Venneman

Fotografie en video Hendra Eka

Op een onverharde weg in Dhaka beginnen twee meisjes te gillen. Hun idool, de onafhankelijke kandidaat Tasnim Jara, komt zojuist de hoek om. Als een ware politieke royal wordt ze onthaald: de selfiesticks en televisiecamera’s zwermen rond haar gezicht, maar ze ondergaat het vakkundig. ‘Niet vergeten te stemmen, hè’, roept ze tegen de fans die haar vanaf hun balkon toewuiven. Hier, op deze vierkante meter in de hoofdstad, lijkt de nieuwe premier van Bangladesh te staan.

Tasnim Jara, de onafhankelijke kandidaat die aan de verkiezingen meedoet, kan op veel aandacht rekenen in Bengalese hoofdstad Dhaka.

De rest van het straatbeeld vertelt echter een ander verhaal. Kijk rechts en je ziet een stoet van de islamistische partij voorbijtrekken. Kijk links en een riksja van de centrumrechtse partij komt je tegemoet. Kijk omhoog en tussen de kluwen telefoondraad ontwaar je tientallen posters van allerhande politieke partijen. Het mag duidelijk zijn: Bangladesh kiest donderdag een nieuw parlement en er valt wat te kiezen.

Maar wie denkt dat er sprake is van een gemoedelijke uitwisseling van ideeën en standpunten, waaraan alle Ben­galezen kunnen meedoen, heeft het mis.

Anderhalf jaar geleden was het land nog verenigd in woede. Sheikh Hasina (78), de premier die haar tegenstanders liet verdwijnen, de staatkas plunderde en verkiezingsuitslagen orkestreerde, werd na vijftien jaar autoritair bewind afgezet. Tot grote vreugde van alle oppositiepartijen, van links tot rechts.

Achteraf gezien zetten de Bengaalse jongeren met hun opstand een wereldwijde beweging in gang. Gen Z-protesten à la Bangladesh ontstonden een jaar later ook in Indonesië, Nepal, Madagaskar en Marokko.

De Ben­galezen leken vlak na de opstand ook een gedeeld toekomstbeeld te hebben. Toen Hasina eenmaal naar buurland India was gevlucht, spraken alle inwoners (op Hasina’s aanhanger na) met één mond: ze wilden gerechtigheid voor alle slachtoffers van het regime, inclusief de 1.400 demonstranten die bij de protesten werden gedood, en grootschalige hervormingen. Het land, zo klonk het overal, moest na deze revolutie weer op een democratisch spoor worden gezet.

Aanhangers van de islamistische partij Jamaat-e-Islami voeren campagne in de straten van Dhaka. Daarnaast zien we aanhangers van de BNP trekken door Dhaka. Links hangt een groot portret van Khaleda Zia, die in 1991 de eerste vrouwelijke premier van het land werd.

Vandaag, anderhalf jaar later, mogen maar liefst 127 miljoen kiezers naar de stembus. Maar nu het stof is neergedaald, heeft de saamhorigheid onder de revolutionairen plaatsgemaakt voor onderlinge strijd. Hoe kan dat? Wie profiteert daarvan? En wat kunnen andere landen die met een gen Z-revolutie zijn of worden geconfronteerd ervan leren?

Umama Fatema (26) denkt lang na over de vraag waar het misging. Ze zit op een bankje voor het Ganabhaban, de voormalige residentie van premier Hasina. Dit is nu nog een zeldzaam rustige plek in Dhaka, maar binnenkort opent hier een museum ter nagedachtenis aan de revolutie. De plek is symbolisch, omdat op 5 augustus 2024, de dag dat Hasina het land uit vluchtte, feestvierende studenten hiernaartoe trokken. Fatema was een van hen. Ze was een van de drijvende krachten achter de studentenopstand.

Het museum ter nagedachtenis aan de studentenprotesten van 2024.

De studentenopstand was aanvankelijk zo succesvol doordat jongerenbewegingen van alle politieke pluimages samenwerkten, zegt Fatema. ‘Maar om eerlijk te zijn: we hebben in al onze gesprekken nooit besproken wat we zouden doen zodra Hasina eenmaal weg zou zijn. Dat we ooit op dat punt zouden komen, hadden we simpelweg nooit voor mogelijk gehouden.’ Toen de gehate autoritaire leider eenmaal vertrok, lag er dus geen plan.

En zelfs als er wel een plan was geweest, dan betwijfelt Fatema of het erg goed had kunnen zijn. ‘Mijn generatie is vooral goed in dingen afbreken, niet in dingen opbouwen.’ Dat komt, volgens haar, doordat haar leeftijdsgenoten en zij in een dictatuur zijn opgegroeid en daardoor weinig verstand van politiek hebben. Fatema kijkt daarom met enige jaloezie naar Nepal, waar de jongeren die onlangs de regering ten val brachten, worden bijgestaan door ouderen, die nog wel weten hoe het is om in een democratie te leven. Tegelijkertijd denkt ze niet dat zoiets in Bangladesh had gekund. ‘Hier is amper intergenerationeel contact.’

Umama Fatema

De studentenbeweging kreeg het na Hasina’s vertrek dus al snel moeilijk. Maar één ding bleek de ware doodsteek: anders dan haar held de Cubaanse guerrillastrijder Che Guevara hadden Fatema en haar strijdmakkers geen gedeelde ideologie. Dus toen een deel van de studenten een eigen politieke partij oprichtte, de Nationale Burgerpartij (NCP), en daarna de samenwerking met de islamistische partij opzocht, trokken alle linkse mensen en progressievelingen hun handen af van het initiatief. ‘De islamitische partij staat voor alles waartegen we gestreden hebben.’

Ondertussen raasde Bangladesh verder. Er kwam een interim-regering onder leiding van de nu 85-jarige Muhammad Yunus, die ooit wereldwijde bekendheid verwierf als pleitbezorger van microkredieten. Onder zijn leiding wist Bangladesh een totale financiële ineenstorting te voorkomen. In de ideale wereld had hij ook direct de weeffouten in de Bengalese democratie hersteld en daarna verkiezingen georganiseerd waar alle partijen aan konden meedoen. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger.

In een schoolgebouw in het centrum van Dhaka liggen de jutezakken met stembiljetten tegen de muur opgestapeld. De plastic stembussen vormen rijen op de grond. Het enige wat de medewerkers van dit distributiecentrum nog moeten doen, voordat alle spullen over dit deel van Dhaka kunnen worden verspreid, is het prepareren van de vierhonderd formulieren van het referendum dat ook vandaag wordt gehouden.

Voorbereidingen in een stembureau in Dhaka.

Wat voorligt is het zogeheten ‘juli-handvest’, een set grondwetswijzigingen die de Bengalese democratie moet versterken. Het gaat onder andere over een maximale zittingstermijn van 10 jaar voor de premier en de verschuiving van een aantal bevoegdheden van de premier naar de president. De voorstellen kregen brede politieke steun. Toch vonden critici dat de interim-regering te weinig legitimiteit had om de grondwetswijzigingen te kunnen doorvoeren. Vandaar het referendum. Wat er met de uitslag gebeurt, is aan de volgende regering. Of alle hervormingen zullen worden doorgevoerd, is daarom nog de vraag.

Interim-premier Yunus had nog een tweede kopzorg: de kwestie van de daders. Hoe om te gaan met de Awami League, de partij van oud-dictator Hasina? Haar partijleden hielden haar regime in stand en profiteerden ervan. Nog altijd bekennen ze geen enkele vorm van schuld.

Yunus besloot uiteindelijk, onder druk van de oppositie, te handelen volgens Bangladesh’ traditie van politieke wraak. De politieke activiteiten van Awami League zijn tijdelijk verboden en de partij mag niet meedoen aan deze verkiezingen – net zoals in Hasina’s tijd sommige partijen werden uitgesloten.

Aanhangers van de Bangladesh Nationale Partij (BNP), de partij is herkenbaar aan de rijsthalm op haar verkiezingsvlaggen. De BNP werd tijdens de regeerperiode van Sheikh Hasina uitgesloten van verkiezingen, partijleider Khaleda Zia werd destijds onder huisarrest geplaatst.

De verkiezingsgekte van Dhaka is daarom nergens te vinden in Tungipara, een dorp 175 kilometer ten zuiden van de hoofdstad. Voorheen was dit een bedevaartsoord voor Awami League-aanhangger: Hasina’s vader, ook wel de ‘vader van de natie’ genoemd vanwege zijn rol in de onafhankelijkheidsstrijd van Bangladesh in 1971, kwam hiervandaan en ligt hier begraven. Maar sinds de revolutie van 2024 is het mausoleum gesloten en houden Awami League-aanhangers zich gedeisd uit angst voor represailles. Of ze vandaag wel of niet gaan stemmen en op wie dan, zeggen ze liever niet.

Sheikh Burhan Uddin

Sheikh Burhan Uddin vormt hierop de uitzondering. De 70-jarige neef van Sheikh Hasina, die in het eeuwenoude huis naast het mausoleum woont, blijft op de verkiezingsdag thuis, zegt hij resoluut, terwijl hij zijn krant opvouwt. ‘Zolang de grootste partij van het land niet mag meedoen, kun je dit geen eerlijke verkiezingen noemen.’

De grote vraag is nu: op wie zullen de inwoners van Bangladesh dan wel stemmen, nu studentenpartij NCP impopulair is geworden, de Awami League geen optie is en Mohammad Yunus zich niet verkiesbaar stelt? Afgaande op de geschiedenis ligt een conclusie voor de hand: de politiek van Bangladesh wordt al sinds de onafhankelijkheid gedomineerd door twee families en hun politieke partijen. De Awami League van de Sheikhs en de Bangladesh Nationale Partij (BNP) van de Rahmans.

Op een uitgestrekt en stoffig sportveld in Oud-Dhaka, het dichtstbevolkte deel van de hoofdstad, heerst dan ook een winningmood. Er zijn ballonnen en suikerspinnen, maar er zijn vooral heel veel BNP-vlaggen.

Verkiezingsbijeenkomst van de Bangladesh Nationale Partij in Dhaka.

Iedereen is gekomen om Tarique Rahman te zien, de partijleider die onlangs na 17 jaar terugkeerde van zijn zelfopgelegde ballingschap in Londen. Hij wordt, is de algehele overtuiging alhier, zonder twijfel de volgende premier van Bangladesh.

‘BNP is de enige partij met bestuurlijke ervaring’, zegt de 70-jarige Selim Ahmed, die vandaag met zijn 15-jarige kleinzoon naar de verkiezingsbijeenkomst is gekomen om Rahman in het echt te zien. ‘Het hele land zal beseffen dat dat voor nu de beste keuze is.’

Selim Ahmed en zijn kleinzoon

Toch denken andere Bengalezen, met name jongeren, daar anders over. De BNP heeft namelijk ook geen schone handen. Tegen de tijd dat de laatste regeerperiode van de partij in 2006 ten einde kwam, had corruptiewaakhond Transparancy International Bangladesh samen met Tsjaad bovenaan de lijst van corruptste landen ter wereld gezet. Inmiddels staat het land op plek 13.

De 27-jarige basisschooldocent Yeasir Arafath, die op zijn vrije dag luncht op de universiteitscampus, peinst er dan ook niet over om op BNP te stemmen. Hij heeft niet aan de studentenprotesten meegedaan om vervolgens de volgende corrupte partij aan de macht te helpen, zegt hij. Liever zoekt hij zijn heil bij een strak georganiseerde partij met een duidelijke ideologie; de islamistische partij Jamaat-e-Islami. ‘Ik wil ze een kans geven.’

De kantine van de universiteit van Dhaka.

De plotselinge populariteit van Jamaat jaagt veel mensen in Bangladesh angst aan. Ouderen herinneren zich nog goed dat de partij in 1971 zij aan zij met Pakistan vocht, tijdens de Bengalese onafhankelijkheidsstrijd. En ook al is 90 procent van de inwoners van Bangladesh moslim, het land heeft een seculiere traditie. Minderheidsgroepen zoals hindoes, maar ook veel vrouwen, vrezen de gevolgen van een islamistische partij aan de macht. Want Jamaat zegt weliswaar niet openlijk dat het de sharia wil invoeren, partijprominenten menen wel dat vrouwen binnenshuis ‘gekoesterd’ moeten worden.

Yeasir Arafath

Toch denkt Arafath dat de angsten ongegrond zijn. ‘De vorige regering heeft Jamaat bewust zwartgemaakt’, zegt hij. ‘Als je het partijprogramma hebt gelezen, en ik betwijfel of al die bange mensen dat hebben gedaan, weet je dat het geen fundamentalisten zijn.’

Jamaat doet er ondertussen alles aan om de verdenking van vrouwonvriendelijkheid van zich af te schudden, bijvoorbeeld door een speciale vrouwenmars te organiseren door Dhaka.

Huisvrouw Marina Parvin (45) staat halverwege de menigte gesluierde vrouwen. ‘Ik ben hier, omdat ik wil dat de islam leidend wordt in Bangladesh’, zegt ze. ‘Wij vrouwen hebben de vrijheid om alles te doen, zolang we maar de bescherming van de sluier genieten.’ Voor ze meer kan zeggen, komt een partijvrouw aangebeend. Het is niet de bedoeling dat journalisten vragen stellen aan de vrouwen. ‘U kunt met de mannen praten die vooraan staan.’

De mars door Dhaka van de islamistische partij Jamaat-e-Islami

Kort daarna komt de indrukwekkende stoet in beweging. ‘Stem op de weegschaal’, galmt het door de straten, verwijzend naar het symbool van Jamaat. ‘Allah is groot.’ Voor de 35-jarige Manzia Mitu, die ook meeloopt in de mars, is het de eerste keer dat ze kan stemmen in een verkiezing waarvan de uitslag niet van tevoren vaststaat. Na lang beraadslagen is ze bij Jamaat uitgekomen. ‘Het is niet dat ik een groot Jamaat-fan ben’, zegt ze. ‘Maar het is de beste keuze uit heel veel slechte opties.’

Marina Parvin (gesluierd) en Manzia Mitu

Of Jamaat daadwerkelijk geschiedenis zal schrijven door voor het eerst de grootste partij van Bangladesh te worden, zal na vandaag blijken. Umama Fatema, de student die anderhalf jaar geleden de studentenbeweging leidde, is er niet gerust op. ‘Het is uiteindelijk aan de mensen zelf om te beslissen, maar als Jamaat de grootste wordt, zullen zij nog spijt van hun stem krijgen. Let op mijn woorden.’

Over de makers

Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het nieuws uit het Mondiale Zuiden. Haar focus ligt vooral op verhalen uit Afrika.

Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij bestrijkt voor de Volkskrant heel Zuid-Oost Azië.

Gen Z’ers wereldwijd pikten het dit jaar niet langer en gingen de straat op voor hun toekomst

Ze doken dit jaar op in alle uithoeken van de wereld: gen Z-protesten. Hoe kan het dat jongeren uit ogenschijnlijk totaal verschillende landen zich zo door elkaar lieten inspireren? Wat hebben deze jongeren uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië met elkaar gemeen?

Leven met verwoestend water hoort erbij in Bangladesh: ‘Hoe had ik deze dieren kunnen achterlaten?’ 

Een vernietigende overstroming heeft het leven van vijf miljoen inwoners van Bangladesh ontwricht. De schade is enorm, ook in het dorp Char Kadira. Toch keren inwoners huiswaarts.

Op zoek naar geluk in de chaos van Jakarta, de grootste stad ter wereld

De Indonesische hoofdstad Jakarta is uitgegroeid tot de grootste stad ter wereld. Waar 42 miljoen inwoners eindeloze files, luchtvervuiling en overstromingen trotseren voor een betere baan en misschien wel enig geluk. ‘Het is een bitterzoete ervaring.’

Source: Volkskrant

Previous

Next