Home

Niet al het goud op de Spelen blinkt

1924 Chamonix

1928 st.Moritz

1932 Lake Placid

1936 Garmisch Partenkirchen

1948 St. Moritz

1952 Oslo

1956 Cortina d'Ampezzo

1960 Squaw Valley

1964 Innsbruck

1968 Grenoble

1972 Sapporo

1976 Innsbruck

1980 Lake Placid

1984 Sarajevo

1988 Calgary

1992 Albertville

1994 Lillehammer

1998 Nagano

2002 Salt Lake City

2006 Turijn

2010 Vancouver

2014 Sochi

2018 PyeongChang

2022 Beijing

De wintermedaille in al zijn gedaanten

Met de start van de Winterspelen is ook de gebruikelijke dans om de medailles begonnen. Maar waar komt die traditie vandaan en waarom zien ze er bij elk olympisch toernooi anders uit?

Door Wieteke van Zeil en Adriaan van der Ploeg

Beeld IOC

Wie in de nieuwste medaille voor de Winterspelen in Italië de klassieke olympische oorsprong wil ontdekken, moet hard z’n best doen. De strak ontworpen medaille waarin twee helften in elkaar lijken te schuiven (symboliek: eenheid in diversiteit!), heeft meer weg van een grote gouden ijshockeypuck dan van de eerste olympische munten uit de oudheid.

Ruim 2.500 jaar geleden werden in Elis in Griekenland de eerste munten geslagen ter ere van de Olympische Spelen – geen medailles toen nog, maar munten. Het zijn de vroegste voorbeelden van festivalsouvenirs – sporters van andere steden moesten hun munten bij de stadsgrens wisselen voor de lokale olympische munten, die ze daarna mee naar huis namen als aandenken.

Én deze olympische munten waren het voorbeeld voor de latere medailles. Erop stond Zeus, de oppergod van de godenberg de Olympus, en zijn vrouw Hera, beschermvrouwe van het heiligdom Olympia. Soms met een bliksemschicht of een arend, symbolen die bij Zeus hoorden. Later kwam daar de gevleugelde overwinningsgodin Nike bij, en een olijftak. Een medaille kregen de winnaars van de olympiade in de oudheid niet, wel een olijfkrans.

Munt uit Olympia (Elis, Griekenland) ter ere van de 107de olympiade in 352 v.Chr. Met erop afgebeeld het hoofd van oppergod Zeus en twee van zijn symbolen: een arend en een bliksemschicht, voorzien van een handvat zodat de god hem kon vasthouden.

Getty

Toen in 1896 de eerste Olympische Spelen van de moderne tijd werden gehouden in Athene werd de medaille ingevoerd als trofee, met daarop Zeus, Nike, een olijftak én de Akropolis. De winnaars kregen er ook nog een olijftak bij. Het Olympisch Comité stelde in de loop van de tijd strakke kaders op voor de medailles, maar daarmee wordt bij de winterversies nogal gefreestyled.

Dus dat de 25ste olympische wintermedaille nu een enorme conceptuele schijf is uit twee helften van verschillende textuur, bijeengehouden door de negen olympische ringen, hoeft niemand te verbazen. Kijk maar wat er eerder aan wintermedailles verscheen; soms vierkant (Sarajevo 1984, en die van Sapporo deed ook weinig moeite rond te lijken), soms met gaten; opengewerkt zoals de medailles van Lillehamer en Sochi, of ronduit een donut, zoals de medaille van Turijn in 2006. Al begrijpen we dat het uitgangspunt van deze medaille een Italiaans plein, een piazza, was.

1984 Sarajevo

1972 Sapporo

1994 Lillehammer

2014 Sochi

En soms werd er met heel andere materialen dan het klassieke goud, zilver en brons gewerkt. Zo gebruikte de ontwerper van de medaille in Nagano (1998) klassieke Japanse rode en zwarte lak, en zat in de medaille voor de Spelen in Albertville in 1992 glas, een mooie verwijzing naar ijs en sneeuw.

De formaten liggen ook nogal uiteen; winnaars van de olympiades in Sochi, Vancouver en Garmisch-Partenkirchen namen met een diameter van 10 centimeter dubbel zo grote medailles mee naar huis als de bescheiden 5-centimeterschijven voor de winnaars in Melbourne en St. Moritz (ter vergelijking: voor de medailles voor de Zomerspelen geldt een minimale doorsnee van 6 centimeter).

De creatieve ruimte voor de wintermedailles is dus groot, elke gaststad munt zelf zijn eigen medaille en voegt lokale accenten toe – en Zeus is in de wintermedailles ver te zoeken. Daarom lichten we er een paar opmerkelijke uit.

Ontwerp Raoul Bénard

Munt Administration des Monnaies et Médailles

Bij de medaille van de eerste Olympische Winterspelen, in het Franse Chamonix, valt meteen al op dat er geen olympische ringen op staan. Het presenteert zich daarmee als buitenbeentje, ook door de eindeloze hoeveelheid tekst (kwam daarna nooit meer voor), de volle naam van de ontwerper op de voorzijde en het reliëf van de skiër, die met z’n gespreide armen misschien doet denken aan de overwinningsgodin Nike, maar in zijn handen gewoon een paar ski’s en een paar schaatsen houdt. Ook nieuw: besneeuwde bergen. De sneeuw, en dan vooral de sneeuwvlok, zal een constante blijken in de medailles.

Ontwerp Costantino Affer

Munt Lorioli A.E.

Van alle medailles heeft de sneeuwvlok op deze de meeste ruimte; vlok beslaat driekwart van de diameter. Zo veel vlok doet sommige mensen denken aan de medailles die ze vroeger in de kinderskiklasjes op de Franse piste kregen. Op deze medaille verder het motto van de Olympische Spelen, Citius Altius Fortius ofwel sneller, hoger, sterker, en een willekeurige geïde­a­li­seerde vrouw. Er zijn ook ringen, en een stukje van de olympische toorts.

Ontwerp Martha Coufal-Hartl en Arthur Zelger

Munt Hauptmünzamt Wenen

Strak ontwerp. Maar had iemand de Oostenrijkse ontwerpers erop kunnen wijzen dat 1964 in dit grafische font aan een zeker logo van een zekere paramilitaire gevechtseenheid van een zekere in Oostenrijk geboren Führer doet denken?

Ontwerp Roger Excoffon

Munt Administration des Monnaies et Médailles

Volgens de bescheiden mening van het tweekoppig olympisch comité ter redactie de winnaar van de wintermedailles. Al was de keuze niet makkelijk, zie ook Vancouver hieronder. Grenoble had de eer om als eerste Olympische Spelen verschillende medailles te mogen ontwerpen voor elke sport, wat het googelen waard is, want naast de elegante lijnen – en dat font! – waarmee hier de slalom is verbeeld (let vooral op die skibril) zijn ook de ontwerpen voor kunstschaatsen, ijshockey en langlaufen très élégant. Een olijfkrans dus voor ontwerper Roger Excoffon.

Ontwerp Marie-Claude Lalique

Munt Lalique

Gemunt door de chique Franse glasproducent Lalique, bekend van de art-nouveaujuwelen, en ontworpen door Marie-Claude Lalique, kleindochter van de wereldberoemde René Lalique, is dit de eerste medaille met glas. Het glas is een perfecte referentie aan ijs, en is bewerkt met een patroon van besneeuwde bergen en de olympische ringen. Alle 330 medailles werden met de hand gemaakt, voor elke medaille waren 35 experts van Lalique nodig.

Ontwerp Takesho Ito

Munt Japan Mint

Op het oog misschien een beetje veel, met naast de reguliere trofeemetalen ook nog zeven kleuren per medaille. Maar de ontwerpers kozen voor eeuwenoude Japanse tradities en technieken, en dat maakt de Nagano-medaille uniek. Een deel van de medaille bestaat uit Kiso-lakwerk in zwart en rood, een techniek waarbij hout bewerkt wordt met urushi, verf uit de hars van de Japanse lakboom. Voor het olympisch logo werd een shippo-yakitechniek gebruikt, een speciale glasemail in vijf kleuren, en maki-e, een Japanse manier van vergulden met goudpoeder. Klassieke vakkunst op olympisch niveau.

Ontwerp Dario Quatrini

Munt Ottaviani

We hebben echt geprobeerd er het ‘leitmotiv van de Spelen in Turijn’ in te zien, zoals de ontwerpers het noemden: de Italiaanse piazza. We googelden Piazza Navona en Piazza San Marco, en alle Piazze Vittorio Emanuele en Piazze Garibaldi die Italië rijk is. Maar ondanks de inspanningen bleven we een muntje voor de grijparmmachine op de kermis zien. Echte Italiaanse gettoni, aan een olympisch lint.

Ontwerp Omer Arbel en Corrine Hunt

Munt Royal Canadian Mint

Een favoriet in z’n originaliteit, deze enorme medaille – een volle 10 centimeter in z’n wiebelige ronding. De Canadese architect en ontwerper Omer Arbel werkte hiervoor samen met Corrine Hunt, een kunstenaar uit de inheemse Komo Yue- en Tlingit-gemeenschap. Haar kunstwerk, verschillende prints met aboriginalvormen die verwijzen naar de orka (en, voor de paralympische medailles, naar een raaf), diende als uitgangspunt, op elke medaille zijn details hieruit te zien. Het productieproces met lasertechniek vereiste dertig stappen en elke munt moest negen keer geslagen worden. Naast de medailles presenteerde Vancouver ook een Olympic Truce – een olympisch vredesbeeld, zoals ook in de oudheid gewoon was bij de olympiade. Hiervoor werden de kunstwerken van Hunt die gebruikt waren voor de medailles in staal op twee manshoge, stenen pilaren gerealiseerd.

Door politieke onrust kopen beleggers nu meer goud dan sieradenmakers

Goud werd vorig jaar vaker gebruikt als beleggingsobject dan voor oorbellen, kettingen of ringen. Dat is voor het eerst sinds zeker vijftien jaar. Veel beleggers zien goud als veilige investering in onzekere tijden.

Welke buitenlandse concurrenten kunnen de Nederlandse schaatsers van olympisch goud afhouden?

Veel aandacht zal tijdens de Olympische Winterspelen van Milaan naar de Nederlandse schaatsers gaan. Maar voor welke buitenlandse schaatsers mag de oranje bril even af? Een gids voor alle individuele afstanden.

Nils van der Poel, het wonder dat twee winters duurde en het schaatsen voorgoed zou veranderen

In 2020 brak schaatser Nils van der Poel door. Slechts twee jaar later, en vele gouden medailles rijker, stopte de Zweed ermee en verdween hij in de luwte. De Volkskrant reisde af naar Zweden en sprak met oud-coach Johan Röjler over het enigma uit Trollhättan.

Source: Volkskrant

Previous

Next