Home

Joy Beune en de weg naar Milaan

Dagboek van een seizoen onder hoogspanning

Dat Joy Beune (26) zich niet kwalificeerde voor haar droomafstand, de olympische 1.500 meter, deed veel pijn. Inmiddels heeft de schaatsster de knop omgezet. Zaterdag start ze als favoriet voor het goud op de 3.000 meter in Milaan.

Door Lisette van der Geest

Fotografie Desiré van den Berg

De start

‘Mijn moeder zei een paar maanden geleden dat het was gelukt om kaartjes te kopen voor de Olympische Spelen. Toen ik dit aan Kjeld (Nuis, partner van Joy Beune, red.) en Ireen Wüst vertelde, reageerden ze fel. Zij konden bij zulke berichten van hun ouders echt boos worden, ze wilden er niks van weten als ze zich nog moesten zien te plaatsen. Dat bezorgde te veel druk.

‘Maar zo’n boodschap interesseert mij echt geen reet. Dan denk ik: prima. Als ik het uiteindelijk niet haal, is het pech voor jullie. Dan verkopen jullie die kaarten maar, of gaan jullie lekker op vakantie naar Milaan en maken er met elkaar toch een leuke week van.

‘Ik heb wat dat betreft oogkleppen op. Dit is míjn carrière, ik schaats voor mezelf, omdat ík dit leuk vind, omdat ík wil winnen. Als mijn ouders daarbij aanwezig zijn, vind ik dat leuk en fijn. Maar ik zie hun aanwezigheid bij wedstrijden als een bijkomstigheid, terwijl ik bezig ben met mijn eigen project.

‘Met dat project zit ik op dit moment in de spierpijnweken. Half maart sloten we het schaatsseizoen af met de WK afstanden in Hamar. Maandag zijn we met mijn ploeg, Team IKO-X2O, begonnen met het nieuwe seizoen. Spieren in armen en benen die een hele rustperiode niet gebruikt zijn, doen nu weer pijn.

‘Het is een bijzonder seizoen, door de Spelen. Ik heb er erg veel zin in – nu wel. Ik zeg ‘nu wel’, omdat ik de rustperiode vrij onrustig vond. Ik weet dat rust belangrijk is, maar ik kan me er moeilijk aan overgeven. Dat heb ik in gewone, rustigere trainingsweken ook al. Als ik op een bedje naast het zwembad lig, denk ik: misschien zijn mijn concurrenten nu aan het trainen.

‘Toen Kjeld en ik in april op Gran Canaria waren, deed ik elke dag wel iets: fietsen, een krachttraining of een sprongtraining. Heerlijk. Niets hoeft, alles gaat op eigen tempo: opstaan, naar het ontbijt lopen, daarna een lekker fietsritje maken.

‘Nu zit ik weer thuis in Heerenveen, in het regime, met vaste tijdstippen voor gezamenlijke trainingen en twee trainingen op een dag. Dat regime put uit en is tegelijkertijd lekker. Op Gran Canaria voelde ik me al sterk en uitgerust. Trainen ging makkelijk. Toen ik gisteren en eergisteren een fietstest deed, had ik twee persoonlijke records. Dat is uniek: ik heb een rustperiode gehad, niet extra getraind, en sta er beter voor dan ooit.

‘Maar als ik denk aan het olympisch kwalificatietoernooi in december, denk ik: o, kut. Ik heb het vier jaar geleden meegemaakt. Het is spannend, er hangt een rare sfeer. Je hebt één kans en als je die verprutst, lig je eruit en gaat een ander. Daar kijk ik nog niet naar uit.’

Reizen

‘Ik merk dat het een olympisch seizoen is. Als ik andere schaatsers tegenkom in de trainingshal in Heerenveen, lijken ze gretiger dan anders. Geconcentreerder. Er is meer stress, iedereen lijkt serieuzer. Ook ik voel soms wat stress. Ik ben best nuchter, maar soms is het moeilijk om zo te blijven. Het is beangstigend dat ik mezelf eventueel later ergens van kan beschuldigen, zo van: je had die keuze toch anders moeten maken.

‘Ik ben nu op trainingskamp in België, in Ledegem, in een luxeresort dat voor duursporters een walhalla is. Hier kan de zuurstofconcentratie in ruimtes zo worden ingesteld dat het is alsof je op hoogte leeft. Dat kan in hotelkamers, maar zelfs in een woonkamer, of in de bioscoop beneden in het hotel.

‘Voor mij geldt nu dat ik alleen op hoogte slaap. Hiervoor was ik met de duursporters van ons team in Andorra, dat op hoogte ligt, waardoor ik mijn fietstrainingen ook op minstens 1.200 meter hoogte kon doen.

‘Het was even slikken toen ik hoorde dat mijn hoogtestage tegelijk viel met de weken dat er ijs ligt in Thialf. Schaatsen of hoogte? Een lastige keuze. Schaatsen is vertrouwd, maar dit is een seizoen waarin je weloverwogen risico’s wilt nemen, om nóg beter te worden. Hoogte werkt goed voor me, heb ik gemerkt. Ik kan thuis in Heerenveen in een hoogtetent slapen, maar echt op hoogte trainen geeft voor mijn lichaam toch een beter effect.

‘Hoogte dus; een keuze die uiteindelijk in overleg met onze staf is gemaakt. Nu ben ik er blij mee. Fysiek gaat het beter dan ooit. Dat merk ik met testjes en tijdens trainingen. En in augustus mag ik alsnog het ijs op, gelukkig.

‘Ik vond het voorgaande jaren leuk om thuis te zijn, maar dit jaar kijk ik uit naar de periodes in het buitenland. In Spanje gaan de fietsritjes een stuk sneller dan wanneer ik in Friesland mijn rondjes rij; op een gegeven moment heb je het daar wel gezien. Het is ook fijn dat ik mijn eigen eten niet hoef te verzorgen. Aanschuiven en klaar.

‘Kjeld en ik komen vaker in Gran Canaria. Ik hou van de Spaanse cultuur. Mensen houden afstand als ze je met de auto inhalen op de fiets. Of ze roepen, hangend uit de auto: come on, champion! Superschattig. In Nederland ben ik voorzichtig. Ik kan me voorstellen dat wielrenners met onverwachte acties irritant zijn voor automobilisten. Maar ik rij bewust altijd netjes, en zelfs dan krijg je snel gezeik naar je hoofd.

‘Na drie weken buitenland heb ik straks een vakantieweekje, weer in het buitenland. Ik ben samen met Kjeld, zijn ouders en zijn zoon Jax uitgenodigd op een cruiseschip. Dan varen we langs Scandinavische steden als Kopenhagen, Oslo en Kristiansand. De racefietsen gaan mee, we trainen natuurlijk wel door.

‘Als ik op vakantie ga, kies ik ervoor om niet langer dan vijf uur in een vliegtuig te zitten. Ik zou wel meer van de wereld willen zien: Machu Picchu bijvoorbeeld, of Indonesië. Maar ik reis al het hele jaar voor het schaatsen: van Japan, naar Noord-Amerika en door Europa; ik wil er op dit moment niet nog een lange vliegreis bij hebben.’

Aandacht

‘Het is vier dagen voor de NK afstanden, de start van het seizoen. Ik heb er zin in, maar vind het ook fijn als de eerste wedstrijd straks erop zit. Zeker omdat er een titel van afhangt. Normaal gesproken is dat later in het seizoen, maar in een olympisch jaar is de indeling van de schaatskalender anders.

‘Mijn ploeg organiseert af en toe een perslunch. Dan kan ik in één keer mijn verhaal doen, in plaats van elke keer hetzelfde zeggen. Dus zat ik tien minuten geleden tegenover negen journalisten – mensen die ik in principe allemaal van gezicht ken. In een half uur moet je dan zo veel mogelijk vragen beantwoorden, die van alle kanten komen. Soms is het wel een beetje overweldigend, of lastig.

‘Zo werd in september mijn mening gevraagd over de Russen: of ze wel of niet mee moesten doen aan wedstrijden. Je kunt snel iets verkeerds zeggen. En ik vraag me dan af: ben ik als schaatser de aangewezen persoon voor dit onderwerp?

‘Ik hou eigenlijk niet zo van aandacht. Toen ik in 2024 wereldkampioen allround werd, kwam er veel over me heen. Ik vond dat heftig. Mensen verwachten dat wellicht niet, maar ik ben ingetogen en heel introvert. Vroeger kreeg ik op school altijd minpunten als ik iets voor de klas moest doen. Dan begon ik uit zenuwen te mompelen. Op de middelbare school hoopte ik altijd dat ik een presentatie met een groepje of in tweetallen kon doen, dat was minder eng.

‘Er zijn verschillende soorten aandacht. Vorig jaar stond ik in december in de Playboy. Je kunt denken: dan stap je toch in de spotlights? Maar zo voelde het niet. Er was slechts een handjevol mensen aanwezig. Bovendien vind ik op de foto gaan leuk – al moet ik toegeven dat dit wel even wat anders was dan een normale fotoshoot. Maar het was alsnog een leuke belevenis.

‘Toen dat tijdschrift uiteindelijk in de schappen lag, kwamen er op Instagram reacties als: ‘Ben je aandachtsgeil, of zo?’ Dat boeit me niet zo veel, al vraag ik me wel af: wat bereik je ermee om dat te schrijven? Ze kennen mij niet. Als anderen het mooi vinden is dat leuk, maar ik deed het niet voor de aandacht, maar voor mezelf. Het gaat voor mij om mijn verhaal.

‘Vanaf mijn 20ste zat ik een jaar of twee met mezelf in de knoei. Ik vergeleek mezelf met heel dunne schaatsers. Ik moet ook zo zijn, dacht ik. Ik was niet goed genoeg, ik vond dat ik niet mooi was. Ik hongerde mezelf uit. In die tijd ging het schaatsen niet zo goed als de afgelopen jaren. Als junior was ik de beste van de wereld, toen woog ik 56 kilo. Misschien moet ik weer zoveel wegen, dacht ik, en ik maakte mezelf met die gedachten helemaal gek.

‘Tot mijn omgeving me een spiegel voorhield en ik besefte: ik maak mezelf kapot. Mijn lichaam is mijn motor en daar moet ik goed voor zorgen. Daar hoort goede voeding bij. Inmiddels weeg ik bijna 10 kilo meer dan in mijn juniorentijd. Ik ben nu zo veel beter en sterker. Ik ben blij met mijn lijf. Het is een lichaam waarmee ik kan winnen. Daarom zei ik ja tegen die shoot. Het staat voor zo veel meer dan even naakt poseren in de Playboy.

‘En wat die aandacht betreft: daarin ben ik gelukkig ook gegroeid. Inmiddels heb ik zo veel interviews gedaan dat ook dat geen probleem meer is.’

Records

‘Ja, en toen werd ik dus ziek, tijdens de NK afstanden. Vrijdag werd ik nog derde op de 1.500 meter, daarna lag ik met koorts thuis. Ik baalde zo. Dankzij een aanwijsplek sta ik nu hier, in Salt Lake City. Ik heb net de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen gereden en dat ging goed, met twee keer winst. Dat is fijn na die griep.

‘Deze plek voelt als thuiskomen, ik denk dat ik hier al een keer of zes ben geweest. Ik rij altijd goed op hoogte. In Calgary won ik in 2024 bijvoorbeeld vrij onverwachts de 5.000 meter – mijn eerste individuele wereldtitel ooit.

‘Dit seizoen is alles anders. In niet-olympische jaren wil ik goed zijn tijdens wereldbekerwedstrijden, zeker als we naar Salt Lake City gaan, waar vaak records worden gereden. Dit jaar draait het om twee momenten: het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van volgende maand, en de Olympische Spelen in februari.

‘Met records was ik niet bezig, tot Bert Maalderink tijdens een interview voor de NOS zei: ‘Misschien kun je wel een wereldrecord rijden.’ Daarna ging ik toch een beetje nadenken, al wist ik dat ik daarvoor vier seconden van mijn persoonlijk record op de 3.000 meter af moest halen. Dat is veel.

‘Uiteindelijk reed ik vlak boven het Nederlands record, zowel op de 1.500 meter die op naam staat van Ireen Wüst (1.50,70, red.), als op de 3.000 meter van Irene Schouten (3.52,98, red.). Ik schaatste 1.51,05 en 3.53,69; dat had ik nooit verwacht. Allebei stuurden ze daarna een berichtje. Ze wensen me succes voor volgende week in Calgary, als we weer op hoogte rijden. Heel leuk. Zij zijn grote voorbeelden voor me.

‘Ondertussen is het leuk om iedereen weer te zien. Ik kan niet zeggen dat mijn concurrenten allemaal vriendinnen van me zijn, maar er zijn best wat vrouwen met wie ik fijn kan praten. Ragne Wiklund is bijvoorbeeld een heel lieve, aardige meid. Als we in haar thuisland Noorwegen zijn, vraagt ze vaak of ik meega om kanelsnurrer, kaneelbroodjes, te kopen. Dat vinden we allebei heel lekker.

‘Maar het grootste deel van de tijd breng ik door met mijn eigen ploeggenoten. We verblijven met de Nederlandse schaatsers niet altijd in hetzelfde hotel, maar als het wel zo is, kan ik ’s avonds bijvoorbeeld gezellig een spelletje doen met de jongens van Reggeborgh.

‘En dat wereldrecord? Dat is zeker een doel om na te streven, in de toekomst. Dit seizoen heb ik mijn pijlen op iets anders gericht.’

Spanning

‘Ik zit thuis, op de bank in Heerenveen. Kerst heb ik afgelopen vrijdag al – soort van – gevierd met de ouders van Kjeld en zijn zoon Jax. We hebben de barbecue aangestoken. Dat was leuk, het haalde even wat spanning weg.

‘Over vier dagen begint het OKT, een van de spannendste toernooien die je als schaatser kunt rijden. Mijn familie viert kerst met een grote groep, zonder mij. Ze snappen dat ik er niet bij ben. Ik wil niet ziek worden. Het is voor mij niks nieuws: elk jaar schaatsen we een belangrijke selectiewedstrijd tussen kerst en oud en nieuw. Maar ooit hoop ik dit in te halen.

‘Vanaf woensdag ga ik ons vaste hotel in Wolvega in. Dan doen we met de ploeg tijdens kerst een dobbelspel, iedereen heeft cadeaus gekocht van 10 à 20 euro. Het niveau is laag, maar het is grappig. Ergens online vond ik een foute muts met klittenband waar je ballen naar kunt gooien.

‘Ondertussen gaat het goed. Ik ben nog steeds fit en hoop dat zo te houden. Maar het wordt met de dag spannender. Ergens denk ik: laat dat toernooi maar komen, dan heb ik het gehad. Tegelijkertijd ben ik vrij rustig. Ik weet dat iedereen straks hartstikke goed is, maar ik moet focussen op de punten die ik zelf in de hand heb.

‘In het afgelopen jaar heb ik zo’n twintig keer met een psycholoog gesproken, zo’n twee keer per maand. In april ging het al over spanning. Ik wilde alvast wat gevoelens wegpraten, me zo voorbereiden op december. Daardoor voel ik nu een soort rust. Een aantal jaar geleden waren de zenuwen me nog de baas, dan blokkeerde ik; nu heb ik geleerd om ze te gebruiken, en maken ze me scherper tijdens een wedstrijd.

‘Met mijn psycholoog heb ik allerlei scenario’s doorgenomen, zoals: wat als een tegenstander veel sneller start dan ik? Ik weet hoe ik mijn hoofd koel moet houden. Ik heb gedaan wat ik kon, ik kan mezelf niks verwijten als het toch niet lukt om me te plaatsen.

‘Maar goed, dit zeg ik nu wel makkelijk, maar het is natuurlijk een grote droom om op de Spelen te rijden. Dat halen is lastig. Er zijn weinig startplekken. Vier jaar geleden zat ik zo’n acht tienden van een seconde van plaatsing, dat was een teleurstelling. Tegelijkertijd had ik er vrede mee, want ik was op waarde geklopt. Nu is dat totaal anders. Het zou een heel, heel, heel grote teleurstelling zijn als ik het niet haal. Ik wil een gouden medaille in Milaan, dat is mijn grootste doel.

‘Juist in de afgelopen weken besef ik nog meer: mijn schaatscarrière is zo snel gegaan, ik ben in een paar jaar tijd ineens zo goed geworden dat het bijna gewoon werd om elke keer maar met goud om mijn nek te staan. Maar daar koop ik deze week niks voor. Nu sta ik weer op nul.’

Teleurstelling

‘Het blijft door mijn hoofd spoken. Ik wás goed. Maar door een fout heb ik geen startbewijs voor de 1.500 meter. Het rijden van die afstand op de Spelen was mijn droom.

‘Ik vind tegelijkertijd dat ik niet mag klagen. Er zijn voldoende schaatsers gesneuveld op het OKT. Ik ga naar de Spelen, mag de 3.000 meter en de ploegenachtervolging rijden: geweldig. Maar er is geen schaatser die kan zeggen: ik ben dit seizoen internationaal ongeslagen en regerend wereldkampioen op een afstand, maar rij ’m niet op de Spelen. Behalve ik.

‘Dat doet pijn, nog steeds. Soms kan ik onrealistisch zijn en thuis uit mijn slof schieten. Dan zeg ik dat ik het niet eerlijk vind. Maar ik weet hoe het selectiesysteem in Nederland werkt: no mercy. Ik weet ook: alle weloverwogen keuzes die we in de afgelopen maanden hebben gemaakt waren goed. Ik was superfit. Mijn voorbereiding met de psycholoog was goed.

‘Ik droeg tijdens het OKT een nieuw schaatspak, van hetzelfde merk waarmee we op de Spelen zullen rijden. Ik had mijn rits dicht moeten klikken, en ik denk dat ik dat niet goed heb gedaan. Tijdens het rijden voelde ik hem opengaan. Ik had tijdens het schaatsen twee pogingen nodig om mijn rits dicht te krijgen, maakte daarna een misser en viel bijna in de bocht. Dat kostte te veel energie, wat ik me niet kon permitteren. Ik heb de pech dat het niveau op de 1.500 meter in Nederland heel hoog is.

‘In de eerste vier dagen na het OKT deed ik helemaal niks – voor mij heel wat, maar ik was er goed ziek van. Ik heb een dag met verkoudheidsklachten en hoofdpijn in bed gelegen. De andere dagen ben ik gaan rommelen in huis. Ik ben niet zo’n prater, laat mij dit maar in stilte verwerken. Kjeld heeft wel door dat ik er pas over begin als ik eraan toe ben. Het is fijn om met iemand te leven die ook ervaring als schaatser heeft.

‘Die eerste week voelde ik wrok, wilde ik iedereen laten zien dat ik de beste ben. Daarna besloot ik: dit is niet hoe ik de sport wil beleven. Ik schaats voor mezelf, omdat ik het leuk vind en er plezier uit haal. Ik wil straks aan de start staan met een plan om olympisch goud te winnen – en ik heb er alle vertrouwen in dat ik dat kan – maar ik wil er ook van genieten.’

Vroeger

‘Je wilt toch altijd doen wat je oudere zus of broer doet? In mijn geval wilde ik vroeger paardrijden, de sport waar mijn zeven jaar oudere zus Kaylee nog steeds helemaal weg van is. Maar ergens wist ik toen ik klein was wel dat ik daar niet mijn ziel en zaligheid in kwijt kon. Niet zoals zij. Ik vond vroeger veel sporten leuk om te doen, maar échte passie voelde ik niet.

‘Dat veranderde op mijn 9de. In Enschede, vlak bij Borne, waar ik vandaan kom, opende een nieuwe overdekte ijsbaan. Ik begon met schaatsen via een schoolschaatsprogramma. Nadat ik eerst veel sporten had gecombineerd, moest ik op een gegeven moment kiezen. Het werd schaatsen.

‘Mijn schaatstechniek wordt vaak geprezen. Maar ik was vroeger absoluut geen talent. Ik kwam nooit in aanmerking voor een selectie. Er zijn beelden op YouTube, van wedstrijdjes van vroeger. Mensen denken dan: ben jij dat? Op mijn 15de kreeg ik een coach die potentie zag en aan de slag ging met mijn techniek. Ik werd sterker en ging beter presteren. Vanaf dat moment dacht ik: hier zou ik mijn beroep van willen maken. Hierin kan ik mijn ziel en zaligheid kwijt.

‘En nu ben ik in Milaan, op mijn eerste Olympische Spelen. Afgelopen vrijdag was ik als een van de eerste sporters in het olympisch dorp. Dan krijg je je kamertje toegewezen, dat heb ik een beetje opgeleukt met foto’s en dergelijke, en in de dagen daarna zag ik iedereen een beetje binnendruppelen. Het is leuk om anderen een beetje beter te leren kennen, zoals de Nederlandse shorttrackploeg.

‘Het ijs wordt met de dag beter. Ik voel dat mijn lichaam fitter wordt en dat ik er klaar voor ben. Ik heb nog geen zenuwen, maar ik vermoed dat die morgen wel komen. Ik mag zaterdag het spits afbijten. Dat vind ik wel lekker: lekker dat ik niet hoef te wachten, zoals sommige anderen.

‘Ondertussen probeer ik me niet te veel te richten op het winnen van goud. Als ik er alles aan heb gedaan, als ik het maximale eruit heb gehaald, kan ik mezelf niks verwijten, wat het resultaat ook wordt.’

Welke buitenlandse concurrenten kunnen de Nederlandse schaatsers van olympisch goud afhouden?

Veel aandacht zal tijdens de Olympische Winterspelen van Milaan naar de Nederlandse schaatsers gaan. Maar voor welke buitenlandse schaatsers mag de oranje bril even af? Een gids voor alle individuele afstanden.

Schaatser Jenning de Boo: ‘Ik was altijd bang dat ik over mijn nek zou gaan voor het publiek’

Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor Jenning de Boo, Nederlands grote schaatstroef op de sprint op de Olympische Winterspelen. ‘Appelsap is een pismagneet.’

‘Je ziet de Spelen door de hele stad, het leeft inmiddels echt wel’

De openingsceremonie in stadion San Siro vormt vrijdagavond het officiële startschot van de Olympische Winterspelen in Italië. Waar kijken verslaggevers Lisette van der Geest en Erik van Lakerveld het meest naar uit?

Source: Volkskrant

Previous

Next