Zaterdag gaat in Rotterdam het nieuwe onderkomen van het Nederlands Fotomuseum open. Liefst negen verdiepingen telt het monumentale pakhuis Santos, dat veel weg heeft van een burcht. Wat is er te zien en wat was ook alweer de reden voor de verhuizing?
Door Michiel Kruijt en Mark Moorman
Het is dat er geen slotgracht omheen ligt, anders zou het nieuwe onderkomen van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam helemaal een burcht lijken. Het massieve gebouw steekt bijna 35 meter de lucht in en de vele kleine ramen in de gevel doen denken aan de geschutpoorten van een eeuwenoud oorlogsschip. Doordat links en rechts van het pand alles is gesloopt vanwege aanstaande bouwprojecten, wordt de indruk van een fort versterkt.
Maar wie de drempel van pakhuis Santos eenmaal is overgestoken, wordt het meteen duidelijk dat het een fotomuseum betreft. In het midden van het gebouw is een vide aangebracht – een vierkant gat van de begane grond tot aan het dak – waardoor je vanaf de entree al veel foto’s ziet hangen op de verdiepingen daarboven. Bovendien wordt een flink deel van de begane grond ingenomen door een (met glas afgeschermde) bibliotheek met fotoboeken.
Negen verdiepingen telt het rijksmonument op Katendrecht, dat in 1901/1902 werd gebouwd als ‘opslagpand’ voor koffie, aangevoerd vanuit de Braziliaanse havenstad Santos. Later werd het een pakhuis waarin een keur aan goederen een tijdelijke plek vond en het stond ook nog lange tijd leeg. Daarna wilde het Duitse designwarenhuis Stilwerk hier, op het schiereiland tussen Nieuwe Maas, Rijnhaven en Maashaven, zijn eerste Nederlandse winkel openen.
Blauwdruk Santos
Het bedrijf begon in 2021 aan een grote verbouwing. Boven op het pand werden twee verdiepingen toegevoegd. Om de hoogste daarvan werd een ‘kroon’ van geperforeerd aluminium aangebracht. Twee jaar later kregen de Duitsers echter bedenkingen.
Dat kwam mooi uit: het Nederlands Fotomuseum, voortgekomen uit een fusie in 2003 tussen drie instellingen, was al lang op zoek naar een nieuw onderkomen. Het instituut, dat de archieven van 175 Nederlandse fotografen beheert, was gevestigd in het gebouw Las Palmas op de Kop van Zuid. Dat had twee grote nadelen: een torenhoge huur en er waren tal van bedrijven gevestigd, bepaald geen natuurlijke habitat voor een kunstinstelling.
In de zomer van 2023 vernam Droom en Daad, de stichting die namens de steenrijke familie Van der Vorm honderden miljoenen investeert in culturele versterking van Rotterdam, dat pakhuis Santos op de markt kwam. De door Wim Pijbes geleide organisatie handelde razendsnel en legde 38 miljoen euro op tafel: 21,5 miljoen voor de aankoop en 16,5 miljoen voor de verhuizing en voor de inbouw van nieuwe depots.
Ondanks de haast was dat een doordachte aankoop. De stichting was op dat moment al met twee andere projecten op Katendrecht bezig. Een daarvan opende in mei vorig jaar de deuren: Fenix, het kunstmuseum over migratie. Pal daarnaast, op de plek waar nu een veevoederbedrijf is gevestigd, zal een ‘Danshuis’ komen. Dat moet 8.000 vierkante meter aan faciliteiten bieden voor professionele dansgezelschappen en amateurs. Hier kwam de nationale schatkamer van de fotografie dus nog bij.
Het voormalige pakhuis Santos, het nieuwe onderkomen van het Nederlands Fotomuseum aan de Rotterdamse Rijnhaven.
Foto Hans Wilschut
Vanwege de verhuizing was het museum ruim acht maanden dicht. 6,5 miljoen foto’s en andere objecten moesten een plek krijgen in de gloednieuwe depots. Het museum heeft er drie: een van 19 graden Celcius (het ‘werkdepot’), een van 12 graden en een van 4 graden. In de laatste worden negatieven, dia’s en kleurenafdrukken bewaard. De lage temperatuur voorkomt dat deze kwetsbare opnamen snel achteruitgaan. Er is meer bergruimte dan voorheen. Naar verwachting groeit de collectie van 6,5 naar 7,5 miljoen objecten in 2028.
De depots nemen samen met twee restauratieateliers twee verdiepingen in. Al deze vertrekken zijn dankzij ramen te bekijken door bezoekers. Ook te aanschouwen op deze etages: honderden foto’s uit de collectie die op lichtbakken zijn gemonteerd, een presentatie van de laatste aankopen en vitrines met historische foto’s en voorwerpen, zoals de gebutste Rolleiflex van Ata Kandó (1913-2017) en de koektrommel waarin haar collega-fotograaf Johan van der Keuken (1938-2001) negatieven bewaarde.
Liefhebbers van analoge fotografie komen niet alleen aan hun trekken in de tentoonstellingen. Op de begane grond staat een circa zestig jaar oude pasfotoautomaat, die speciaal voor het museum is gerestaureerd. En in de kelder zijn twee donkere kamers ingericht. In de ene is te leren hoe je vóór het digitale tijdperk fotoafdrukken maakte. De tweede is bedoeld voor fotografen die voor het museum afdrukken maken en bevat apparatuur uit vier verschillende tijdvakken.
Publiek is vanaf zaterdag welkom. Met de opening gaat een lang gekoesterd verlangen in vervulling: het Nederlands Fotomuseum heeft een eigen gebouw, en nog een markant bolwerk ook. Al zal dat in de nabije toekomst in de schaduw worden gesteld door de nieuwe buren. Zo gaat aan de rechterkant van Santos een woontoren verrijzen van 130 meter hoog – geen uitzondering in het bouwdriftige Rotterdam, zoals ook valt te constateren in een van de openingstentoonstellingen.
Ter ere van de opening van het nieuwe onderkomen toont het Nederlands Fotomuseum hoe fotografen naar de stad Rotterdam keken en kijken. Tien opmerkelijke foto’s van de afgelopen honderdvijftig jaar uit de tentoonstelling Rotterdam in focus.
Georg Carl Julius Perger, Bouw spoorwegviaduct, Gedempte Binnenrotte
1873
Onder de naam Julius Perger opende deze Duitser van geboorte op jonge leeftijd een portretstudio in Den Haag, de stad waarin hij op 84-jarige leeftijd ook zou sterven. Perger nam niet alleen foto’s van mensen, hij kreeg daarnaast veel opdrachten om grootschalige bouwprojecten te vereeuwigen. Op deze opname uit 1873 is de aanleg van het ‘Luchtspoor’ te zien, de spoorlijn die dwars door Rotterdam liep en ruim een eeuw later, na de aanleg van een spoortunnel, weer grotendeels werd gesloopt. De curatoren van de tentoonstelling, Frits Gierstberg en Joop de Jong, rekenen de opname tot de hoogtepunten van de Nederlandse fotografie: ‘Technisch uitmuntend, fraai gecomponeerd, helder, gedetailleerd en inzichtelijk.’ MK
Afbeelding: Georg Carl Julius Perger / Stadsarchief
François Henri van Dijk, Coolsingel
circa 1920
Rotterdam is geen Parijs (en andersom), maar er waren genoeg fotografen die de stad van de opgestroopte mouwen een Parijs-achtige allure konden geven, waarbij het hielp dat de vooroorlogse Coolsingel ook wel iets weghad van een boulevard. Kende Van Dijk (1888-1977) het werk van tijdgenoot Brassaï (1899-1984), de vroege chroniqueur van het Parijse nachtleven? Van Dijk was vooral een uitstekende vakman, afgaande op de veelzijdigheid van zijn nalatenschap, overal werkte waar hij zijn brood kon verdienen. En als vakman wist hij dat een regenbui niet per se slecht nieuws was voor een fotograaf. Let op de fraaie silhouetten met de paraplu’s, attributen van het grotestadsleven. En zie de weerspiegeling van de wandelaars in het plaveisel. Je herkent er misschien niet meteen de stad in, maar onmiddellijk de gedroomde allure. MM
Afbeelding: François Henri van Dijk / Stadsarchief
Eva Besnyö, Centrum
juni 1940
Op 14 mei 1940 werd de historische binnenstad van Rotterdam door een bombardement van de nazi’s (en de vuurzee daarna) zo goed als helemaal weggevaagd. Op een foto van Hendrik Grimeijer, opgenomen in de tentoonstelling, valt de enorme omvang van de schade goed vast te stellen. Een maand na de luchtaanval maakte Eva Besnyö, de Joodse fotograaf die later zou onderduiken, een serie waarin zij inzoomde op de puinhopen. Op deze foto staat een boom te midden van de ravage nog fier overeind. Maar die heeft wel, ver voor de herfst, al zijn bladeren verloren. Op de achtergrond is de ongeschonden Korenmolen De Noord te zien – door de wieken te laten draaien, wist de molenaar te voorkomen dat de brand oversloeg. Menselijk leed ontbreekt. Later vroeg Besnyö zich af of ze de verwoesting niet te mooi had afgebeeld. Het zou lang duren voordat de binnenstad weer bebouwd was. Een opname van Wies Meertens, eveneens in de expositie, bewijst hoe akelig leeg het in 1952 nog was rond het Weena, een belangrijke verkeersader in het centrum van Rotterdam. MK
Afbeelding: Eva Besnyö / Maria Austria Instituut
Carel Blazer, Waalhaven
1949
Carel Blazer (1911-1980) was een van de fotografen uit het gezelschap dat na de oorlog ‘De ondergedoken camera’ werd genoemd. Het waren vooral de fotografen die uit de illegaliteit kwamen, die de evangelisten van de wederopbouw zouden worden. Blazer fotografeerde later de Deltawerken en ging begin jaren vijftig op wereldreis met motorschip Willem Ruys. De Waalhaven, hier op een zomerdag in 1949, was ook een waterbouwkundig kunststuk van de eerste orde, het grootste gegraven havenbassin ter wereld. Blazer geeft het geheel meteen een menselijke dimensie door de haven vanuit het perspectief van een aantal badgasten vast te leggen, als een Martin Parr avant la lettre. Tegelijk laat de foto zien dat de haven een onlosmakelijk onderdeel van het leven van de Rotterdammers was (en is). MM
Afbeelding: Carel Blazer / Maria Austria Instituut
Evert van Ojen, Lijnbaan
1953
Evert van Ojen (1886-1964) zal altijd de fotograaf van de Van Nelle-fabriek bij avond blijven (1930). Niet alleen een fotografische klassieker (opgenomen in de Eregalerij van het Nederlands Fotomuseum), maar ook de beste propaganda voor het Nieuwe Bouwen. Na de oorlog herkende Van Ojen wellicht iets terug van het oude elan in het plan voor een nieuw stadshart, de Rotterdamse Lijnbaan, midden in het gebombardeerde gebied. De Lijnbaan, een winkelgebied voor voetgangers dat werd geopend in 1953, was zijn tijd ver vooruit. Het Nederlandse warenhuis Meddens had een van de mooiste panden en net als bij de Van Nellefabriek 25 jaar eerder concentreerde Van Ojen zich op het architectonische lijnenspel in de avond. De Lijnbaan kende mindere perioden en ‘Lijnbaanjeugd’ werd Rotterdams voor hangjeugd. Meddens ging uiteindelijk in 2011 failliet. Inmiddels is het winkelcentrum een rijksmonument en is het gebied aan het zoveelste leven begonnen. Van Ojen leerde het vak in het atelier van de bekende stadsfotograaf Henri Berssenbrugge, met drie foto’s vertegenwoordigd in de tentoonstelling. MM
Afbeelding: Evert van Ojen / Nederlands Fotomuseum
Jan A. Vrijhof, Kantine, Brede Hilledijk, Katendrecht
zonder jaartal
Dit beeld van de in 1986 overleden fotograaf Jan Vrijhof heeft iets vervreemdends. Er staan negentien koffiekoppen op een tafel waaraan maar twee mensen zitten. De man en vrouw in kwestie maken ook niet bepaald contact. Zij kijkt door het raam naar de bedrijvigheid bij de kolenboer aan de overkant, hij neemt een hijs van zijn sigaret. In de catalogus staat dat het om een ‘kantine’ gaat aan de Brede Hilledijk, een lange straat op Katendrecht. Een jaartal ontbreekt. Enig googelen leert dat deze foto voor 11,85 euro per maand kan worden gehuurd bij Kunstuitleen Rotterdam. Daar weten ze ook het jaartal van de opname – 1955 – en wat er op dit adres was gevestigd: de Scheepvaartvereniging Zuid (SVZ), een belangenvereniging van havenondernemers die veel later zou opgaan in het nog bestaande Deltalinqs. Geen van de door het raam zichtbare gebouwen staat er nog. Behalve eentje, helemaal rechts. Dat is de plek waar deze foto nu ook hangt: pakhuis Santos, het nieuwe onderkomen van het Nederlands Fotomuseum. MK
Afbeelding: Jan A. Vrijhof / Nederlands Fotomuseum
Fototechnische Dienst Rotterdam, Bichon van IJsselmondelaan
1961
Er hangen negen foto’s van de Fototechnische Dienst Rotterdam (werkzaam van 1945 tot 1995) op de expositie. Oorspronkelijk waren de foto’s voor intern gebruik binnen de gemeente, van voorbeelden van verkrotting tot bouwprojecten, en industriële ontwikkeling in alle delen van de stad. Als een soort forensisch beeldmateriaal om gemeentebeleid te kunnen illustreren en ondersteunen. De fotografen bleven anoniem. Neemt niet weg dat er schitterende foto’s tussen zitten die in het Stadsarchief Rotterdam worden bewaard. Neem deze foto uit de gloednieuwe Bichon van IJsselmondelaan in de wijk IJsselmonde (vandaag de dag enigszins verweerd maar nog altijd herkenbaar). Let op het harde licht, de schaduwen en een moeder met haar twee kinderen die een verlaten straat oversteekt, alsof we in een neo-realistische film zijn verdwaald. Let ook op het Volkswagenbusje op de achtergrond. De nieuwe tijd komt eraan en de fotograaf van de Fototechnische Dienst zag het allemaal. MM
Afbeelding: Fototechnische Dienst Rotterdam / Stadsarchief
John Davies, Europoort
1986. Uit de serie Stadslandschappen, 1986.
Het kan geen kwaad om soms een blik van buiten uit te nodigen. Het fotoboek Stadslandschappen uit 1986, waar deze foto uit Europoort voor is gemaakt, heeft inmiddels een klassieke status. Vier fotografen, onder wie de Britse landschapsfotograaf John Davies, probeerden de stad op een nieuwe manier te zien en vast te leggen. Davies maakt foto’s vanaf een wat hoger standpunt en fotografeert hier een visser die om de kansen te verhogen drie hengels heeft uitgeworpen. De kijker stelt zich de dag van deze man voor, met af een toe een passerend schip, en de verwaaide geluiden uit de haveninstallaties aan de andere kant van het water. En hopelijk een bijtende vis. Kijk ook naar de foto van Carel Blazer uit de Waalhaven in 1949; de Rotterdammers en hun haven vormen een klassiek thema. In de expo treffen we ook de fraaie nachtfotografie aan van de Brusselaar Gilbert Fastenaekens uit Stadslandschappen, die in hetzelfde jaar de verlaten Silostraat fotografeerde. MM
Afbeelding: John Davies / Stadsarchief
Kim Bouvy, Katendrecht
2009
Welkom op de Walhallalaan, waaraan deze drie moedige voorlopers van behuizing zijn verrezen. Het tafereel maakt een nogal troosteloze indruk en dat is ook het geval bij een andere foto van Kim Bouvy in de tentoonstelling. Daarop is een vervallen deel van de Hofbogen te zien te midden van grijs beton en passanten die als zombies over de stoep lijken te bewegen. Het moge duidelijk zijn: de fotograaf heeft een kritische blik op stadsontwikkeling, iets dat ook uit haar fotoboeken kan worden opgemaakt. Op de Walhallalaan is anno 2026, zeventien jaar na het moment van afdrukken, veel veranderd (zoals in heel Rotterdam). De rij met huizen is compleet en op de plek waar de fotograaf stond, is een nieuwe colonne van woningen aangemarcheerd. MK
Afbeelding: Kim Bouvy
Walter Herfst, Terraced tower
2021
Is de bezem, die een beeldrijm vormt met de pyloon van de Erasmusbrug, daar voor de foto neergelegd, of lag die daar al? Waarschijnlijk het tweede, de plastic bak met nog te planten groen bewijst dat er wordt getuinierd. De bijna vijf jaar oude foto, uitverkozen voor de cover van de tentoonstellingscatalogus, is een van de voorbeelden die de trots van Rotterdam illustreren: de ‘spectaculaire, haast on-Nederlandse skyline’ (aldus de samenstellers van de expositie). Van dezelfde fotograaf, Walter Herfst, wordt nog een stadsgezicht getoond: in 2013 legde hij historische schepen van het Maritiem Museum vast tegen een decor van in de lucht priemende nieuwbouw. MK
Afbeelding: Walter Herfst
● Rotterdam in focus. Fotografie van de stad 1843 – nu. De grootste tentoonstelling laat de vele manieren zien waarop fotografen Rotterdam als stad in beeld hebben gebracht. Meer dan driehonderd foto’s zijn verzameld, van de oudste foto van Rotterdam (genomen door John Sherrington, een Engelse vlashandelaar die twaalf jaar in de stad woonde) tot de onlangs gemaakte drone-opnamen van Stacii Samidin.
● Ontwaken in blauw. Een ode aan cyanotypie. Dit eerbetoon toont het werk van vijftien hedendaagse kunstenaars die aan de slag zijn gegaan met de 19de-eeuwse techniek, herkenbaar vanwege haar blauwdrukken.
● Eregalerij van de Nederlandse fotografie. De expositie die al vier jaar was te zien in het voormalige museumgebouw, keert terug. Met een nieuwe presentatie over de geschiedenis van de fotografie.
Rotterdam in focus. Fotografie van de stad 1843 – nu, Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, 7/2 t/m 24/5. Bij de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige catalogus, nai010 uitgevers, € 39,95.
Source: Volkskrant