De instabiele kabinetten van de afgelopen jaren hebben een flink prijskaartje: het bedrag aan wachtgeld steeg in tien jaar van 1,6 miljoen naar 8,1 miljoen. Uit het kabinet-Schoof vertrok een recordaantal politici. Negentien van de oorspronkelijke dertig bewindslieden stapten op.
Kabinetten die vroeg vallen, politici die allemaal tegelijk stoppen of van partij wisselen; het leidde ertoe dat het wachtgeldbedrag enorm steeg in tien jaar, blijkt uit de laatste cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken die Het Financieele Dagblad heeft opgevraagd.
Voormalige Tweede Kamerleden en oud-bewindspersonen ontvingen in 2025 in totaal 8,1 miljoen euro aan wachtgeld. Dat is vijf keer zoveel als tien jaar geleden. Het totaalbedrag steeg van 1,6 miljoen euro in 2016 naar 8,1 miljoen euro in 2025.
"De stijging hangt een-op-een samen met de veranderlijkheid van de kiezers en de instabiliteit van de kabinetten", zegt Hansko Broeksteeg, hoogleraar staatsrecht, tegen Het Financieele Dagblad. "De laatste drie zijn gestruikeld. Maar als een kabinet de termijn van vier jaar uitdient, zie je dat het totaal uitgekeerde bedrag netjes afneemt."
Uit het kabinet-Schoof vertrok een recordaantal politici: in totaal negentien van de oorspronkelijke dertig bewindslieden stapten op, van wie zeventien in 2025. Ook de bewindspersonen van het huidige demissionaire kabinet hebben recht op wachtgeld als deze maand een nieuw kabinet aantreedt. Dat kan ervoor zorgen dat de uitkeringsbedragen over 2026 nog verder oplopen.
Het wachtgeld voor politici is een uitkering volgens de Algemene pensioen- en uitkeringswet voor politieke ambtsdragers. In Den Haag wordt het de APPA-regeling genoemd, en die kan maximaal drie jaar en twee maanden duren. In het eerste jaar krijgt de onvanger maximaal 80 procent van het laatste salaris, daarna 70 procent. Een Tweede Kamerlid verdient ongeveer 10.134 euro per maand, een minister 14.760 euro.
In juni vorig jaar stelden Tweede Kamerleden Jimmy Dijk en Van Nispen van de SP nog Kamervragen over het 'riante wachtgeld voor opgestapte PVV-bewindslieden'. Daar ging minister Judith Uitermark niet in mee. Het gebruik van de term 'wachtgeld' leidt volgens de minister tot onjuiste beeldvorming: Appa is bedoeld als tijdelijke overbrugging, met bijbehorende sollicitatieplicht die
vergelijkbaar is met die van werknemers.