Fotograaf Jeremy Suyker werd met open armen ontvangen in Orania, een kleine witte enclave in Zuid-Afrika. Maar was hij ook zo hartelijk ontvangen als hij zwart was geweest?
Door Joost Bastmeijer
Fotografie Jeremy Suyker
Tijdens de Zuid-Afrikaanse verkiezingen van vorig jaar reisde de Franse fotograaf Jeremy Suyker samen met een Italiaanse collega-fotograaf door het land. Van alle plekken die zij op hun lijst hadden staan, was Suyker het meest geïntrigeerd door Orania, een klein dorp dat midden in de halfwoestijn Karoo ligt. In die witte enclave, vernoemd naar de Oranjerivier (die op haar beurt weer is vernoemd naar het Nederlandse koningshuis), wonen louter witte Afrikaners – terwijl de rest van het land overwegend zwart is.
‘Bij zo’n plek is het makkelijk om te arriveren met allerlei vooroordelen in je hoofd’, zegt Suyker. ‘Juist daarom reden we Orania binnen met een open vizier.’ Hij en zijn collega werden met open armen ontvangen bij het lokale radiostation. ‘Dat was heel handig’, zegt hij, ‘want het hele dorp heeft die zender de hele dag aanstaan. We hoefden ons daarna nergens meer voor te stellen, iedereen wist al wie we waren en wat we kwamen doen.’
Tijdens de paar dagen die hij in Orania verbleef, merkte Suyker weinig van de rechts-radicale complottheorieën die sommige inwoners graag delen. Zij waarschuwen buitenlandse politici voor het lot van de Afrikaners: volgens hen worden zij door de zwarte meerderheid gemarginaliseerd. Als moslims of ‘buitenlanders’ het in Nederland of de VS voor het zeggen krijgen, stellen zij, eindigen witte burgers in die landen net als de Afrikaners. In werkelijkheid is de witte minderheid in Zuid-Afrika op veel gebieden nog altijd een stuk beter af dan de zwarte bevolking.
Suyker spotte wel een paar zwarte mensen in het dorp, maar die waren altijd op doorreis. ‘Iedereen is wit’, zegt hij, ‘ook de banen die elders in Zuid-Afrika bijna alleen door zwarte mensen worden gedaan, worden hier uitgevoerd door witte mensen. Dat gebruiken ze ook als argument als ze beticht worden van racisme. ‘Wij zijn niet racistisch’, zeggen ze dan, ‘wij buiten hier geen zwarte, goedkope arbeidskrachten uit die uit de sloppenwijken komen’. Ze doen alles zelf.’
In die hang naar zelfregulering gaan de inwoners van Orania ver, zag Suyker. ‘Ze hebben een eigen veiligheidsdienst’, zegt hij. ‘Ze hebben hun eigen banksysteem en valuta, eigen scholen, een crèche en zelfs een klein ziekenhuis.’ Suyker beschrijft Orania daarom als een ‘veilige bubbel’, waar niet zoveel gebeurt. ‘Ze gaan naar de kerk op zondag, en dan paardrijden, vissen of jagen. Dat is het wel zo’n beetje.’
Maar was hij ook zo hartelijk ontvangen als hij zwart was geweest? De fotograaf valt even stil en concludeert dan: ‘dat is lastig te zeggen.’
De inwoners van Siberië voelen de grond onder hun voeten wegzinken; het smelten van de permafrost door de opwarming van het klimaat verandert hun wereld voorgoed. Fotograaf Natalya Saprunova zag hoe zij op uiteenlopende manieren omgaan met de ramp die zich voltrekt.
Hij keert graag terug naar zijn geboorteplaats en verlaat die een paar weken later weer net zo graag. Fotograaf Giulio Piscitelli legt Napels vast in al zijn contrasten.
De olijftak staat symbool voor vrede, maar op de Westelijke Jordaanoever is de olijfboom zelf al jarenlang doelwit van geweld, zien de fotografen Adam Broomberg en Rafael Gonzalez.
Source: Volkskrant