In een debat over geweld tegen hulpverleners was iedereen het eens: dat is ontoelaatbaar. Maar een bevredigend plan van aanpak ontbreekt nog. Vooral oppositiepartijen bleven daardoor ontevreden achter. "Wat denkt de minister dat de gemiddelde burger denkt die hiernaar kijkt?"
"Graag sluit ik mij aan bij de voorgaande sprekers", zo begon CU-leider Mirjam Bikker haar spreektijd. Want in een debat over geweld tegen hulpverleners kunnen de Kamerleden haast niet anders dan het roerend met elkaar eens zijn: het geweld dat hulpverleners te verduren krijgen, is ontoelaatbaar.
Geweld tegen hulpverleners komt niet alleen voor tijdens de jaarwisseling, maar de jaarwisseling was wel de aanleiding voor dit debat. De Tweede Kamer debatteert normaal gesproken elk jaar over de jaarwisseling, maar de gewelddadigheden van de afgelopen jaarwisseling werden zo hevig bevonden dat er een apart debat moest komen.
Korpschef Janny Knol zag tijdens de onrustig verlopen Oud en Nieuw gepland geweld tegen de politie. Volgens Knol was er sprake van een crimineel netwerk en zijn er met voorbedachten rade plannen gemaakt om de politie te belagen met vuurwerk. Voorzitter Nine Kooiman van de Nederlandse Politiebond sprak op X van "ongekend veel geweld tegen politie en hulpverleners."
Maar de frustratie die rond het debat heerste was ook: hoe pak je zo'n groot maatschappelijk probleem aan? En hoe straf je deze mensen effectief? De naam van het debat wees ook al op de breedte van het probleem: het "debat over geweld tegen de politie en hulpverleners en de hufterigheid in de samenleving."
D66'er Hanneke van der Werf stelde dat er een verharding in de samenleving is en dat dat juist de mensen raakt "die het werk doen namens ons allemaal". Zij worden zo "het afvoerputje van maatschappelijke woede."
Een recent onderzoek naar waarom er geweld wordt gepleegd tegen hulpverleners heeft demissionair justitieminister Foort van Oosten nog "onvoldoende inzichtelijk" gemaakt aan welke knop hij precies moet draaien om dit probleem goed aan te pakken. Maar dat laat onverlet, zo haastte de minister zich vervolgens te zeggen, dat als er geweld wordt gepleegd, dat hard moet worden aangepakt.
Van Oosten somde daarom vooral een aantal maatregelen op die nu in de pijpleiding van het kabinet zitten. Daaronder valt bijvoorbeeld een taakstrafverbod voor mensen die worden veroordeeld voor gewelddadigheden tegen hulpverleners, of meerdere pilots naar extra geweldstoepassingen voor de politie zoals rubberen kogels.
Vooral de oppositiepartijen bleven met een ontevreden gevoel achter. Ingrid Coenradie (JA21) merkte geërgerd op tijdens het debat vooral termen te horen als "evalueren, pilots, verkennen, kan niet, weet ik niet, doen we al, mag niet". "Dan is mijn vraag: wat denkt de minister dat de gemiddelde burger denkt die hiernaar kijkt?"
"Dat we hier allemaal ongelooflijk gepassioneerd zijn om op te komen voor de bescherming van onze politiemensen, brandweermensen, zij die vooraan staan bij veiligheidsvraagstukken", reageerde van Oosten. Hij hoopte te laten zien dat het kabinet op meerdere punten "ontzettend hard werkt" en dat er nog meer gerealiseerd kan worden.
Dat antwoord leidde tot een advies van Coenradie aan Van Oosten: "Ik zou de minister aanraden dit debat nog eens terug te kijken."
De minister krijgt vanuit de Kamer ook meerdere officiële opdrachten mee. Zo schaarde onder meer een Kamermeerderheid zich al achter een motie van CDA waarmee wordt gevraagd om een onderzoek naar een educatieve maatregel. Die wordt nu al opgelegd als iemand met alcohol op achter het stuur is gekropen. Kan zoiets ook opgezet worden voor mensen die geweld plegen tegen hulpverleners?
Ook een motie van CU'er Bikker, waarmee wordt gevraagd om meer aandacht "en zo nodig een dwingende invulling" aan de rol van ouders van geweldplegers, kan al rekenen op een meerderheid.
Dinsdag stemt de Kamer over alle ingediende moties.
Source: Nu.nl algemeen