Home

Champagne in Utrecht wegens het engeltje op de schouder tijdens een explosie. ‘Weg. Zoef. Dak eraf. Helemaal niks meer’

Ontploffing Na de schrik heerste er vooral opluchting bij de Utrechters wier huis was getroffen door een enorme explosie. Een bewoner zat op de wc: „Het kleinste kamertje hè, dat is de veiligste plek.”

Een door de explosie beschadigde pakketpunt. Sommige omwonenden die voorlopig niet terug kunnen naar hun woning mogen belangrijke spullen, zoals medicatie en documenten, ophalen.

‘Er komen vlammen uit je huis.” Tijdens het eerste telefoontje dat hij erover ontving, op zijn werk in Ede, donderdagmiddag, keek Quinten de Vries (25) eerst om zich heen. Hè, is dit een grap? Word ik in de zeik genomen? En na het zien van de eerste beelden: is dit AI? Pas toen hij besefte dat het serieus was, zijn hele huis, mogelijk wéggeblazen, pakte hij z’n jas en z’n autosleutels en zei tegen collega’s: „Nou, dan ga ik maar.”

De Vries dacht gelijk aan alle buren en aan zijn vriend Pepijn (26), met wie hij sinds drie jaar een monumentaal pand huurt in de Utrechtse Visscherssteeg, met vers stucwerk en middeleeuwse balken. Maar zijn vriend, wist hij, is gelukkig de deur uit want eerder op de dag had Quinten al op zijn telefoon gezien dat Pepijn het huisalarm had ingeschakeld. Dat stond nu overigens uit, zag hij. Net als alle andere gelinkte apparaten die hij zocht op ‘Find my…’ Geen resultaat.

Wat ook door Quintens hoofd schoot: donderdag is zijn thuiswerkdag. De Vries werkt normaal gesproken zelf elke donderdag op zolder. Achter een laptop, koptelefoon op. De kamerdeur met tochtstrip – nodig in zo’n oud huis – potdicht. Dus stel… dan had hij van de hele ontploffing, vermoedelijk ontstaan in zijn huis, helemaal niets meegekregen. Dan was hij op slag dood geweest. Lag hij net als zijn bureaustoel en de eetkamerstoel die hij later terugvond, twee straten verderop.

Het toeval wilde dat De Vries ditmaal toch naar kantoor was gegaan omdat hij zich de nacht ervoor niet zo lekker had gevoeld. Hyperventileren – heeft hij wel eens eerder gehad. Even onder de mensen zijn, had hij gedacht. En dan de ene afspraak die hij had staan, niet via Teams maar in persoon. En ’s avonds weer vroeg naar bed. 

„Hé Quinten, alles goed jongen?” Enkele buurtbewoners maken even ruimte als De Vries zich samen met zijn moeder deze vrijdagochtend aansluit bij de groep wachtenden voor het politielint.

„Is jouw huis er nog?”

De Vries schudt zijn hoofd. „Weg. Zoef. Dak eraf. Helemaal niks meer.”

Geliefd straatje

Het lint, gespannen tussen regenpijp en parkeerpaal, biedt alleen zicht op de Mariaplaats. Van de ravage in de verderop gelegen Visscherssteeg – drie panden weggeblazen, mogelijk door een gasexplosie – is niets te zien. En daarom wachten tientallen buurtbewoners hier af wat de mensen in gele hesjes aan de andere kant van het politielint hen kunnen melden over de staat van hun huis. Enkele bewoners zitten op een klapstoel. Sommigen hebben de hond mee. Studenten, ouderen, expats – iedereen die woonde in en rondom de steeg.

„Stil!” klinkt het. „Daar komt iemand met de lijst!” Wat ze al wel begrepen hebben: er zijn kleuren. Groen: je kunt straks je spullen halen. Geel: spullen halen, verblijf op eigen risico. Rood: geen spullen halen, te gevaarlijk. Donkerrood: niet best.

Een voor een mogen de gelukkigen – groen en geel – nu onder het politielint door. De Vries – „donkerrood” – blijft staan in de menigte, net als Jolien Egberts (52), die tegenover De Vries woont en op foto’s zijn hele dakkapel terugzag in haar achtertuin. „Donkerrood”, knikt ze. „Afwachten dus.”

„En we hadden nog wel net alle buitenmuren geverfd!” glimlacht een van de bewoners. „En de daken vernieuwd. En de schuurtjes gedaan!” Egberts knikt. „Van liefst drie huizen. Een járenplan… in november was het eindelijk klaar…”

Geen droefenis hier aan het politielint. De sfeer is vooral uitgelaten. Want hé, iedereen is al lang blij dat er – op enkele lichtgewonden na – geen slachtoffers zijn.

Bijna ondenkbaar na die harde klap. Want eerst dacht ook Egberts nog aan vuurwerk, maar toen ze mensen hoorde gillen en haar hele huis zag schudden – „zelfs een 150 kilo zware stalen deur” – wist ze dat het menens was. „Ik heb deze” – wijzend naar haar tijgersloffen – „aangedaan en de hond gepakt en ben vertrokken”.

Veel panden in de nabije omgeving van de explosie raakten beschadigd.

Eenmaal buiten was het twee uur lang: koppen tellen. „Heb jij die gezien?” „Heb jij die gezien?” De bewoners werden door de politie op steeds grotere afstand geplaatst. Intussen kregen ze tientallen appjes van vrienden en bekenden – „ben je oké?” – met als gevolg dat de batterijen snel opraakten. „En we hadden natuurlijk geen opladers mee”, zegt Egberts. 

Maar dat is dan wel weer het voordeel van de Visscherssteeg: iedereen kent elkaar. Een dorp in de stad, noemen ze hun geliefde straatje. Liefst vier buurtapps, regelmatig een borrel en veel onderling contact. Belangrijk, juist in de binnenstad, waar altijd ongure types rondlopen. Zo wist Egberts zelfs dat Quinten op donderdag zijn thuiswerkdag heeft. „Ik dacht gelijk: ojéé.”

Geproost

„We hebben allemaal een engeltje op de schouder gehad”, knikt Anouk (achternaam bekend bij de redactie). Zelf wilde ze net naar de film gaan en ze had ditmaal „intuïtief” de achterdeur genomen toen door de explosie alle ramen sprongen. „Terwijl, dat doe ik bijna nooit.” Een andere buurvrouw was – ook ongebruikelijk – met haar schoonmoeder baantjes trekken in het zwembad. En haar Griekse overbuurman zat op het toilet, zonder ramen. „Het kleinste kamertje hè, dat is de veiligste plek.”

En natuurlijk was er best ongerustheid toen de circa dertig bewoners de nacht mochten doorbrengen in het nabijgelegen Hotel Karel V. Ze wilden weten of hun huis er nog wel stond en sommigen voelden paniek. Het gratis diner kreeg niet iedereen door z’n keel want belangrijker waren de foto’s en filmpjes die ze deelden om te achterhalen welke kant de vlammen opsloegen. 

Maar er werd óók geproost, champagne, óp het leven. Want even dacht niemand aan z’n spullen en alleen maar aan elkaar. Er was opluchting, en bij Quinten de Vries misschien nog wel het meest. Hij zucht. „Ik heb gisteren de loterij gewonnen.”

Source: NRC

Previous

Next