Minderheidskabinet D66, VVD en CDA hebben haast: zaterdag gaan de onderhandelingen door. Met GroenLinks-PvdA blijft de omgang moeizaam, de VVD vindt dat Jesse Klaver zich volwassen moet gaan gedragen.
Vanaf links: fractievoorzitters Chris Stoffer (SGP), Henri Bontenbal (CDA), Dilan Yesilgöz (VVD) en Rob Jetten (D66). Met helemaal rechts informateur Rianne Letschert.
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer was woensdagmiddag uitgenodigd om te komen praten met informateur Rianne Letschert en de drie leiders van de aanstaande minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA. Maar Stoffer had al een andere afspraak, bij de SBS-talkshow Nieuws van de Dag, en natúúrlijk mocht hij ook nog, als allerlaatste, donderdagochtend langskomen.
Het toont de nieuwe machtsverhoudingen: waarom zou Stoffer een tv-optreden afzeggen voor de formatie? De drie aanstaande coalitiepartijen hebben hém nodig, zoals ze bijna elke oppositiepartij hard nodig gaan hebben. Hij hoeft nog niet zoveel van hen.
De andere fractievoorzitters van de oppositiepartijen die al wel waren langsgeweest, waren elkaar ’s avonds gaan bellen, of ze waren bij elkaar gaan zitten in hun werkkamers in de Tweede Kamer. Wisten zij nu hoe D66, VVD en CDA gingen proberen om steun bij elkaar te krijgen voor de plannen die ze in hun regeerakkoord gaan zetten?
Nee, vond de een. Misschien een béétje, vond de ander. Chris Stoffer dacht daardoor dat hij vast ook een vaag verhaal te horen zou krijgen. Het viel hem mee, zei hij donderdag tegen verslaggevers. „Ze hebben echt wel nagedacht: hoe gaan we in de komende vier jaar vooruit? Hoe kunnen we bijvoorbeeld voor begrotingen meerderheden creëren?”
Meer dan dat zegt hij er niet over, maar deze week werd na elk gesprek dat Rob Jetten van D66, CDA-leider Henri Bontenbal en VVD-leider Dilan Yesilgöz met de oppositie hadden duidelijk: niemand van die oppositie voelt ervoor om nu alvast gedoogsteun te beloven, of om nu al na te denken over een deal over een of ander onderwerp.
En dus is nu het idee: D66, VVD en CDA komen over een paar weken met een coalitieakkoord waar ze in elk geval met z’n drieën achter staan. Jetten zei donderdagmiddag dat ze daarin proberen rekening te houden met de gevoeligheden en ‘rode lijnen’ van partijen die ze met hun 66 zetels in de Tweede Kamer en 22 zetels in de Eerste Kamer nodig zullen hebben om aan een meerderheid te komen voor hun plannen. „Het helpt”, zei Jetten, „als wij dingen kiezen waarvan we denken dat we daar wat makkelijker steun voor kunnen krijgen.”
Daar lijken ze in de oppositie ook al van uit te gaan. SGP’er Stoffer begon tegen journalisten over „tenen”: als je daar heel hard op gaat staan bij iemand, was zijn punt, kun je „niet meer lopen”. Hij wilde nog niet zeggen hoe lang de SGP-tenen waren.
D66-leider Rob Jetten voor aanvang van een gesprek met D66, CDA en VVD in Huis Huguetan, in Den Haag.
Aan de formatietafel denken de drie partijen volgens betrokkenen in scenario’s: ze zouden nu al de oppositie kunnen betrekken bij hun plannen, en er zijn ook al Kamerleden van D66, VVD en CDA die in de Tweede Kamer met de aanstaande oppositie koffie drinken en ideeën bespreken, soms ook al bezuinigingen. Maar de drie lijken ook vast van plan om ná de bordesscène, eind februari, op zoek te gaan naar steun voor nieuwe wetten en de begrotingen van ministeries.
Op dat bordes bij de koning, daar doen de drie bijna-coalitiepartijen niet geheimzinnig over, zullen dus ministers en staatssecretarissen moeten staan die weten hoe je steun bij elkaar scharrelt. En die zich dus niet te goed voelen voor een nederige gang langs de oppositie.
In Den Haag valt steeds de naam van D66’er Wouter Koolmees, nu topman van de NS, die als politicus bekendstond om zijn niet al te grote ego en zijn talent om ideologische tegenstanders toch bij hem aan tafel te krijgen. Er zal worden gezocht naar ‘het type Koolmees’. In kabinetsformaties doen partijen de verdeling van de ministeries, en de zoektocht naar kandidaten, pas aan het eind. In de Tweede Kamer valt te horen dat de drie partijen het deze keer zo belangrijk vinden, dat ze daar nu al mee zijn begonnen.
In de gesprekken deze week ging het ook bijna steeds over de bewindslieden: hoe keken de fractievoorzitters van de oppositie aan tegen het idee om in het kabinet ook ministers of staatssecretarissen te benoemen die uit hún partijen kwamen? De politieke leiders lijken er weinig voor te voelen: waarom zou je iemand van jouw partij in het kabinet-Jetten plannen laten uitvoeren waar jijzelf niet over mocht meedenken?
Bij GroenLinks-PvdA werd die vraag zelfs opgevat als een belediging: de coalitiepartijen leken hen te willen zoet houden met een ministerspost, zodat ze niet al te kritisch kunnen zijn. Of ze het onhandigheid van Jetten en de anderen vinden of kwade wil, dat zeggen GroenLinks-PvdA’ers niet. Ze geven de aanstaande coalitie in ieder geval niet makkelijk het voordeel van de twijfel. Bij GroenLinks-PvdA is er nog steeds irritatie over de felle campagne die Yesilgöz tegen hen voerde, en woede omdat ze – door de VVD – niet kunnen meedoen aan het kabinet.
Dat er nog steeds niets gebeurt om die onmin op te lossen, kan problematisch worden voor de coalitie: GroenLinks-PvdA heeft 20 zetels in de Tweede Kamer en 14 in de Eerste Kamer. Zonder die partij kunnen D66, CDA en VVD vrijwel alleen meerderheden halen met steun van rechtse partijen, en dus voor rechtse plannen. Dat is vooral ingewikkeld voor D66. Voor de VVD veel minder.
Rob Jetten zei deze week dat voor iedereen duidelijk is dat de relatie tussen de VVD en GroenLinks-PvdA „moeizaam is geweest”, en dat daarin „geïnvesteerd” zal moeten worden. CDA-leider Henri Bontenbal doet, vindt hij, zelf zijn „best” om de omgang met anderen goed te houden. „Dat is mijn taak.” Hij gaat ervan uit, zei hij, dat „andere partijen” dat ook doen.
Rond Yesilgöz is juist te horen dat Klaver zich volwassen moet gaan opstellen. Dinsdagavond begint Yesilgöz, gevraagd naar haar relatie met GroenLinks-PvdA, tegen NRC over een poster die „verspreid is vanuit GroenLinks-PvdA”. Ze bedoelt een poster van een pro-Palestijnse actiegroep waarop onder anderen zijzelf is afgebeeld met de tekst: „Zij kozen voor genocide. Wat kies jij?” Lijstduwers van GroenLinks-PvdA waren betrokken bij die groep. Oud-GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans wilde er geen excuus voor aanbieden en dat zit Yesilgöz nog steeds dwars. Niet ík heb wat uit te leggen, lijkt Yesilgöz te zeggen, maar GroenLinks-PvdA.
Voor GroenLinks-PvdA’ers is de houding van de VVD een rode lap, de zoveelste provocatie. En het verbaast ze ook: waarom zoekt Yesilgöz geen toenadering, als de steun van de oppositie nu zo belangrijk is? Het is óók ingewikkeld voor D66 en CDA, die juist ‘nieuwe politiek’ bedrijven, het liefst in harmonie met de oppositie.
Bij de VVD is het idee dat GroenLinks-PvdA die woede speelt, als onderhandelingsstrategie. Volgens VVD’ers is hun omgang met Kamerleden van GroenLinks-PvdA’ers ook helemaal niet zo slecht. Dat zien GroenLinks-PvdA’ers zelf ook wel, in de gang doen VVD’ers normaal. Maar ook dát irriteert ze, omdat ze tegelijk publiekelijk worden neergezet als te radicaal om mee samen te werken.
Yesilgöz zegt donderdag dat de gesprekken met de oppositie soms draaiden om „persoonlijke verhoudingen”, en „soms niet”. Volgens haar is het „fijn als we persoonlijk goed met elkaar overweg kunnen”. Belangrijker is, zegt ze: „Waarvoor zit je in de politiek, wat is jouw partij van plan voor Nederland?”
Wouter Koolmees, destijds verkenner, in de Schrijfkamer van de Tweede Kamer.
Het is een heel andere manier van politiek bedrijven dan in de tijd van Mark Rutte, die de persoonlijke omgang juist het allerbelangrijkste leek te vinden – om politiek zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen.
Het is nog steeds de bedoeling, zei Jetten deze week, dat de drie partijen op 30 januari klaar zijn met de onderhandelingen. Om extra haast te maken, gaan ze ook deze zaterdag bij elkaar zitten. „Hoe eerder we klaar zijn”, zei Jetten, „hoe beter.” Dan was er ook nog „rust” om hun financiële plannen te „dubbelchecken” en de tekst van het akkoord nog eens „na te lopen”.
Het was Jetten opgevallen, zei hij ook, dat er oppositiepartijen waren, vooral de kleine christelijke partijen, die niet meer „alles met alles wilden verbinden”, en dus met harde voorwaarden kwamen voor steun: ‘Als jij dit niet doet, doen wij helemaal niet meer mee.’ Jetten dacht dat dat kwam omdat er, „hoe zeg ik dat netjes?”, in de tijd van het kabinet-Schoof „op veel onderwerpen vrij weinig is gebeurd”.
Dat moet nu anders, vindt Jetten. „Anders staan we als politiek Den Haag weer een beetje voor lul.”
Om vijf uur de vijf belangrijkste artikelen van de dag
Source: NRC