Ministaatje In Transnistrië, afgescheiden van Moldavië, gebeurt niks, groeit niks en ontwikkelt niks, zag fotograaf Paul van der Stap. Maar de inwoners zorgen goed voor elkaar.
Eindexamenkandidaten van een school in Grigoriopol, Transnistrië in 2024.
Met zijn zwarte muts op staat hij op het punt haar te kussen, terwijl zij lachend de camera in kijkt. Ze heeft haar hand door zijn arm gestoken. Het stel wandelt naar huis over een verlaten weg met scheuren, die wordt omringd door kale bomen en struiken en bruine aarde.
Het melkachtige winterlicht maakt de foto zacht, zonder scherpe contrasten en schaduwen. Het geeft extra tederheid aan het beeld, legt fotograaf Paul van der Stap uit.
De weg naar het Transnistrische dorp Majak.
Van der Stap kwam het stel tegen toen hij in 2019 wegreed uit het dorp Majak (‘Vuurtoren’) in Transnistrië, een pro-Russisch strookje land tussen Moldavië en Oekraïne dat zich afscheidde van Moldavië na een oorlog begin jaren negentig. Een gebied met het stigma van een van de buitenwereld afgesloten autoritaire staat, waar het leven grauw, armoedig en uitzichtloos is. Het zucht onder de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, zoals de energiecrisis begin vorig jaar toen de inwoners in het donker en de kou kwamen te zitten.
Transnistrië is een versleten land, vindt Van der Stap, die het gebied tussen 2018 en 2024 tien keer bezocht. Er gebeurt niks, er groeit niks, er ontwikkelt niks. „Dingen zijn kapot, stuk. In deze wereld moeten de bewoners overleven.”
Links: Een oorlogsveteraan tijdens de Dag van de Verdedigers van het Vaderland op 23 februari. Rechts: Een voormalig busstation in Bender, de tweede stad van Transnistrië.
Een vervallen betonfabriek op een industrieterrein bij Bender.
Tegenover dit sombere beeld ziet Van der Stap (58) ook de zorg van de Transnistriërs voor elkaar, waarbij ze elkaar veel aanraken. „Er wordt al heel snel omhelsd. Maar het kan ook zijn dat je even een hand op iemand legt of elkaar vasthoudt. Ze raken elkaar op allerlei manieren aan. Het is daar een hele natuurlijke manier van omgang.”
De foto’s uit zijn boek This Bittersweet Life laten die warmte en genegenheid zien. Zoals bij de twee melancholische veteranen uit de oorlog in Afghanistan die dicht tegen elkaar aanzitten aan een goedgevulde tafel met cognac en wodka en brood, augurken en worst, waarbij de een zijn arm om de ander heeft geslagen.
Links: Galina en Fjodor aan hun keukentafel in Korotnoje. Rechts: Afghanistan-veteranen in het Huis van cultuur in Krementsjoeg.
De zorg voor elkaar zit niet alleen in aanrakingen, benadrukt Van der Stap. Net zo belangrijk zijn schone scholen, het onderhoud van het dorpspark, gastvrijheid en iets te eten weggeven ook al heb je zelf weinig.
De Transnistriërs hebben elkaar nodig, zegt Van der Stap. De afscheiding van Moldavië heeft de bevolking niets gebracht. Alleen de elite, vertelt hij, wist ervan te profiteren door zich te verrijken, terwijl de bevolking geen steun hoeft te verwachten van de autoriteiten. „Daarom zijn mensen op elkaar aangewezen en ontstaan er hechte gemeenschappen waarin ze voor elkaar zorgen. Dit zit diep in hun genen.”
Een optreden in de Transnistrische hoofdstad Tiraspol bij het monument voor de vliegeniers.
Links: Huiskamer in Bytsjok. Rechts: Een cadet met zijn vriendin op de Dag van de Overwinning. Op de achtergrond een standbeeld van Lenin in Tiraspol.
Tiraspol op 1 mei, de Dag van de Arbeid.
Paul van der Stap, This Bittersweet Life. Uitgeverij Slowdocs, 256 blz. 40 euro (NL)/45 euro (EN)www.thisbittersweetlife.com
De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie
Source: NRC