Jodie Foster | Actrice Met ‘Vie privée’ speelt actrice Jodie Foster haar eerste Franse hoofdrol. Voordat ze vijftig jaar geleden op dertienjarige leeftijd een Hollywood-sensatie werd, speelde Frankrijk al een rol in haar leven.
Jodie Foster op het Internationale Film Festival in Marrakech in november 2025.
In het Parijse hotel Kimpton St Honoré feliciteren we Jodie Foster: ze werd gisteren – 19 november – 63 jaar. „Ik had vrienden op bezoek en heb iedereen uitgenodigd die ik ken in Parijs”, zegt de Amerikaanse actrice. „Het was vreselijk leuk om ze samen in één kamer te hebben.” In „een gewone Airbnb”, voegt ze eraan toe; haar oude appartement op het Île Saint-Louis achter de Notre-Dame deed ze tien jaar geleden van de hand. Ze kwam dertig jaar lang elke paar maanden naar Parijs. „Mijn culturele bagage is voor de helft Frans.”
In Vie privée, deze week in de bioscoop, speelt Jodie Foster haar eerste Franse hoofdrol. Als de van origine Amerikaanse psychotherapeut Lilian Steiner raakt ze na de zelfmoord van een patiënt verzeild in een Hitchcock-achtig mysterie.
Het moest er ooit van komen; Foster heeft een Frans verleden. In 1976 vloerde ze als dertienjarige op het filmfestival van Cannes de filmpers toen ze bij de presentatie van Taxi Driver in vloeiend, lucide Frans antwoordde. De rest van de week deed zij de promotie: Robert De Niro en Martin Scorsese sloten zich paranoïde in hun hotelkamers op omdat ze dachten dat het bloedige Taxi Driver slecht was gevallen. De film won de Grand Prix.
Jodie – eigenlijk Alicia Christian-Foster acteert al haar hele leven. Ze komt uit een non-conformistisch Californisch nest; pa vertrok voor haar geboorte, ze werd met haar oudere zussen en broer opgevoed door twee moeders. Zelf kwam Foster in 2007 uit de kast als lesbisch. Moeder Brandy, publicist in de filmindustrie, liet Jodie en broer Lucius voor wat extra inkomen acteren in reclamespotjes en tv-series. Jodie bleek een ‘natural’, als meisje te zien in elke denkbare tv-serie: Bonanza, Kung Fu, The Addams Family. In 1976 werd de toen dertienjarige kindster een ware Hollywoodsensatie met vijf speelfilms in één jaar: tomboy in Disneys Freaky Friday – moeder en dochter wisselen van lichaam – komische mini-vamp in kindermusical Bugsy Malone, kindprostituee Iris in het keiharde Taxi Driver.
Vanaf haar negende ging ze naar het Lycée Français in Los Angeles, waar ze als beste van haar klas eindexamen deed. Foster: „Wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde: alles ging daar in het Frans, op mijn elfde sprak ik de taal vloeiend. Het was mijn moeders idee. Zij was nooit over de grens geweest, maar droomde over Frankrijk, kocht Franse tijdschriften en boeken over Napoleon. Toen ik een jaar of acht was ging ze eindelijk op een toeristische busreis door Frankrijk. Bij terugkeer was ze totaal begeesterd. Ze zei: ‘Jij gaat Frans leren, jij wordt een Franse actrice!’ Dus ik zei: oké, leuk.”
Hoe ze haar moeders obsessie verklaart? „Ze wilde dat ik een beter, dieper en weidser leven zou leiden dan alleen in Amerika, denk ik. Vergeet niet: het was begin jaren zeventig, president Nixon was aan de macht. Een rare tijd om Amerikaan te zijn. Ze dacht vermoedelijk dat ik in Europa vrijer zou zijn.”
Er was nog iets anders. Foster: „Als kind vond ik acteren een dom beroep. Teksten uit je hoofd leren en die dan net zo uitspreken als je zelf zou doen, dacht ik. Van Robert De Niro leerde ik bij Taxi Driver dat het meer is, dat je een personage kan opbouwen. Maar ik droomde er als kind van om regisseur te worden, ik verafgoodde Fellini. In Europa kon je toen als vrouw regisseur worden, in Hollywood niet. In Europa had je Chantal Akerman, Liliana Cavani, Lina Wertmüller, Agnieszka Holland. Bij ons niemand.”
Regisseur werd ze: Jodie Foster regisseerde zichzelf in 1991 als moeder van een wonderkind in het verdienstelijke Little Man Tate, later maakte ze prima speelfilms als The Beaver (2011), een vehikel voor haar in opspraak geraakte vriend Mel Gibson, en actiekomedie Money Monster (2016) met George Clooney. De laatste jaren beperkt ze zich tot afleveringen van series als Orange is the New Black of Black Mirror.
Ze voelt zich nog steeds geen actrice, ondanks vijf Oscarnominaties en twee Oscars – in 1989 als slachtoffer van een groepsverkrachting in The Accused, in 1992 voor haar rol als FBI-agent Sterling in Silence of the Lambs. „Acteren is iets wat ik altijd al deed, maar ik koos er nooit zelf voor en had er vermoedelijk ook niet voor gekozen. Het ligt niet in mijn aard te imiteren of spontaan op tafel te dansen. Maar als kind wilde ik overal goed in zijn, dus deed ik mijn best. Een deel van mij vraagt zich nog steeds af: wat had ik eigenlijk moeten worden? Mis ik dat? Kan ik daar nog achter komen?”
Na Taxi Driver en Cannes bleef ze met het hele gezin negen maanden in Europa. Dit was de kans om een Franse filmster te worden. Ze speelde in een Italiaanse komedie en in de Franse oh-la-la-film Moi, fleur bleue, waarin ze als scholier Isabelle droomt van ontmaagding door een volwassen man – ze zong er ook een liedje bij. Foster rolt met haar ogen als ik ernaar vraag: „Hoe minder gezegd, hoe beter.”
Als intimiteitscoördinators ter sprake komen, die nu op filmsets seksscènes coördineren – bij Vie privée zagen Foster en tegenspeler Daniel Auteuil daarvan af – zegt ze: „Ons hoef je weinig meer te leren, maar bij [de tv-serie] True Detective zag ik voor het eerst een intimiteitscoördinator in actie en dacht: waar waren zij toen ik veertien was? Wij moesten het zelf uitvogelen.”
Terug in de VS zette Foster haar acteerloopbaan tijdelijk op een laag pitje om letteren te studeren aan Yale – ze studeerde ‘magna cum laude’ af. Na haar comeback bleef ze te hooi en te gras Franse rolletjes spelen. In 1984 in een (matig) oorlogsdrama van Claude Chabrol, Le sang des autres, in 2004 in Jean-Pierre Jeunets oorlogsdrama A Very Long Engagement.
„Ik heb nu pas genoeg zelfvertrouwen om voor een Franse hoofdrol te gaan. En niet in een Amerikaanse coproductie of in een auteursfilm – ik bedoel: het moet wel een film met een verhaal zijn. Veel Europese films zijn gedragsfilms. Je leert een personage kennen, die gedraagt zich zus of zo en dat komt dan hierdoor. Hou me ten goede: dat levert vaak schitterende films op. Maar ik heb als acteur een plot nodig.”
„Het verandert mijn persoonlijkheid. In het Frans praat ik hoger omdat ik me onzeker voel. Ik ben best zelfverzekerd, maar in het Frans denk ik vaak: zeg ik dat zo goed, klopt mijn uitspraak wel? Die twijfel kan een boeiend personage opleveren. Lilian Steiner is als psychotherapeut uiterlijk vol zelfvertrouwen, maar daaronder zitten frustraties en neuroses.”
„Acteurs en therapeuten zijn beiden geïnteresseerd in psychologie, drijfveren en de dynamiek van relaties. Maar Lilian Steiner hangt de Freudiaanse psychoanalyse aan, en dat is passé in Amerika. We zijn niet langer blij met Freud. Hij was een vreselijke seksist. Hij deugt niet. Maar Freuds ideeën zijn fenomenaal als lens om een verhaal te vertellen of naar kunst te kijken. Dat vond ik opwindend, en ook dat we een beetje de draak met hem steken.”
„De plot draait om een overleden patiënt en een psychoanalist die niet kan geloven dat het zelfmoord was. Ze werkte al negen jaar met haar, suïcidale neigingen had ze toch wel opgepikt? Het echte onderzoek draait niet om moord of de zelfmoord, maar om Steiner.
„Ze is een psychoanalist die niet kan stoppen met huilen. Psychoanalyse werd geboren omdat dokters dachten dat er ‘hysterische ziektes’ waren waartegen geen medicijnen bestaan, dus moesten ze iets vinden om trauma’s, dromen en angsten aan te pakken. Dus vind ik het vrij hilarisch dat Lilian Steiner haar probleem oplost bij een hypnotiseur. Weet u dat Freud ook als hypnotiseur begon? Er is altijd een conflict geweest tussen hypnotiseurs en psychiaters, dus dat Lillian haar toevlucht neemt tot hypnose vond ik een geweldig idee.”
„Nee, nooit. Als student volgde ik colleges over Freud en Lacan, ik vond dat fascinerend. Maar van vrienden die soms al hun halve leven in psychoanalyse zijn, hoor ik dat het een lang en frustrerend proces is. Het eind komt nooit in zicht. Ik gaf wel ooit een hypnotiseur 90 dollar om me van het roken af te helpen. Na afloop dacht ik: ik heb me mooi in het pak laten naaien, 90 dollar en er gebeurde niets! Maar sindsdien heb ik geen sigaret meer aangeraakt.”
Jodie Foster straalt een opgeruimd, kordaat soort nuchterheid uit. Omdat ze opgroeide in de schijnwerpers, leerde ze al heel jong haar privacy af te schermen, zegt ze. „Ik wilde als kind naar Disneyland zonder paparazzi, dus vond ik een manier. Ik wilde zelf boodschappen doen en een vliegticket boeken zonder assistent. Ik wilde zelfstandig en capabel zijn en ben blij dat die impuls er was.”
De laatste jaren speelt ze vaak stekelige, ongelukkige of getroebleerde vrouwen – in serieuze films heb je niet zoveel vrolijke oudere vrouwen. Zelf is ze meer een blij ei, zegt ze. „Niet elke dag, ik bedoel: shit happens. Maar ik heb het gevoel dat ik pas nu mijn beste werk maak. Over mijn loopbaan maak ik me geen zorgen, met mijn zonen gaat het goed. Als je jong bent, zit je de hele tijd over jezelf te peinzen. Op deze leeftijd luister je liever naar andermans verhalen.’
Source: NRC