Home

Waarom het Mercosur-handelsverdrag het medicijn tegen het trumpisme is

Het economische effect van het Mercosur-handelsverdrag zit achter de komma. Geopolitiek is het akkoord tussen de EU en de Mercosurlanden (Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay) een groot gebaar.

is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.

Zaterdag is het eindelijk zover: na ruim 25 jaar onderhandelen wordt het handelsverdrag tussen de EU en de vier Latijns-Amerikaanse Mercosurlanden (Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay) ondertekend. Hoewel toeval, qua timing is geopolitiek een beter moment nauwelijks denkbaar. In een wereld waar Donald Trump (VS), Vladimir Poetin (Rusland) en Xi Jinping (China) het recht van de sterkste propageren – en uitoefenen – laat het Mercosurverdrag zien dat het anders kan: samenwerken op basis van afspraken, respect en recht.

Een kwart eeuw onderhandelen, en tot het allerlaatste moment. Pas eind vorige week werden de laatste twijfelende EU-landen (vooral Italië) over de streep getrokken met nog wat extraatjes voor de boeren. Het mag dus geen verbazing wekken dat de ondertekeningsceremonie in Asunción, de hoofdstad van Paraguay, zal worden besprenkeld met grote woorden als ‘doorbraak’, ‘historisch’ en ‘een mijlpaal’. Voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie en EU-president António Costa vliegen er speciaal voor naar Paraguay.

Minstens zo hoorbaar zullen de critici zijn. Allereerst de boeren, die zich al die jaren met hand en tand hebben verzet tegen het handelsverdrag uit vrees voor oneerlijke concurrentie. Hun protesten (ook in Brussel) ontaardden geregeld in veldslagen met de politie. Dan Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije, zij stemden tegen het handelsverdrag vanwege het boerenbelang. En tot slot zullen linkse politieke partijen en ngo’s nogmaals hun onvrede uiten over de mogelijke aantasting van het milieu, de standaarden voor voedselveiligheid en de rechten van werknemers.

Maar op de keper beschouwd stelt het handelsverdrag volgens de beschikbare effectrapportages, economisch in elk geval weinig voor. Het afschaffen en verlagen over en weer van de importheffingen leidt in 2040 – als alle overgangstermijnen zijn afgelopen – tot een toename van het bruto binnenlands product van de EU met 0,05 procent. Voor Nederland bedraagt de winst 0,02 procent, voor de vier Mercosurlanden 0,25 procent.

Onheilsprofetieën

De voorstanders van het handelsverdrag – waaronder het demissionaire kabinet-Schoof – wijzen erop dat de effectrapportages (van de Europese Commissie, van de Wageningen Universiteit en van de Universiteit van Amsterdam) ‘statisch’ zijn: ze houden geen rekening met de handelsdynamiek die ontstaat nadat het verdrag in werking is getreden. Maar zelfs als die dynamiek de economische resultaten met een factor 10 zou vergroten – tot een 0,5 procent meer nationaal inkomen voor de EU in 2040 – rechtvaardigt dat nog niet woorden als ‘historisch’ en ‘mijlpaal’.

Ook de onheilsprofetieën voor de boeren en het milieu vinden geen basis in de voorspelde effecten van het handelsverdrag. Volgens de studie van de economische faculteit van de Universiteit van Amsterdam (UvA) daalt het inkomen van de Nederlandse boer in 2040 met 0,46 procent, maar dit verlies wordt weer gecompenseerd door prijsverlagingen als gevolg van Mercosur. Wageningen Universiteit schat het inkomensverlies op enkele honderden euro’s per jaar.

De gevolgen voor het klimaat door de toegenomen handel zijn evenmin dramatisch te noemen. De Europese Commissie becijfert dat de CO2-uitstoot met 0,0006 procent stijgt. De ontbossing zal met 0,002 procent afnemen.

Waarborgen

Dat de economische effecten gering zijn, is niet verbazingwekkend. De handel tussen de EU en de Mercosurlanden is niet zo groot, dus de groei door het wegvallen van wederzijdse importheffingen is ook beperkt. Temeer daar die heffingen over een lange periode (10-15 jaar) worden afgebouwd, ze niet allemaal verdwijnen en er harde waarborgen zijn (lees: beperkingen van de vrijhandel) om de positie van de producenten (in Europa vooral de boeren) te beschermen.

De huidige export van de EU naar de Mercosurlanden heeft een waarde van 82 miljard euro per jaar, een tiende van de export naar de Verenigde Staten. Mercosur is voor de EU de tiende handelspartner, ver achter Zwitserland en Noorwegen. De export zal naar verwachting met 39 procent toenemen (in 2040) door het handelsverdrag, maar de Mercosurlanden blijven een kleine handelspartner voor de EU. Van de totale Nederlandse export gaat momenteel 3 procent naar de vier Latijns-Amerikaanse landen.

Andersom is de EU voor de Mercosurlanden de tweede handelspartner (na China). Hun export naar de EU is goed voor 70 miljard euro per jaar. Die zal met 17 procent toenemen (in 2040) door het handelsverdrag.

Rundvlees

De meeste aandacht kreeg – door de felle protesten van de boeren – de verlaging van de Europese importheffing op hoogkwalitatief rundvlees uit de Mercosurlanden. Dat tarief gaat in vijf jaar van rond de 40 procent nu naar 7,5 procent, maar voor maximaal 99 duizend ton per jaar. Daarboven geldt het oude regime. Het nieuwe tariefverlaagde quotum van 99 duizend ton is goed voor 1,5 procent van de totale rundvleesproductie in de EU en 0,6 procent van die productie in de Mercosurlanden. De productie van rundvlees in de EU daalt door het verdrag naar raming met 0,3 procent in 2040.

Voor de invoer van kippenvlees gelden soortgelijke getallen: het heffingvrije quotum dat de Mercosurlanden krijgen bedraagt 180 duizend ton, goed voor 1,3 procent van de Europese pluimveevleesproductie. Ook voor de import van andere voor de EU ‘gevoelige’ landbouwproducten als suiker, kaas en melkpoeder heeft de EU strikte quota afgedwongen.

Daarbovenop zijn vergaande waarborgen vastgelegd om de boeren te beschermen, mochten er zich niettemin toch onverwachte prijsschommelingen of verschuivingen in de import voordoen. Al bij een prijsdaling of volumestijging van 5 procent kunnen de handelsvoordelen worden opgeschort. Er wordt halfjaarlijks gemonitord, regeldruk en administratieve lasten speelden dit keer even geen rol. Daarnaast zijn er miljarden euro’s uit het EU-budget beschikbaar om de boeren waar nodig financieel te compenseren. Overigens zal de totale export van Europese landbouwproducten naar de Mercosurlanden volgens de Europese Commissie met ruim 50 procent toenemen, vooral die van zuivel, varkensvlees en wijn.

Er wordt verder niet gemorreld aan de Europese eisen voor voedselveiligheid, en aan die voor de gezondheid van plant en dier. Alle landbouwproducten die de EU importeert moeten aan de EU-wetgeving voldoen.

Geopolitiek blok

Zijn de directe economische effecten van het handelsverdrag niet onmiddellijk een reden om het te tekenen, dat ligt anders bij de politieke aspecten. De vier Mercosurlanden (ruim 270 miljoen inwoners) en de EU (450 miljoen) vormen samen een markt van ruim 700 miljoen consumenten, oftewel twee keer de VS. Dat is potentieel een politiek en economisch machtig blok.

Daarnaast levert het handelsverdrag toegang tot schaarse grondstoffen en bevat het – meer dan welke andere handelsdeal ook – afspraken over klimaatbescherming, respect voor arbeids- en mensenrechten, het terugdringen van pesticidengebruik en het tegengaan van ontbossing. Het is niet genoeg voor veel ngo’s, maar het gaat verder dan ooit. Zo is schending door een van de partijen van het klimaatakkoord van Parijs een reden om het handelsverdrag op te schorten.

De belangrijkste – en misschien wel enige – reden om het EU-Mercosurhandelsverdrag ‘historisch’ te noemen is het geopolitieke belang. Dat de EU juist in de achtertuin van Trump – de man van de tariefmuren – de handelsbelemmeringen weghaalt, is een politiek statement aan de hele wereld. De EU kiest voor onderhandelen met partners op basis van gelijkwaardigheid, niet voor de slikken-of-stikkendecreten van de Amerikaanse president. De EU kiest voor het behoud van de vrijhandel op basis van de bestaande wereldhandelsregels, niet voor dwang en chantage.

Bovendien maakt de EU hiermee waar wat het al een aantal jaar belooft: dat ze economisch meer op eigen benen wil staan. Minder afhankelijk van de grote en steeds grilliger handelspartners, de VS en China, meer handelsakkoorden met betrouwbaarder partners. De Tweede Kamer, die aanvankelijk tegen Mercosur was, ging in december dan ook om. Volgens het demissionaire kabinet is het verdrag ‘economisch en politiek gezien een logische, om niet te zeggen noodzakelijke stap’.

Een opgesplitst verdrag

Als alles meezit profiteren burgers en bedrijven vanaf dit voorjaar van de handelsvoordelen die het EU-Mercosurverdrag biedt. Geen dag te vroeg na ruim 25 jaar onderhandelen. Maar dan moeten wel de laatste – niet onbelangrijke – procedurele stappen worden gezet. Het verdrag, het totale akkoord met daarin zowel de economische als de politieke afspraken, vergt de instemming van de lidstaten, de Mercosurlanden en het Europees Parlement, alsook ook de goedkeuring van alle nationale parlementen. Die nationale ratificatie is een even tijdrovende als risicovolle procedure. Het handelsverdrag met Canada (Ceta), voorlopig ingevoerd in 2017, wacht nog steeds op de goedkeuring van tien lidstaten, waaronder Frankrijk, Italië, Polen en België.

Om te voorkomen dat de handelsvoordelen van Mercosur in een procedurele ijskast belanden, zijn die afgesplitst van het hoofdverdrag en gebundeld in een zelfstandige interim-overeenkomst, ruwweg zoals met Ceta ook is gebeurd. Dit interim-handelsakkoord vereist een eenvoudiger goedkeuring: van de lidstaten (die is er), de Mercosurlanden (komt zaterdag) en het Europees Parlement. Het parlement kan, als de Europese Commissie en de lidstaten dat willen, omzeild worden.

Het parlement geeft zijn oordeel naar verwachting in februari. De voortekenen duiden op een ‘ja’: in december schaarden de meeste partijen zich achter het ontwerpverdrag. Maar er bestaat een kans dat Europarlementariërs het verdrag eerst aan het Europees Hof van Justitie voorleggen. Daarvoor is een verzoek van zijn 72 van de 720 parlementariërs nodig, en dat lijkt geen probleem. Eind vorig jaar bleken ruim 140 parlementariërs van mening dat het Mercosur in strijd is met het Europees Verdrag.

Als het parlement naar Hof stapt – mogelijk volgende week al – kan het geen goedkeuring geven. In dat geval staan de Europese Commissie en de lidstaten voor een lastige keuze: opschorting van het handelsverdrag tot het Hof zijn oordeel geeft (duurt al snel 1 tot 2 jaar) of de handelsvoordelen invoeren zonder zegen van het parlement. Opschorting schaadt de internationale geloofwaardigheid van de EU als serieuze handelspartner, doordrukken zadelt de Commissie en de lidstaten op met een boos parlement dat wetten kan blokkeren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next