Home

Hoe verover je als meisje zeggenschap over je wie bent en wat je doet?

Literatuur Welke monsters worden ontketend met de komst van de maandstonde? Anne Eekhout en Lara Taveirne schreven beklemmende, soms grimmige romans over meisjes op de grens van volwassenheid.

Politieagenten in New York proberen jonge vrouwelijke fans van de Beatles te bedwingen tijdens hun tour door de VS in 1965.

Lara Taveirne: Meisjes van krijt. Prometheus, 256 blz. € 22,99

Anne Eekhout: Kind van de aarde. De Bezige Bij, 320 blz. € 24,99

Wat kort geleden nog een handig matrasje voor een Barbie was, moet nu in de onderbroek worden geplakt. Een vale kinderonderbroek, bedrukt met madeliefjes. Het bloed is bruin, de geur is wee. Meisjes waren we, vrouwen moeten we worden. En dat valt niet mee, zeker vroeger niet. Lara Taveirne (1983) vertelt in Meisjes van krijt een beklemmend verhaal over twee hartsvriendinnen, beginnend in 1976. Voornoemde onderbroek is van een van hen.

In Kind van de aarde schetst Anne Eekhout (1981) een nog veel grimmiger portret, van het meisje Lucy dat dertien wordt en de volwassenheid vreest, in 1966 in New York. Het vrouwelijk lichaam wekt, weet deze Lucy, eenmaal volwassen niet langer „gevoelens van vertedering” op „maar van lust en heerschappij”. Welke monsters worden ontketend met de komst van de maandstonde? Hoe blijft ze voortaan veilig? Is de enige juiste weg vanaf hier „iemand […] worden en daar geluk uit […] putten, alsof het nooit anders was en ik nooit anders heb gewild”?

In Meisjes van krijt van Taveirne wil de veertienjarige, vroegrijpe Violaine afzien van de verdere volwassenwording. Door van de krijtrotsen nabij school te springen, is het idee. Natuurlijk samen met hartsvriendin Lilith, hand in hand: nog niet eens echt begonnen aan het leven als vrouw moet het maar meteen uit zijn. Bovenaan de rotsen worden de volgende dag twee schooltassen gevonden. Maar beneden ligt slechts één lichaam dood te zijn: dat van Violaine. Lilith liet haar hand op het laatste moment los. Liet ze Violaine in de steek, of juist niet? Dat wordt stap voor stap onthuld in de roman, een puntgaaf ingekookte en bovendien schitterend uitgegeven bewerking van Taveirnes bekroonde debuut Kinderen van Calais uit 2014.

In Kind van de aarde van Eekhout weet Lucy zeker dat ze een monster is, een heks. Niet alleen omdat dat op school op een wc-deur is gekalkt, ook omdat ze geboren is uit een verkrachting. In haar moeten wel kwade krachten leven. Klopt dit? Eekhout zet in op twijfel bij haar lezers: Lucy is een gewone dertienjarige met een vriendinnengroepje en kaartjes voor The Beatles in Shea Stadium (ze dweept met Ringo Starr), maar ook is ze agressief, gewelddadig zelfs, jegens een pestmeid op school. Daarnaast kan ze naar believen in andermans hoofd kruipen, of liever gezegd: in andervrouws hoofd. Ze kan meekijken en -denken met anderen, zelfs met vrouwen die ze niet of nauwelijks kent, in situaties waar ze niet bij is.

Meisje of monster

Het spel rondom de vraag ‘meisje of monster’, vrouw of heks, is goed bedacht, maar wordt niet steeds even geraffineerd uitgewerkt. Op de beste momenten werpt Eekhout ijzingwekkende vragen op: waarom was de ongehuwd zwangere moeder van Lucy zo welkom in het chique appartementengebouw waar ze wonen; wie is de griezelige buurvrouw die zich opwerpt als oppas? De associatie met Ira Levins Rosemary’s Baby dringt zich op. Maar er zijn ook momenten dat Eekhout te ver buiten haar vertelperspectief treedt en Lucy niet langer geloofwaardig is, te weinig dertien.

De formuleringen zijn dan te mooi. Als Lucy zich afvraagt of ze „van iemand moet worden”, luidt het vervolg: „Zodat ik in een zonnebloemgele keuken ontbijt voor hem kan maken, omdat dat is hoe hij de liefde ziet. Zodat ik niet meer alleen ben, maar een baken heb, een rots, tenminste zolang ik mijn best doe hem te houden: veel grapefruits eten, ’s avonds in bed mijn lichaam aan hem geven (precies zo letterlijk en hartstochtelijk als hij wil), op tijd de ramen wassen zodat het zonlicht de kilte uit het huis kan spoelen.” Zelfs van een vroegwijze, tobberige dertienjarige is dit zo kunnen bedenken en verwoorden niet overtuigend. Wel weer heel mooi aan Kind van de aarde is de omslag in Lucy’s denken die Eekhout weergeeft. Middels een ingewikkelde omweg langs diepe angst ontdekt Lucy hoe sterk ze is. Kind van de aarde gaat over de macht van mannen, niet alleen in haar leven, maar in dat van alle meisjes en vrouwen om haar heen. Het leest als een ode aan vrouwen die zich niet laten knechten.

Lara Taveirne zoomt in Meisjes van krijt vooral in op hoe (tiener)moeders onvermogen doorgegeven, van generatie op generatie (de roman beslaat een periode van 1976 tot 2009), hoe goed ze het ook proberen te doen. Zij blinkt uit in het beschrijven van hoe pubermeisjes zich voelen én zich gedragen: „Ik mompel, verbijt, slik in, zucht, blaas mijn irritant lange pony omhoog. Elke vraag van mijn moeder beantwoord ik met een ‘ja-ha’. In de spiegel zie ik iemand staan met wie ik geen vriendinnen zou willen zijn, niet eens penvriendinnen.”

Onverwacht ouderschap

In hoeverre heb je zeggenschap over wie je bent en wat je doet, hoe verover je dat? Dat is de vraag die zowel bij Taveirne als bij Eekhout de roman schraagt. Taveirne beperkt zich daarbij niet helemaal tot vrouwen. Zij verplaatst zich ook, even soepel, in een oudere man, de kersverse weduwnaar Herman. Hij voelt zich aanvankelijk overgeschoten, niets klopt meer nu hij alleen is en ook nog met pensioen: „Op de stoel naast zijn bed liggen zijn kleren klaar, zoals altijd in de volgorde van aantrekken. Om tijd te sparen. Het is een stomme gewoonte, want hij moet juist zo veel mogelijk tijd zien te besteden.” Hermans leven krijgt opnieuw betekenis als hij niet één maar zelfs twee keer onverwacht mag vaderen over een baby. Zijn eigen huwelijk bleef kinderloos, maar het lot werpt hem alsnog kroost in de schoot (zonder biologisch vaderschap).

Taveirne bouwt haar verhaal geraffineerd op. Stap voor stap wordt onthuld wat de levens van opeenvolgende generaties moeders en dochters bepaalt. Eekhouts roman is eenduidiger en leest meer als een aanklacht van wat mannen vrouwen aandeden, en doen.

Net als Eekhout maakt Taveirne wel onthutsend duidelijk waar vrouwen mee te maken kunnen krijgen, bijvoorbeeld tijdens seks: „Toen het bonken ineens was opgehouden, en hij schokkend en met een angstaanjagend gezicht vlak bij het mijne tot stilstand kwam, hing zijn mond een beetje open. Bij het zien van de lichtroze binnenkant van zijn lippen moest ik denken aan de vleessalade op zijn boterhammen.” Bij Eekhout gaat het er nog naarder en nietsontziender aan toe, ook in wat volgt op dat bonken: „Met verbazend vaste hand nam ze de breinaald beet als een zwaard. Ze verstrakte toen ze het koude aluminium langs de wand van haar vagina naar binnen voelde glijden.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next