Home

Heere Heeresma was een intrigerende man bij wie feiten en fictie voortdurend in elkaar overliepen

Biografie Honderdduizenden boeken verkocht Heere Heeresma in de jaren zeventig. Behalve een succesvolle schrijver was hij een rare man, en daarom geen makkelijk onderwerp voor een biografie.

Heere Heeresma in 2001.

Anton de Goede: Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma. De Arbeiderspers, 520 blz. €34,99

„Wat een rare man. Wat een rare man”,  mompelde de onlangs overleden filmer Frank Diamand toen hij een oude brief van Heere Heeresma (1932-2011) aan een uitgever las. Heeresma wilde een aantal Joodse verhalen publiceren en schreef trots dat hij, na zo’n vijf jaar door geheel Europa Toralessen te hebben gevolgd, nu zelfs was geaccepteerd als student van „de beroemde Isaac Fajgenbaum”.

Diamand wist wel beter: die Fajgenbaum bestond helemaal niet. Hij had Heeresma in de jaren zestig leren kennen op een verjaardagsfeestje waarop Heeresma had verkondigd overlevende van Bergen-Belsen te zijn. „God, maar ik herinner me je niet van daar…” had Diamand, die zelf dat kamp had overleefd, geantwoord. De pijnlijke interactie had een vriendschap niet in de weg gestaan. Maar toen Heeresma zich jaren later opnieuw als Jood voordeed, ditmaal om een Joodse vrouw te versieren, had Diamand er genoeg van en beëindigde hij hun contact.

Op dat moment was Heere Heeresma een van de meest succesvolle Nederlandse schrijvers, die met zijn flonkerende taal even geestig als genadeloos de mistroostigheid van het bestaan wist op te roepen. Titels als Een dagje naar het strand, Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp en Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming gingen in de jaren zeventig met honderdduizenden over de toonbank. Dat gold ook voor de serie erotische verhalen en pornopersiflages die hij schreef, al dan niet onder pseudoniem. Liefst elf van zijn boeken werden verfilmd, Een dagje naar het strand zelfs twee keer: door Theo van Gogh en Roman Polanski.

Dezelfde Heeresma zou de laatste jaren van zijn leven straatarm en vereenzaamd doorbrengen in een appartementje in Hilversum, nadat hij na 43 jaar huwelijk door zijn tweede vrouw was verlaten. Zijn zoon, Heere Heeresma jr., die hem altijd in zijn kielzog was gevolgd, wilde hem ook niet meer zien. Met zijn dochter Marijne en haar kinderen had hij überhaupt nauwelijks contact gehad.

Tot het einde toe bleef Heere Heeresma dwars en conflictueus. Een charmante en ongrijpbare poseur was hij ook. Met groot aplomb kon hij mensen de meest fantastische verhalen op de mouw spelden. Zo vertelde hij eens in een groot interview in Vrij Nederland over zijn beslommeringen als baas van wasseretteketen Monsieur Laundry in Frankrijk. Hij liet zijn Ghanese werknemers blauwwitte uniformen dragen, de kleuren van de Israëlische vlag. Vrij Nederland slikte het voor zoete koek.

Kortom, een intrigerende man – en niet het meest gemakkelijke onderwerp voor een biograaf. Want wanneer lopen bij Heeresma feiten over in fictie? En waar kwam zijn behoefte vandaan om zich consequent te verzetten tegen alles en iedereen?

„Mijn privéleven speelt zich af achter een brandscherm”, zei Heeresma. Journalist Anton de Goede, die Heeresma bij leven goed heeft gekend, probeert in zijn biografie Een gat in het hoofd achter dat brandscherm te komen. Enthousiast en met een open blik neemt hij de lezer mee op een zoektocht langs verschillende plekken en mensen die in het leven van Heeresma een rol hebben gespeeld, onderweg ruim baan gevend aan prachtige anekdotes en klassieke Heeresma-uitspraken („Men kan over mij lopen, maar niet hele marsen”).

Joodse onderduikers

Heeresma groeide op als oudste van drie zoons in de Stadionbuurt in Amsterdam-Zuid. Zijn vader was een Nederlands-Hervormde godsdienstonderwijzer die al op 42-jarige leeftijd overleed, maar grote invloed had op zijn oudste zoon. Heeresma sr. keerde zich consequent tegen de gevestigde orde, had opvallend veel respect voor het jodendom en schreef een eigen tijdschrift vol in statig gebeeldhouwde taal. Hij was een goede verteller. Dat gold ook voor Heeresma’s moeder, die afkomstig was uit een Scheveningse redersfamilie. Zij was trots, eigenwijs en onafhankelijk – en ze spoorde haar kinderen met succes aan om die eigenschappen eveneens te ontwikkelen.

De oorlogsperiode moet van beslissende invloed zijn geweest op Heeresma. In zijn ouderlijk huis schuilden al vroeg Joodse onderduikers. Om hem heen werden Joodse buurtgenoten weggevoerd. En hij zag met eigen ogen hoe de nazi’s een gearresteerd Joods vriendje bruut op straat in elkaar trapten. „Ik ben spontaan gaan overgeven toen, en daar eigenlijk nooit mee opgehouden.” De belevenissen tijdens de oorlog leidden ertoe dat in zijn gehele oeuvre een grondtoon van ernst doorklinkt, zoals De Goede treffend observeert.

In 1962 beleefde Heeresma zijn eerste grote literaire succes met de publicatie van de novelle Een dagje naar het strand, waarvan er zo’n anderhalf miljoen (!) werden verkocht. Het boek beschrijft de innerlijke wereld van een alcoholist die met zijn dochtertje over het strand dwaalt. Het was een tragisch verhaal, waarbij Heeresma duidelijk putte uit eigen ervaringen. Hijzelf was namelijk ook alcoholist – het was de voornaamste reden waarom zijn eerste huwelijk, waaruit een dochter was voortgekomen, op de klippen liep. De Goede citeert uitgebreid uit een ontluisterende brief van Heeresma’s eerste vrouw, waarin zij gedetailleerd beschrijft hoe hij haar fysiek mishandelde als hij gedronken had. „Dit hoofdstuk zou in een hagiografie ontbreken”, schrijft De Goede droog.

Met dank aan zijn tweede vrouw Loekie Cornets de Groot lukte het Heeresma om van de drank af te komen. Daarna braken zijn hoogtijdagen aan: hij floreerde in de periode tussen 1968 en 1974, de jaren vol „heerlijke hilariteit” en anarchisme. Hij slaagde er keer op keer in om de beklemming van het burgerlijke bestaan aansprekend te beschrijven.

Maar met zijn succes groeide ook zijn afkeer van ‘het systeem’. Hij wilde steeds minder met instanties te maken hebben, haalde zijn leerplichtige zoon van school en liet zich voortaan alleen in cash uitbetalen. Hij behoorde alleen „van nature maar niet meer tot de geest” tot de samenleving en betaalde geen belasting meer. „Dit is niet zomaar iets, maar een Principe van mij dat me geen windeieren legt, maar waarom zouden principes altijd geld moeten kosten?” Als soeverein avant la lettre bestond zijn leven meer en meer uit ruziemaken, stokte lange tijd zijn productie en gleed hij af.

Theologische discussies

De Goede heeft geen klassieke biografie geschreven. Hij is zelf nadrukkelijk aanwezig, al laat hij de meeste analyses en beschouwingen over aan de mensen die hij interviewt. Uit deze gesprekken, en uit bronnen die hem tijdens zijn zoektocht onder ogen komen, citeert hij uitgebreid – soms té uitgebreid, bijvoorbeeld als hij twaalf volle pagina’s inruimt voor het weergeven van een schrijnende maar ook warrige brief van Heeresma’s jongere broer Marcus, die als zijn eeuwige vijand gold.

De grote verdienste van deze biografie is dat voor het eerst serieus wordt ingegaan op de allesbepalende betekenis van religie voor Heeresma. Zijn werk, dat vrijwel uitsluitend werd gelezen door atheïsten, zat paradoxaal genoeg vol met religieuze verwijzingen. Heeresma was dan ook diepgelovig, ging uit van een letterlijke lezing van de Bijbel en voerde intensieve theologische discussies met Schriftkenners. En hoewel je dat op grond van de ontmoeting met Frank Diamand niet zou verwachten, koesterde Heeresma een oprechte affiniteit met het jodendom, dat tenslotte aan de oorsprong van het christendom staat.

In een van zijn laatste boeken, het tweedelige Een jongen uit plan Zuid ’38-‘46 (2005), slaagde Heeresma erin om een waarachtig monument op te richten voor de vermoorde Joodse inwoners van zijn oude buurt. Het gold als een comeback en was de eerste – en enige – titel uit zijn oeuvre die volledig was gespeend van ironie. Volgens velen was het zijn beste werk.

„Heeresma was een ontregelaar die van zijn leven een soort totaaltheater maakte”, concludeert De Goede aan het eind van zijn biografie. Helemaal achter het brandscherm komen, daarin slaagt hij niet. Dat had een legertje psychologen waarschijnlijk evenmin voor elkaar gekregen. Maar door met een soepele pen het leven en werk van Heeresma op verschillende niveaus te ontleden, lukt het De Goede wel degelijk om dichterbij te komen bij deze, ja, rare man.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next