Home

"Ze overdrijven": Hoe strijd om Dakar-zege bij motoren veranderd is

De Dakar Rally staat sinds de eerste editie in 1979 al bekend als een ware uitputtingsslag. Het is op zichzelf al een opgave om de finish te halen, laat staan om een gooi te doen naar de eindzege in een van de klassementen. Jarenlang is dan ook het devies geweest om mens en materiaal waar mogelijk zoveel mogelijk te sparen, om op die manier niet tegen pech of een crash aan te lopen. Een rally van twee weken kan namelijk niet gewonnen worden in de eerste dagen, maar je kunt dan wel uitgeschakeld worden in de strijd om de overwinning.

Het zijn woorden die Adrien van Beveren in zijn oren heeft geknoopt toen hij in 2016 voor het eerst aan de start van Dakar verscheen. "Ik heb geleerd van Hélder Rodrigues, Alessandro Botturi en ook van Cyril Despres en Stéphane Peterhansel. Het eerste advies dat ik kreeg was: maak je geen zorgen, begin gewoon, kom erin, maak geen fouten. Als je een goed tempo hebt en goed navigeert, haal je een topresultaat", zei de Fransman van Honda HRC, die dit jaar bezig is met zijn elfde deelname aan de rally en woensdag de tiende etappe op zijn naam schreef, na afloop van de zesde etappe.

Aan die filosofie heeft Van Beveren naar eigen zeggen niets meer in de huidige Dakar. "Vandaag de dag klopt dat niet meer. Als je een goed tempo hebt en goed navigeert, word je tiende. Om vooraan mee te doen, moet je voluit rijden, geen navigatiefouten maken en dan kun je misschien voorin eindigen." Daarmee zegt Van Beveren dat de aanpak die – in ieder geval – de motorrijders moeten hanteren om succesvol te kunnen zijn, in de afgelopen tien jaar enorm is veranderd. De tijd dat risico's gemeden worden en dat geen fouten maken de basis vormen van hoe Dakar benaderd wordt, is dus voorbij.

Adrien van Beveren ziet dat het nu niet meer loont om minder risico te nemen.

Foto door: A.S.O.

Geen risico's? Geen top-tien

Dat sentiment wordt gedeeld door enkele andere ervaren rijders. "Ja, ik denk dat dat klopt", stemt José Ignacio Cornejo in als Motorsport.com hem ernaar vraagt. "Ik denk dat het heel moeilijk is om in de top-tien te komen als je niet elke dag voluit gaat. Wij hebben elke dag echt moeten pushen, pushen, pushen. We vechten ervoor, maar als je niet dag in dag uit risico’s neemt, is het volgens mij lastig om de top-tien te halen."

"Ik heb in de afgelopen jaren heel veel toprijders gezien en meegemaakt hoe het tempo en alles daaromheen waren", voegt Luciano Benavides, die bezig is met zijn negende Dakar, daaraan toe tegenover Motorsport.com. De Argentijn van KTM ziet dit echter als een natuurlijke ontwikkeling. "Zoals in elke sport denk ik dat het tempo steeds hoger wordt. En inmiddels is het een wedstrijd waarin je elke dag voluit moet gaan als je voor de topposities wilt meestrijden. Alle toppers gaan ontzettend hard en er is geen ruimte voor fouten of om niet maximaal te pushen. Er is dus veel veranderd."

Ook tweevoudig winnaar Ricky Brabec sluit zich aan bij de observatie dat de manier waarop Dakar nu benaderd moet worden anders is dan toen hij in 2016 voor het eerst deelnam. "We gaan absoluut ontzettend hard. Kijk, Daniel [Sanders], Luciano, ikzelf, Tosha [Schareina] – eigenlijk ons hele team – gaan echt heel snel", vergelijkt hij de huidige situatie met hoe het eerst was. "Toen ik begon met rallyrijden, draaide het nog veel meer om strategische keuzes. Nu heb ik het gevoel dat rallyrijden is veranderd in elke dag sprinten. Dus ja, we gaan zeker niet te langzaam."

Meerdere factoren voor verandering

Maar hoe is die verandering tot stand gekomen? Van Beveren wijst daarvoor naar meerdere factoren. Hij wijst naar de manier waarop de roadbooks zijn gemaakt, waarbij precisie nu een hoofdrol speelt, en naar de professionalisering van de rally-raid. Ook de nieuwe generatie rijders draagt daar in zijn ogen een steentje aan bij. Een product van die generatie is Edgar Canet, de 20-jarige Spanjaard die dit jaar deelneemt aan zijn tweede Dakar. Hij benadrukt in gesprek met Motorsport.com dat Dakar tegenwoordig geen marathon meer is, maar eigenlijk een reeks van dertien sprints.

Edgar Canet is er in 2026 achter gekomen dat het in sommige gevallen toch beter is om een tandje terug te schakelen.

Foto door: Red Bull Content Pool

"Met de motoren pushen we elke dag als gekken om de snelste te zijn. We nemen geen enkele dag gas terug om de motor te sparen. Misschien was de tweede dag van de marathonetappe, toen ik een lekke band kreeg, een moment geweest om iets gas terug te nemen", verwijst Canet naar de vierenhalf uur tijdverlies die hij opliep doordat hij op de velg naar de finish moest rijden, "maar als je dat doet, strijd je sowieso niet meer om de overwinning. Dit is Dakar en tegenwoordig is het een motocrossrace – geen uithoudingswedstrijd."

Goede of slechte zaak?

Of die verandering een goede zaak is, daar verschillen de meningen over. Van Beveren heeft een heel duidelijk standpunt: hij vindt het eigenlijk maar niets om vanaf de allereerste dag voluit te moeten pushen voor een kans op een plekje in de top tien. "Ik ben een beetje als een dieselmotor, dat is zeker. Ik vind het moeilijk om vanaf het begin meteen in het ritme te komen. Sterker nog, ik heb het gevoel dat ze het overdrijven en vanaf de start van de rally enorme risico’s nemen, terwijl het om een ultra-uithoudingswedstrijd van twee weken gaat. Dat stoort me, omdat ik dat eigenlijk niet wil doen."

Aan de andere kant van het spectrum staan dus rijders als Canet, die als een van de jongste deelnemers niet anders gewend is dan iedere dag voluit te moeten gaan. Ook zijn teamgenoot Benavides vindt niet bij voorbaat dat de veranderde manier van vechten om de Dakar-zege per definitie iets verkeerds is. "Er is veel veranderd, maar ik kijk ernaar uit om dit tempo en dit ritme vast te houden en hopelijk op een dag te winnen."

We willen jouw mening!

Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?

- Het Motorsport.com-team

Reacties lezen en plaatsen

Source: Motorsport

Previous

Next