Home

Plan van boeren krijgt steun van Dierenbescherming: verlaag belasting in ruil voor investeringen in dierenwelzijn en stikstof

Toekomst landbouw Boeren, supermarkten, dierenbescherming en natuurorganisaties spraken af de landbouw dier- en natuurvriendelijker te maken. Dat kost veel geld. Daarom zeggen ze: belast de boer minder in ruil voor de benodigde investeringen.

Volgens vorig jaar gemaakte afspraken moeten dieren toegang hebben tot frisse lucht en daglicht, en ‘natuurlijk’ gedrag kunnen vertonen. Varkens moeten kunnen wroeten.

De boer die wil investeren in ruimte en techniek die het welzijn van zijn dieren verbeteren én minder stikstofemissie veroorzaken, zou de komende jaren tijdelijk minder belasting moeten betalen. Met dit voorstel hopen LTO en andere agrarische belangenorganisaties dat boeren versneld gaan voldoen aan de eisen die maatschappij en politiek aan hen stellen.

Boeren willen dat zelf ook. „Iedereen wil het dierenwelzijn verbeteren, en alle boeren weten dat ze aan allerlei regels moeten voldoen om het bedrijf te kunnen uitbreiden of voortzetten”, zegt ‘nationaal innovatiegezant duurzame veehouderij’ Elbert Roest, tevens van het Bestuurlijk Overleg Dierwaardige Veehouderij.

En: de Dierenbescherming steunt het plan. Onderhandelaar Gemma Willemsen: „Er moet fors geïnvesteerd worden in dierenwelzijn. Daar zijn innovaties voor nodig en geld. Dit is een goede manier.”

Belasting

Door onder strikte voorwaarden en fiscaal begunstigd geld voor dit doel apart te zetten, kunnen boeren extra ruimte voor hun dieren gaan creëren of bijvoorbeeld beginnen met mestvergisting (omzetting van mest in biogas). Dit zou de motivatie voor zulke investeringen meer aanjagen dan overheidssubsidies waarop je moet wachten, aldus de opstellers van het plan. Verricht de boer de noodzakelijke investeringen niet, dan zou hij alsnog belasting over zijn winst moeten betalen.

De gemiddelde inkomensverwachting voor boeren over 2025 is 129.000 euro bruto, waarvan ongeveer bijna de helft naar belasting gaat, aldus LTO. Een bovenlaag van 20 procent verwacht 177.000 euro te verdienen. Met fiscale afdrachten van deze omvang ziet de boerenorganisatie een „brede groep” met „ruimte om te reserveren voor noodzakelijke investeringen ten behoeve van de collectieve en maatschappelijke opgaven”. Een nieuwe stal bouwen, met meer ruimte per dier, kost bijvoorbeeld al gauw een ton.

Nationaal gezant Roest wijst erop dat er, over het geheel bezien, géén dieren meer bijkomen in Nederland. Hooguit zal er soms meer ruimte voor nodig zijn, om de dieren een beter leven te geven. Uitbreiding van de Nederlandse veestapel zal vanwege het bestaande dierrechtenstelsel niet gebeuren. Alleen krimp is mogelijk, zeggen alle betrokkenen.

Dierenwelzijn botst met uitstootreductie

Convenant Dierwaardigheid Ambities veehouderij voor 2040

Varkenshouderij: couperen van varkensstaarten is gestopt, vrijloopkraamhokken zijn ingevoerd, en stallucht is gezonder door scheiding van mest en urine bij de bron.Pluimveehouderij: minder dieren per vierkante meter, stalinrichting die beter aansluit bij de behoeften van de dieren, eind aan huisvesting in kooien. Melkveehouderij: stimuleren van vrijloopstallen, meer weidegang, experimenteren met het kalf bij de koe houden en stoppen met onthoornen.

Kees de Jong, voorzitter van de LTO-pluimveehouders, zegt namens de hele groep (35.000 boeren en tuinders) dat dieren op Nederlandse veehouderijen het relatief goed hebben. Maar het kan beter. In het convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’, vorig jaar door LTO, Dierenbescherming , supermarktkoepel CBL en 22 andere organisaties ondertekend, staan afspraken over de ambities voor dierenwelzijn én stikstofemissiereductie.

Zo moeten volgens het Convenant alle dieren toegang hebben tot frisse lucht en daglicht. Ze moeten ‘natuurlijk’ gedrag kunnen vertonen. Varkens moeten bijvoorbeeld genoeg ruimte hebben om te wroeten, zodat ze bij stress niet elkaars staarten aanvallen en de boer zich niet genoodzaakt ziet staartjes uit voorzorg af te knippen. Verder moeten alle dieren niet in hun eigen ontlasting hoeven liggen.

Vaak botst het belang van minder stikstof- of ammoniakuitsoot voor de natuur met dat van de dieren. Een grotere stal of uitloopplek geeft dieren meer ruimte – mits het aantal dieren gelijk blijft – maar het hebben van meer ruimte op zichzelf veroorzaakt meer uitstoot. De Europese Unie heeft strenge regels om de natuur te beschermen, maar níét om dieren te beschermen.

Gemma Willemsen van de Dierenbescherming: „Een deel van de Nederlandse boeren doet het qua dierenwelzijn al beter dan Europa verlangt. Ook de Nederlandse supermarkten kopen relatief beter in dan elders; ze verkopen geen vlees meer dat niet minstens één ster heeft van het keurmerk ‘Beter Leven’. In catering en horeca is dat anders: daar weet je als consument vaak niet hoe de dieren zijn gehouden die je eet.”

Voor een nieuwe stal krijgt de boer tegenwoordig zelden een vergunning en dus ook geen lening van de bank, vertelt LTO-bestuurder De Jong. Eigen geld kunnen investeren is voor boeren dan ook het beste, zegt hij.

Boeren raken regelmatig verstrikt in bureaucratische vergunning-afwegingen. De Jong: „Ik ken een boer met 50.000 kippen en 800 varkens. De varkens stoten ammoniak uit doordat mest en urine in de stal worden vermengd. Hij wil nu zijn varkens opgeven en iets meer kippen erbij nemen. We weten dat de uitstoot daarmee fors lager gaat worden maar omdat onbekend is hoeveel uitstoot er minder is, krijgt hij geen vergunning. Dus gaat hij door met meer uitstoot, omdat hij daar wél een vergunning heeft. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next