Sinds de release van DeepSeek een jaar geleden heerst het beeld dat China de VS kan bijbenen of zelfs inhalen in de AI-race. Topmensen van Chinese AI-bedrijven zien dat anders. "Het gat gaat misschien nog groter worden."
Waarom dat gat groter wordt? "Het is een aloude vraag", zei een topman van Alibaba, de ontwikkelaar van Qwen, afgelopen zaterdag tijdens de AI-conventie AGI-Next in China. "Vindt innovatie plaats in de handen van de rijken of in handen van de armen?"
De rijken zijn in zijn ogen de Amerikaanse bedrijven die over elkaar heen buitelen met enorme onderlinge investeringen. Met dat geld bouwen ze vooral datacenters en kopen ze componenten om daar te installeren. De vraag naar AI-hardware is zo groot dat het de wereldwijde geheugenprijzen het afgelopen halfjaar in een recordtempo opdreef.
Chinese bedrijven zijn zeker niet arm, maar het kapitaal dat momenteel beschikbaar is voor Amerikaanse AI-bedrijven is wel van een ongekende omvang. Hoewel dat niet altijd een bepalende factor, speelt het in de AI-markt een cruciale rol.
Dat blijkt onder meer uit het budget dat Alibaba heeft om te investeren in onderzoek naar de volgende generatie AI-modellen. Dat is beperkt. "Een enorm deel van de rekenkracht van OpenAI is gewijd aan onderzoek naar de volgende generatie, terwijl we overbelast zijn. Alleen al het voldoen aan de leveringseisen verbruikt het grootste deel van onze middelen."
Behalve om geld gaat het ook om de toegang tot hardware. Er gelden al enkele jaar beperkingen op de nieuwste Nvidia-kaarten die westerse bedrijven gebruiken voor AI-training. Voor China zijn er enkel minder krachtige varianten beschikbaar.
De Chinese overheid richt zich daarom op het stimuleren van Chinese alternatieven, zoals de AI-kaarten van Huawei. Dat gaat zelfs zo ver dat bedrijven orders bij Nvidia moeten annuleren, ook al geldt er al langer het 'advies' om geen Nvidia-hardware aan te schaffen.
Dit heeft een duidelijk langetermijndoel: wanneer Chinese AI-chips een voldoende grote afzetmarkt hebben, betekent dit dat er kapitaal vrijkomt om erin te investeren. Hierdoor kan de hardware zich op termijn genoeg ontwikkelen om te concurreren met de Amerikaanse alternatieven. Daar is een precedent voor: China deed dat eerder met onder meer telecomapparatuur, smartphones en andere soorten elektronica.
Er zijn wel een paar grote verschillen. Ten eerste was het wantrouwen tegen China enkele decennia geleden een stuk minder groot dan nu. Bovendien was destijds helemaal niet duidelijk of China zou slagen in het succesvol namaken van hightechproducten. Dat is inmiddels wel bewezen.
Voor smartphones lag dat nog genuanceerder. Westerse bedrijven, met name Apple, brachten bewust de kennis om smartphones op schaal te produceren naar China. Het vloog personeel in om kennis over fabricage en machines over te dragen op het Chinese personeel van de fabrikanten. Op die manier hebben tientallen miljoenen Chinezen een opleiding gehad in de massaproductie van onderdelen. Die kennis konden die mensen gebruiken toen ze gingen werken voor bijvoorbeeld Xiaomi, Huawei en OPPO. Daarna werden die binnen een aantal jaar grote spelers op de wereldmarkt.
Die twee elementen ontbreken nu. Er is veel wantrouwen jegens China en de samenwerking die er was rond smartphones en andere elektronica is bij AI vrijwel afwezig. DeepSeek was dan ook geen product van samenwerking, maar van gebruik van OpenAI's api.
Door die beperking richten Chinese AI-bedrijven zich minder op de enorme hoeveelheden hardware voor het trainen van de volgende generatie AI-modellen en meer op efficiëntie. De doorbraak van DeepSeek R1 was dat het te bouwen was met aanzienlijk minder middelen dan OpenAI nodig had gehad.
Dat bleek dus ook op de AGI-Next-bijeenkomst. Een vooraanstaande AI-wetenschapper, Tang Jie, merkte daar op dat er een 'efficiëntieknelpunt' is bereikt. "De intelligentievoordelen die voortvloeien uit de uitbreiding van de dataomvang en de bijbehorende investeringskosten zijn niet langer in evenwicht." Dat is een sentiment dat in Europa en de VS ook al langer te horen is.
Tot kort geleden leek het erop alsof AI-modellen goed schaalbaar waren. Hoe meer data erin ging, hoe beter het AI-model werd. Het plafond daarvan lijkt nu bereikt. Veel meer data en meer rekenkracht leiden niet meer tot spectaculair betere resultaten.
Daardoor zou je denken dat China de achterstand op de VS kan inhalen, maar dat is juist niet het beeld dat zich aftekent. Amerikaanse bedrijven als OpenAI lijken zich er juist op te richten om er veel meer rekenkracht en data tegenaan te gooien voor de kleinere verbeteringen die ze daarmee halen.
China heeft al lang de ambitie om wereldleider op het gebied van kunstmatige intelligentie te worden. Dat loopt al sinds de jaren tien. Vanaf toen is er al beleid om AI-bedrijven in China te stimuleren. Dat gebeurt ook met overheidsbeleid.
Zo heeft China een uitgebreid netwerk van surveillance met beveiligingscamera's. Die werken onder meer met beeldherkenning, een van de eerste AI-toepassingen die in de jaren tien in zwang kwamen. Ook pompte China miljarden euro's in bedrijven die met AI wilden gaan werken of hardware wilden gaan ontwikkelen.
Dat was onder de vlag Made in China 2025, het beleid waarmee China zich wilde omvormen van de 'fabriek van de wereld' tot een technologisch wereldleider. Het beleid werd daarmee om op elk onderdeel van technologie minder afhankelijk te worden van bedrijven uit andere landen én om een voorsprong te nemen op het gebied van innovatie.
Dat beleid wierp lang zijn vruchten af. Chinese bedrijven kregen een grotere positie op de markten waar ze actief waren en het imago van producten van lage kwaliteit verdween ook snel. De focus op AI leidde bovendien al snel tot een groot internationaal succes: TikTok. Na de overname van het Amerikaanse Musical.ly vormde het Chinese ByteDance dat om tot een algoritmische feed van korte video's die voor veel mensen verslavend bleek te werken. TikTok is het eerste Chinese sociale medium dat cultureel relevant werd in Europa en de VS. De Amerikaanse politiek wilde het verbieden, maar dat lukte niet meer. In plaats daarvan komt er een aparte Amerikaanse versie.
Huawei was ook een vooruitgeschoven pion voor China in de wereld, maar dat liep anders. Door het handelsverbod van de VS in 2019 kon het in Europa en de VS niet langer een rol van betekenis spelen op het gebied van smartphones. Zonder Google-diensten als de Play Store stortte de vraag in en het kon bovendien de race om snellere socs in smartphones niet meer bijhouden zonder toegang tot TSMC.
Ook de positie op het gebied van netwerkapparatuur kwam onder druk te staan. Steeds meer Europese landen, waaronder Nederland en België, besloten Huawei-apparatuur te weren. Dit was een grote uitdaging voor Odido (destijds T-Mobile), omdat het zijn volledige netwerk juist had opgebouwd rond apparatuur van Huawei. Door de angst voor spionage via het toen nieuwe 5G-netwerk en het begonnen handelsconflict met China, moest die apparatuur uiteindelijk worden vervangen.
China speelt zoals altijd het langetermijnspel. Het is de vraag of de capaciteit om AI-chips te maken zich inderdaad zo ontwikkelt als de Chinese regering hoopt. Als dat gebeurt, dan is dit alleen maar een kleine hobbel op weg naar een grote sprong. Wie de hardware heeft, kan immers de AI-modellen trainen en ontwikkelen. Het is precies wat de VS probeert te voorkomen met de exportbeperkingen.
Tot die tijd moeten Chinese bedrijven het hebben van efficiëntie of een wonder. In het verbeteren van efficiëntie wordt China steeds sterker en het kijkt naar een generatie jonge Chinese wetenschappers om een doorbraak in AI te forceren. Een topman van Tencent denkt dat er nog veel te winnen is zonder te sleutelen aan de modellen zelf, zeker met AI-agents. "Bij de ontwikkeling van agents ligt het knelpunt momenteel in de implementatie in de omgeving en de training van de gebruiker, en niet in de mogelijkheden van het model zelf."
Dat is ook het sentiment in veel van de rest van de AI-industrie. De modellen zijn de afgelopen drie jaar telkens zo snel vernieuwd dat er nauwelijks de tijd was om eruit te halen wat erin zit. De techsector is nog zoekende waar AI goed in te zetten is, waarvoor en op welke manier. Dat geldt voor bedrijven in de twee leidende landen van de AI-race, in de Verenigde Staten én in China.
Redactie: Arnoud Wokke • Eindredactie: Monique van den Boomen
Source: Tweakers.net