Home

Het ideale lichaam? Het mag weer in de kunst, maar wel anders dan vroeger

Ideale schoonheid Van de renaissance tot 1900 gold het geïdealiseerde lichaam als toppunt van schoonheid in de kunst. Daarna werd dit type naar de mode- en glamourfotografie verbannen. Nu is het terug, maar wel met een kritische functie.

Zed Nelson, ‘Christopher, 22. Chest wax. J. Sister’s Salon. New York, USA.’, uit de serie ‘Love Me’.

Schoonheid? In het jaar 1565 was dat nog helemaal niet zo’n ingewikkelde kwestie. In dat jaar schilderde de Antwerpse schilder Frans Floris de Vriendt de halfnaakte Pomona, godin van de vruchtbaarheid, en volgens het destijds nog redelijk nieuwe recept gaf hij haar een porseleingladde huid, een kleur als van gepolijst marmer en een gezicht alsof ze een Grieks beeld had kunnen zijn.

Pomona is een typisch voorbeeld van klassieke schoonheid zoals die sinds die tijd eeuwenlang in de westerse kunst heeft gegolden. De Vriendts godin, omringd door rijp fruit en een duivels lachende satyr, is weliswaar minder bekend dan iconische werken uit de Italiaanse renaissance, zoals de Venus van Urbino (1538) van Titiaan of Botticelli’s De geboorte van Venus (1483), maar heeft dezelfde kenmerken: een geïdealiseerd naakt of halfnaakt lichaam, gebaseerd op antieke voorbeelden; lichamen als standbeelden, te perfect voor een gewoon mens.

Frans Floris de Vriendt, Pomona, 1565.

Het schilderij van De Vriendt is het pr-beeld van de expositie Bellezza e Bruttezza. Schoonheid en lelijkheid in de renaissance, dit voorjaar in Bozar in Brussel. De expositie laat onder andere zien hoe dit uiterst invloedrijk concept van klassieke schoonheid als deel van een bredere maatschappelijke ontwikkeling rond 1500 ontstond bij schilders als Botticelli en Titiaan, en hoe dit concept zich vooral in de verbeelding van het menselijk lichaam uitdrukte. Een beetje dubbelzinnig type schoonheid was dit overigens wel. Het werd gebruikt als symbool voor allerlei hogere thematiek – als allegorie voor vruchtbaarheid, als kritiek op ijdelheid of als symbool voor de eenheid van het schone, goede en ware. Maar tegelijk was het ook gewoon een dankbare legitimatie om de sensuele, aangename kanten van schoonheid voor het publiek op te roepen.

Dit soort renaissance-verbeeldingen zijn in onze eigen tijd nog steeds geliefd, zie de drommen bezoekers voor Titiaan en Botticelli in het Uffizi in Florence. En nog steeds worden dit soort beelden daarbij als een logische verbeelding van ‘de schoonheid’ in de kunst gezien. Maar het klassieke, geïdealiseerde lichaam is géén stijlfiguur die nu nog met hedendaagse kunst in verbinding wordt gebracht, en al helemaal niet om een aangenaam mooi plaatje af te leveren. Dat type lichamelijkheid lijkt eerder te behoren tot het domein van de glossy mode- en glamourfotografie, zoals in het werk van Ellen von Unwerth – vanaf februari in Maastricht. In de kunstwereld valt dit type schoonheid al snel onder de verdenking van commercie of kitsch.

Opmerkelijk is het daarom dat vanaf maart in precies hetzelfde Bozar in Brussel de expositie Picture Perfect. Beauty through a Contemporary Lens wordt georganiseerd. Hierin staat het begrip ‘schoonheid’ eveneens voorop, ook aan de hand van vooral het menselijk lichaam, en hier gaat het om het gebruik ervan in de hedendaagse kunst.

Ruydai Takano, ‘Kikuo (Reclining Woo-Man)’

Een van de werken is een gefotografeerd naakt van de Japanse fotograaf Ryudai Takano uit de Reclining Woo-Man–serie (1999/2025). Het lichaam in zacht zwart-wit is even bevallig gedrapeerd als het beroemde naakt van Titiaans Venus van Urbino, de oerversie van deze houding – met als verschil dat het naakt van Takano op de rug is te zien, en dat je net niet ziet of het om een man of een vrouw gaat. Een andere foto is van de Amerikaanse fotograaf Zed Nelson, Christopher, 22, een goedgebouwde jongeman die zichzelf in de spiegel bekijkt: de foto is gemaakt in een moderne waxstudio, maar het gepolijste Vanitas-motief ‘naakt met spiegel’ stamt direct uit de renaissance.

Hier doet het begrip ‘schoonheid’ dus gewoon mee, en zelfs de verwijzingen naar renaissance-motieven zijn niet over het hoofd te zien. En dat terwijl er toch nog niet eens zo heel lang geleden een harde discussie werd gevoerd waarin er juist moest worden afgerekend met de klassieke schoonheidsidealen.

Woede op schoonheid

Uit 1948 stamt de misschien wel bekendste zin die de woede over het begrip schoonheid in de 20ste-eeuwse kunst samenvat. In dat jaar zei de Amerikaanse schilder Barnett Newman: „De drang van de moderne kunst is het verlangen om schoonheid te vernietigen.”

‘Schoonheid vernietigen’ klinkt nogal dramatisch, maar dit concept zou je op verschillende 20ste-eeuwse kunststromingen kunnen toepassen. Liefst werden lichamen in de moderne kunst helemaal gemeden, maar als het toch moest, dan verwrongen als bij Egon Schiele, in stukjes gehakt en gefragmenteerd zoals bij Picasso, of met een weinig flatterend realisme zoals bij de Britse schilder Lucian Freud. Freud, die vanaf februari in de expositie London Calling in Den Haag is te zien, zette vanaf de jaren 70 liever de ontluistering van zijn eigen ouder wordende lichaam, inclusief spillebenen en hangend geslachtsdeel op doek, dan een ideaalbeeld na te maken.

De afkeer van de moderne kunst van de geïdealiseerde schoonheid had overigens niet zozeer met woede op de renaissance te maken. Het ging deze kunstenaars eerder om dat wat er van dat erfgoed was geworden, met name in de periode vlak voor hun eigen tijd: de late 19de eeuw. In die periode werd de stijlfiguur van de klassieke schoonheid op de spits gedreven; niet eerder werden er zo veel porseleingladde variaties op de Venussen van Titiaan of Botticelli geschilderd. Mede door deze overdrijving begon de klassieke schoonheid haar geloofwaardigheid te verliezen. Dit soort geïdealiseerde perfectie was een ‘leugen’, zo zeiden vernieuwers als Manet, die in 1863 met het schilderij van de zelfbewuste courtisane Olympia tegen de Venussen-mode van zijn tijd in ging, en Gustave Courbet, die in 1868 provocerend een Venus-figuur met okselhaar schilderde.

Liever de schokkende eerlijkheid van het realisme dan de leugen van de perfectie, vonden Manet en Courbet, beiden voorlopers van het modernisme. Toen in de jaren dertig van de 20ste eeuw ook nog eens de nazi’s met het klassieke geïdealiseerde lichaam aan de haal gingen, was het schisma een feit: het geïdealiseerde lichaam diende na WO2 in het domein van de populaire cultuur te blijven – de film, de modefotografie en de softerotiek – terwijl de kunst met de ideaalbeelden afrekende.

Zelfs het begrip schoonheid kon beter niet meer worden gebruikt, al kwamen er wel variaties op, zoals het uit de late 18de eeuw stammende ‘sublieme’. Echte schoonheid gaat verder dan een fijn gevoel, had de filosoof Kant al geschreven, echte schoonheid kan ook gevaarlijk zijn. En ja, aan dat soort concepten had de moderne kunst wel wat: de kunstenaar diende geen mooie plaatjes te maken, maar te overrompelen, kritische vragen te stellen, de leugen te ontmaskeren.

Commentaar op schoonheid

De erfenis van die gedachte is nu nog overal. De afgelopen jaren waren er niet voor niets meerdere internationale exposities over het naakte lichaam in de moderne en hedendaagse kunst die de titel ‘De naakte waarheid’ droegen: hierin werd benadrukt dat heus áchter de schijn van het ideaalbeeld werd gekeken. Vanaf maart is er in Museum Arnhem een variatie hierop in de expositie Naakt dat raakt, met werk van uiteenlopende kunstenaars als Louise Bourgeois en Kinke Kooi: een expositie over „echte mensen, met alle zogenaamde oneffenheden die daarbij horen” .

Maar ook als er in een expositie het beladen concept van de schoonheid wél vooropstaat, zoals in Picture Perfect in Bozar, is datzelfde kritische uitgangspunt te zien. De kunstwerken in Picture Perfect propageren allerminst een terugkeer naar de ‘aangename schoonheid’, die in 1900 met veel tromgeroffel is verlaten. Het lichaam van Takano ligt gedrapeerd als een Venus, maar heeft expres niet de ideale vorm, en de nagenoeg perfect gevormde man voor zijn spiegel van Zed Nelson is niet bedoeld als ode aan de schoonheid, maar doet hier dienst als kritiek op de schoonheidsindustrie.

Kristina Varaksina, ‘Jasroop’, uit de serie ‘Essence of Beauty’, 2020-2022.

Schoonheid wordt hier gebruikt als commentaar óp de schoonheid, vaak ook gebruikmakend van ideaalbeelden uit de media of uit de klassieke schilderkunst. ‘Perfectie’ wordt dan een soort cultuurkritische stijlfiguur. Deze aanpak kwam op in de jaren 90, toen kritische reflectie op de mediamaatschappij en de bijbehorende normen en idealen ook bij kunstenaars een belangrijk thema werd; uit deze periode stamt een aantal kunstwerken in Picture Perfect. Deze reflectie op schoonheidsnormen past nu opnieuw bij een breed maatschappelijk debat, zoals de samenstellers van de tentoonstelling benadrukken. De obsessie met lichamelijke schoonheid lijkt in de 21ste eeuw, met zijn plastische chirurgische ingrepen en gefilterde selfies, net weer wat verder doorgeschoten dan eind 20ste eeuw.

Meerdere kunstwerken op Picture Perfect gaan in op deze doorgeschoten omgang met schoonheid: de grotesk uitgesmeerde lippenstift van Pipilotti Rist, de afwijkende schoonheidsidealen bij Kristina Varaksina in haar serie Essence of Beauty – haar model lijkt op een geïdealiseerd negentiende-eeuws naakt maar zit wel vol pigmentvlekken – of de vervreemdend, robotachtige jonge vrouw met push-up-bh en gezichtsmasker van Juno Calypso.

De werken in Picture Perfect zijn dus kritisch bedoeld; en tegelijk heeft een aantal werken ook dezelfde dubbelzinnigheid als de klassieke schilderijen. De stijlfiguur van de perfectie kan weer dankbaar worden gebruikt, omdat hij nu wordt gelegitimeerd door het doel die perfectie te ontmaskeren.

Bellezza e Bruttezza. Schoonheid en lelijkheid in de renaissance, vanaf 20 februari in Bozar in Brussel.Picture Perfect. Beauty through a Contemporary Lens, vanaf 7 maart in Bozar in Brussel. London Calling vanaf 14 februari in het Kunstmuseum in Den Haag. Naakt dat raakt, vanaf 14 maart in museum Arnhem.Ellen von Unwerth, My Circus, vanaf 31 januari in Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next