Het Kamerdebat over de volksgezondheidsrisico’s van geitenhouderijen verliep weer langs de vaste breuklijnen: de linkse partijen eisen onmiddellijke maatregelen, terwijl politiek rechts de boeren en de woningbouwambities wil beschermen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De Gezondheidsraad kwam in december met een glashelder advies aan het kabinet: stel vanaf nu als norm dat er ‘ten minste’ een kilometer afstand moet zitten tussen woningen en commerciële geitenhouderijen. Mensen die dicht bij een geitenboerderij wonen lopen namelijk een ‘aanzienlijk’ verhoogd risico op longziekten, wijzen meerdere onderzoeken uit.
Volgens het laatste onderzoek van de Gezondheidsraad is dit risico 73 procent hoger voor omwonenden wier huis binnen 500 meter van een geitenhouderij staat, en 19 procent hoger binnen een straal van 1 kilometer. Behalve woningen zouden ook scholen en zorginstellingen voor ouderen daarom verder weg moeten liggen. Kinderen en ouderen zijn extra vatbaar voor longontsteking.
Die afstandsnorm kan uiteraard alleen worden geïmplementeerd bij nieuwvestiging van een geitenhouderij. Volgens het FD, dat hier onderzoek naar deed, bevindt 60 procent van de bestaande geitenhouderijen zich al binnen 1 kilometer van woningen, scholen of zorginstellingen voor ouderen. De Gezondheidsraad vindt dat het kabinet die bestaande bedrijven zou moeten dwingen tot stalmaatregelen die de verspreiding van bacteriën en fijnstof naar de omgeving tegengaan.
De demissionaire ministers van Volksgezondheid en Landbouw, Jan Anthonie Bruijn en Femke Wiersma, lieten de Tweede Kamer vrijdag weten dat ze nu nog geen afstandsnorm willen implementeren. Ze willen eerst van de Gezondheidsraad weten hoe groot het risico op longontsteking is voor mensen die tussen 500 en 1.000 meter van een geitenhouderij wonen. Daar geeft het onderzoek uit december immers geen antwoord op.
Theoretisch is het daardoor mogelijk dat het verhoogde risico op 600 meter afstand al naar 19 procent zakt. In dat geval kan het kabinet de afstandsnorm net zo goed op 600 meter leggen. Een norm van een kilometer levert dan geen extra gezondheidswinst op. Bruijn vertelt de Tweede Kamer woensdagmiddag dat de Gezondheidsraad in februari een antwoord heeft op deze vraag.
De linkse oppositiepartijen ergeren zich aan deze insteek. ‘Dit is het zoveelste onderzoek in vijftien jaar dat bewijst dat geitenhouderijen de volksgezondheid bedreigen’, zegt Ines Kostić (Partij voor de Dieren). ‘In die tijd is het aantal geiten in Nederland bijna vervijfvoudigd.’ De stalmaatregelen die de risico’s van bestaande geitenhouderijen moeten beperken noemt Kostić ‘technische lapmiddelen’ die geen enkele garantie bieden op resultaat en ook nog het dierenwelzijn aantasten.
Ook Laura Bromet (GroenLinks-PvdA), Sandra Beckerman (SP) en Anne-Marijke Podt (D66) snappen niet waarom het kabinet het advies van de Gezondheidsraad niet gewoon volgt. ‘Tijdens de Q-koortsepidemie hebben we gezien wat er gebeurt als de gevolgen voor mensen te lang buiten beeld blijven en bedrijfsbelangen altijd voorgaan. In 2009 werd er ook al gedebatteerd over een afstandsnorm, maar zeventien jaar later blijven concrete maatregelen nog steeds uit.’
De BBB en SGP reageren heel anders op het advies van de Gezondheidsraad: zij trekken de kwaliteit van het onderzoek in twijfel. Dat bewijst volgens hen nog steeds niet keihard dat geitenhouderijen de longen van omwonenden kunnen aantasten. Er zijn volgens Caroline van der Plas (BBB) en André Flach (SGP) nog te veel onzekerheden over het verband tussen geitenhouderijen en longproblemen. Zij willen daarom eerst nóg meer onderzoek.
ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis is kritisch over die insteek. ‘Vandaag zien we opnieuw dat er waarschuwingen op tafel liggen, terwijl politieke keuzes uitblijven. De bewindspersonen moeten beslissen. Dat vinden ze lastig, dus grijpen ze naar een beproefd middel: een vervolgonderzoek. Hoeveel kennis heb je nodig om te kunnen beslissen? De Gezondheidsraad is toch duidelijk?’
Bruijn distantieert zich tijdens het debat van de twijfelzaaierij van de BBB en SGP. Met het onderzoek van de Gezondheidsraad is volgens hem niets mis. Maar hij maakt ook duidelijk dat het voorzorgsbeginsel waar de raad naar verwijst voor hem niet absoluut is. ‘De volksgezondheid staat voorop, maar je kunt niet elk gezondheidsrisico uitbannen. Mensen die niet in de buurt van een geitenhouderij wonen, lopen ook 2 procent risico op het krijgen van longontsteking. We moeten dit dus afwegen tegen andere maatschappelijke belangen, zoals dat van de geitenhouders en de woningbouwopgave.’
De VVD-minister is huiverig voor een al te strenge afstandsnorm, want als er geen woningen meer mogen verrijzen binnen 1 kilometer van een geitenhouderij, vervallen er waarschijnlijk tientallen potentiële woningbouwlocaties. De gemeente Bernheze besloot onlangs toch een woonwijk te bouwen op 900 meter afstand van een geitenhouderij, omdat het gemeentebestuur de lokale woningnood als een groter probleem beschouwt dan het iets verhoogde gezondheidsrisico voor de nieuwe bewoners.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant