Guntram Wolff | economisch defensie-expert Europese leiders zijn bang om voor Europese defensie te kiezen en minder met de Amerikanen te doen. Maar er is weinig keus, zegt defensie-expert Guntram Wolff, want „de Amerikanen hebben weinig goeds met ons voor.”
Drie Duitse fregatten tijdens een oefening van de Duitse strijdkrachten in de Noorse wateren, in de buurt Harstad, in oktober vorig jaar.
Trump wil Groenland „hebben” en dreigt zo de NAVO op te blazen: als het ene NAVO-land grondgebied van het andere annexeert, is het bondgenootschap kapot. Daarmee rijst, sterker dan ooit, de vraag: kan er ooit een echte Europese defensie van de grond komen, met intensieve samenwerking van nationale legers in een soort Europese NAVO? Of zelfs een Europees leger, waarin die nationale legers opgaan?
Als iemand kan proberen die vraag te beantwoorden, is het Guntram Wolff. Als senior fellow van de Brusselse denktank Bruegel en hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles bestudeert Wolff sinds anderhalf jaar de economische aspecten van de Europese herbewapening. Een interessante invalshoek, zegt hij: door te kijken wie hoeveel geld spendeert en waaraan (of waaraan niet), en met wie, krijg je inzicht in de structuren die Europese landen optuigen op het gebied van defensie. En daarmee in de politieke keuzes die nationale leiders maken.
Guntram Wolff (1974, Freiburg im Breisgau) is econoom. Hij studeerde aan Duitse, Franse en Amerikaanse universiteiten en werkte onder meer bij de Bundesbank, de Europese Commissie en het IMF. Van 2013 tot 2022 was hij directeur van denktank Bruegel in Brussel. Tegenwoordig werkt hij als senior fellow bij Bruegel en is hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles. Wolff publiceert regelmatig in kranten als Le Monde, The Financial Times en Handelsblatt.
We moeten toe naar een echte Europese defensie, zegt Wolff. En een Europees leger, waar Eurocommissaris voor Defensie Andrius Kubilius deze week voor pleitte. „Er zit niets anders op: we moeten af van onze afhankelijkheid van de Amerikanen. Loskoppelen. De Amerikanen hebben weinig goeds met ons voor. Veel burgers snappen wat er op het spel staat, dat we voor een Europese defensie moeten gaan. Maar leiders nog altijd niet. Ze durven niet. Ze zijn bang voor extreemrechts of -links, durven geen boude besluiten te nemen en spelen op safe.”
Dat is volgens hem te zien aan de uitgaven van Europese landen aan defensie. „Die gaat bijna allemaal naar grote, conventionele wapenfabrikanten als Dassault, Rheinmetall of Airbus. Op zich prima. Maar kleine, innovatieve bedrijfjes komen er bijna niet tussen. En het zijn juist die bedrijfjes die de IT leveren die nu nodig is. Dus we halen de tanks en de fregatten wel steeds meer uit Europa, maar halen de IT grotendeels uit Amerika, dat wèl vol inzet op innovatie. Als dit zo doorgaat, blijven we afhankelijk van de Amerikanen.”
„Omdat ministeries en de legertop volgens oude structuren werken. Ze praten over strategische autonomie, maar handelen er niet naar. Neem Duitsland, dat in 2025 voor 60 miljard euro aan orders uitgaf, evenveel als alle EU-landen in de NAVO in 2021 uitgaven en evenveel als Frankrijk, het VK en Polen samen. Een belangrijk land dus, op defensiegebied. Maar een fabrikant die wapens aan Duitsland wil verkopen, moet eerst een formulier van twintig pagina’s invullen. Het is een ongelooflijk complex, bureaucratisch aanbestedingssysteem. Welke startup kan dit? In Amerika daarentegen zeggen ze meteen: ‘Heb je een idee? Stuur maar een motivatiebrief van twee kantjes.’ Ook voeren de Amerikanen bewust beleid om niet alleen met grote bedrijven in zee te gaan. Gevolg: de Amerikanen zijn bezig met ‘new tech’ op defensiegebied waar de Duitsers nooit van gehoord hebben. Heel dom.”
„Duitsland gebruikt nog altijd herbewapeningsplannen van een paar jaar geleden, die sindsdien geen update hebben gehad. Drones, bijvoorbeeld, worden niet genoemd. In Duitsland, de biggest spender in Europa, is daar geen debat over. Maar oorlog wordt tegenwoordig grotendeels met AI gevoerd. Dat is permanent in beweging. Kijk naar de onderwaterdrones waarmee Oekraïne Russische schepen bestookt. De Russen zijn ontzettend goed en snel met AI. Zij konden die zwemmende Oekraïense drones binnen de kortste keren verstoren. Oekraïne heeft alweer een nieuw systeem ontwikkeld waarbij àndere drones op een kilometer boven die zwemmende drones meevliegen en hen steeds voeden met data zodat ze niet verstoord kunnen worden. Het is een ratrace. En volgende week bedenken ze weer iets nieuws. Alles gaat supersnel.”
„Ja. Ik neem bij wijze van contrast nog maar een Duits voorbeeld. Duitsland heeft laatst nieuwe korvetten, kleine fregatten, in de vaart genomen, uitgerust om met drones te werken. Maar wat blijkt: die fregatten hebben helemaal geen drones omdat de Duitsers niet weten hoe ze ermee moeten werken. Dit kwam aan het licht omdat de Duitse Rekenkamer begon te klagen: er was voor betaald, waar bleven de drones?”
„Exact. Oekraïne is niet bureaucratisch en volledig gedecentraliseerd. Bataljons kopen zelf in wat ze nodig hebben. Als dat allemaal met ellenlange formulieren via het Central Command moet, is alles verouderd tegen de tijd dat het arriveert.”
„Ja. Wat het verergert, is dat Europese landen veel te veel in de nationale defensie-industrie investeren, niet in elkaars fabrieken. Gemiddeld is 60 tot 70 procent van de uitgaven nationaal. In Frankrijk is dat zelfs hoger. In Duitsland gaat meer dan 50 procent van alle aankopen naar Duitse fabrieken. Nog eens 35 procent gaat naar Duits-buitenlandse bedrijven in Duitsland, vaak joint-ventures met Amerikaanse bedrijven. Sommige Patriot-raketten worden in Duitsland gemaakt. Het probleem is niet dat de Duitsers te veel Amerikaans kopen, het probleem is wat ze van de Amerikanen kopen. Het rechttoe-rechtaan-spul is Duits, de sophisticated hi-tech is Amerikaans. Neem de nieuwe grote Duitse fregatten, type T127 als ik het goed zeg, gemaakt door Thyssen. Echt Duits. Die fregatten moeten het luchtruim boven de Oostzee beschermen. Ze zitten vol sensoren die de lucht screenen. Ze kunnen inkomende raketten en andere projectielen opsporen. De software maakt de afweging wat eraan komt en wat er eerst wordt neergehaald. Daar komt geen mens meer aan te pas. En geloof het of niet: de software die de Duitsers gebruiken is Amerikaans.”
„Precies. Dat is de vraag die Europa zich nu bij alles moet stellen wat met defensie te maken heeft. Er zijn nog honderdduizend andere voorbeelden van. Als de software geen update krijgt omdat de Amerikanen daar geen zin meer in hebben, dan zit je met je fregatten. Nutteloze stukken staal op de Oostzee.”
„Alle senior militaire officieren zijn opgegroeid met de Amerikanen. Decennialang. Alles is Amerikaans binnen de NAVO. Als er iets gebeurt op de Oostzee, gebruikt men NAVO-protocollen die Amerikaans zijn. Onze afhankelijkheid van de Amerikanen is schokkend. We hebben grote veranderingen nodig. Europeanen kopen nu tanks en vliegtuigen. Ik zeg niet dat we dit niet nodig hebben. Maar we moeten óók in Europese IT investeren, want de oorlogen van vandaag zijn elektronisch. En we moeten mensen opleiden die dat spul kunnen bedienen. Maar in Europa is daar amper debat over. Niks.”
„We moeten veel meer integreren. We kunnen naar een Europese Defensie Unie, die echt Europees is, of naar coalities die in wisselende samenstelling dingen samendoen. Ik denk voorlopig eerder het laatste. Je ziet noordelijke landen die de handen ineen slaan met de Balten, Polen, Oekraïne. Het is geen EU, het is niet heel Europa. Die kant gaat het op.”
„Ja. Ik hoop dat Duitsland zich erbij aansluit, zodat er echt soortelijk gewicht ontstaat en de Fransen beseffen: laten we niet eeuwig alles zelf doen, we doen ook mee.”
„Zeer belangrijk punt. Ja, het is riskant als iedereen in Europa zijn eigen nationale defensieding doet. Ze gaan tegen elkaar opboksen, als je niet oppast. Ze gaan voor hun eigen defensie-industrie liggen, wat nu al gebeurt. Samen projecten optuigen, samen wapeninkopen doen en vooral ook samen enablers aanschaffen, is daarom belangrijk. Die drie dingen gebeuren nu. Niet genoeg, maar wel meer dan voorheen.”
„Dat zijn collectieve voorzieningen waar alle legers gebruik van kunnen maken, zoals satellieten of tankvliegtuigen. Dit zijn dingen, anders dan tanks of vliegtuigen, waar individuele landen niet snel in investeren. Samen doen is goedkoper en efficiënter. Veel enablers die nu in Europa gebruikt worden, zijn Amerikaans. Ook daar moeten we vanaf. Gelukkig is de begroting van het Europese Ruimteagentschap flink verhoogd. Dan heb je nog Satcen, het Europese satellietcentrum in Madrid dat satellietbeelden analyseert en naar de EU-lidstaten stuurt. Ik hoorde laatst dat de Roemeense NAVO-ambassadeur tijdens een vergadering zei dat hij intelligence had gezien over dit of dat. Zijn Amerikaanse collega vroeg: hoe weet jij dat nou? Wel, dat gaat nu over de band van de EU. Heel goed.”
„Een generaal die het commando krijgt over troepen uit meerdere landen kan ik me moeilijk voorstellen. Tegelijkertijd sluit ik het ook niet meer uit. Ik merk dat burgers daar meer klaar voor zijn dan politici. Er was een tijd dat ze vroegen of Brussel niks beters te doen had dan besluiten dat doppen voortaan aan flessen vast moeten zitten. Dat is grotendeels voorbij. Mensen zien wat er gebeurt in de wereld. Ze weten dat veiligheid niet meer van de nationale staat alleen kan komen maar eerder van Europa.”
„Nogmaals: burgers zijn verder dan nationale politici, uitzonderingen daargelaten. Het is realistisch om samen satellieten te hebben en tankvliegtuigen. Wat interessant is, is hoe burgers ook steeds meer beseffen dat alles met alles samenhangt. Ook de euro is een wapen geworden. De interne markt is een wapen. Verdedigingswapens. Ik was in 2014 in het Letse parlement toen Letland toetrad tot de eurozone. We bespraken optimal currency areas en hoeveel het zou kosten om mee te doen met het euro-noodfonds. In de koffiepauze komt er een parlementariër naar me toe die zegt: we hebben het wel over technische dingen, maar u weet wat de echte reden is dat wij de euro willen? ‘Russische tanks.’ Ik antwoordde: ‘De euro is geen antitankwapen.’ Wel, dat was toen. De wereld is intussen totaal veranderd. Een aanval op een Baltische staat is een aanval op het hele eurosysteem waarin landen totaal zijn geïntegreerd. We kunnen dan niet zomaar zeggen, too bad voor Letland. Nee, onze banken zijn betrokken, de ECB is betrokken, dit raakt ons allemaal in het hart. Omgekeerd geldt hetzelfde: als wij de euro sterker maken door meer eurobonds uit te geven, is dat een geopolitieke investering in onze eigen veiligheid. Zo moet je daar tegenwoordig naar kijken.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC