Marcel Möring Het opmerkelijke aan de novelle Kleurentovenaar, over een zoon en zijn vertrokken vader, is dat hij tegelijk ontspannen en pakkend is verteld.
Het Noorderlicht in Zweden.
Als er in een verhaal een vader vroegtijdig overlijdt, dan is de kans groot dat iemand – vaak de moeder – tegen de achtergebleven zoon zal zeggen dat hij ‘vanaf nu de man in huis is’. In zo’n soort rite de passage belandt ook Abel Speyer, de jongen om wie het draait in Kleurentovenaar, de nieuwe novelle van Marcel Möring. Dertien is hij als hij het zonder de vader moet stellen. Nadat de moeder eerder die dag al aan Abel vroeg of hij een kop koffie wilde (een novum), biedt ze hem later die dag zelfs een glas wijn aan. „Ik ben dertien”, zegt Abel. „Ik vraag niet of je alcoholist wilt worden”, zegt zijn moeder. „Ik vraag of je een glas wijn wilt.” Voor de lezer is het zo klaar als een klontje: Abel wordt geacht van nu af aan een volwassene te zijn.
Marcel Möring: Kleurentovenaar. Prometheus, 94 blz. €15,-
Nu moet hier niet de indruk ontstaan dat die vader dood is. Hij is alleen maar definitief uit het gezin verdwenen, zoals hij altijd al meer af- dan aanwezig was. Als colorist (iemand die zich in de wereld van de cinema bezighoudt met het gehanteerde kleurgebruik) dook hij altijd al overal op in de wereld, behalve thuis. Naar het waarom van dat definitieve afscheid is het een novelle lang gissen. Als hij een paar jaar ouder is zoekt Abel zijn vader eens op. Die is dan uiteraard weer aan het werk. Op een afgelegen Zweeds eiland dit keer, waar hij deel uitmaakt van de crew van een filmer die wel een beetje aan Ingmar Bergman doet denken. Omdat de filmer zo realistisch mogelijke films wil maken krijgt de onervaren Abel onmiddellijk een bescheiden rolletje toebedeeld. Ook hij gaat dus op in de kunst, zou je kunnen zeggen en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader. Als je er wat cynischer tegenaan kijkt, kun je trouwens evengoed zeggen dat Abel op dat moment, net als zijn vader, is opgegaan in de wereld van het werk.
Het opmerkelijke aan Kleurentovenaar is dat het tegelijk ontspannen en pakkend is verteld. Met name de eerste helft van het verhaal is een toonbeeld van meeslepend schrijven, met allerlei verdiepende greepjes die de vertelsnelheid geenszins in de weg staan. Als Möring bijvoorbeeld duidelijk wil maken wat die moeder toch ooit zo leuk aan die vader vond, dan beschrijft hij in een paar zinnen hoe ze die man ooit ‘betrapte’ toen hij aan de telefoon vloeiend Italiaans zat te praten. Je begrijpt dan meteen dat zoiets enorm aantrekkelijk voor die vrouw is geweest. En subtiel is ook de scène waarin vader en zoon op dat Zweedse eiland bespreken waarom hij het gezin verliet. De vader doet het uit de doeken, maar zónder dat de lezer de daadwerkelijke inhoud van het gesprek te horen krijgt.
Die moet geduld hebben tot het einde van deze novelle. Een einde dat, in alle eerlijkheid, toch van mindere kwaliteit is dan het begin. Je kunt het in onze tijd, waarin er getracht wordt om de sekseverschillen te overbruggen, zien als een vorm van moed om een man, met nota bene een fles drank in de buurt, te laten zeggen dat hij gewoon niet kon bieden wat noodzakelijk was, maar ik ontkwam toch niet aan de gedachte dat Möring deze verzaker wel erg eenvoudig laat ontsnappen.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC