Home

Centraal-Europa was eeuwenlang een centrum van vrijheid en tolerantie

Geschiedenis Historicus Hans Luiten duikt in zijn nieuwe boek in duizend jaar geschiedenis van Centraal-Europa en laat met veel anekdotes zien waarom dat deel van de wereld zo bijzonder is.

De burcht van Praag.

Hans Luiten heeft iets dat niet veel Nederlanders met hem delen: een hele grote liefde voor het oosten van Europa. Niet voor niets draagt zijn boek de titel Begrijp jij Centraal-Europa nog? en legt hij in de inleiding al uit dat Oost-Europa toch echt wat anders is. Want je kunt Polen, Tsjechen, Slowaken en Hongaren, alsook Litouwers, Letten, Esten en verreweg de meeste Oekraïners bijna niet dieper beledigen dan ze Oost-Europeanen of – erger nog – Oostblokkers te noemen.

In 1984 betoogde de Tsjechische schrijver Milan Kundera in zijn invloedrijke essay The Tragedy of Central Europe dat de landen aldaar weinig binding hadden met Rusland, maar dat ze door de loop van de geschiedenis én het ‘verraad’ van West-Europese landen onterecht waren veroordeeld tot ‘het Oostblok’.

Hans Luiten: Begrijp jij Centraal-Europa nog? Op reis door heden en verleden. Ambo Anthos, 360 blz.€ 24,99

Twintig jaar later was dat gecorrigeerd met lidmaatschappen van de Europese Unie (en de NAVO). Of toch niet? Sindsdien schurken de sterke mannen die het in Centraal-Europa voor het zeggen hebben toch vaak tegen het Kremlin aan. Of ze nemen het in ieder geval niet erg nauw met de democratische rechtsstaat. De Hongaarse premier Viktor Orbán gaat in beide categorieën voorop.

Luiten vraagt zich terecht af of hij Centraal-Europa nog begrijpt. Met Kundera’s essay in het achterhoofd duikt hij daarom in duizend jaar bewogen geschiedenis van Centraal-Europa. Luiten reisde de afgelopen jaren kriskras door de regio, vaak op de fiets. In zijn boek wil hij zijn liefde met de lezer delen. De liefde voor het vroegere multiculturele Midden-Europa welteverstaan.

Luiten heeft een soepele verteltrant en hij is op zijn best als hij anekdotes opdist. Dan klinkt duidelijk door dat hij in het dagelijks leven zo’n geschiedenisleraar is die je ieder schoolkind gunt. En wie met Luiten als reisleider op pad gaat, komt thuis met een schat aan verhalen.

Fascinerende diversiteit

In zijn boek schetst Luiten hoe in de Middeleeuwen een fascinerende diversiteit ontstond door een combinatie van veroveringen en een ruimhartig uitnodigingsbeleid, waarbij vorsten vanuit economische motieven de rode loper uitrolden voor uiteenlopende bevolkingsgroepen als Saksen, Joden en Nederlanders. Centraal-Europa was innig verbonden met de rest van het (christelijke) continent. Zo was de renaissance niet alleen iets voor Italiaanse stadstaten: zo was de Milanese Bona Sforza door haar huwelijk met Sigismund I koningin-gemalin van Polen en grootvorstin van Litouwen.

Centraal-Europa werd eeuwenlang gekenmerkt door relatief grote vrijheid en tolerantie. De sleutel? Staten waren en bleven door het uitblijven van centralisatie over het algemeen rommelig georganiseerd met een grote macht voor de adel. Luiten benadrukt dat dit ook een essentieel verschil was met de ontwikkelingen in Rusland.

Maar er was ook een keerzijde. Zwak georganiseerde staten vielen uiteindelijk ten prooi aan machtige autocratische buren als het Habsburgse en het Russische Rijk. Innovatie bleef in het agrarische achterland achterwege. Feodale verhoudingen hielden daar tot in de 20ste eeuw stand. Omdat westelijke landstreken als Silezië en Bohemen wél industrialiseerden ontstond een tweedeling die ook nu nog door Centraal-Europa loopt.

Ook de sporen van het rijke verleden zijn nog steeds duidelijk zichtbaar. Luiten laat niet na te wijzen op de vele schitterende voorbeelden van gotiek, barok, art nouveau en modernisme die hij op zijn reizen tegenkwam. Bijzondere aandacht heeft hij voor synagogen, waaraan vrijwel zonder uitzondering droevige verhalen kleven. Want Luiten stelt teleurgesteld vast dat het multiculturele karakter inmiddels grotendeels uitgewist is.

De 20ste eeuw vormt de cesuur. Nationalisme en totalitarisme leidden tot twee verwoestende oorlogen en de holocaust; niet voor niets muntte historicus Timothy Snyder de term ‘bloedlanden’. Voor en na de Tweede Wereldoorlog werd ook druk geschoven met grenzen en bevolkingsgroepen. De resulterende etnisch homogene natiestaten kwamen achter het IJzeren Gordijn onder de verstikkende deken van het communisme terecht. Wat er nog restte van een intellectuele voorhoede werd in opdracht van Stalin geëxecuteerd of gedeporteerd.

Volgens Luiten ontbrak het Centraal-Europa door dit alles aan ervaring met democratie. Dus toen het EU-lidmaatschap in de 21ste eeuw niet bleek te brengen wat men er vooraf van verwachtte, lieten veel mensen zich verleiden door nationalistische ‘illiberale democraten’ als Orbán en zijn Slowaakse collega Robert Fico.

Verwoestende oorlogen

Dat is echter niet het hele verhaal. Luiten kijkt dan toch door de ‘Oostblok’-bril. Maar de minzaamheid van het westen jegens het oosten, alsof er een zuivere splitsing is tussen een tolerant, multicultureel en democratisch deel en een autoritair, racistisch en achterlijk deel van Europa, is echt onterecht. Helaas is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat het oosten niet achter liep, maar voor. Ook de door Luiten geschetste dichotomie tussen pro-westers en slavofiel is veel te simpel.

In Centraal-Europa ligt de complexe geschiedenis veel dichter aan de oppervlakte en daar maken politici handig gebruik van. Daarom is het zo jammer dat Luiten zich welbeschouwd beperkt tot Polen, Tsjechië en Hongarije. Rusland, Oostenrijk en Duitsland steken dan wel geregeld de kop op in Luitens geschiedenis van de regio, maar Litouwen, Slowakije, Oekraïne en Roemenië komen – hoewel aangekondigd in de inleiding –slechts zijdelings aan bod.

En Luiten mag dan een goede verteller zijn, maar soms gaat hij echt te kort door de bocht. Zo wordt de hele geschiedenis van Oekraïne tussen 1991 en 2014 samengevat in één alinea. Daarom had ik hem meer pagina’s gegund en misschien ook een betere redacteur. Natuurlijk, je moet keuzes maken, maar veel anekdotes en verhalen eindigen op een hangende noot en er is een lange lijst te maken van namen, begrippen en gebeurtenissen die zonder enige context de revue passeren. Dat is echt jammer.

Luiten roept ook vaak vragen op bij de lezer. Want waarom omarmt Orbán het Hongaarse nationale trauma van het Verdrag van Trianon? Waarom wordt filantroop George Soros door sterke mannen in Centraal-Europa neergezet als boeman? En is Willem van Oranje nu wel of niet gevraagd als koning van Polen?

De antwoorden liggen toch echt in de geschiedenis van Centraal-Europa. Het is dus lastig om de grote vraag of Luitens reis door het verleden een beter begrip heeft opgeleverd met een volmondig ‘ja’ te beantwoorden. Zijn boek werkt wel als vlot reisverslag en introductie op de geschiedenis van een voor veel Nederlanders onbekend en dus onbemind deel van Europa, dat de liefde van Luiten dubbel en dwars verdient.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next