Home

Hoe mijn Mexicaanse schoonvader door de blik van een varkentje onderweg naar de slacht flexitariër werd

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Joost de Vries ziet hoe in Mexico mals varkensvlees langzaam plaatsmaakt voor de veganistische variant.

is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.

Zondagochtend, een wandeltochtje door het Bos van Tlalpan in het zuiden van Mexico-Stad. Het grote park is een oase in de miljoenenstad. ‘Ik was laatst onderweg en had ontzettend zin in cochinita pibil’, zegt mijn Mexicaanse schoonvader. Cochinita pibil is een gerecht van malse reepjes varkensvlees gegaard in een inheemse kruidenmix met daarbovenop gezuurde ui, een recept uit Yucatán. Verrukkelijk.

‘Maar toen passeerde ik een vrachtwagen vol varkens’, zegt hij. ‘Een varkentje keek me aan en ik had geen trek meer.’ Vervolgens vertelde hij dat hij thuiskwam en zijn hond Lluvia aantrof. Ook zij keek hem aan en weer bekroop hem dat gevoel: moet ik nog wel vlees eten?

Lluvia is nieuw. Ze leefde maanden tussen het hoge gras op het campusterrein rond de universiteit waar mijn schoonvader werkt. Hij voerde haar kip en bekommerde zich om haar lot. Op een dag nam hij haar mee naar huis, kocht pillen tegen teken en gaf duizenden peso’s uit aan de dierenarts. De hond sterkte aan, kroop bij hem op schoot en in haar ogen zag hij plots dezelfde blik als die van het varkentje onderweg naar de slacht.

Mexico telt 130 miljoen inwoners. De Mexicaanse vleessector becijfert op zijn website dat jaarlijks zo’n 2 miljard kippen, 20 miljoen varkens, 9 miljoen koeien, 3 miljoen kalkoenen, 3 miljoen schapen en 2 miljoen geiten worden geslacht. Als ik goed reken, zijn dat bijna zestien dieren per Mexicaan per jaar. Het aantal dieren per capita in Nederland is nog hoger. Of het nu Nederland of Mexico betreft, samen jagen we een onvoorstelbare hoeveelheid dieren ieder jaar de dood in.

Een kentering gaande

Gelukkig is in Mexico een kentering gaande. De krant El Economista meldt in een recent artikel dat inmiddels 9 procent van de Mexicanen zegt te zijn bekeerd tot een veganistisch dieet, 19 procent is naar eigen zeggen vegetariër. Vorig jaar gaven Mexicanen voor 335 miljoen euro aan vegan producten uit. De krant haalde verschillende onderzoeksbureaus aan die tot 2030 bijna een verdubbeling van de vegan markt voorspellen.

Zelf kan ik deze trend onderbouwen met anekdotisch bewijs. In Mexico-Stad doet de plant based hamburgerketen Goyo’s goede zaken. Bestel je de burger thuis, dan overheerst vanwege het half uurtje in de Uber- of Didi-tas de sojasmaak. Maar ter plekke doet ie haast niet onder voor een ‘echte’ burger. Nog veel talrijker zijn de vegan tacostalletjes en vegan ramentoko’s (helaas wel voornamelijk te vinden in de rijkere wijken). En iedere supermarkt verkoopt inmiddels soja- of amandelmelk.

Na een tijdje beginnen de vleesvervangers en paddenstoelen wel wat eentonig te worden. Maar goddank zijn Mexicanen meesters in het maken van chilisauzen en guacamoles die ook een soja-taco tot grote hoogten kunnen stuwen.

Rationele keuze

Ik weet dit omdat ik sinds twee jaar geen vlees meer eet. De rationele keuze had ik al een paar keer gemaakt, maar net als mijn schoonvader werd ik pas echt overtuigd door een hond. In mijn geval Paco, vijf jaar geleden een schurftige puppy die ik in een kartonnen doos meekreeg van een boer met een nestje. Nu is Paco de reden dat ik geen dieren meer eet. Ik behoor tot de 19 procent vegetariërs.

Mijn schoonvader zette dankzij zijn hond Lluvia een eerste stap: hij valt nu onder de 30 procent Mexicanen die zichzelf flexitariër noemen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next