Vijf dagen per week voorzien de Volkskoks u van tips voor het eten. Die ideeën halen ze overal vandaan. Op de laatste dag van het jaar zetten ze hun favoriete boeken, programma’s, keukenhulpjes en andere culinaire inspiratiebronnen op een rijtje.
is auteur van de Volkskeuken. Tot 2020 schreef ze vegetarische recepten, sindsdien alleen nog veganistische.
Het hart van dit prachtig uitgegeven en geïllustreerde Een notabel kookboekje uit 1514 is een hertaling van Een notabel boecxken van cokeryen, in 1514 uitgegeven in Brussel. Behalve een facsimile van het origineel bevat het een meesterlijke uitleg over de smaken en culinaire opvattingen van die tijd, en over de omstandigheden waaronder drukker Thomas van der Noot zijn 175 recepten verzamelde (‘leende’, toen doodgewoon). Plus meer dan dertig moderne uitwerkingen om zelf mee aan de slag te gaan.
Het principe van Cinema culinair is simpel: een eetfilm kijken en simultaan met de acteurs eten wat er daar op tafel komt. Grappig, lekker en bovenal ongelooflijk knap van de organisatie. Het draait om perfecte timing, maar ze doen het; een logistiek hoogstandje. Ik ging naar de film Chef, maar er zijn er veel meer, overal in het land en het hele jaar door, zoals Ratatouille en The Grand Budapest Hotel.
Dit boek van vorig jaar is opeens gloeiend hot, nu de Italiaanse keuken door Unesco op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed is gezet. In De Italiaanse keuken bestaat niet betoogt Alberto Grandi, hoogleraar culinaire geschiedenis aan de universiteit van Parma, dat a) de keuken jong is (van na de Tweede Wereldoorlog, of beter, de jaren zeventig) en b) dat de populariteit ervan berust op marketing en fantasieën over tradities. Fascinerende lectuur. Ondertussen blijft echt Italiaans eten de top in Europa.
Tv-shows over eten zijn al een genot om naar te kijken. Als ze je ook nog wat bijbrengen, scoren ze bij mij extra punten. Carla Hall is kok en presenteerde en jureerde meerdere culinaire programma’s. In Chasing Flavour gaat ze op zoek naar de herkomst van het favoriete eten van Amerikanen. Zo duikt Hall in de geschiedenis van ijs, taco’s al pastor en barbecue.
Dit voorjaar ging ik op momcation (kindvrije vakantie) naar Londen. Ik at er heerlijk, onder andere bij de Gorgeous Food Tour door Brixton van Obi Opara. Hij groeide op in die wijk en geeft er nu rondleidingen over de geschiedenis, gecentreerd rond Afrikaans en Caribisch eten. Terwijl we smulden van bakbanaan, jollof rice en Jamaicaanse pasteitjes, vertelde Opara ons hoe Caribische mensen in Brixton terechtkwamen en er nu door gentrificatie steeds meer worden verdreven.
In Londen zag ik in een boekwinkel Caribe staan. Daarin neemt Keshia Sakarah je mee op onderzoek naar de eetcultuur van de gehele Cariben. Naast waardevolle geschiedenislessen over alle landen in de regio, deelt Sakarah recepten als Haïtiaanse onafhankelijkheidssoep (joumou), Guyanese pepperpot en Dominicaans-Libanese kibbeh.
Instagram is mijn top-influencer dit jaar. Voorwaarde is wel dat je daar een voedselvriendelijke vriendenkring hebt. Met alleen auto- of voetballiefhebbers heb je een stuk minder aan Instagram als voedselinspirator.
Het fijne – en tegelijkertijd het nare – van dit soort sociale media is het algoritme. Als iemand me een filmpje stuurt over bijvoorbeeld vegan gyoza’s en ik kijk het helemaal uit, dan krijg ik van het algoritme nog veel meer van dat soort filmpjes cadeau. Veganfilmpjes, gyozafilmpjes, dipsausfilmpjes, heerlijk. Gooi mij maar in dat culikonijnenhol!
De Larousse Gastronomique is een culinaire encyclopedie waar zo ongeveer alles in staat. Ik deed dit jaar mee aan het televisieprogramma 2 voor 12 en was ‘de opzoeker’. Bij het voorbereiden op het programma heb ik de Larousse vaak in mijn handen gehad en ben hem opnieuw gaan waarderen. Zelfs al staan er geen gyoza’s in.
Tapas de verduras van Johan Björkman, chef-kok die afwisselend in Göteborg en Barcelona woont, kwam dit jaar uit in het Nederlands. De gerechten die erin staan zijn allemaal vegetarisch of helemaal plantaardig, en het prettige van dit boek is dat het allemaal op zichzelf staande, volwaardige tapas zijn. Je mist het vlees, de vis of de kip niet. En dat is voor iedereen lekker, niet alleen voor de vegetariërs.
In mijn dorp Schalkwijk is een aantal jaren geleden De Voedselschuur opgezet: een netwerk dat mensen met elkaar verbindt die eten en drinken produceren, om meer zelfvoorzienend te leven en voedselverspilling tegen te gaan. Daar zitten professionele telers bij, maar ook mensen met een moestuin, wat fruitbomen of hobbykippen in de tuin, zoals ik.
In Voedselschuur-stalletjes kun je producten uit eigen tuin gratis of tegen een klein bedrag aanbieden. Er zijn veel van zulke inspirerende, lokale voedselinitiatieven in het land, van stadsmoestuinen tot voedselraden. Zoek ze op en doe mee.
Ik heb al eens de loftrompet gestoken over Van moestuin tot maaltijd, maar doe het toch weer. Niet alleen stimuleert Karin Luiten je om zelf een moestuin te beginnen, hoe kleinschalig ook, ze geeft ook nog eens massa’s toegankelijke, heerlijke recepten en heel veel tips hoe je die groenten uit je tuin op je bord kunt krijgen.
Ook heel geschikt voor kinderen, zelfs mijn neefjes – normaal gamende hangjongeren – werden er enthousiast van.
Mijn airfryer, die ik ooit had gekregen, gebruikte ik voornamelijk voor het afbakken van broodjes en héél af en toe voor een vegakroket. Tot ik ook het boek Easy Airfryer van Jamie Oliver kreeg. Ik wist dat een airfryer vrijwel altijd duurzamer (want kleiner) is dan een oven, maar dat je er zó veel mee kunt doen, was wel een eyeopener. Als u nog een cadeau zoekt voor een kind dat uit huis gaat: geef dit boek, en een airfryer.
In tijden van groot verlies en verdriet biedt eten troost. In de roman Moshi moshi van Banana Yoshimoto eet de hoofdpersoon samen met haar moeder schaafijs met mango, witte perzik en zwarte bessen om het gemis van haar vader te boven te komen en het verdriet te stelpen. Dat doen ze op een bloedhete zomerdag in hartje Tokio, in de drukbezochte hippe wijk Shimokitazawa. De zoetheid glijdt bij de dochter als hemels voedsel naar binnen. De moeder krijgt eindelijk weer trek. En zo is ijs het ultieme eetlustopwekkende medicijn.
Als het leven je citroenen geeft, maak er dan limonade van, luidt het Amerikaanse gezegde. In de categorie lekkere smaken heb ik in 2025 het zuur herontdekt: ga naar de biologische winkel voor lekkere citroenen, voor een fris element in schotels en baksels. De citroenoogst vindt doorgaans plaats in december.
Haal in diezelfde winkel zure kersen (Sauerkirschen) uit de diepvries en gebruik die in een nagerecht. Ga naar de Turkse supermarkt voor Oekraïense of Poolse augurken die een heel andere smaak hebben dan het zoetzure Hollandse werk en maak een onvervalste augurkensoep. Die is absoluut een aanrader.
Mijn ode aan de rasp. De Microplane – voor perfecte citroen- of limoenrasp – was oorspronkelijk bedoeld om hout te schaven. Totdat een huisvrouw in 1994 deze rasp in de keuken gebruikte. Kort daarna bracht Grace Manufacturing uit Arkansas voor dit doel een speciale rasp op de markt, en niet alleen een voor citroen, maar ook voor kaas en andere zaken. De prijs varieert van 20 tot 35 euro. De rasp van het Franse merk Laguiole voldoet trouwens ook.
Net zoals ik loyaal ben aan restaurants of aan gerechten, ben ik ook loyaal aan de Kookboekhandel op de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Ooit bemand door de onvolprezen Johannes van Dam, die werd opgevolgd door Jonah Freud, wordt de winkel inmiddels geleid door Daan van Kooten.
Elk boek in zijn schappen kent hij, als hij er al niet zelf uit heeft gekookt. U kunt dus ook met elke abstracte kookboekenvraag bij hem terecht: niet te moeilijk, liefst Frans en geen vlees? Van Kooten weet er een boek bij.
Mijn lekkerste culinaire ontdekking van het afgelopen jaar was een kersentaart met het voorkomen van een gewone appeltaart. Inderdaad, met het bekende rastertje. Het typische appeltaartdeeg blijkt een heerlijke combinatie met de kersen.
Dat leidde tot de aanschaf van een kersenontpitter, een soort tangetje dat er in al zijn ouderwetsheid uitziet als iets waarmee vroeger treinkaartjes werden geknipt. Doe uzelf een plezier met dit knusse werktuigje en verheug u alvast op de kersentijd.
Alsof ik weer 6 jaar ben en door de speelgoedcatalogus van Bart Smit blader, zo opgetogen raak ik elke keer als ik een stukje lees en de prachtige foto’s bekijk in Uit eten in Amsterdam van Maarten Hell en Charlotte Kleyn. Lees dit boek als u, net als ik, van geschiedenis en van eten houdt.
Ook als u niet in Amsterdam woont of er nooit komt, is er toch van alles om te leren. Over ordinarissen bijvoorbeeld (eethuizen met menu’s voor vaste prijzen in de 17de eeuw), de komst van Chinees eten naar de stad, uit eten in de Tweede Wereldoorlog, en de eerste Italiaanse restaurants in de jaren vijftig.
Kookfilmpjes kijken is net zo leuk als leerzaam en blijkbaar zit ik in de goede algoritmes, want ik krijg vooral vegan recepten voorgeschoteld op sociale media. Mijn favorieten zijn twee Duitsers: Julius Fiedler (bakinghermann.com) en Maya Leinenbach (fit-green-mind.com). Ze hebben beiden miljoenen volgers en ze hebben ook allebei al kookboeken op hun naam.
Fiedler (Naturally vegan) reist de hele wereld over op zoek naar gerechten die van zichzelf geheel plantaardig zijn. Leinenbach (Plantiful cooking) kookt er eenvoudig op los onder het motto snel, makkelijk en gezond. Met de filmpjes erbij is koken een feestje en een eitje – maar dus wel plantaardig.
Als ik één kookboek moest kiezen waar ik het de rest van mijn leven mee moet doen, maakt Mastering the Art of Plant-Based Cooking van Joe Yonan dikke kans. Erg veel woorden aan het waarom van zijn keuze voor veganisme maakt deze gelauwerde culinaire journalist en schrijver niet vuil, aan het hoe des te meer.
Na een uitgebreid hoofdstuk over geschikte ingrediënten voor de plantaardige keuken volgt een vuistdikke verzameling recepten: van hartig tot zoet, van snacks tot hoofdgerechten in alle stijlen en uit alle werelddelen. Het enige waar ik mijn exemplaar nog voor zou inruilen, is een Nederlandstalige versie.
De Chinese keuken van Handa Cheng is het kookboek dat ik had willen hebben bij mijn Chinese lessen, schreef ik eerder in de Volkskeuken. Als kind verbaasde ik me al over het rommeltje van namen en spellingen in de Chinese restaurants. Pas toen ik Chinese les nam, leerde ik de juiste uitspraak, transcriptie en karakters van de gerechten, en begreep ik gelijk ook veel beter wat ik at.
Bij Cheng komt alles bij elkaar: traditionele kooktechnieken, gerechten uit verschillende Chinese regio’s, karakters en namen. Dat is pas echt de complete Chinese keuken.
Johan Björkman: Tapas de verduras. Meer dan 90 vegetarische recepten. Good Cook, 2025
Handa Cheng: De Chinese keuken. Fontaine Uitgevers, 2025
Alberto Grandi, Daniele Soffiati: La cucina italiana non esiste. Mondadori, 2024
Maarten Hell, Charlotte Kleyn: Uit eten in Amsterdam. Vier eeuwen culinaire cultuurgeschiedenis. Uitgeverij Prometheus, 2025
Larousse Gastronomique, Kosmos Uitgevers, 2006
Karin Luiten, Van moestuin tot maaltijd. Uitgeverij Ploegsma, 2025
Jamie Oliver, Easy Airfryer. Groots en geweldig lekker eten. Kosmos Uitgevers, 2025
Keshia Sakarah, Caribe: A Caribbean Cookbook with History. Hardie Grant Books, 2025
Joe Yonan, Mastering the Art of Plant-Based Cooking. Ten Speed Press, 2024
Banana Yoshimoto, Moshi moshi. Das Mag, 2025
Marleen Willebrands, Een notabel kookboekje uit 1514 - Feestelijk tafelen in de Middeleeuwen. Uitgeverij Sterck & De Vreese, 2025
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant