Deense post Na 401 jaar is het gedaan: de Deense staat bezorgt geen post meer, en gaat zich volledig richten op het rondbrengen van pakketjes. Het is daarmee het eerste land in Europa waar de overheid zich niet meer bemoeit met de postbezorging.
De rode brievenbus voor een kerk op Jutland.
Toen de Deense postbezorging in 1924 300 jaar bestond, werd er een postzegel uitgegeven met de stichter van de Deense posterij: koning Christiaan IV (1577–1648). Op een groene, paarse en bruine postzegel staat hij er met rare schouders wat oeniger op dan op de schilderijen die bekender van hem zijn en straalt hij niet de grandeur uit die hij zichzelf graag toebedeelde. Hij regeerde lang, stichtte steden (die vaak zijn naam of een variatie daarop kregen), voerde vele oorlogen, kwam met de Deense variant van de VOC op de proppen, vestigde tijdens zijn bewind het Deense record aan ‘heksen’ verbranden en hij bedacht dus de Deense postbezorging. Het was een soort kerstgeschenk aan de Denen, aldus het Deense postorderbedrijf PostNord.
Na 401 jaar postbezorging – die op 24 december 1624 vanuit Kopenhagen via negen routes van start ging – houdt PostNord, de Deense nationale postbezorging, op 30 december ermee op. 1.500 banen en 1.500 rode brievenbussen gaan verloren. Hoewel, de Deense brievenbussen verdwijnen niet echt. De rode bussen die menig straatbeeld decennia sierden, werden geveild en binnen drie uur waren er duizend brievenbussen verkocht voor een bedrag tussen de 200 en 270 euro (afhankelijk van in welke staat de brievenbus verkeerde). In januari worden er nog eens 200 geveild.
Deense postzegels – waarvan de eerste in 1851 ter wereld kwam – kunnen nog enige tijd ingeleverd worden om daarna te blijven bestaan als collectors item voor postzegelverzamelaars. De laatste Deense postzegelserie die dit jaar werd gedrukt had het thema ‘cultureel erfgoed’.
De reden voor dit alles? Volgens PostNord is Denemarken een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld en daarom is de vraag naar briefbezorging „drastisch gedaald” – met meer dan 90 procent sinds 2000. In 2000 werden er nog ruim 1,4 miljard brieven verstuurd, in 2024 zo’n 100 miljoen. Vorig jaar was er sprake van een extra daling omdat de verplichting overal post te brengen niet meer wettelijk was vastgelegd, commerciële partijen meededen en de prijs voor het versturen van een brief omhoogschoot van ongeveer € 3,80 naar € 5,20.
Terwijl de brief verdwijnt, komt het pakketje op, en dus gaat PostNord zich uitsluitend daarop richten. In buurland Zweden, waar PostNord ook de post bezorgt, blijven de brievenbussen en daarbij behorende bezorging nog wel in stand. Denemarken is het eerste land in Europa waar het nationale postbedrijf geen brieven en kaarten meer gaat bezorgen. In de meeste landen hebben nationale posterijen het zwaar, maar geldt er nog wel een verplichting vanuit de overheid om brieven te bezorgen.
Deense brievenbussen in Kopenhagen
Kunnen de Denen dan geen brieven of kaarten meer versturen? Jawel, het staat in de Deense wet dat de staat ervoor moet zorgen dat er postbezorging mogelijk is. En dus ging PostNord op zoek naar een alternatief. Die werd gevonden in Dao, een commercieel bedrijf dat al post bezorgt en vanaf 1 januari de gehele bezorging op zich zal nemen. Je betaalt per app en levert de brief af bij afgeefpunten (of laat tegen betaling je brief ophalen).
PostNord benadrukt op haar site het belang van verbinding door het sturen van post en schetst een prachtige geschiedenis: van Christiaan IV die de eerste brief in een envelop deed om te laten bezorgen, de eerste krant die in 1723 werd verstuurd per post, postbezorgers die in 1777 toestemming kregen bewapend de post te vervoeren, de eerste postzegel in 1851 en de eerste brievenbus in 1860. De groei van postbezorging tijdens de Industriële Revolutie en het belang om communicatie in stand te houden tijdens de Tweede Wereldoorlog worden ook verteld, tot en met het samengaan van PostNord Denemarken en Zweden alsook de focus op pakketjes in 2024. Dat in 2025 werd besloten te stoppen met het bezorgen van brieven staat er nog niet in.
Source: NRC