Tijs van den Brink, sinds kort Tweede Kamerlid voor het CDA, legde onlangs in gesprek met NRC zijn overstap van de journalistiek kort en krachtig uit: „De volksvertegenwoordiging, dát is het hoogste wat er is.” Daar heeft hij natuurlijk groot gelijk in, maar het is wel een abstract gelijk. Een van de weinige echte machtsmiddelen die je als individueel Kamerlid hebt, de motie, ondergraven Kamerleden consequent. Dat vind ik treurig, want ik ben fan van de Kamermotie. Een goede motie is kort, heeft een scherp oordeel en dwingt het kabinet tot actie, of houdt juist iets tegen. Maar de Tweede Kamer maakt er weinig reclame voor. Ten eerste: het zijn er te veel. In 2025 diende de Kamer er 4.440 in. Geen record, overigens, dat waren de 5.010 in 2022, toen de Kamer er na twee jaar grotendeels thuiszitten weer zin in had. Een tweede reden: niemand geeft zo hartstochtelijk af op de motie als Kamerleden. Vraag een Kamerlid naar het dagelijks werk, en binnen de kortste keren valt een term als ‘motie-inflatie’, of ‘wapper-moties’. Dat is zoiets als naar de Efteling gaan en dan klagen over de drukte.
Het jaar 2025 was een druk motie-jaar, er is zelfs gedebatteerd over het instrument. CDA-leider Henri Bontenbal diende een plan in om het aantal moties te beperken. Zijn idee: elke fractie mag 150 moties per jaar indienen, en elk fractielid mag daar nog één extra motie aan toevoegen. In het geval van het CDA betekent dat dus 150 plus 18 zetels, dus maximaal 168 moties. Het plan haalde het in januari niet, dus het tobben over de moties gaat gewoon door.
Een paar keer waren moties onbedoeld onthullend. Neem allereerst de motie-Eerdmans, van maart. De JA21-fractievoorzitter riep met deze motie het kabinet op niet mee te doen aan het Europese plan voor herbewapening, ReArm Europe. Heel opvallend was dat drie coalitiepartijen, PVV, NSC én BBB, voor de motie stemden. Alleen de VVD was tegen. Het wankele kabinet bleek geen enkel mandaat in Brussel te krijgen van de eigen partijen. Drie maanden later viel het kabinet-Schoof.
De meest onthullende motie van 2025 was de motie-De Vos (FVD) van september. Die motie, ingediend tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, bestempelt ‘antifa’ als een terroristische organisatie. ‘Antifa’ is geen bestaande organisatie. Het is, op zijn best, een parapluterm voor links activisme. Opvallend: de VVD stemde voor de motie. Daarmee associeerde de partij zich gretig met uiterst rechts door een niet-bestaand gevaar als terroristisch te beschouwen.
VVD-leider Dilan Yesilgöz krijgt vaak de vraag of ze geen spijt heeft van haar steun voor de motie. Afgelopen weekend nog in het AD. Daar zei ze: „We stemmen over duizenden moties per jaar, er zitten altijd een paar kneusjes bij, dit was er één.” Ik probeer te ontdekken of hier sprake is van spijt, maar ik denk het toch niet. De motie was meer onhandig, minder goed geformuleerd, zeker niet fundamenteel onjuist.
Zo leert deze motie de kiezer niets over ‘antifa’, en alles over de VVD, en over hoe FVD opnieuw in toenemende mate salonfähig is. Want ook dat is een grote ontwikkeling van 2025, die bijna vergeten wordt. De uiterst rechtse partij is van leider veranderd (Thierry Baudet maakte plaats voor Lidewij de Vos), behaalde in oktober zeven Kamerzetels, en doet weer helemaal mee.
Kamerleden van FVD merken verheugd op dat ze, ondanks het spoor van racisme en antisemitisme dat de partij al jarenlang trekt, er niet langer uitliggen in Den Haag. Naar hun bijdragen wordt beter geluisterd, debataanvragen worden eerder goedgekeurd, moties worden soms aangenomen. De motie-De Vos illustreerde die kentering, en is daarmee wat mij betreft de belangrijkste motie van het jaar.
Guus Valk vervangt deze week Petra de Koning
Source: NRC