Khaleda Zia (1945 – 2025) | oud-premier Bangladesh Ze gaf leiding aan de strijd tegen het militaire bewind en werd in 1991 de tweede vrouwelijke premier van een islamitisch land. Haar overlijden komt op een gespannen moment voor Bangladesh, na vijftien jaar onder het autoritaire bewind van haar rivaal Sheikh Hasina.
Khaleda Zia, leider van de BNP, tijdens een rally in Dhaka in 2014.
Khaleda Zia, de eerste vrouwelijke premier van Bangladesh, is op 80-jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar politieke partij BNP dinsdagochtend bekendgemaakt. Zia was al lange tijd ziek, sinds november lag zij in een ziekenhuis in de hoofdstad Dhaka.
De BNP spreekt van „onze favoriete leider”. Zia was decennia een van de belangrijkste figuren in de Bengaalse, en Zuid-Aziatitische politiek. Toen ze in 1991 werd verkozen, was zij de tweede vrouwelijke premier van een islamitisch land, na Benazir Bhutto in Pakistan. Haar eerste termijn duurde tot 1996, gevolgd door een termijn van enkele weken. Ze was opnieuw premier tussen 2001 en 2006. Interim-premier Muhammad Yunus noemde haar eerder deze week „een inspiratie voor de natie”.
In eerste instantie verwierf Zia haar politieke positie goeddeels via haar man, een oud-generaal en later president van Bangladesh. Ziaur Rahman weerstond meerdere couppogingen die hij bruut neersloeg, maar werd in 1981 vermoord. Zijn weduwe, toen nog door Bengaalse media omschreven als „een verlegen huisvrouw”, deed haar intrede in de politiek. Twee jaar later nam ze het leiderschap van de door hem opgerichte BNP over.
Bangladesh stond onder militair bewind, de BNP voerde strijd tegen het regime en Zia werd een belangrijke politieke leider op straat. Na de val van het militaire bewind won de BNP de verkiezingen van 1991. Zia voerde belangrijke bestuurlijke en economische hervormingen door. Tegelijkertijd werden haar ambtstermijnen ook synoniem met corruptie.
Tijdens het verzet tegen het militaire bewind en in de electorale politiek gold Zia als de tegenhanger van Sheikh Hasina, de leider van Awami League en de dochter van een Bengaalse vrijheidsstrijder en de eerste president van Bangladesh. De twee vrouwen begonnen samen in de strijd tegen de militaire dictatuur en voor democratisering. Maar politieke geschillen over de invulling daarvan sloegen ook diep wantrouwen tussen de vrouwen en hun aanhang.
Dertig jaar lang wedijverden de rivalen om de macht, met crises en onlusten in Bangladesh tot gevolg. Verkiezingsuitslagen – vooropgezet of niet, de stembusgang zelf meer dan eens geboycot door de tegenovergestelde partij – schoven tussen de vrouwen heen en weer. Vanaf Sheikh Hasina’s verkiezingswinst in 2008 restte Zia niets anders dan oppositie voeren. Onder steeds heviger politieke onderdrukking gingen steeds meer BNP-leden ondergronds.
Zia kreeg huisarrest opgelegd: zandzakken en politiebarricades versperden de weg naar haar woning, om te voorkomen dat zij opnieuw als verzetsleider de straat op zou gaan en een opstand tegen Awami League zou inspireren. Ze was alleen thuis toen ze hoorde van het overlijden van haar jongste zoon. Toenmalig premier, haar grote rivaal Hasina, kwam zelfs naar het huis om haar condoleances aan te bieden – Zia liet haar niet binnen.
Zia werd in 2018 veroordeeld voor corruptie en belandde in een gevangenis. Toen Hasina in augustus vorig jaar werd verdreven door protesten geleid door studenten, werd de straf geschrapt. De oud-premier was toen al ernstig ziek en had medisch verlof gekregen.
Haar overlijden komt op een hooggespannen moment voor Bangladesh. Na vijftien jaar onder het autoritaire bewind van Hasina en een periode waarin de interim-regering van econoom Muhammad Yunus orde op zaken probeerde te stellen, vinden in februari landelijke verkiezingen plaats. Alom wordt verwacht dat BNP die zal winnen. Awami League heeft afgedaan, de BNP is de grootse gevestigde partij – onduidelijk is nog hoe groot de islamistische Jamaat-partij, eens een bondgenoot van Zia en BNP, kan worden.
In aanloop naar de verkiezingen kwam vorige week Zia’s oudste zoon Tarique Rahman (60) terug naar Bangladesh. Hij bracht zeventien jaar door in zelfverkozen ballingschap in Londen, vanwaar hij optrad als waarnemend partijvoorzitter. Rahman bezocht vrijwel direct na zijn terugkeer in Dhaka zijn moeder in het ziekenhuis, waar zij al in kritieke toestand verkeerde.
Source: NRC